De utopie van de mensenrechten

download De utopie van de mensenrechten

of 168

  • date post

    11-Jan-2017
  • Category

    Documents

  • view

    218
  • download

    5

Embed Size (px)

Transcript of De utopie van de mensenrechten

  • De utopie van de mensenrechten

  • De utopie van de mensenrechten

    Frank van Dun

    rothbardinstituut

  • Het Murray Rothbard Instituut bedankt graag alle personen die met hun bijdrage de uitgave

    van dit werk mogelijk hebben gemaakt, in het bijzonder Tuur Demeester.

    Dit is de derde publicatie in de reeksCruciale inzichten voor onze samenleving

    Murray Rothbard Instituut vzwKarel Oomsstraat 572018 Antwerpen

    www.rothbard.be | contact@rothbard.be

    ISBN 978-90-79481-05-7NUR 735D/2012/11.558/1Online versie: www.rothbard.be/boeken

    Ontwerp cover en lay-out: Murray Rothbard Instituut vzw

    2012 Murray Rothbard Instituut vzw, in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel 2.0 Belgi licentie. http://creativecommons.org/licenses/by-nc/2.0/be/deed.nl

  • v

    Inhoud

    Voorwoord vii

    I Recht, samenleving en utopie 1Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1

    Juristiek, legistiek en rechtsfilosofie . . . . . . . . . . . . . . . . .1De kwetsbare samenleving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6

    Conflicten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .10Het raadsel van de geschiedenis . . . . . . . . . . . . . . . . . . .10

    Mogelijke oplossingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13Conflictanalyse en geschiedenis van de wijsbegeerte .19Politiek en economie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .44Natuurrechtelijk realisme en utopisch idealisme . . . . .54

    II Utopisme en mensenrechten 63Een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van rechten 63

    Van maatschappelijk recht naar mensenrecht . . . . . . .69Recht op Utopia? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .71

    Een conceptueel dilemma . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .73Een gedachte-experiment . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .74Recht op maatschappelijke willekeur. . . . . . . . . . . . . . .76

    Mensenrechten versus natuurlijke rechten . . . . . . . . . . . .81Menselijke waardigheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .86

    Hobbes en de mensenrechten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .90

  • vi

    Van natuur naar fictie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .92Rechtvaardigheid versus sociale rechtvaardigheid . . .98Politiek overtroeft recht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101

    III Vermaatschappelijking en utopisme 103Oorlog, begerigheid en mensenrechten . . . . . . . . . . . . 103De duistere kant van de Verlichting . . . . . . . . . . . . . . . 109

    Van constitutionele naar beleidsideologie . . . . . . . . 115Politiek als oorlog . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120

    Onwerkelijke werkelijkheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124De mars door het tranendal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125Ficties, illusies en bluf maar geen mirakels . . . . . . 130

    De verlokking van het subjectivisme . . . . . . . . . . . . . . . 147

  • vii

    Voorwoord

    Sinds haar afkondiging in Parijs in het jaar 1948 heeft de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (uvrm) op spectaculaire wijze carrire gemaakt.1 Van een ronkende politieke intentiever-klaring uit de nadagen van de Tweede Wereldoorlog is zij uitge-groeid tot het kerndocument van een invloedrijke doctrine die nauwelijks weg te denken is uit de curricula van de rechtsfacul-teiten. De juridisering van de mensenrechten via wetgeving, internationale en supranationale verdragen en regelgeving is nu gemeengoed geworden, zozeer zelfs dat velen de mensenrechten als essentile of fundamentele rechten van mensen zijn gaan be-schouwen.

    Mijn eerste kennismaking met de Uvrm was een krantenar-tikel in 1968 naar aanleiding van haar twintigste verjaardag. De lectuur van de Verklaring maakte weinig indruk. Zij had veel weg van een persiflage van een charter van een vereniging voor die-renwelzijn waarin de ondertekenaars zich plechtig voornemen dieren goed te behandelen en te verzorgen, hun een adequate huisvesting, bewegingsruimte en rust te geven, en ze in geen geval aan wreedaardige straffen of folteringen te onderwerpen. Het volstond vereniging voor dierenwelzijn te vervangen door Organisatie der Verenigde Naties, ondertekenaars door Staten-Leden en dieren door mensen om een dergelijk charter om te zetten in een tekst die zich inhoudelijk nauwelijks onderscheidt van het sociaal-economische luik van de Uvrm. Het leek alsof alleen hun rol in het politieke bedrijf mensen van dieren onder-scheidt. Voor wie een beetje thuis was in de lange en eerbied-waardige traditie van het Westerse denken over mensen en hun recht was de Uvrm een ontgoochelend document.

    1 Een uitvoerige studie over de totstandkoming van de Uvrm is Johannes Morsink, The Universal Declaration of Human Rights: Origins, Drafting & Intent, University of Pennsylvania Press, 1999.

  • viii

    Het was dus niet verwonderlijk dat de Uvrm in mijn rechten-studie niet aan de orde kwam. Meer dan een korte verwijzing in het handboek Volkerenrecht was er niet. Daar konden wij le-zen dat de inhoud van de Universele Declaratie van de Rechten van de Mens overeenstemt met de individuele rechten, die in de democratische staatsstructuren over het algemeen worden gewaarborgd door het nationaal staatsrecht en dat de Declaratie geen verdragrechtelijke waarde heeft zij was veeleer een mo-rele actie waardoor de Staten ideologische verklaringen over dit onderwerp gezamenlijk deden, zonder dat er evenwel een juri-disch effect aan werd toegekend.2 Inhoudelijk bevatte de Uvrm althans voor Westerse juristen niets nieuws. Zij gaf een overzicht van de politieke structuren en beleidsdomeinen die vooral na de Eerste Wereldoorlog en in de Grote Depressie van de jaren 30 via formele wetgeving en uitvoeringsbesluiten in het positieve recht van Westerse Staten waren opgenomen en zo symbolen waren van de overgang van een beperkte rechtsstaat naar een on-beperkte beleidsstaat. Voor het overige was zij zonder juridisch effect en dus zo goed als irrelevant. Juristen beschouwden haar als een verzameling Programmstze, politieke retoriek, fanfare en stemmingmakerij voor nationale en internationale consumptie, waarin de toen nog recente ontwikkeling van de hedendaagse politieke en sociaal-economische inrichting van de Westerse Staten tot universeel ideaal werd uitgeroepen. Toen zij ook in kringen van juristen begon door te dringen, werd zij door som-migen onmiddellijk en terecht afgewezen als een perversion de lesprit juridique.3

    Twintig jaar later, bij de veertigste verjaardag van de Uvrm, was er al een heuse mensenrechtenindustrie met vestigingen in universiteiten, nationale en internationale bureaucratien en niet-gouvernementele organisaties van allerlei slag een bron van hoge inkomens, maatschappelijke status en aanzien voor po-litici, professoren, deskundigen, ambtenaren, professionele vrij-

    2 E.R.C van Bogaert, Beginselen van het Volkenrecht, Standaard-Boekhandel, Antwerpen/Amsterdam, 1964, 117.3 Michel Villey, Critique de la pense juridique moderne, Dalloz, Parijs 1976, p. 133.

  • ix

    willigers en later ook celebrities. Of de groei van de mensen-rechtenindustrie een heilzame ontwikkeling is, staat niet buiten kijf. Kritische beschouwingen zijn er genoeg, zowel van insiders als van buitenstaanders. Wij kunnen mooie, minder mooie en ronduit dubieuze voorbeelden van haar werking citeren, waarbij wij er dan wel rekening mee moeten houden dat verschillende mensen heel verschillende appreciaties van elk daarvan hebben. Dat is zeker zo wanneer het gaat over internationale acties (van bescheiden politie-acties tot moordende oorlogsdaden) die onder de noemer humanitaire interventie vallen, of over de verwevenheid van de retoriek en de praktijk van het mensen-rechtenbeleid met de selectieve geopolitieke en handelsbekom-mernissen van de zogeheten grote mogendheden en hun bond-genoten of protgs van het moment. Het is niet anders wanneer het gaat over nationale wetgeving en beleidmaatregelen die tra-ditionele rechten en vrijheden beknotten om aan iedereen een politiek correcte progressieve gedragscode op te dringen, en die elke vorm van discriminatie veroordelen die niet met het kwali-teitslabel positieve discriminatie vereerd wordt.

    De activiteiten van de mensenrechtenindustrie laat ik hierna geheel terzijde. Kritische bedenkingen over bijzondere acties en aspecten ervan leken overigens niet te leiden tot een bezinning over de idee mensenrechten zelf. Integendeel, mensenrechten werden allengs frequenter, te pas en te onpas, ingeroepen voor grote en kleine dingen. Bijna elk goed doel werd snel gepromo-veerd tot mensenrecht. Het was blijkbaar niet langer genoeg om te werken voor een goed doel (want dan deed men aan ouder-wetse, naar paternalisme ruikende filantropie, een particuliere uiting van grootmoedigheid, menslievendheid, naastenliefde, liefdadigheid en andere pre-moderne deugden). Om politiek of anderszins in de prijzen (zoals de Nobelprijs voor de vrede) te vallen diende men te strijden voor de mensenrechten. Dat was geen onschuldige verschuiving in het taalgebruik.

    Weinigen betwisten dat het doel heiligt de middelen een ge-vaarlijke stelregel is maar is een recht niet iets wat desnoods met geweld mag verdedigd en afgedwongen worden? Lag dan het risico van een perversie van het juridisch denken niet precies

  • x

    in de inflatie van doelen die, vermomd als mensenrechten, de legalisering van geweld, dreigen met geweld, en dwang heiligen? In de klassieke juridische opvatting was recht het alternatief bij uitstek voor machts