De muur afbreken

download De muur afbreken

of 64

  • date post

    22-May-2015
  • Category

    Spiritual

  • view

    799
  • download

    2

Embed Size (px)

description

Voorganger dhr van Dijk luister mee via kerknoordwolde.nl

Transcript of De muur afbreken

  • 1. God heeft de muur afgebroken, nu wij nog!! Welkom Voorganger dhr van DijkOrganist Joh de Vries Opname door Radio CentraalThema: De muur afbreken!

2. Lied voor de dienst Gezang 434 1, 2, 5 Lof zij de Heer, 3. 1 Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere. Laat ons naar hartelust zingen en blij musiceren. Komt allen saam, psalmzingt de heilige naam, looft al wat ademt de Here. 4. 2 Lof zij de Heer, Hij omringt met zijn liefde uw leven; heeft u in 't licht als op adelaarsvleuglen geheven. Hij die u leidt, zodat uw hart zich verblijdt, Hij heeft zijn woord u gegeven. 5. 5 Lof zij de Heer met de heerlijkste naam van zijn namen, christenen looft Hem met Abrahams kinderen samen. Hart wees gerust, Hij is uw licht en uw lust. Alles wat ademt zegt: Amen. 6. God heeft de muur afgebroken, nu wij nog!! Welkom Voorganger dhr van DijkOrganist Joh de Vries Opname door Radio CentraalThema: De muur afbreken! 7. Intochtspsalm 149 1, 4 Halleluja! laat opgetogen 8. 1 Halleluja! laat opgetogen een nieuw gezang den HEER verhogen. Laat allen die Gods naam belijden zich eensgezind verblijden. Volk van God, loof Hem die u schiep; Isral, dank Hem die u riep. Trek, Sion, in een blijde stoet uw Koning tegemoet. 9. 4 Gods lof zal in hun lied weerklinken. En in hun rechterhand zal blinken een zwaard dat voor de trots der volken Gods wrake zal vertolken. De tirannen die God weerstaan zullen zij in de boeien slaan. Zij juichen, nu het bruut geweld voorgoed wordt neergeveld. 10. Stil gebed,Votum en groetEre zij de Vader en de ZoonEn de Heilige Geest,Als in den beginne, nu enimmer, En van eeuwigheid toteeuwigheid.Amen. 11. Gezang 75 2, 14, 15 Gij zijt het brood van God gegeven, 12. 2 Gij zijt het brood van God gegeven, de spijze van de eeuwigheid; Gij zijt genoeg om van te leven voor iedereen en voor altijd. Gij voedt ons nog, o hemels brood, met leven midden in de dood. 13. 14 Gij zijt tot herder ons gegeven, wij zijn de schapen die Gij weidt; waar Gij ons leidt is 't goed te leven, Heer, die ons voorgaat door de tijd. Wie bij U blijft en naar U ziet, verdwaalt in deze wereld niet. 14. 15 O Christus, ons van God gegeven, Gij tot in alle eeuwigheid de weg, de waarheid en het leven, Gij zijt de zin van alle tijd. Vervul van dit geheimenis uw kerk die in de wereld is. 15. Woord van vergeving 16. Gebed om de Heilige Geest 17. Kijk eens om je heen 18. Kijk eens om je heen, kijk eens om je heen geef elkaar een hand, je bent niet alleen.Want wij moet samen delen, samen zingen, samen spelen ook al zijn wij nog maar klein samen spelen is pas fijn. 19. Kijk eens om je heen kijk eens om je heen wij zijn in de wereld niet alleen.God kent ieder kind bij name zeg maar ja, en zeg maar amen ook al zijn we nog maar klein God wil onze Vader zijn. 20. Lezen Hosea 2 en Efeze 2 NBV 21. 1Maar eens zullen de kinderen van Isral talrijk zijn als zandkorrels aan de zee, die niet te meten en niet te tellen zijn. En waar tegen hen gezegd is: Jullie zijn mijn volk niet meer, zullen ze weer kinderen van de levende God worden genoemd. 2Dan zullen de kinderen van Juda en de kinderen van Isral weer bijeenkomen en n leider aanstellen. 22. Op de dag dat God zelf zal zaaien, op de grote dag van Jizrel, zullen ze uit de aarde opschieten. 3Dan noemen jullie je broeders weer Ammi en je zusters weer Ruchama. 23. Israls ontrouw beantwoord met liefde 4 Klaag jullie moeder aan! Klaag haar aan! Want zij is mijn vrouw niet meer en ik ben haar man niet meer. Laat ze die hoerige opschik wegdoen van haar gezicht, de tekens van overspel tussen haar borsten weghalen. 24. 5Anders zal ik haar uitkleden, haar zo naakt laten staan als toen ze geboren werd; anders maak ik haar onvruchtbaar als een woestijn, als een land van grote droogte, en laat ik haar omkomen van dorst. 6Ook ontferm ik me niet over haar kinderen, want ze zijn geboren uit overspel. 25. 7Overspelig was immers hun moeder; de vrouw die hen gedragen heeft leefde in schande. Ze zei: Ik ga achter mijn minnaars aan, want zij zorgen voor mijn eten en drinken, voor wol en vlas, olijfolie en wijn. 8Daarom zal ik haar met een doornhaag de weg versperren, 26. met een muur zal ik haar insluiten, zodat ze niet meer op pad kan gaan. 9Als ze dan achter haar minnaars aan wil gaan kan ze hen niet bereiken; ze zoekt maar kan hen niet vinden. Dan zal ze zeggen: Ik ga terug naar mijn eigen man, want toen had ik het beter dan nu. 27. met een muur zal ik haar insluiten, zodat ze niet meer op pad kan gaan. 9Als ze dan achter haar minnaars aan wil gaan kan ze hen niet bereiken; ze zoekt maar kan hen niet vinden. Dan zal ze zeggen: Ik ga terug naar mijn eigen man, want toen had ik het beter dan nu. 28. 12Ik zal haar de kleren van het lijf rukken in het bijzijn van haar minnaars, en niemand die haar uit mijn greep kan redden. 13Aan alle dagen dat zij feestviert, haar hoogtijdagen, nieuwemaan en sabbat, aan al haar feestvreugde zal ik een einde maken. 14Ik verwoest haar wijnstok en haar vijgenboom, waarvan zij zei: Het zijn geschenken die mijn minnaars me hebben gegeven. 29. Ik laat ze verwilderen en geef ze prijs aan de dieren. 15Ik zal haar straffen voor de feesten die ze aan de Bals wijdde en waarop ze hun offers bracht; uitgedost met ringen en halssieraden liep ze achter haar minnaars aan. Maar mij vergat ze spreekt de HEER. 30. 16Daarom zal ik haar meelokken naar de woestijn en dan tot haar hart spreken. 17Daar zal ik haar wijngaarden aan haar teruggeven, het Achordal maak ik tot een poort van hoop. En zij zal mijn liefde beantwoorden als in de tijd van haar jeugd, als op de dag dat ze wegtrok uit Egypte. 18Dan, op die dag spreekt de HEER , zul je zeggen: 31. Jij bent mijn man, en daarbij is geen wanklank meer te horen. 19De namen van de Bals zul je niet meer in de mond nemen, ze zullen niet langer worden gehoord. 20Op die dag sluit ik voor mijn kinderen een verbond met de dieren van het veld en met alles wat vliegt en kruipt. 32. Ik maak een einde aan het geweld van boog en zwaard in hun land, zodat ze in rust en vrede kunnen leven. 21Ik zal je voorgoed tot mijn vrouw maken, ik zal je hecht aan mij verbinden, door liefde en ontferming. 22Mijn vrouw zul je zijn, want ik beloof je trouw, en jij zult de HEER toegewijd zijn. 33. 23Op die dag spreekt de HEER zal ik antwoord geven. Dan antwoord ik de hemel en de hemel antwoordt de aarde, 24en de aarde geeft antwoord aan koren, olijfboom en wijnstok, en zij antwoorden Jizrel, 34. 25want het land zaai ik in met mijn volk. Over Lo-Ruchama zal ik mij ontfermen, Lo-Ammi noem ik weer mijn volk, en dan antwoordt hij: Mijn God. 35. En in Christus 1 U was dood door de misstappen en zonden 2 waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 36. 3Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 37. 5heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. 6Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus. 38. 8Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God 9en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. 10Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid. 39. 11Bedenk daarom dat u u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn 12bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Isral en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. 40. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden n heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 41. 15en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf n nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16en verzoende hij door het kruis beide in n lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 42. 18dankzij hem hebben wij allen door n Geest toegang tot de Vader. 19Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 43. 21Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest. 44. Gezang 328 1, 2, 3 Here Jezus, om uw woord 45. 1 Here Jezus, om uw woord zijn wij hier bijeengekomen. Laat in 't hart dat naar U hoort uw genade binnenstromen. Heilig ons, dat wij U geven hart en ziel en heel ons leven. 46. 2 Ons gevoel en ons verstand zijn, o Heer, zo zonder klaarheid, als uw Geest de nacht niet bant, ons niet stelt in 't licht der waarheid. 't Goede denken, doen en dichten moet Gij zelf in ons verrichten. 47. 3 O Gij glans der heerlijkheid, licht uit licht, uit God geboren, maak ons voor uw heil bereid, open hart en m