DDG Gazet 2003/4

download DDG Gazet 2003/4

of 9

  • date post

    04-Apr-2016
  • Category

    Documents

  • view

    219
  • download

    0

Embed Size (px)

description

Het magazine van de Dutch Directors Guild. Editie 4 jaargang 2003.

Transcript of DDG Gazet 2003/4

  • The Broader Picture 4Redactioneel 4+5Berichten 7+8,11+12

    Strijd der Volharding 8+9Rudolf van den Berg:Brief aan de staatssecretaris 10

    Kid Dynamite:Afscheid van voorzitterHans Hylkema 16

    Zijn we in beeld?D D G - O N D E R Z O E K B I E D T E I N D E L I J K O V E R Z I C H T

    Een regisseur zou minder verdienen dan een geluidsman, is gedwongen omwurgcontracten te sluiten, kent geenarbeidscontinuteit en kan nauwelijksaanspraak maken op auteursrechten.Wilde verhalen te over, maar feiten-materiaal over de positie van deNederlandse film- en televisieregisseurheeft altijd ontbroken. Het DDG-onderzoek Zijn we in beeld? heeft daarnu verandering in gebracht.

    Al geruime tijd ijverde de Dutch DirectorsGuild ervoor om onderzoek te laten doennaar de betekenis van het werk van film- en televisieregisseurs voor deNederlandse filmcultuur en naar deberoepspraktijk en sociaal-economischepositie van deze regisseurs. De DDGwilde inzicht in het eigen ledenbestand,een einde maken aan de wildwest-verhalen, een betere basis voor onder-handelingen over arbeidsvoorwaarden & tarieven en een solidere basis voor het eigen beleid.De basis van het onderzoek dat uit-gevoerd werd door de IVA Tilburg onderleiding van Teunis IJdens vormt een uitgebreide enqute die gehouden isonder alle DDG-leden en alle regisseursdie voorkomen in de database van deVEVAM. Dat zijn ongeveer 900 regisseurs.De respons op de enqute was bij deDDG-leden circa twee keer zo hoog als bij de VEVAM-aangeslotenen.In het onderzoek zijn die 900 regisseursonderverdeeld in vier groepen: fictie regisseurs

    non-fictie regisseurs commercile regisseurs onafhankelijke filmmakersDeze onderverdeling is gemaakt naar het soort werk dat regisseurs maken enin welke context. Fictieregisseurs zijn de regisseurs die speelfilms en televisie-drama maken, maar met name inopdracht. De non-fictieregisseurs zijn de documentairemakers die met name inopdracht werken. De commercile regis-seurs maken met name ook in opdracht commercials, bedrijfsfilms, e.d. De onafhankelijke filmmakers zijn de

    regisseurs die dikwijls het initiatiefnemen om een film te maken, zoweldrama als documentaire. Zij werkenoverwegend niet in opdracht. De ondervraagde regisseurs zijn als volgt onder te verdelen: 1/4 fictie 1/3 non-fictie 1/7 commercieel 1/4 onafhankelijke filmmakersDe gemiddelde leeftijd van deNederlandse regisseur is 44 jaar en ruim een derde is opgeleid aan deNederlandse Filmacademie.

    Hollands Licht van Pieter-Rim de Kroon

    N I E U W S B R I E F V A N D E D U T C H D I R E C T O R S G U I L D

    042 0 0 3

  • Zi jn we in beeld?

    De regisseur en zijn opdrachtgeverHet onderzoek benadrukt dat film-/tele-visiemaken een complex productiepro-ces is, waar de regisseur een centraleen cruciale rol in speelt. Het is de regis-seur die idee, plan of scenario omzet ineen product of gebeurtenis. Er is eenopvallende discrepantie tussen die cruciale rol in het productieproces en deexploitatie van het product. Regisseurshebben namelijk ondanks hun grotebelang bij de exploitatie geringe invloedop die exploitatie. Ruim 90% van deregisseurs is dan ook tevreden over deambachtelijke en artistieke kwaliteit vanhun werk, maar 50 tot 60 procent isontevreden over vertoningsplekken, uitzendtijden en auteursrechtelijkeinkomsten.Veel regisseurs combineren werk voortelevisieproducenten en omroepen offilmproducenten met werk voor bijvoor-beeld reclamebureaus, commercialpro-ducenten, overheidsinstellingen en particuliere bedrijven. Het belang van deomroepen voor de werkgelegenheid vanregisseurs wordt onderstreept door degrote invloed die ze volgens de onder-vraagde regisseurs op de filmcultuurhebben. De meeste regisseurs beoorde-len die invloed echter niet positief of zelfsronduit negatief. Daar staat een positievewaardering van de eveneens grote invloedvan de landelijke fondsen ter bevorderingvan de Nederlandse film tegenover. Demeningen over de rol van producenten,eveneens invloedrijk, zijn verdeeld.Regisseurs hebben een moeilijke verhou-ding met de omroepen en op zijn minsteen ambivalente relatie met producen-ten hun werk- en opdrachtgevers enzoeken derhalve steun bij de fondsenwaar ze niet rechtstreeks toegang toehebben.

    De regisseur en zijn werkZelfstandige en in tijdelijke dienstverbandwerkende regisseurs zijn aangewezen optelkens nieuwe projecten en contractenom continuteit in hun beroepspraktijk te verkrijgen. Ook regisseurs die tamelijkgemakkelijk aan werk komen hebbenoverigens geen werkzekerheid op de langere termijn. De meeste regisseurskunnen bijvoorbeeld wel aangeven op

    hoeveel weken werk ze in het komendehalf jaar rekenen maar weten nog niet of en hoeveel werk ze daarn zullen hebben. De moeilijkheidsgraad om aan nieuw werk te komen, levert de volgende verdeling op:35% zegt tamelijk of heel moeilijk nieuw werk te krijgen;37% zegt soms gemakkelijk, soms moeilijk nieuw werk te krijgen;25% zegt tamelijk of heel gemakkelijknieuw werk te krijgen.De commercilen komen doorgaansgemakkelijker aan nieuw werk dan deandere drie groepen. Bijna 60% van deregisseurs maken hun eigen werk door

    zelf initiatief tot een filmproject tenemen. Ruim 90% van de onafhankelijkefilmmakers geeft te kennen altijd ofmeestal initiatiefnemer te zijn tegen dehelft of minder van de andere drie groepen.In de eerste helft van 2003 besteedden de regisseurs 60% van hun tijd aan regie-werk. Het aandeel van dit werk in huninkomen was daaraan gelijk. Dit lijkt eropte wijzen dat de veelgehoorde klacht inhet veld dat regisseurs veel onbetaaldeuren maken en dat moeten compenserenmet inkomsten uit andere bronnen onge-grond is. Er is wel enige grond voor hetvermoeden dat dit zich voordoet onder deonafhankelijke filmmakers. Het is echterlastig om betrouwbare uitspraken te doenover de tijd die men aan diverse onder-delen van zijn werk als regisseur en aanandere activiteiten besteedt, omdat demeeste regisseurs dat naar eigen zeggenniet goed bijhouden.

    Wat regie oplevertHet werkelijke dagtarief dat regisseurskrijgen, ligt ruim 25% beneden het tariefdat ze gezien hun deskundigheid en staatvan dienst redelijk achten. De discrepan-tie tussen werkelijk en gewenst tarief isrelatief groot onder de fictieregisseurs en de onafhankelijke filmmakers. De enqutegegevens leveren de volgendegemiddelde bruto dagtarieven op: zelfstandige/tijdelijk dienstverband: 370 euro onafhankelijke filmmakers: 270 euro fictieregisseurs: 414 euro commercilen: 490 euroDe jaarinkomsten van zelfstandige en intijdelijk dienstverband werkzame regis-seurs uit regiewerk bedroegen in 2002gemiddeld 30.000 euro. Maar de verde-ling tussen de vier groepen loopt nogaluiteen: commercilen: ruim 58.000 euro fictieregisseurs: 31.000 euro non-fictieregisseurs: bijna 28.000 euro onafhankelijke filmmakers: 11.000 euroDe verschillen tussen de groepen vraagtom nader onderzoek naar het keuze-gedrag van regisseurs (welk werk enhoeveel tijd) en naar de verschillen inmarktsegmenten waarbinnen regisseursopereren. Aangezien de enqute geenbetrekking had op de vraagzijde van demarkt, biedt het onderzoek geen inzichtin de patronen en mechanismen bij deverdeling van werk. Waarschijnlijk is datdie nogal variren met het soort produc-ties en de structuren in de verschillendemarktsegmenten. Oftewel, verschillendemarktsegmenten met verschillenderegels levert verschillen in inkomsten op.Een ander opmerkelijk feit is, dat vrou-welijke regisseurs veel minder met hunwerk als regisseur verdienen dan man-nen. Dat verschil kan voor een groot deelworden toegeschreven aan het hoge aan-deel van vrouwen onder de onafhanke-lijke filmmakers. Los daarvan verdienenvrouwelijke onafhankelijken echter ookminder met hun werk dan hun manne-lijke soortgenoten. Dit berust weer vooreen groot deel op het feit dat vrouwelijkefilmmakers minder producties op hunnaam hebben dan hun mannelijke colle-gas. Vrouwelijke onafhankelijke filmma-kers besteden ook minder dagen aan

    Opdrachtgevers voor regisseurs in 2002:

    60% omroepen en/of onafhankelijke

    televisieproducenten

    30% filmproducenten

    20% reclamebureaus en commercialproducenten

    25% diverse particuliere bedrijven

    20% overheidsinstellingen.

    regiewerk dan hun mannelijke collegas.Los van het feit dat betrekkelijk veel vrou-wen kennelijk kiezen voor werk dat min-der loont vooral documentaires /kortespeelfilms lijken vrouwen over het alge-meen minder tijd te (kunnen) bestedenaan hun werk als regisseur en minderwerk (minder producties) te hebben. Dielaatste verschillen zijn op grond van deenqutegegevens niet nader te verklaren.

    Wat regie niet oplevertOver het geheel genomen halen zelfstan-dige en in tijdelijk dienstverband werken-de regisseurs ongeveer twee derde vanhun totale inkomen uit hun werk alsregisseur, bijna een vijfde uit ander werkop filmgebied, minder dan een tiende uitander werk niet op filmgebied en ruim vijfprocent uit uitkeringen of overige, nieteerder genoemde bronnen. Ruim 60 procent van de regisseurs is niet tevreden over de continuteit van zijnberoepspraktijk en 30 procent kon amperof niet rondkomen van zijn werk alsregisseur. Zelfstandige regisseurs dieamper of niet kunnen rondkomen van hun werk als regisseur hebben vaakinkomsten uit werk dat niet op het gebiedvan de film ligt. Zij kunnen hun lageinkomsten uit regiewerk daar echtermaar ten dele mee compenseren. Alsregisseurs die redelijk of heel goed kun-nen rondkomen van hun werk als regis-seur nevenactiviteiten hebben, liggen die juist vaak op filmgebied. Zij hebben bijvoorbeeld nevenwerkzaamheden als scenarioschrijver, producent of docent.De sociale zekerheid (ziekte, arbeidson-

    geschiktheid, pensioen) van regisseurs ismager te noemen. Zij die een (tijdelijke)dienstbetrekking hebben zijn over hetalgemeen wettelijk verzekerd.Zelfstandigen moeten zich particulierverzekeren. De Wet Arbeidsongeschikt-heid Zelfstandigen (WAZ) biedt alleengedeeltelijk soelaas en niet meer da