dax magazine nr.30

Click here to load reader

  • date post

    07-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    228
  • download

    3

Embed Size (px)

description

Onder gasthoofdredacteurschap van Abbink x de Haas: "Tijd en Verval", over de (on-)houdbaarheid van architectuur en bouwproducten

Transcript of dax magazine nr.30

  • jaargang 5 2010 nr. 30

    gasthoofdredacteur: abbink x de haas architectures

    daxtijd en verval

    gasthoofdredacteu

    r: abbink x de h

    aas

    5

    jaargang 5 2010

    nr. 30

  • Betere geluidsisolatie Extra stootvast

    Verhoogde brandwerendheid

    Hogere vochtbestendigheid

    Verbeterde schroefbaarheidRecyclebaar

    De onzichtbare voordelenvan DuraGyp wandsystemen

    Stil, slim en onzichtbaar. Dt zijn de vernieuwde stootvaste DuraGyp gipskartonplaten, voorzien van een KOMO certifi caat. De sterkte en vochtbestendige eigenschappen zijn verbeterd terwijl de platen bovendien zijn voorzien van een zeer hard oppervlak. Toch kan er gemakkelijk mee worden gewerkt. Op maat snijden kan bijvoorbeeld heel eenvoudig met een gereedschapsmes.

    Het DuraGyp Systeem met KOMO-attest is bijzonder geschikt voor toepassing in scholen, woningen, ziekenhuizen, discotheken en sportcentra. Kortom, overal waar een wand tegen een stoot moet kunnen. De vernieuwde DuraGyp schroeven met de Metal Stud Plus profi elen staan daarnaast garant voor een snelle, gladde en strakke afwerking.En dt voordeel blijft u zien! Kijk op www.duragyp.nl.

    DuraGyp wandsystemen. Afbouw op zijn best.

    GYPROC9003_Adv dierencampagne.indd 2 24-08-09 16:38

  • BuildingvaluesGoodvalues

    [email protected]

    Wienerberger wil verantwoord ondernemen.

    Building value creren met onze keramische

    bouwproducten, met respect voor de natuur,

    mens en maatschappij. Zoekend naar de

    balans tussen People, Planet, Profit en

    Project. Werkend aan good values baseren

    we onze activiteiten op economische,

    ecologische en sociale aspecten.

    Wilt u meer weten?

    Kijk op www.goodvalues.nl en vraag direct

    onze speciale Good Values-waaier aan.

    8710_9024_Adv Dax.indd 1 09-03-2010 14:28:41

  • jaargang 5 2010 nr. 30 welkom bij dax nr. 30

    Duurzaamheid lijkt de term die elke architect - of zelfs elke mens - bovenaan het lijstje van criteria moet zetten om het dagelijks handelen te beoorde-len. In dat woord is het thema van deze editie van dax besloten: een suggestie van tijd, een suggestie van verval. Behouden of behoudend? Het lijkt alsof de architectuur van vandaag staat voor een onmogelijke opgave: de milieu-eisen worden strenger, de budgetten kleiner, de exploi-tatietermijnen langer, de maatschappelijke belan-gen groter, enzovoorts.

    Toch leven architecten bijna uitsluitend naar het moment van de oplevering toe. Als alles nieuw en af is... terwijl het dan juist pas begint! Wat kunnen we leren van het verleden en de wijze waarop dat zich aan ons presenteert?Voor het maken van deze editie zochten we de dis-cussie, vonden we projecten die de tijd en het daar-aan gekoppelde onvermijdelijke verval met elkaar in harmonie brengen. En daarmee met een oerkracht betekenis geven aan duurzaamheid.

    Angie Abbink en Micha de Haas, Abbink X De Haas architectures, Amsterdam

    tijd en verval

    welkom

    nothing lasts, nothing is finished, and nothing is perfect..Richard R. Powell, Wabi, Sabi, Simple

    teruggebracht naar de pure essentie is wabi-sabi de Japanse kunst van het vinden van de schoonheid in imperfectie en de

    wijsheid van de natuur, van het accepteren van de natuurlijke cyclus

    van groei, aftakeling en dood. Het is simpel, langzaam en helder

    - en het stelt authenticiteit boven alles... Het huldigt scheuren en

    rimpels en alle andere kenmerken die de tijd, het weer en liefdevol

    gebruik achterlaten. Het herinnert ons aan het feit dat we allemaal

    tijdelijke wezens zijn op deze planeet - dat onze lichamen en de

    materile wereld om ons heen deel zijn van een proces dat alles

    terugbrengt naar de stof waaruit we zijn ontstaan. Door wabi-sabi

    leren we te houden van levervlekken, roest en rafelige randen en

    het verloop van de tijd die zij vertegenwoordigen.

    Tadao Ando

  • jaargang 5 2010 nr. 30 welkom bij dax nr. 30

    voormalig tuincentrum, Schellingwouderdijk Amsterdam-Noord foto's Vincent Basler

  • jaargang 5 2010 nr. 30 inhoud6

    je moet gepassioneerd zijn over je vakmaar het ook kunnen relativereninterview met Angie Abbink en Micha de Haas van Abbink X De Haas architectures

    tijd en vervaleen rondetafelgesprek

    abbink x de haas architecturesmedewerkers 2010 Monique Idema, Steven de Greef, Arjan Dubois, Sebastian Janusz, Roland Stuij,Dan Scott, James Marrinan, Giorgia Giordano, Ayelet Kamar, Matteo Lombardini,Paola Zuin, Bilgehan Kilic

    10

    38

    x

    oud & nieuwsrenovatie kantoor DHV, Amersfoortrenovatie stadhuis Coolsingel, Rotterdamluifel woning, Ossuitbreiding kosterwoning, Medemblikherbestemming Drostecomplex, HaarlemPalmach Museum, Tel Aviv (IL)

    meesterwerkAngie Abbink ontmoet Wang Shu

    dichtbij-verafkinderdagverblijf Anansi, Utrecht

    border conditionsafstudeeratelier, door Micha de Haas

    publicaties

    onbegrijpelijkcolumn van Rob Nijsse

    181920212223

    24

    26,117

    30

    34

    36

    38

    inhoud

    in gesprek fragmenten

    2310

    x

  • jaargang 5 2010 nr. 30

    de korrels, haarlemAbbink X De Haas architectures, Amsterdam

    ningbo museum of history, ningbo (cn)Amateur Architecture Studio, Beijing (CN)

    museum can framis, barcelona (es)BAAS, Barcelona (ES)

    lezersservice

    colofonverkoopadressen

    je dax_collectie compleet

    dax_seminarsdax_pitch

    update ontwerpprijsvraag MomentsOfInspiration

    medewerkers dax nr. 30

    advertentie-index

    volgende editie

    46

    56

    66

    inhoud

    88

    111

    112 112

    112

    113

    113

    114

    46

    66

    projecten

    oud uitzicht, nieuw inzichtWessel de jonge over glasvervanging in monumenten

    monumentale innovativiteitNieuw en oud gecombineerd op detailniveau

    productinformatieelementen van de expositieWereldarchitectuur

    antarctica loungedax brengt ontwerpers bij elkaar: een verslag

    documentatie

    78

    87

    104

    108

    56 7846

    thematijd en vervalgasthoofdredacteur abbink x de haas architectures

  • jaargang 5 2010 nr. 30

    colofon

    dax is een onafhankelijk vakblad

    dat wordt uitgegeven door CCK Media

    in Den Haag. In de vijfde jaargang is

    dax zes keer verschenen: deze editie

    sluit de reeks. Abonnees van dax

    ontvangen ook de maandelijkse,

    digitale dax_nwslttr.

    Een jaarabonnement voor de zesde

    jaargang van dax magazine (vier

    edities) kost 52,50 euro (inclusief 6%

    btw). Bij abonnement-verlenging is

    er 2,50 euro korting. Voor KIvI-Niria

    leden is er een speciaal tarief.

    Studenten architectuur en bouw-

    kunde krijgen 50% korting op vertoon

    van hun inschrijvingsbewijs.

    uitgeverijcck media

    Koninginnegracht 47

    2514 AE Den haag

    e [email protected]

    i www.cckmedia.nl

    advertentiewerving dax

    Caroline Kruit, uitgever

    e [email protected]

    t +31 (0)6 50 28 78 00

    website & dax_nwslttrbliss-webdesign

    Jochen van Wylick

    e [email protected]

    drukwerkOffset Services

    Valkenswaard

    t +31 (0)40 207 37 77

    i www.offset.nl

    colofon

    CCK

    dax nr. 30

    jaargang 5 2010

    issn 1574-9290

    gasthoofdredactieAbbink X De Haas architectures,

    Amsterdam

    uitgeverCaroline Kruit

    eindredactiePhilip Allin

    vormgeving basislayoutil panda electrik, www.ilpanda.nl

    Danille Schaffelaars

    aan deze dax werkten meeJurjen van Beek, Joyce Emid,

    Allard de Goeij, Barbara Heijl,

    Wessel de Jonge, John Lewis Marshall,

    Richard Moerenhout, Rob Nijsse,

    Erik Stekelenburg

    redactie-adresdax magazine

    Postbus 96902

    2509 JH Den Haag

    t +31 (0)6 11 30 03 27

    f +31 (0)8 47 16 83 67

    e [email protected]

    i www.dax-magazine.nl

    copyright cck media 2010

    De bladformule van dax magazine

    gaat uit van roulerende gasthoofdre-

    dacties: elke editie een andere archi-

    tect of architectenbureau. Twee maal

    per jaar worden gasthoofdredacties

    gekozen tijdens de zogenoemde

    dax_pitch. Deze worden aangekon-

    digd op de website van het magazine.

    Zie pagina 111 voor een overzicht van

    alle gasthoofdredacties tot nu toe.

    Uitgever en redactie verklaren dat de

    inhoud van dit magazine zorgvuldig

    en naar beste weten is samengesteld.

    Zij houden zich dan ook niet aanspra-

    kelijk voor eventuele schade die voort-

    komt uit beslissingen of handelingen

    die zijn gebaseerd op informatie in

    deze uitgave. Niets in deze uitgave

    mag worden gereproduceerd, in welke

    vorm dan ook, zonder schriftelijke

    toestemming van de uitgever.

    losse verkoopBij de volgende boekhandels is dax

    magazine verkrijgbaar. Voor een com-

    plete en actuele lijst, zie de website.

    Amsterdam Architectura & Natura,

    Leliegracht 22 Selexyz Koningsplein

    20 Athenaeum,

    Delft Stylos bookshop, faculteit

    Bouwkunde

    Den Haag Daily Hoytema, Hoyte-

    mastraat t.o. 48 Van Stockum,

    Herengracht 60

    Groningen Boekhandel Godert Walter,

    Oud Ebbingestraat 53

    Rotterdam NAi bookshop, Museum-

    park 25

    beeld omslagDe Korrels, Haarlem ontwerp Abbink

    X De Haas architectures foto Stobbe

    via VPT Versteeg, www. vptversteeg.nl

  • WATT sustainable dance club, Rotterdam image Kossmann.dejong, www.kossmanndejong.nl

    detail gevel De Korrels, Haarlem architect Abbink X De Haas architectures foto architectenbureau

    interview

    gastho

    ofdredactie

  • jaargang 5 2010 nr. 3010

    interview

    interview angie abbink en micha de haas

    Angie Abbink en Micha de Haas besloten tot een samenwerking na anderhalf jaar gesprek. Je voelt intutief een gezamenlijke ambitie in architectuur, maar samenwerking gaat veel verder dan dat. Na de oprichting van Abbink X De Haas architectures in 2008 groeide het bureau heel snel. De crisis gaf de nog jonge samenwer-king een nieuwe, krachtige dimensie. We moeten weer nadenken over banale dingen. Dat is goed voor ons vakgebied en het vak in het algemeen.

    intutieM Een samenwerking in architectuur is heel per-soonlijk. Je herkent bij iemand een eigenwaarde en tegelijkertijd een bescheidenheid. De projecten die Angie en ik hebben gemaakt voordat onze samen-werking begon zijn heel verschillend. Maar ook binnen ons gezamenlijk oeuvre zie je uiteenlopende vormen en taal. Vormgeving is het laatste ding waar we het over hebben gehad in alle gesprekken naar onze samenwerking toe.A Het gaat veel meer over hoe je in je vak staat. Wij zijn allebei in projecten heel erg bezig met de omgeving, de bewoners en de heel lange termijn. We kiezen voor een mate van diepgang. En willen dan nog iets opleveren dat er mooi uitziet. Beschei-den en spraakmakend tegelijk. Voor mij heeft de samenwerking veel te maken met intutie.M Esthetiek is voor ons vanzelfsprekend, maar niet overheersend. We kiezen allebei voor een maat-schappelijk bewustzijn en combineren dat met een fascinatie voor de techniek. A Ons mission statement gaat dan ook uit van vier dingen: zinvolle architectuur, optimisme, verant-woordelijkheid en onderzoek. Zinvol moet je zien als

    logisch, betekenisvol n zintuiglijk. De architectuur is per definitie een optimistisch vak: je wilt dingen beter maken. Maar tegelijkertijd moet je jezelf vooral niet te serieus nemen. Onder verantwoorde-lijkheid vallen duurzaamheidsaspecten en de dienst-verlening richting de opdrachtgever en gebruiker. En met onderzoek willen we een bijdrage leveren aan ons vakgebied.

    allochtoonA We zijn allebei allochtoon, niet opgegroeid in Ne-derland, dat bindt ons. We hadden na onze studies geen netwerk in Nederland, wel wat familiebanden. We zijn in Nederland gedropt met te weinig werk-ervaring en vrijwel geen professioneel netwerk. Dat moet je langzaam opbouwen.M Een groot deel van de architecten van onze generatie heeft gezamenlijke ervaring. De meesten hebben in Nederland gestudeerd en gewerkt of stage gelopen bij OMA, UNStudio, etcetera.A Bepaalde culturele, typisch Nederlandse dingen hebben we niet meegekregen in onze jeugd. Dat kan een nadeel zijn, maar ik draai het liever om naar een voordeel. Bij sommige, misschien wat beladen op-drachten voelen wij die druk veel minder. Het maakt dat je met een frisse blik naar opgaven kijkt.

    anderhalf jaar pratenM Na het winnen van de opdracht voor het Alumi-nium Centrum ben ik in 1997 een eigen bureau be-gonnen. Eigenlijk wilde ik wel een compagnon. Maar ik had geen partner, studiegenoten of oud-collegas in Nederland waar ik op terug kon vallen. Ik heb zelfs een advertentie op ArchiNed gezet: maar zo werkt het dus niet. Uiteindelijk heb ik me er een beetje bij

    je moet passie hebben voor je vak maar het ook kunnen relativeren

    Angie Abbink en Micha de Haas, gefotografeerd tijdens het rondetafel-gesprek in Amsterdam-Noord beeld Vincent Basler

    Angie Abbink (1968) groeide op in Belgi en ging kunst studeren in Londen. De studie klikte, maar de locatie niet: Europese vasteland trok. En na Londen kwamen Amster-dam en Parijs het meest in aanmerking voor een volgende stap. Het werd de Rietveld Academie in Amsterdam. Een aantal tentoonstellingen en interieuropdrachten later besloot Angie de Academie van Bouwkunst in Amster-dam te gaan volgen. Met haar afstudeerwerk won ze de Archiprix 2001 en kreeg ze een nominatie voor de RIBA Presidents Medals. In 2002 richtte ze met een vriendin haar eigen bureau op (Nadat ik bij veel bureaus in de keuken heb gekeken!). Aan deze samenwerking kwam enkele jaren later een eind, waarna ze in 2008 met Micha de Haas ging samenwerken.

    Micha de Haas (1964) studeerde aan de Bezalel Academy of Arts and Design in Jeruzalem en vervolgens twee jaar Bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft. In 1997 won hij een startstipendium n de prijsvraag voor het Aluminium Centrum in Houten met de inzending Het Aluminium Bos. Dat bleek voldoende aanleiding voor de oprichting van Architectenbureau Micha de Haas. Het pro-ject in Houten werd in 2001 opgeleverd. De start van mijn bureau was wat vroeg, kwam door een beetje geluk en had heel veel doorzettingsvermogen nodig! Micha geeft les aan de TU Delft en aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam

  • jaargang 5 2010 nr. 30 11interview angie abbink en micha de haas

    Woongebouw Cadiz Amsterdam,

    2009 Abbink X De Haas architectures

    foto Willem Franken

  • jaargang 5 2010 nr. 3012 interview angie abbink en micha de haas

    Tussen de Lakens Amsterdam, in

    aanbouw ontwerp en beeld Abbink X

    De Haas architectures

    Meerwijk Stadswoningen

    Amsterdam, 2009 ontwerp Abbink X

    De Haas architectures samen met Els-

    beth Falk, Ira Koers, Paulien Bremmer,

    Nolet van herpen foto's Roel Backaert

    en Abbink X De Haas architectures

  • jaargang 5 2010 nr. 30 13interview angie abbink en micha de haas

    neergelegd dat mijn netwerk eerst moest groeien voordat ik een samenwerking kon vinden.A Na mijn studie heb ik een bureau met een vrien-din gehad. Zij wilde na verloop van tijd wat anders. We hadden wel veel projecten, maar alleen verder? Dat wilde ik absoluut niet. Ik heb de feedback van een team nodig.M Ik had het werk van Angie gezien op de tentoon-stelling van Archiprix. Het sprak me aan. Ik heb haar via-via proberen te benaderen per e-mail. Daar kwam niets op terug. Met een beetje trots heb ik toen gedacht dan niet!A Die e-mail heb ik nooit gezien!M Jaren later werkten we toevallig samen in een project waarbij een collectief van vijf architecten achtentwintig woningen mochten ontwerpen. Daar merkte ik dat we helemaal op n lijn zaten.A Ik heb Micha toen benaderd want ik wilde wel eens weten hoe hij dat nou allemaal in zijn eentje deed. Toen zijn we begonnen met gesprekken over een mogelijke samenwerking. We hebben elkaar presentaties gegeven over heel verschillende onder-werpen: natuurlijk over een architectuurvisie, maar ook over je helden, over de relatie die je met je me-dewerkers wilt hebben, over je favoriete automerk.. Die periode duurde anderhalf jaar.M Uiteindelijk hebben we een avond georganiseerd met een zaaltje vol adviseurs: mensen die ons kenden en wiens mening we zeer waarderen. Fa-milie, medewerkers en collega-architecten. Daarna hebben we de knoop doorgehakt en zijn we de samenwerking formeel gaan maken.

    taakverdelingA Voor onze samenwerking hebben we echt een modus moeten vinden. Micha was gewend om alles alleen te doen. Ik kwam uit een intensieve samen-werking en was gewend om over allerlei zaken te pingpongen.M Met medewerkers communiceerde ik altijd als mede-ontwerper, maar vanuit de positie van eindbeslisser. Ik was niet gewend aan honderd procent gelijkwaardigheid. Bij Angie was dat precies andersom.A En ik vond het juist moeilijk om te delegeren; ik wilde alles zelf doen. Bij het aangaan van de samen-werking hebben we uitgesproken dat we niet in de situatie terecht willen komen van twee bureaus onder n dak. De verschillen n de overeenkomsten

    zitten in de X van onze bureaunaam: Abbink X De Haas architectures. Projectinhoudelijk en organisa-torisch vullen we elkaar aan.M Soms pakt n een project op: dat is afhankelijk van tijd en affiniteit. Soms beginnen we samen aan een ontwerp. Daar is geen afgesproken strategie voor. En van ons is hoofdverantwoordelijk, maar voor alle projecten hebben we bureaubrede brain-storms en zijn we voortdurend aan het polsen en afstemmen.A We hangen veel plannen op in het kantoor. Dan kan je en passant ook iets roepen. Hierdoor zijn we in staat elkaars werk over te nemen of zelfs te ruilen, als dat moet. Het geeft flexibiliteit.

    ondernemerschapM We zijn een ontwerpatelier, maar tegelijker-tijd ook een onderneming. We willen een goede werkgever te zijn en als bedrijf winst maken. In een architectenbureau heb je dan te maken met een cultuuromslag. Aan de ene kant leef je in een soort ideenwereld, aan de andere kant moet je als onder-nemer met beide benen op de grond staan.A Als ondernemer moet je risico durven te nemen, al zijn daar voor kleine bureaus wel beperkende factoren voor. Je krijgt die kennis van het onderne-men ook niet mee. Op de Rietveld heb ik n lesje ondernemerschap en fiscale zaken gehad.M Het ondernemerschap heeft ook te maken met een verantwoordelijkheidsgevoel in brede zin. Naar je opdrachtgevers toe, maar ook bij de medewerkers: je moet ze perspectief kunnen geven.A We hebben heel ambitieuze jongens op het bureau. Maar die hebben ook een leven naast het bureau. Die balans is van belang. Waarin we onder-scheidend zijn ten opzichte van andere bureaus? Voor zover van belang zit dat in kleine dingen, in eigen kwaliteiten en ook zeker in onze ambities.M Ambitieus zijn betekent dat je heel gepassioneerd kan zijn over je vak. Maar je moet het ook kunnen relativeren. Daar moet iedereen zijn eigen balans in vinden: zowel professioneel als persoonlijk. Je moet jezelf niet te serieus nemen, maar er toch helemaal voor gaan.

    groeienA Na de start van ons gezamenlijke bureau zijn we meteen heel erg gegroeid. Ik kwam uit een situatie van hooguit twee medewerkers, Micha had er vier.

    < Art Academy Bezalel, Jerusalem (IL)

    ontwerp 2007

  • jaargang 5 2010 nr. 301 interview angie abbink en micha de haas

    Aluminium centrum Houten, 2001

    Abbink X De Haas architectures foto's

    Willem Franken

    > Parkcluster Noordwijkerduin

    prijsvraagontwerp 2007 ontwerp en

    beeld Abbink X De Haas architectures

    >> Miss Backdrop Amsterdam, 2008

    ontwerp en beeld Abbink X De Haas

    architectures

  • jaargang 5 2010 nr. 30 1interview angie abbink en micha de haas

    Binnen een jaar zaten we met vijftien man. Dat gebeurde bijna vanzelfsprekend.A We zoeken veel samenwerking. Dat is een verrij-king voor de projecten. We werken met kunstenaars, andere bureaus, sociologen en historici. Samenwer-king met andere vakgebieden levert vaak bijzondere resultaten.M De projecten waaraan we werken zijn ook heel divers. We hebben projecten op het gebied van stedelijke verdichting, transformatie, stedenbouw-kundig en woningbouw met een maatschappelijk randje. Naast architectuuropdrachten vinden we stedelijke strategische onderzoeken interessant: dan formuleer je doelstellingen waarop je later als archi-tect antwoord op moet geven. In het begin van onze samenwerking hebben we als doel gesteld dat we meer overheidsopdrachten zouden willen hebben, een basisschool bijvoorbeeld. Het afgelopen jaar hebben we zon opdracht gekregen, in de Jordaan, voor een buurtcentrum, school en opvangfacilitei-ten. Dergelijke opdrachten hebben een grote groep gebruikers; het zijn intensieve trajecten. Die willen we graag.

    crisisM Ze zeggen dat we door deze crisis weer moeten leren focussen, je concentreren op je kracht. Dat is zeker waar. En ik vind het heel belangrijk om de zorgen met Angie te kunnen delen. Maar als het gaat om mensen dan is een crisis als deze natuurlijk waardeloos.A Dat je zelf moet inleveren, is tot daar aan toe. Als je iemand van je team moet laten gaan, is dat heel erg. M Misschien moet je af en toe door een dal gaan, om te weten dat je het aankunt.A De laatste maanden ben ik wel optimistisch geworden. We hebben de laatste vier architecten-selecties waar we voren waren uitgenodigd ook gewonnen: we gaan er goed doorheen komen. Dat is de goede kant van toch een beetje kunstenaar zijn. Een beetje afzien leidt tot creativiteit. Je gaat kriti-scher kijken naar wat dingen voor je betekenen. Je moet heel praktisch worden, de overbodige dingen en kleine luxes uit je plannen halen. Ik denk dat het ontzettend goed is voor ons vakgebied en het vak in het algemeen: we moeten weer nadenken over banale dingen.M Je hoort vaak De crisis heeft een louterende

    werking. Nou, we zijn wat mij betreft genoeg ge-louterd. Maar voor onze samenwerking is deze crisis heel goed geweest; we hebben geleerd op elkaar te kunnen rekenen.

    onderzoekM We doen zeker twee prijsvragen per jaar. Met op-gaven waar we normaal gesproken niet bij de aan-besteding voor in aanmerking komen. We zien het echt als research & development voor ons bureau. En vaak met succes. Bij de prijsvraag voor het Europese Octrooibureau hebben we in de eerste ronde veel grote bureaus als Foster of Fuksas verslagen en zijn we doorgedrongen tot de laatste ronde. Dat was een geweldige ervaring. Maar - eerlijkheidshalve - ook een enorme financile aanslag voor het bureau.A Toch blijven we prijsvragen doen. Al is het voor een continue zelfverrijking en het teamgevoel. De prijsvragen zijn een belangrijke tool binnen het bureau.M We onderzoeken op eigen initiatief ook program-mas en producten voor de woningbouw.A Bijvoorbeeld een aantrekkelijk, lichtgewicht en betaalbaar alternatief voor de standaard woning-bouw. En we ontwikkelden het woonconcept Jenga, een binnenstedelijke woonomgeving voor n-ou-der gezinnen. Dat is een onderwerp waar we veel affiniteit mee hebben. Er zijn nu serieuze initiatieven om dit concept tot uitvoering te brengen.

    openheidA De collegialiteit tussen bureaus wordt groter. Zou dat ook door de crisis komen? We praten veel meer met elkaar.M Het traditionele beeld van de bouw gaat veran-deren. Nu is er bijna standaard een conflictrelatie in de basis van projecten: de aannemer wordt gezien als de natuurlijke vijand van de architect. Soms heb je een goed samenwerkingsproces, maar vaak gaat het ook minder goed. De bouw wordt steeds meer een open source: je kunt minder je eigen dingen beschermen en wordt gedwongen om te werken aan een gezamenlijk doel. Neem nu BIM (Building Information Model). Het dwingt ons informatie n vertrouwen te delen. Over kosten, dimensioneren, materialen moet je open kunnen zijn. Dat is nu nog wel een ideaalbeeld, maar hopelijk ook een realis-tisch toekomstperspectief. Caroline Kruit

    < OVP Informatiecentrum, Lelystad

    ontwerp en beeld Abbink X De Haas

    architectures

  • Organisatie AB-FAB (Associatie van Beton Fabrikanten van constructieve elementen) en sectie Gebouwen en Civieltechnische Constructies, Faculteit CiTG TU DelftInfo Marjo van der Schaaf en Anneke Meijer / +31 (0)15 2783990 / [email protected], [email protected]

    Locatie TU Delft, Faculteit Civiele Techniek en GeowetenschappenStevinweg1, 2628 CN DelftKosten inclusief reader, lunch 200; voor studenten geldt een speciaal tarief van 25.Registratie www.aanmelder.nl/precast

    Symposium, Delft 15 juni 2010

    Het nieuwe bouwen in prefab betonAssembling freeform buildings in precast concrete

    PROGRAMMA

    9:30 Opening Prof.dipl.-ing Jan Vambersky / TU DelftIng. Lambert Teunissen / voorzitter AB-FAB

    9:45 Freeform architecture assembled on siteSaffet K. Bekiroglu / Zaha Hadid Architects, Londen

    10:30 Toekomstvisie op prefab betonIr. Koos Tolsma / Ingenieursstudio DCKIr. Diederik Veenendaal / Witteveen+Bos, ETH Zrich

    11:45 Ultra High Performance Concrete in prefabProf.dr.ir. Joost Walraven / TU Delft

    14:00 - Parallelsessie ArchitectuurDrs. Jacco van Dijk / Hurks Beton/Hurks Oosthoek KemperProf.ir. Rudy Uytenhaak / Rudy Uytenhaak ArchitectenbureauIr. Roel Schipper / TU Delft

    14:00 - Parallelsessie HoogbouwProf. Bjrn Engstrm / Chalmers University of TechnologyIr. Rob Huijben / Hurks Delphi EngineeringIr. Dick van Keulen / TU Delft, Ingenieursstudio DCK

    14:00 - Parallelsessie IndustrialisatieProf.dr.ir. Dick Hordijk / TU Eindhoven, Adviesbureau HagemanProf.dr.ir. Hennes de Ridder / TU DelftIr. Fred Reurings / Bouwcombinatie Nieuwbouw Erasmus MC

    16:45 Plenaire afsluiting

    Heydar Aliyev Cultural Centre Zaha Hadid Architects

    Station Luik-Guilleminsarchitect Santiago Calatrava

    TUD_precast2010.indd 1 02-06-2010 14:32:48

  • WATT sustainable dance club, Rotterdam image Kossmann.dejong, www.kossmanndejong.nl

    detail gevel De Korrels, Haarlem architect Abbink X de Haas foto Ruud Stobbe via VPT Versteeg, www. vptversteeg.nl

    fragmen

    ten

  • jaargang 5 2010 nr. 301

    oud & nieuws

    fragmenten

    Het zou renovatie kunnen heten, of restauratie, maar die termen dekken de lading niet helemaal. Het kan leerzaam zijn om juist te kijken naar gebouwen die oud- en nieuwbouw combineren. Als het oorspronkelijke goed rijmt met het hedendaagse onstaan vaak verrassend mooie projecten. We kijken andachtig naar projecten waarbij op verantwoorde wijze is omgegaan met de bestaande bouw maar waar een extra kwaliteit is toegevoegd.

    Het hoofdkantoor van DHV in Amersfoort is ruim veertig jaar oud en in 2007 is begonnen met een grondige renovatie van het pand. Directe aan-leiding was de povere technische staat van met name de houten gevelpuien.

    Het pand met duidelijke trekjes van het structura-lisme bestaat uit een patroon van zeshoeken met relatief weinig geveloppervlak. Met de nieuwe gevel kon meer daglicht en uitzicht worden bereikt en daarom is gekozen voor een volledig transparante gevel. De nieuwe isolerende glasoppervlakken zijn slim ingedeeld omdat de vloeroverstekken ooit berekend waren op puien met enkel glas.

    De energieprestatie is verhoogd van EPA label G naar A. Dit komt door een integrale aanpak van alle installaties, vloeroverstekken, daken en gevels waarbij steeds de effectiviteit van de duurzaam-heids maatregelen is doorgerekend. Daarom kon ook de zonwering aan de binnenzijde geplaatst worden. Deze binnenzonwering bestaat uit zongestuurde screens met een aluminiumlaag die warmte afvoe-ren door gaten in de koven.

    Het resultaat is een effectieve en moderne kan-toorruimte die even open en decentraal werkt als oorspronkelijk de bedoeling was, maar nu klaar is om de komende jaren mee te gaan.

    kantoor dhv, amersfoort

    architect (origineel)D. Zuiderhoek

    architect (nieuw)DHVarchitects, Roel Brouwerswww.dhv-bouw.nl

    aannemerDura Vermeer, www.duravermeer.nl

    aluminium vliesgevelSchco 60, www.schueco.nl

    beglazingScheuten Glas, www.scheuten.com

    screensVerosol, www.verosol.com/nl

    geveloppervlak3400 m2

    rondom geplaatste nieuwe gevel

  • jaargang 5 2010 nr. 30 19fragmenten

    oud & nieuws

    Daarom is de zolder ook ingenomen als werkruimte. Deze ruimte moest aan een aantal verschillende eisen voldoen: de opdrachtgever wilde informele groepen de ruimte geven maar ook mogelijkheid scheppen om met een kleine groep geconcentreerd aan de gang te gaan. Daarom is gekozen voor inbrei-ding op de bovenste verdieping.

    De witte dozen die op zolder zijn geplaatst zijn van metalstud wanden en afgewerkt met stuc, corian en rubber. In de kantoorvertrekken zijn koelplafonds aangebracht. Overal is rekening gehouden met de bestaande bebouwing en zijn waar mogelijk bestaande kanalen hergebruikt.

    stadhuis coolsingel, rotterdam

    opdrachtgeverOBR, Rotterdam

    architectMerkx+Girod architecten, Amsterdam met IAA Architecten, Enschede,www.merkx-girod.nl, www.i-aa.nl

    budget50 miljoen euro

    binnenwandenmetalstud

    vloeroppervlak50.000 m2

    En van Rotterdams meest herkenbare gevels is die van het stadhuis aan de Coolsingel. De binnenkant van het gebouw is minder bekend. Voor een algehele modernisering van de kantoor-verdiepingen tekende Merkx+Girod architecten een plan waarbij veel vergeten of ongebruikte ruimten een nieuwe of verbeterde functie gekre-gen. Minder kleine kamers en meer grote, open werkruimtes.

    Vrijwel het gehele interieur was versleten, verouderd of voldeed niet aan huidige eisen voor het werk-klimaat. Naast noodzakelijke modernisering was er ook onvoldoende ruimte voor de huidige werkdruk.

    werkruimte

    vergaderkamer

  • jaargang 5 2010 nr. 3020

    oud & nieuws

    fragmenten

    Soms passen oud en nieuw wel heel netjes bij elkaar. Aan een huis in Oss is een koperen luifel geplaatst dat naadloos aan de gevel is bevestigd en de lijn van het bestaande rieten dak exact volgt.

    Aan de voorgevel van de woning is de luifel ge-plaatst van ruim 6 m lang en met een uitkraging van 1,4 m. De vorm is digitaal ontworpen aan de hand van de daklijn. Boven de voordeur is de kromming zo bepaald dat hemelwater zijwaarts wordt afgevoerd.

    De constructie bestaat uit platen van twee lagen 3mm multiplex. Overal zijn enkele krommingen gebruikt omdat het hout slechts n buigrichting

    heeft. De platen zijn uitgesneden met een water-jet, die een nauwkeurigheid haalt van 0,2 mm. Het hele object is ruim bij 1,4 breed, met een maxi-male hoogte van 0,4 m. Alles bij elkaar weegt de constructie met bekleding 109 kilo en is daarmee weinig belastend voor de gevel.

    Om de constructie een naadloos uiterlijk te geven, om goed te passen bij het rieten dak, is de luifel bekleed met watervaste multiplex en daarover-heen ligt een laag koperepoxy. De epoxy voorkomt verkleuring van het koper maar het object moest er juist uitzien alsof het al jaren oud is. Daarom is een kleurig patina gebruikt.

    projectluifelconstructie

    ontwerpThe Form Foundation,www.theformfoundation.com

    constructieVormGrip, Amsterdam,www.vormgrip.nl

    Bij toevoegingen of uitbreidingen aan bestaande gebouwen speelt de keuze voor het nieuwe (zichtbare) materiaal een grote rol. Een materiaal kan zich voegen naar het oude, of juist daarbij afsteken en een nieuwe dimensie geven aan het geheel. Maar ook bij de toepassing van tijdloze materialen kan met nieuwe vormen een kwinkslag aan het ontwerp worden gegeven.

    > De constructie bestaat uit 2 x 3mm

    multiplex platen. Over het geheel is

    een laag aangebracht van epoxy met

    koperpoeder

    woning, oss

    perforaties in platen voor gewichtbesparing

  • jaargang 5 2010 nr. 30 21

    oud & nieuws

    fragmenten

    De opdracht om een uitbreiding te ontwerpen voor een voormalige kosterwoning in Medemblik werd een interessante opdracht voor ME-2 architecten. De bestaande woning heeft een oppervlakte van [xx]m2 en wordt uitgebreid met een volume aan de noordkant van de woning die in alle opzichten respectvol tracht om te gaan met het bestaande gebouw.

    Voorwaarde vanuit de Rijksdienst voor monumen-ten was een uitbouw die zo ondergeschikt moest zijn als mogelijk, zowel qua volume als detaillering en materiaalgebruik. Die restrictie maakt een aantal keuzes makkelijk. Voor de gevel en het dak werd dezelfde donkere leisteen gebruikt als in de naast-gelegen St. Martinuskerk.

    Ander gevolg van de beperking aan het gebouwtje is de subtiele, goed gedetailleerde regengoot. Als een gleuf in ligt de goot laag in het dak van de nieuw-bouw in lijn met de regengoot van de bestaande bouw. Hierdoor lijkt het alsof de twee vormen in elkaar geschoven kunnen worden. Al is dit in wezen niet zo, het is een mooi voorbeeld van architectuur die tot de verbeelding spreekt. Door het gebrek aan

    kosterwoning, medemblik

    opgavewoning uitbreiding

    architectME-2 architecten, Mike Olthoff,www.me-2.nl

    uitvoeringRuyter, Zwaagdijk,www.bouwbedrijfruyter.nl

    zichtbare detaillering - de leisteen verbergen de constructie geheel - lijkt de aanbouw niet meer te zijn dan een schaduw van de woning. Hiermee pone-ren de ontwerpers, op een kleine schaal, een stelling over tijd(elijkheid) in architectuur.

    loodslab over zinken goot

    6 mm leien dak

    ruimte opgevuld met isolatie

  • jaargang 5 2010 nr. 3022

    oud & nieuws

    fragmenten

    Het Droste complex in Haarlem huisvestte tot begin deze eeuw de chocoladefabriek. In 2008 werd begonnen met de herontwikkeling van dit fabrieksterrein. De monumentale panden zijn door Braaksma & Roos Architecten herontworpen tot lofts, met horecagelegenheid op de begane grond.

    Een beperkt deel van de oorspronkelijke fabrieksge-bouwen is behouden. Belangrijke herkenningspunt is de reclame met het Droste-vrouwtje op de gevel aan de waterkant. De tegeltableaus en de gevels zijn gerestaureerd maar niet opgepoetst. Zo wordt de patina behouden. Plaatselijk is aangrenzende bebouwing verwijderd.

    De voormalige aansluiting op gebouwen kenmerkt zich nu door stucwerk op de gevel, waardoor het sil-houet van de gesloopte panden duidelijk afleesbaar is. Ook zijn ondiepe erkers aangebracht in de gaten waar voorheen de verbindingsgang met de andere panden liep.

    Met de keuze voor stucwerk is een natuurlijke ge-laagdheid gepresenteerd die vanzelf wordt voort-gezet. De kleuren staan nu in contrast met elkaar, omdat de kleur van het stucwerk nog moet zetten. Uiteindelijk zullen de kleuren bovendien meer naar elkaar toe trekken, omdat stucwerk sneller vervuild dan metselwerk.

    droste complex, haarlem

    locatieHaarlem

    opgavetransformatie fabriek tot woningen

    architectBraaksma & Roos, Den Haagwww.braaksma-roos.nl

    Materialen verouderen. Dat is een gegeven. Daar kan een architect en de architectuur voordeel mee doen. De hier getoonde projecten laten zien hoe blijvende kwaliteit en veranderende kwaliteit een essentieel onderdeel kunnen zijn van een ontwerp. Juist in combinatie die de tand des tijds op een andere manier beleven.

  • jaargang 5 2010 nr. 30 23

    De omgang met de geschiedenis is een integraal onderdeel van het bouwen in Isral. Zvi Hecker heeft een groot museum ontworpen dat enige vergelijking vraagt met Museum Ningbo in China (zie ook pagina 56-65). Het Palmach museum is een lang rotsachtig blok dat half verzonken is in het landschap naast de Middellandse Zee.

    De architect omschrijft het project niet zozeer als gebouw maar als een rij constructieve wanden die in verbinding staan met elkaar en een centraal plaza omsluiten, dat bestaat uit een aangelegde tuin. De binnenkant van het pand is een aaneenschakeling van introverte ruimten, kantoren en gangen. Enkele grotere zalen, zoals een auditorium met 400 zit-plaatsen en een jeugdcentrum, maken deel uit van het culturele programma van het complex.Een groot deel van het gebouw is onder de grond aangebracht en is gemaakt van gegoten beton en betonblokken. De gevelbekleding bestaat naast beton ook uit pleisterwerk en Kurkar, een lokaal gewonnen zandsteen. Deze steensoort wordt in kustgebieden gewonnen en verweert in de wand langzaam tot een gerodeerde structuur.

    oud & nieuws

    fragmenten

    ontwerpZvi Hecker, Berlijn (DE)

    constructieWaintraub-Naginski-Zeldin, Tel Aviv (Il)

    axonometrie schaal circa 1 : 1.000

    palmach geschiedkundig museum, tel aviv (il)

    doorsnede museum schaal 1 : 1.000

    kantoorvleugel

    auditorium

    tentoonstelling ruimte

  • jaargang 5 2010 nr. 302 fragmenten

    meesterwerk

    indrukwekkend.tijd, context en bouwen in china

    Tijdens haar recente bezoek aan

    China bracht Angie Abbink een

    bezoek aan het museum van Ningbo

    (zie pagina 56 en verder) en sprak met

    de architect daarvan, Wang Shu.

    In China heerst in de vervaardigende kunsten nog altijd de ambachtelijke traditie. In de stad Jingdezhen, de bakermat van het porselijn, ontdek ik wat het is om in China een meester te zijn. Het is een overkoepelende term die van alles kan inhouden: een decennialang leertraject of het vermogen iets meer kennis te tonen dan je buurman heeft.

    Zo was ik eerst onder de indruk van titels als klei-meester, ovenmeester, en glazuurmeester. Maar zo heten vaklieden hier al gauw: de taxichauffeur noemt zich ook wel meester van iets, als hij zich er een voordeel mee kan doen. Voor de leek komt het over alsof al deze porseleinmeesters precies weten wat ze doen, maar dat valt soms tegen. De mooiste werkjes verdwijnen de kalkoven in, om uren later als afgebrokkelde rommel eruit te komen. Het procd is een gestoeld op een even ondoorgrondelijke als autoritaire traditie.

    Met deze indrukken kom ik op bezoek bij architect Wang Shu. Ook hij heet meester. Hij is naast archi-tect van de projecten in dit artikel (zie ook artikel op paginas 56-65) ook directeur van de architectuur-school in Hangzhou. Van zijn hand zijn alle facul-teitsgebouwen, het landschap en de interieurs. Ik ontmoet hem in het strategisch geplaatste caf dat uitkijkt over zijn Xiangshan Campus.

    In het stadspark van Ningbo zag ik vervallen en verlaten theehuisjes. Wang Shu bevestigt dat deze voorbeelden van zijn werk teleurstellingen zijn geworden. In een gebied zonder identiteit en waar niemand woont, zet de overheid bouwwerken neer zonder duidelijk doel. Hij zucht dat het een wel heel

    Chinees project is. Maar de architect in hem wordt wakker: projecten als de Five Scattered Houses (FSH) en het Ningbo History Museum zijn ruimtelijke experimenten in het scheppen van een verhaal van een plaats. Vr zijn FSH project werd niet aangeno-men dat het hergebruik van materiaal mogelijk was. Dat hergebruik nu wel kan kenmerkt een belangrijk omslagpunt in de architectuur en bouwcultuur.

    In zijn campus worden de lessen van de FSH uiteen-gezet. Welke rol spelen tijd en verval in zijn werk? Is het een probleem dat er planten groeien uit de muren van zijn museum? Hij aarzelt een moment en ontwijkt de vraag door te stellen dat de meeste architecten het graag over ruimte hebben. Hij praat liever over tijd, voor hem het bepalende element in de architectuur. Het is een les uit de natuur. Continue verandering is erg belangrijk voor ons be-sef van waar wij mee bezig zijn in ons leven. Van het werk van Wang Shu wordt wel gezegd dat het pas vele jaren na oplevering zijn ware schoonheid krijgt.Ik heb niet het idee dat hij zich bekommert om zijn metselwerk. Zijn geschiedenismuseum is een herin-nering aan verloren dorpen maar het is ook een le-vend gebouw. Vogels hebben hun plekje gevonden, net als de studenten die op de campus wonen. Alles klinkt opgewekt en de gebouwen stralen levendig-heid uit.

    Wang Shu heeft een credo: waar architecten een ge-bouw maken, maakt hij een huis. Al het gebouwde is - volgens zijn traditionele werkwijze - een huis. Of het nou een woninkje is of een paleis, alle gebouw-typen zijn gestoeld op het idee van het wonen. Dus ook een kantoor of een campus. Zijn campus is een stad, maar het is een model dat net zo goed past bij

    Five Scattered Houses in Ningbo.

  • jaargang 5 2010 nr. 30 2fragmenten

    ontmoeting met wang shu

    een dorp. Architectuur zou herleid kunnen worden tot een huis met een tuin. Natuur en een schuil-plaats.

    Tijd speelt een leidende rol in zijn ontwerpproces. Een gebouw wordt niet gebouwd als de tekeningen af zijn, hij stopt pas met tekenen als het gebouw af is. Hij ontwerpt alles zelf in nauwkeurige potlood-tekeningen. In de overhaaste bouwwereld van China is dit de enige manier om te werken, stelt hij. Zo behoudt een ontwerp ook een vrijheid: een faculteit voor industriel ontwerpen kan ook als kantoorpand of woongebouw worden gebruikt, omdat er een ongebondenheid is tussen het gebouw en de plek die het inneemt in de tijd.

    Dat is een raar iets en heeft alles te maken met de Chinese houding ten opzichte van het behouden. Het is een complex gebeuren. De oudbewoners van de platgemaakte dorpjes zien restanten van hun huizen terug in de museummuren. Ze waren wel vr de sloop: in eengezinswoningen leefden meerdere families en het gevoel van verantwoor-delijkheid (en van bezit) was verdwenen. Overal willen burgers dat hun leefomgeving er nieuw en glimmend uitziet. Geen aardse kleuren meer: alles moet strak, en in felle kleuren gebouwd. Overal is gesloopt.

    Volgens Wang Shu is in de afgelopen twintig jaar zon 90% van alle traditionele bebouwing gesloopt, mede vanwege de economische hervorming vanaf de jaren negentig. Hij stelt verder dat de meeste Chinezen geen idee hebben waar het heen gaat, of heen moet gaan. Dat is zijn les aan de tweehonderd

    studenten die hij onderwijst. Zonder het verleden te begrijpen kun je geen visie vormen op de toekomst. Het onderwijzen is duidelijk een passie. Hij heeft do-centen om zich heen verzameld die zijn visie delen en samen hebben zij het doel studenten ontvanke-lijk te maken voor open discussies over traditionele en hedendaagse architectuur.

    Op de campus is dat merkbaar. Elk gebouw verwel-komt de gebruiker met een tactiliteit en openheid. Dubbele gevels ademen de koelte en stilte uit van een onderwijsinstelling en licht valt door diepe, hoge neggen in een binnenplaats. Het spreekt boekdelen over inspiratie, rust, leerzaamheid. En experimenten: in een muur zijn met water gevulde plastic flessen tussen de stenen geplaatst. Samen vormen ze het woord Tomorrow.

    In de simpele, eerlijke werkwijze zie je ook zijn held Le Corbusier terug. Oost en West omarmen elkaar in concept en traditie. Maar, net als je denkt dat hij in herhaling valt, vertelt hij dat hij een nieuw pad inslaat. Hij laat zware materialen - steen en tegels en beton - achter zich en gaat met zijn studenten op onderzoek uit naar efficint gebruik van materi-alen en lichtgewicht constructies. Uiteraard met een oogje op traditionele bouwmethodes, maar tegelijkertijd met een drang om nieuwe functies en gebruiksmanieren te ontwikkelen.

    Architectuurmeester dekt de lading niet. Hij is ruim-temeester, tijdmeester en vervalmeester. En laten we dan het belangrijkste element niet vergeten - Lu Wunyu, zijn vrouw en partner in alles dat hij doet. Zij is dan ook de bouwmeester. Angie Abbink

    Van links boven, met de klok mee: n

    van de Five Scattered Houses; nieuw-

    bouw in Ningbo; Xiangshan Campus;

    traditionele woningbouw in Wuyuan

    foto's Angie Abbink en Roland Stuij

  • jaargang 5 2010 nr. 302

    dichtbij - veraf

    fragmenten

  • jaargang 5 2010 nr. 30 2

    fragment van kinderdagverblijf Anansi, Utrecht architect Mulders vandenBerk zie ook pagina 107

    fragmenten

  • jaargang 5 2010 nr. 302 fragmenten

    border conditions

    Bovenstaand citaat werd aangehaald door Marc Schoonderbeek bij een afscheidsdiner van Barbieri, tijdens het maken van deze dax. En inderdaad: Welke rol speelt tijd in het architectuuronderwijs?

    Bij projecten op het gebied van renovatie, restauratie en hergebruik is er een evidente rol voor het tijdsas-pect. In ontwerpateliers wordt tijd voornamelijk in verband gebracht met onderhoud De toekomst speelt een onmiskenbare rol in de steeds groeiende aandacht voor duurzaamheid. Dat geldt ook in het onderwijs, maar net als in de praktijk ligt de nadruk hierbij op technische aspecten.Het Delftse afstudeeratelier Border Conditions

    vormt hierop een uitzondering. In dit atelier worden de studenten gestimuleerd om stedelijke condities met experimentele methoden te analyseren en in kaart te brengen. Tijd en ruimte worden - net als in de literatuur of de filmkunst bijvoorbeeld - als onlosmakelijke elementen gezien. Tijd en ruimte zijn essentieel om een stad te ont-rafelen. De ontwerpen (afstudeerplannen) van de studenten van het atelier Border Conditions laten op uiteenlopende manieren zien hoe het tijdsas-pect een ontwerpmiddel kan zijn. Conceptueel of fysiek, potisch of functioneel: de resultaten zijn vaak inspirerend en vernieuwend. Dat blijkt wel uit Archiprix nominaties en - recent - een Archiprix win-naar (Max Rink). Micha de Haas

    In Nederland zijn architecten alleen maar bezig met het nieuwe. Niemand heeft aandacht voor de tijd

    Umberto Barbieri, bij zijn afscheidsrede aan de Academie voor Bouwkunst

    in Rotterdam, in 2000

    Negar Sanaan Bensi analyseerde de leegte in de stad Havana, een stad waarin verval tot cult is verheven. De lege plekken in de stad (voids) - letterlijk ontstaan door het uit elkaar vallen van gebouwen - zijn een teken van het ontbreken van een nieuwe laag in de stad, maar vormen te-gelijkertijd de beste representatie ervan. Het ontwerp van Sanaan Bensi ontsnapt aan een koppe-ling met een specifieke functie en is een monument voor de void. Het maken van tekeningen ziet

    Ook Ruben Bergambagt studeer-de af op een locatie in Havana. In zijn analyse probeerde hij een gegeven stedelijke ruimte te herleiden naar de elemen-ten tijd, ruimte en beweging. Grafische, computer gestuurde boolean-operaties bleken hierbij een uitstekend hulpmiddel. In zijn ontwerp keert Bergambagt het proces om met booleans liet hij het programma van een groot wellnesscentrum (wel een merkwaardig programma voor het straatarme Havana) vertalen

    Sanaan Bensi als een manier van balanceren tussen herinneren en vergeten: een potische kijk op het ontwerpproces. Buiten-gewoon treffend is de maquette van dit afstudeerproject, waarin de bouwblokken rondom de lo-catie letterlijk als zandlopers zijn uitgevoerd. Straks raakt Havana echt op.

    tot ruimten. Het resultaat is een buitengewoon rijk en complex ontwerp, dat tot in de puntjes is uitgewerkt. Ondanks de schijn-bare generieke werkmethode is Bergambagt volledig in controle over de ruimten. In de bouw-kundige uitwerking laat hij echter met opzet een deel van die controle los door materialen toe te passen die op verschil-lende snelheden verouderen en daarmee gestalte geven aan de factor tijd.

    ruben bergambacht havana

    negar sanaan bensi havana

  • jaargang 5 2010 nr. 30 29

    afstudeeratelier

    fragmenten

    RELAX

    ENTRANCEWELLNESS

    WELLNESS

    SAUNA

    SAUNA

    TECHNICALROOM

    HOTEL

    LANDSCAPE

  • jaargang 5 2010 nr. 3030 fragmenten

    border conditions

    Het project van Carolien Schip-pers, dat zoals de titel passages of time suggereert, gaat op alle niveaus een dialoog met de tijd aan. Vanaf de analyse van de veranderingen van de stadsrand van Kiev, via de keuze van een programma (stadsarchief) tot de architectonische uitwerking. Het archief als een utilitair mechanisme voor het collectief en persoonlijk geheugen, wordt verbeeld door het ruimtelijke organisatieprincipe van het labyrint.

    Door transparanties tussen de verschillende paden van het labyrint kan de bezoeker de over-lapping van heden, verleden en toekomst ervaren. De structuur daarentegen is gebaseerd

    Meer voorbeelden van bijzondere pro-

    jecten, waarbij de tijd als misschien wel

    de ultieme context van de gebouwde

    omgeving wordt erkend, zijn opgeno-

    men in het boek Border Conditions.

    Dit boek, met bijdragen van studenten,

    docenten en internationale critici

    onder redactie van Marc Schoonder-

    beek verschijnt in juli 2010 bij Archi-

    tectura & Natura Press in Amsterdam.

    www.architectura.nl

    carolien schippers kiev

    op het stapelen: een onherroepe-lijk chronologisch principe. Het ontwerp is niet alleen concep-tueel sterk, maar ruimtelijk intelligent en architectonisch adembenemend mooi.

    &

    -

    "

    -

    0

    3

    "

    -

    &

    -

    -

    "

    -

    &

    3

    "

    &

    -

    CHIMNEY

    GARAGES

    ISOLATION

    OLDNEW

    FARM

    RUBLE

    BARRIER

    CONTROLOFFICE

    EXIT

    INVASION

    GARDEN

    FUNNEL

    SCARSCLOSED

    COLORS

    TREETERRITORY

    FLOWERPOTDEPTH

    KITCHEN COFFEE

    TRANSPORT MATERIAL

    DOGHILLCAMERA GUARD CARENTRANCE

    CHECKPOINT

    LIVINGROOM

    HIDDEN STORAGEGATE SCREEN

    BAR

    PAVEMENT

    ELECTRICITY

    HOME

    SHOP MYSTERYWATERFENCELEVELS

    PATTERNLAYERS

    FOREST

    CODE

    CITYEDGE

    PIPES

    STACKS

    BED46

    SOLUTIONWC

    MARKET

    ASPHALT

    Archiprix-winnaar Max Rink ont-wierp een gigantische markthal in Tallinn. Tegen de achtergrond van de hyperkapitalistische vast-goed-bubbel van deze Baltische stad creerde hij een complex gebouw met een adembene-mende ruwe schoonheid. Het gebouw distantieert zich niet van de chaos, hectiek en viezigheid van de markt, maar wil het juist omarmen. De betonnen en hou-ten wanden nemen de geuren en sappen van de markt op en worden met de tijd rijper en rijker

    Hoda Khanbani maakte een func-tieloze ruimte, net als het project van Sanaan Bensi, maar in een tegenovergestelde context: New York. Ze schrijft hierover: Before, I have dreamt of going to New York. Once inside I couldnt find it. [..]. This city was just happening once; each moment was producing a new one. Death was as certain as life. New York deals with decay in a contradictory way. Voor haar paviljoen gebruikt Khanbani bouwstaal dat rond Broadway Junction in Brooklyn is opgesla-

    aan betekenis. Rink wil volgens zijn eigen woorden een architec-tuur scheppen die verontrust door haar schaal en gebrek aan perfectie, maar tastbaar wordt door gebruik en materialisatie. Een ruimte die wil overgenomen worden. Een tegenhanger van de shopping mall.

    gen. Het paviljoen is in feite een potische interpretatie van het cradle-to-cradle principe en heeft een tijdelijk en een permanent deel. De tijdelijke elementen wor-den door detaillering beschermd tegen weersomstandigheden en kunnen gemakkelijk worden gedemonteerd en hergebruikt. De permanente delen worden overgeleverd aan het verval. Het is een uitzonderlijke maar toch treffende representatie van de tijd.

    max rink tallinn

    hoda khanbani new york

  • jaargang 5 2010 nr. 30 31fragmenten

    afstudeeratelier

    &

    -

    "

    -

    0

    3

    "

    -

    &

    -

    -

    "

    -

    &

    3

    "

    &

    -

    CHIMNEY

    GARAGES

    ISOLATION

    OLDNEW

    FARM

    RUBLE

    BARRIER

    CONTROLOFFICE

    EXIT

    INVASION

    GARDEN

    FUNNEL

    SCARSCLOSED

    COLORS

    TREETERRITORY

    FLOWERPOTDEPTH

    KITCHEN COFFEE

    TRANSPORT MATERIAL

    DOGHILLCAMERA GUARD CARENTRANCE

    CHECKPOINT

    LIVINGROOM

    HIDDEN STORAGEGATE SCREEN

    BAR

    PAVEMENT

    ELECTRICITY

    HOME

    SHOP MYSTERYWATERFENCELEVELS

    PATTERNLAYERS

    FOREST

    CODE

    CITYEDGE

    PIPES

    STACKS

    BED46

    SOLUTIONWC

    MARKET

    ASPHALT

  • jaargang 5 2010 nr. 3032

    publicaties

    categorie

    C contemporaine uitgave, hip en glossy B boekenkast-item, tijdloos, monografie N naslagwerk, catalogus, themaboek, jaarboek I inspiratiebron, branchevreemd T technisch-wetenschappelijk, studieboek

    beoordeling

    ***** grafische beeldkwaliteit***** volledigheid architectuur- presentatie, project- documentatie

    ***** diepgang***** toegankelijkheid informatie***** inspiratie

    De op deze pagina's beschreven

    boeken zijn verkrijgbaar bij de

    gespecialiseerde boekhandel, tenzij

    anders vermeld.

    Prijzen zijn richtprijzen.

    de nieuwe traditieIk wilde dit boek heel graag heel goed

    vinden. De titel geeft een contrastrijk

    werkveld aan en de inhoud is span-

    nend, met hoofdstukken ingedeeld

    op schaal, voorzien van begeleidende

    essays. De beeldselectie is fris en mooi

    gekozen. Het belooft nogal wat. Maar

    het geheel verliest aan kracht door

    het ontbreken van een rode draad. De

    verhalen komen wat clichmatig over

    en de beelden stroken niet overal met

    de tekst. En dat is jammer want het

    onderwerp is actueel en de presenta-

    tie aantrekkelijk. Er mist een duide-

    lijke conclusie en mede daardoor blijft

    na het lezen weinig hangen, helaas.

    Voor wie het boek bedoeld is blijft mij

    ook onduidelijk. Te serieus voor op de

    koffietafel; te warrig voor het archief.

    PHA

    H. Ibelings, V. van Rossem De nieuwe

    traditie, Continuteit en vernieuwing

    in de Nederlands architectuur SUN

    Architecture ISBN 978-9-0805-6692-

    7 272 paginas 35 euro kleur

    Nederlands- en Engelstalig

    0 23 0 21 0 18

    B N *****

    1000 tips van 100 architectenDe opzet van dit boek was om de

    architecten zelf aan het woord te

    laten in plaats van hun projecten. Wat

    gebeurt er dan? Een voorbeeld. Tip

    0038: Deze hortus conclusus bevat

    vier citroenbomen en een waterto-

    ren. Mooi plaatje erbij. Interessant?

    Tip? Nou nee. Dit boek had een veel

    strengere redactie moeten hebben;

    het idee is namelijk wel goed. Maar

    veel architecten gaan ermee aan

    de haal en gebruiken het als een

    uithangbord... voor hun projecten.

    Waarmee het boek op veel aspecten

    een doorsnee bundel van verzameld

    werk is geworden. De architecten die

    het wel hebben begrepen, maken het

    gelukkig een beetje goed. Daarom een

    nieuwe titel: 468 Tips van 59 Architec-

    ten met 1000 Leuke Plaatjes. CK

    Sergi Costa Duran, red. 1000 Tips

    van 100 Architecten Librero | Loft

    Publications Kerkdriel, 2009 ISBN

    978-9-0576-4751-2 320 paginas

    20 euro kleur Nederlandstalig

    N *****

    working with clayGebakken klei is wellicht het meest

    tijdloze materiaal op aarde. De

    derde editie van dit Amerikaanse

    handboek speelt in ieder geval wel

    met die suggestie in het hoofdstuk

    De tijdloze wereldgeschiedenis

    van keramische kunst. En - eerlijk

    gezegd - het vakmanschap is in al

    die eeuwen ook bijna onveranderd

    gebleven. Het boek toont technieken,

    kleisoorten en oventypes, laat zien

    hoe je glazuur maakt, aanbrengt en

    op kleur beoordeelt. Een boek voor de

    liefhebber dus, met een klein beetje

    innovatie en inspiratie dat wellicht

    ook voor architecten interessant is.

    Zoals giet- en vormtechnieken en

    wandhoge composities. In de context

    van het thema van deze editie van

    dax is vooral de blijvende kwaliteit

    indrukwekkend. CK

    Susan Peterson Working with Clay

    Laurence King Londen, 2009 ISBN

    978-1-8566-9605-0 240 paginas

    25 euro kleur Engelstalig

    B I *****

    fragmenten

  • 33jaargang 5 2010 nr. 30 fragmenten

    publicaties

    0 15 0 24 0 15 0 21

    pinpoint: key facts + figuresDit is nou echt een handig boek. Het

    is een verzameling cijfers, feiten en

    vuistregels voor iedereen die precies

    wil weten hoe essentile zaken als

    constructies en energiebalansen in

    elkaar zitten. Een Neufert is het echter

    - gelukkig - niet. Er wordt niet gezegd

    hoe een klaslokaal moet worden

    ingericht; alleen het geluidsverloop in

    zo'n zaal wordt onderzocht. De vele

    tabellen, reeksen en voorbeelden wor-

    den met heldere schema's verklaard

    en toegelicht. Zo kun je je kennis

    toetsen en vergroten, heerlijk! En dat

    er achterin nog wat aantekenvellen

    zijn opgenomen is de slagroom op het

    toetje. Wel leerzaam: niet belerend. Zo

    heb ik ze graag. PHA

    Pinpoint: Key Facts + Figures for

    Sustainable Buildings B. Keller &

    S. Rutz, red. Zrich, 2010 ISBN 978-

    3-0346-0120-7 280 paginas

    50 euro zwart-wit Engelstalig

    B T *****

    serres & oranjerienHet lijkt standaarwerk, maar is een

    oeuvreboek van iemand die zich heeft

    gespecialiseerd in serres, tuinkamers

    en kassenbouw: Luc DHulst uit Zand-

    hoven, Belgi. Even op het verkeerde

    been gezet, maar toch gedoken in

    een aaneenschakeling van beeld met

    drietalige toelichting. DHulst kan

    gebouwen omlijsten met glas. Voor

    de bewoners van de getoonde panden

    zijn de bouwwerken van metaal en

    glas ongetwijfeld een aanwinst, zowel

    in aanzicht als gebruik. Rank waar

    het kan, stevig als het moet. Rond, el-

    lipsvormig of juist recht: dit boek laat

    wel zien waar je (als ontwerper n

    opdrachtgever) op moet letten en wat

    de juiste ontwerpcriteria zijn. CK

    I. Pauwels Serres & Oranjerien. De

    sierlijke creaties van Luc DHulst Lan-

    noo Publishers Arnhem 2008 ISBN

    978-9-0209-7702-8 224 paginas

    40 euro kleur Nederlands-, Engels-

    en Franstalig

    B N *****

    imagine 04: rapidsMet dit deel van de Imagine serie

    wordt een bijdrage geleverd aan inno-

    vatie in de bouwketen. De beschreven

    productiemethoden en -technieken

    horen thuis bij de Fast Moving Consu-

    mer Goods waarbij wordt uitgegaan

    van een omkering in het bouwproces.

    De mogelijkheden van technische

    oplossingen zijn uitgangspunt voor

    het ontwerp, in plaats van oplos-

    singen voor contextuele problemen.

    Projectspecifieke oplossingen zijn,

    dankzij deze procesontwikkeling, even

    eenvoudig en efficint te produceren

    als herhalende elementen. Zo worden

    gebouwelementen of aansluitdetails

    integraal afgestemd op de gewenste

    functionaliteit zonder beperkt te

    worden door de beschikbare produc-

    tietechniek. Actueel en informatief.

    JHE

    Rapids, Imagine 04 U. Knaack, red

    010 Publishers, Rotterdam 2010 ISBN

    978-9-0645-0676-5 128 paginas

    25 euro kleur Engelstalig

    C N *****

    building with water Een grote verzameling verschillende

    projecten die uiteraard, met water

    te maken hebben. Voorin een aantal

    verhalende essays, daarachter een

    stuk of twintig mooi gepresenteerde

    projecten die allemaal 'iets met water

    hebben'. Veel verder dan dat kom het

    vaak ook niet, en daarom is de titel

    wel een beetje misleidend: het had

    beter 'Bouwen met inachtneming van

    water' kunnen heten. Een (nog) niet

    gebouwd paviljoen van een internati-

    onaal bekende architect aan de rand

    van een meer is veel minder interes-

    sant dan een (echt) drijvend huis.

    Van Falling Water tot een zelfinge-

    nomen uitlating van Zaha Hadid:

    hebben we de afgelopen halve eeuw

    zo weinig geleerd met zijn allen? Jam-

    mer. PHA

    Building with Water Zo Ryan et al

    Birkhuser Basel 2010 ISBN 978-3-

    0346-0156-6 160 paginas kleur

    Engelstalig 60 euro

    N T *****

  • jaargang 5 2010 nr. 303

    verval.je houdt het niet tegen

    fragmenten

    Rob Nijsse, constructief ontwer-per bij ABT in Velp en hoogleraar aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft, bespreekt in elke editie van dax een onbegrijpelijk fenomeen.

    De sterfelijkheid van de mens, de aftakeling van een gebouw. Wat hebben zij direct met elkaar te maken? De mens wil zoveel mogelijk en als het kan nog bij leven. Dat duurt maar kort, verhou-dingsgewijs. Een gebouw is meer gebaat bij een langetermijn visie. La Divina Commedia kan het mooi verwoorden, maar de dagelijkse realiteit geeft een nuchter beeld van de mens in conflict met zijn omgeving. Als het om aftakeling gaat.

    Het thema van deze dax is verval, de aftakeling. In dax hebben we het over gebouwen, maar gebou-wen zijn gemaakt door en voor mensen. Laten we daarom daar maar beginnen met de Onbegrijpelijke Lichtheid van het Bestaan van de Mens. Wanneer het precies begint is moeilijk aan te wijzen, maar ergens richting de leeftijd van twintig jaar begint voor ieder mens de aftakeling, het verval. Groeide je eerst nog - zowel in de lengte als de breedte - en werd je steeds sterker, nu is de groei voltooid en leidt de weg alleen maar naar beneden. Eerst is het nog niet zo duidelijk en denk je mis-schien valt het wel mee. Maar halverwege je leven, zo tegen de veertig jaar, wordt het echt duidelijk. Het huis waarin je woont - je lichaam - kan niet alles meer. Bij het sporten loopt de jeugd je fluitend voorbij en allerlei pijntjes en kwalen beginnen je aandacht te vragen. De onrust slaat toe, je beseft dat je sterfelijk bent. Het mooist is dit verwoord in de eerste regels van de rond 1320 geschreven La Divina Commedia van Dante Alighieri uit Florence.

    twijfelTja, de existentile twijfel. De twijfel van het be-staan. Oftewel: waar doen we het allemaal voor? Mooi verbeeld door de Franse graveerder Gustave Dor zien we Dante staan in het midden van zijn leven. Hij kijkt om, een beetje angstig, rondom hem een donker bos vol verborgen gevaren, doornige struiken houden zijn kleed vast en tentakelachtige wortels bewegen naar hem toe. Toch gaat Dante verder om zijn mystieke reis door het Rijk van het Hiernamaals te vervolgen. Eerst de Hel, dan de Louteringsberg en tot slotte de Hemel. Eerst dus naar beneden langs de zeven spiraalvor-mig aflopende cirkels van het Purgatorio, de Hel waar de zondaars hun straf ondergaan. Niet de plaats waar je zijn moet.

    Kennen we nog de zeven hoofdzonden? Vooruit dan maar, dan kan iedereen zichzelf eens kritisch tegen het licht houden in de christelijke betekenis van het woord: Trots, Afgunst, Toorn, Traagheid, Hebzucht, Vraatzucht en Wellust, dit alles in een te veel. De zondaars die hun eeuwig durende straf ondergaan zijn opgesloten in ringen van vuur, worden gemar-teld door monsters of gekweld door onbedwingbare verlangens. Aardig om te weten is dat de onderste ring bestaat uit mensen ingevroren in het ijs. Zij hebben de ergste zonde begaan: zij hebben iemand die van hen hield bedrogen. U bent dus gewaar-schuwd.

    het kan alleen maar minder wordenOverigens een prachtig architectonisch beeld: die spiraalvormige Hel met verschillende niveaus. Of moet ik zeggen: een prachtig stedenbouwkundig beeld? Maar goed, deze dwaaltocht van Dante - een metafoor van ieders leven ter stichtelijke lering en (sadomasochistisch?) vermaak - is een leuke aanzet tot het eigenlijke onderwerp van deze (wederom) Onbegrijpelijk. We gaan het hebben over het ouder worden, niet van een mens maar van een gebouw. Die worden namelijk ook ouder in de betekenis van slijten, verweren en dingen die het niet meer doen. Er zijn architecten die bewust een week leegstand inplannen direct na de oplevering om zo mooi mogelijke fotos van hun creatie te kunnen laten maken. Bij voorkeur door Christian Richters. Daarna kan het alleen maar minder worden, zo weten deze vooruitdenkende architecten. En dat wordt het ook.

    onderhoud doet slijtenVervuiling kun je nog wel tegen gaan door wassen en reinigen, maar ook daar slijt de boel weer van. Kleur verbleekt, materiaal brokkelt af, barsten verto-nen zich in het eens zo glanzend strakke oppervlak:achteruitgang, de Tand des Tijds. Ik heb wel eens een opdrachtgever zo mooi van het ontwerpteam horen verlangen dat het gebouw met waardigheid oud kan worden. Dat gun je ieder mens ook! Maar helaas is de werkelijkheid anders. Actie is geboden om alle gebreken te herstellen. Dus de handen uit de mouwen, geld te voorschijn getoverd (de slimme boekhouder of de verstandige huisvader of -moeder heeft geld hiervoor opzij gelegd, de afschrijving) en aan het werk.

    onbegrijpelijk

    Purgatoria: de Hel volgens Dante

  • jaargang 5 2010 nr. 30 3fragmenten

    Schilderen, oud materiaal demonteren en opnieuw aanbrengen. Na afloop kan het gebouw aan zijn tweede jeugd beginnen op weg naar ..tja.. de derde jeugd die begint na weer een tijdje in de steigers en de stofschotten te hebben doorgebracht. Mooie werkgelegenheid voor de lagergeschoolden, zo kan je terecht opmerken, want niet iedereen kan de geniale architect, IT-deskundige, chirurg of advocaat zijn.

    ik wil winst en nMaar om in dit Olympische jaar Henk Gemser te citeren: Dat kan beter! Het toepassen van materi-alen die weinig of geen slijtage of corrosie vertonen - zoals hogesterkte beton of roestvast staal (niet roestvrij staal, want dit is ieder schoongewreven staalplaat voor korte tijd) - zou een belangrijke stap in die richting zijn. Voor gebouwen die uit deze materialen zijn opgebouwd ligt het onderhoud vele malen lager. Met een financieel voordeel voor de

    eigenaar n een voordeel voor het milieu, want er wordt minder materiaal gebruikt en er is minder rotzooi die het milieu aantast. Vervelend alleen is dat de meer-investering in de stichtingskosten van het gebouw door de eigenaar pas na verloop van tijd wordt terugverdiend. Als de bouwer of ontwikkelaar niet dezelfde persoon of instantie is als de eigenaar (en dat is vaak het geval) dan is er dus een probleem. Of, zo zou je simpel kunnen denken, de koper moet bereid zijn meer te betalen, want hij kan het later weer terugverdienen in onderhoud en exploitatiebe-sparingen. In het kortetermijn denken waarvan onze moderne maatschappij doordrenkt is, gaat dat nooit op. Ik wil voordeel en winst en ik wil het NU! Dat zal dus moeten veranderen. Ik wens de mensen van postbus 51 veel sterkte toe. Rob Nijsse

    In het midden van de reis door ons levenHervond ik mijzelf in een duister woud

    Want de rechte weg was geheel verloren

    O, wat een hard ding is het te zeggen

    hoe het was

    Dat woeste en ruwe en

    ondoordringbare woud

    Dat in de gedachte mij de vrees hernieuwt!

    Zo bitter is t, dat de Dood

    dat nauwelijks meer is:

    Maar om te verhalen van het Goed

    dat ik er vond,

    Zal ik spreken van de andere dingen

    die ik er gewaar werd.

    tekst uit La Divina Commedia van

    Dante beeld door Gustave Dor

    onbegrijpelijk

  • www.luvatakoper.nl

    Nordic Standard Nordic Decor Nordic Brown Nordic Brown Light Nordic Royal

    Nordic Brass Nordic Green Nordic Green Living Nordic Blue Nordic Blue Living

  • docu

    men

    tatiegasthoofdredacteur: A

    bbink X D

    e Haas architectures

    detail gevel De Korrels, Haarlem architect Abbink X De Haas architectures foto Ruud Stobbe via VPT Versteeg, www. vptversteeg.nlwww.luvatakoper.nl

    Nordic Standard Nordic Decor Nordic Brown Nordic Brown Light Nordic Royal

    Nordic Brass Nordic Green Nordic Green Living Nordic Blue Nordic Blue Living

  • jaargang 5 2010 nr. 303 discussie: tijd en verval

    in gesprek

  • jaargang 5 2010 nr. 30 39discussie: tijd en verval

    Op een prachtige, maar wel wat koude locatie - een verlaten tuincentrum in Amsterdam-Noord - vond in maart een rondetafelgesprek plaats met het thema 'Tijd en verval. Een multidisiplinair gezelschap naam deel aan het gesprek, dat de rol van verval (en de daaraan gerelateerde term duurzaamheid) in onze huidige maatschappij in kaart wilde brengen. Behouden, vernieuwen of opnieuw bouwen? Met een groeiend aandeel bestaand in de opdrachtenportefeuille, komen architecten en opdrachtgevers steeds vaker voor die keuze te staan. Een antwoord is niet zonder-meer gegeven en ook zeker afhankelijk van de tijdsgeest waarin de vraag wordt gesteld.

    de architect als beheerszuchtig vakmanMicha de Haas: Ondanks de wens van architecten om hun ontwerpen vooral onder controle te hebben, is er ook een hang naar dingen die de tijd laten zien. Tijdens vakanties genieten we van afgebladderde gevels en zeggen we tegen elkaar Mooi! Niets meer aan doen! Thuis moet alles onderhoudsvrij zijn, voldoen aan garantievoorwaarden en woonborg. Hier en daar zie je een vertaling van die vakantie-gevoelens - en dan noemen we het romantiek. Dat vertaalt zich in instant verouderde gevels en daken met voorgepatineerd koper of bijvoorbeeld meubels van sloophout. Verval wordt - ons inziens - te vaak gezien als een probleem dat moet worden opgelost. We hebben dat gezien bij het kiezen van weervast staal voor de gevel van De Korrels (het omslagartikel, red.). In plaats van het begin van een nieuw leven op die plek - zoals wij het zagen - werd het economisch potentieel van het project in twijfel gebracht.. alleen al door de keuze van het gevelmateriaal. Oliver Thill: Dat klinkt als een pleidooi voor roman-tiek!Micha de Haas: Nee, zo zien we dat niet. Voor ons is veroudering een belangrijk aspect van het ontwerp. En als een belangrijk argument in de keuze voor renoveren, restaureren of hergebruik.Peter Moser: Opdrachtgevers hebben moeite met de natuurlijke effecten van materialen. Wij moeten de veroudering van materialen met duidelijke marges in kaart brengen, daar afspraken over maken. Voor investeerders en gebruikers heeft de veroudering van materialen een heel andere betekenis. We merken dat er bij stedenbouwkundige ontwikke-

    tijd en verval.over respect en vernieuwing

    lingen nog wel eens moeilijke situaties ontstaan. Dan worden voor gebouwen nabij bestaande oude gebouwen andere materialen voorgeschreven als contrast of moet het juist rustiek, in samenhang. Dan krijg je moeilijke discussies over het verwach-tingspatroon. Ook daarom is er een noodzaak tot het vastleggen van veroudering, bijvoorbeeld met keurmerken.Marc a Campo: Architecten zijn panisch voor de natuur: wind, regen, beestjes.. het zijn directe bedrei-gingen voor ons werk. We hebben angst voor de dood en voelen ons Hansje Brinker, met zijn vinger in de dijk. We zijn tachtig procent van onze tijd bezig om beschutting te genereren. Daar is niks roman-tisch aan.Edwin Oostmeijer: Ik heb een tijd gewoond in een rune, in de Franse Ardche. Cest la nature qui fait le manger, zeggen ze daar. De natuur eet het op. Die rune was een schitterend gebouw, zo sterk. Het heeft mee heel erg geholpen met nadenken over het Bolwerk in Utrecht, dat toen nog een pril project was. Het heeft me geleerd om te beginnen met een groot geheel en dan de focus steeds een tandje gedetailleerder te zetten. Als opdrachtgever moet je geld, maar vooral bereidheid hebben om de beste materialen en beste detaillering te kiezen.Allard Jolles: Is niet ieder werk van een architect een nieuwe variant op de oerhut? Die natuur moeten we vooral buiten laten.Anne Hemker: Dat tot kunst verheffen van het be-heersen van de natuur noemen we beschaving.Oliver Thill: En dan zie je soms dat architecten - heel recent nog David Chipperfield - het natuurlijk verval willen vasthouden. Welke boodschap wil je daarmee afgeven? Verval wordt geromantiseerd. Er speelt een idolatie van het verval. Alsof runes door God zijn aangeraakt. Lees Safranski er maar op na.Job Roos: Verval is de opmaat tot herbestemming of grootse renovatie - het is de directe tegenhanger van beheerszucht. En dat terwijl beheerszucht heel erg bij architecten hoort: we willen graag dictaat geven aan alle keuzes, zeker die van bouwmate-rialen. De drang naar beheersing is onlosmakelijk van ons vak. Ik zie in dat opzicht ook veel overeen-komsten tussen functioneel verval en esthetische veroudering: ze hebben beide betrekking op die beheerszucht.Anne Hemker: Maar niet gebruiken is funest: een gebouw vervalt pas echt als je het niet gebruikt.

    in gesprek

  • jaargang 5 2010 nr. 300 discussie:tijd en verval

    in gesprek

    architectuur en de gebruikerMarc a Campo: Bij verval denk ik ook vaak dat de gebruiker niet meer van het gebouw houdt.Allard Jolles: Van stilstaande lucht wordt niemand blij: het gebruik is van wezenlijk belang voor een gebouw. Maar voordat je iets gaat doen aan een monument is het maken van afspraken met alle be-langhebbenden cruciaal. Die samenwerking begint al voor de eerste schets. Wanneer grijp je in en wan-neer niet? Waar ligt de grens? Want soms moet je de gebruikswaarde aanpassen aan de waarde van het erfgoed. Als je de huidige (energie-) normen loslaat op een monument uit 1610 heeft dat verstrekkende gevolgen. Dus soms moet je ook binnen een extra jas aan als het koud is en soms kan niet het hele pand rolstoeltoegankelijk worden gemaakt.Marc van Broekhuijsen: Daarmee sluit je gebou-wen met een monumentale waarde dus uit van de regelgeving.Job Roos: Je moet als architect de sensibiliteit en vaardigheid hebben om door het bestaande heen het gebouw te willen ontdekken. Dat is het stukje van je beroep als architect waarbij je functioneert als ingenieur.Micha de Haas: Wanneer laten we een ontwerp los? Je maakt als het ware een nieuw gebouw en dat moet de vrijheid krijgen om verder te leven. Het is vanaf dat moment voor een groot deel toever-trouwd aan de gebruikers.

    Peter Moser: Maar wat als die gebruikers het ge-bouw niet gebruiken in overeenstemming met het idee van de architect? Ik moet nu opeens denken aan al die televisieschotels die op gebouwen werden gezet. Nu maken we voorzetgevels die het aan-zicht van die schotels weer afschermen. De meeste aanpassingen aan gebouwen worden direct na ge-maakt, als antwoord op vragen van de gebruiker of opdrachtgever. Is het oorspronkelijke idee dan niet goed, of het idee van de gebruiker beter?Moriko Kira: De huidige normen zijn niet ingespeeld op de veranderingen in ons leven. De beweging in de stad en maatschappij is niet te voorspellen. Normen maken geen onderscheid tussen tijdelijke en permanente ingrepen aan gebouwen. In onze bouwpraktijk zie je dat de periode vanaf het eerste ontwerp zo lang duurt, dat het gebouw bij opleve-ring al een beetje achterhaald is.

    de architect en zijn onsterfelijke dadenJob Roos: Alles wat met geschiedenis te maken heeft, is wel een hype op dit moment. Het bepaalt in zekere mate de attitude die je als ontwerper hebt met het omgaan met bestaande dingen. Al in de jaren tachtig stonden wij voor die keuze bij de res-tauratie van een begraafplaats - een heel gevoelige locatie. We besloten toen het verval niet te stoppen, maar te begeleiden. Tegelijkertijd geef je de nieuwe

    Op uitnodiging van onze gasthoofd-

    redacteuren Micha de Haas en Angie

    Abbink vond het rondetafelgeprek over

    Tijd en verval plaats in een verlaten

    tuincentrum in Amsterdam-Noord.

    foto's Vincent Basler, Delft,

    www.vincentbasler.nl

    In periodes van verval ontstaat ruimte voor creativiteit Irene Ponec

  • jaargang 5 2010 nr. 30 1discussie: tijd en verval

    job roos is architect en UHD/chair/visiting critic

    bij r-MIT aan de TU Delft en was de cordinerend

    architect bij de totstandkoming van de nieuwe

    huisvesting voor de Faculteit Bouwkunde,

    BK-City, de herbestemming van het voormalig

    hoofdgebouw van de TU Delft.

    www.braaksma-roos.nl

    marc a campo is architect-directeur bij ADP

    architectuur design en planning, dat vooral

    werkzaam is in de particuliere sector en het

    bedrijfsleven. Hij stelt dat het succes van een

    gebouw omgekeerd evenredig is met de snel-

    heid waarmee het wordt getransformeerd of

    afgebroken. www.adp-architecten.nl

    peter moser is commercieel directeur bij

    VPT Versteeg. VPT is producent van metalen

    gevel(cassette)systemen met als specialisme

    complexe paneelvormen voor toepassingen op

    verschillende gebouwtypen.

    www.vptversteeg.nl

    marc van broekhuijsen werkte als projectarchi-

    tect bij Claus en Kaan aan De Bazel en Museum

    Kamp Vught. Vanaf 2007 werkt Marc als senior

    architect bij ONB architecten en adviseurs te

    Utrecht aan transformatie- en duurzaamheids-

    projecten zoals De Kameel van Noord in Buik-

    sloterham. www.onb.nl

    allard jolles is architectuurhistoricus. Hij werkt

    als afdelingshoofd bij het Atelier Rijksbouw-

    meester en houdt zich bezig met stedelijke

    vernieuwing, verstedelijking en architectuurbe-

    leid. Eerder was hij popmuzikant, columnist en

    werkzaam bij de Dienst Ruimtelijke Ordening

    van Amsterdam.

    moriko kira is architect. In 1995 kreeg Moriko

    Kira de basisprijs toegekend van de Prix de

    Rome. In 1996 richtte ze haar eigen bureau op

    in Amsterdam en van 1998 tot 2003 heeft ze als

    architect gewerkt voor de Rijksgebouwendienst

    in Den Haag.

    www.morikokira.nl

    oliver thill is architect bij Atelier Kempe Thill

    architects and planners. Het Rotterdamse bureau

    werkt onder meer aan een aantal publieke

    transformatie-opgaves in Nederland, Belgi en

    Duitsland.

    www.atelierkempethill.com

    irene ponec is projectontwikkelaar voor

    woningcorporatie Ymere. Irene ziet innovatie als

    een gezamenlijke verantwoordelijkheid: inspelen

    op veranderende omstandigheden, zoals bijvoor-

    beeld de eindige grondstoffenvoorraad.

    www.ymere.nl

    anne hemker is is zelfstandig socioloog en werkt

    sinds 2007 onder de naam Stadstij. Zij houdt zich

    met name bezig met stedelijke vernieuwing,

    hergebruik en de nacht. In projectverband werkt

    zij samen met ontwikkelaars, onderzoekers, archi-

    tecten en kunstenaars.

    www.stadstij.nl

    ronald van warmerdam is als manager en ont-

    wikkelaar van overheidsgebouwen werkzaam bij

    het Project Management Bureau van Amsterdam.

    Sinds 2007 zit hij in het gemeentelijk klimaat-

    bureau dat belast is met de CO2-reductie van de

    gehele stad. Hiervoor was hij tien jaar actief als

    architect en acht jaar bij een aannemer.

    edwin oostmeijer is opgeleid als journalist en

    werkt nu als zelfstandig projectontwikkelaar van

    bijzondere woningbouwprojecten. In 2006 is

    hem de Gouden Piramide uitgereikt voor woning-

    bouwproject 'Het Bolwerk' in Utrecht. Hij is voor-

    zitter van de Utrechtse Dag van de Architectuur

    en bestuurslid van de Stichting Europan.

    jan-paul koning is architect en oprichter van

    het bureau Joenit010. Eerder heeft hij gewerkt bij

    onder andere FARO architecten en Abbink X De

    Haas architectures.

    www.joenit010.nl

  • jaargang 5 2010 nr. 302 discussie:tijd en verval

    in gesprek

    dingen die je laat ontstaan een eigen identiteit, een eigen aanleiding in de geschiedenis, de tijd en het verval. Het is heel afhankelijk van de sensibiliteit van de betrokken personen: als je het wilt zien, heeft verval een grote schoonheid. Maar een dergelijke opgave is ongelooflijk veel complexer dan een nieuwbouwopgave.Marc a Campo: De samenleving verandert snel - daarmee ontstaat een behoefte aan eigenheid en zijn de verhalen die een plek vertelt veel belangrijker geworden. Bestrijden van verval wordt van oudsher in ons land gezien als een vorm van beschaving: je moet je eigen tuintje aanharken. Maar er is ook een tegenbeweging die alles de eigen gang wil laten gaan.Micha de Haas: Dat verval als minder positief wordt gezien - ook al is er de hang naar geschiedenis - is dat een vorm van Westers materialisme?Moriko Kira: Ja, dat denk ik wel. In de Oosterse cul-tuur is het veel meer geaccepteerd dat alles vervalt en verandert. Je kunt dat zien aan twee duidelijke stromingen in de bouwtechniek: er worden daar bunkers gebouwd en gebouwen met een los jasje. De term onderhoudsvrij vind ik ook plat. Verval zie ik als een dynamisch proces, net als ontwerpen dat is. In onze bouwpraktijk zie je dat de periode vanaf het eerste ontwerp zo lang duurt, dat het gebouw bij oplevering al een beetje achterhaald is.Micha de Haas: Het door mij ontworpen en in 2001 opgeleverde Aluminium Centrum in Houten verou-dert niet. Dat is enerzijds mooi, maar ook verontrus-tend: het voelt bijna onnatuurlijk. Soms is archi-tectuur in de fase van verval op zijn mooist. Kijk bijvoorbeeld naar Zonnestraal. Daar ging de charme na de renovatie er toch een beetje van af.Allard Jolles: Een gebouw dat mooi is bij de ople-vering, kan later mooi verouderen. Dan wordt het anders mooi. Waarom vinden we een rune mooi? We zien er onze eigen sterfelijkheid in. Wees blij dat het allemaal doodgaat!

    zorgen voor architectuurMicha de Haas: Onderhoud hoort bij bewoning en gebruik. Zo hechten mensen aan hun huis, aan hun omgeving. Als je een zogenaamd onderhoudsvrij gebouw oplevert, dan doe je de gebruiker en de stad in the long run geen goeds.Irene Ponec: Maar dat kan je de bewoners niet

    aandoen! Als je ervoor kiest om op een woonboot te leven, dan weet je dat je elke twee jaar moet schilderen. Dat moet je leuk vinden of kunnen laten doen. Door woningcorporaties wordt beredeneerd vanuit wooncomfort: als dat niet meer voldoet, moet je ingrijpen.Edwin Oostmeijer: Het heeft ook te maken met de mate van acceptatie van verval. In Frankrijk en Duits-land wordt een beetje schade aan een stucgevel ge-accepteerd. Dat heeft alles te maken met culturele identiteit. In Nederland wordt er sneller negatief gereageerd.Job Roos: Schoonheid betekent in ons land vaak dat alles blijft zoals het was. Ik woon zelf in een heel mooi aluminium gebouw - een onderhoudsarm materiaal zou je denken. Maar omdat het aan de kust ligt, vervuilt het wel. En daarom moet er twee keer per jaar een hoogwerker komen om het schoon te maken. Dat is een kostbare zaak. Maar inderdaad - dat heb je er dan voor over.Oliver Thill: Ik vind dat de discussie hier het randje van decadentie raakt. Of verval mooi is of niet, dat is ook afhankelijk van de economische toestand: die bepaalt wel degelijk de hang naar het ene of het andere.

    bouwen voor de eeuwigheidOliver Thill: Voor mij zou de discussie zich meer moeten richten op je grondhouding als architect: wat is je basis? Wij werken niet vanuit recente tradities, maar meer met Romeinse voorbeelden en Vitruvius. Een gebouw moet lang meegaan en mak-kelijk te onderhouden zijn want het is een enorme investering. De exploitatietijd van gebouwen is zoveel korter geworden. De exploitatietermijnen van gebouwen zijn nu maximaal veertig jaar. We moeten kijken of we die periode kunnen oprekken, dat gebouwen langer mee kunnen gaan.Irene Ponec: De discussie over lange of korte exploi-tatietermijn is ook van alle tijden. We bouwen voor de eeuwigheid of voor de vraag van het moment. Na de oorlog zijn veel noodwoningen gebouwd, met de intentie om ze na enige tijd weer af te breken. Het zijn nu monumenten, die we met veel moeite in de markt proberen te houden.Oliver Thill: Ik zie dit als een cultureel verschijnsel: in Japan zouden ze inderdaad na twintig jaar zijn ge-sloopt. Maar ook in Nederland is heel veel gesloopt.

    We willen geen verval behouden. We willen behouden dat het kan vervallen. Je moet geen kunstgebit kopen als je kunt volstaan met n tandartsbe-zoek per jaar Ronald van Warmerdam

  • jaargang 5 2010 nr. 30 3discussie: tijd en verval

    En nog steeds. Ik vind dat niet verantwoordelijk: uit economisch oogpunt kan dat gunstig zijn, maar uit het oogpunt van duurzaamheid niet.Moriko Kira: De spanning tussen duurzaamheid en monumentale waarde is enorm. De politiek ziet dat weer heel anders dan architecten.Irene Ponec: Soms moet je accepteren dat een ge-bouw niet meer werkt. En dus slopen. Maar dan wel de materialen hergebruiken.Anne Hemker: De gedachte van Weet je nog? kan een grotere waarde hebben dan het aanzicht van een niet-functionerend gebouw.Allard Jolles: Een gebouw kan door vernietiging een grotere waarde krijgen. Ik noem de Twin Towers, het Paleis voor Volksvlijt of het Barcelona Paviljoen.Marc a Campo: En dan wil ik graag het woonge-bouw van Le Corbusier in Bordeaux noemen als voorbeeld van een mislukte restauratie. Waarschijn-lijk zou Le Corbu nu zeggen Sloop die handel!

    authentieke architectuur?Marc a Campo: Een mooi voorbeeld vind ik toch wel de Amsterdamse grachtengordel. We koesteren het als eeuwenoud monument, maar eigenlijk is alles al een keer opnieuw gebouwd. Kijk maar naar fotos van Jacob Olie van honderd jaar geleden: alles is anders, maar je voelt de sfeer die je ook nu herkent als je er loopt.Micha de Haas: Hoe bepaal je of een gebouw of deel van gebouw bewaard zou moeten worden, authen-tiek is? Vaak hebben oudere gebouwen verschil-lende lagen. Lagen in betekenis, lagen in tijd.Oliver Thill: Het in kaart brengen van de geschiede-nis van een gebouw is een project op zich. Ik vind de Akropolis een goed voorbeeld van een gebouw dat laat zien dat de keuze voor behoud van monumen-ten ook direct gerelateerd is aan het moment dat wordt besloten tot renovatie.Marc a Campo: Het is een belangrijke taak voor een ontwerper: het gebouw kunnen lezen. De geschie-denis van een gebouw zou moeten bepalen wat je ermee moet doen: soms is dat terugkeren naar een bepaalde periode, in andere gevallen ga je er een nieuwe laag aan toevoegen.Job Roos: Het is niet de taak van een architectuur-historicus om de beslissing te nemen, die beslissing ligt mijns inziens bij de architect. Een architectuur-historicus is overigens wel belangrijk bij het in kaart

    brengen van de geschiedenis van een gebouw.Allard Jolles: Vervolgens is het aan de architect om te beslissen of die geschiedenis wordt weggelegd of opgepakt.Oliver Thill: Ik zie wel een duidelijk verschil in de keuze om de geschiedenis te conserveren of het idee van het gebouw te restaureren. In het eerste geval zou een architectuurhistoricus een grotere rol spelen, in het tweede geval de architect.Job Roos: De bewijslast ligt ten allen tijde bij de architect. Een sluitende analyse maken is niet altijd mogelijk, maar een goed verhaal opbouwen wel. Als architect moet je niet autonoom opereren. Op zijn minst moet je de opdrachtgever in je verhaal betrekken.Edwin Oostmeijer: Als het goed is, helpt je opdracht-gever daarbij.Marc a Campo: Een opdrachtgever is per definitie in verval! Zijn rol is zeer tijdelijk. Ook de gebruiker is bij veel opdrachten vrij onzichtbaar. Dus leg je het gebruik ergens neer, geef je het vorm. Probeer je het te voorspellen voor - zeg - dertig jaar.

    architectuur & sociaal vervalMarc van Broekhuijsen: Sociaal verval kan ook een rol spelen in de afweging van factoren. Ik noem als voorbeeld Oud Crooswijk in Rotterdam. Daar is sprake van een enorm veranderende doelgroep en

    Wees blij dat gebouwen ook doodgaan. Het brengt onze eigen sterfelijkheid in perspectief Allard Jolles

  • jaargang 5 2010 nr. 30 discussie:tijd en verval

    Beheerszucht hoort heel erg bij architecten. Wij willen zoveel mogelijk keuzes dicteren, zeker die voor bouwmaterialen Job Roos

  • jaargang 5 2010 nr. 30

    in gesprek

    een huisvesting die daar niet op inspeelt.Anne Hemker: Dat uit zich vooral in de onver-zorgdheid van de wijk en heeft niet per se met de architectuur te maken. Veel mensen die er wonen hebben toch een binding met de plek, ongeacht de gebouwen.Allard Jolles: Architectuur is daar bij veranderings-processen niet het doel, maar kan wel een middel zijn. Dat kan onder andere met verdunning: zorg dat een groep van 500 klagende flatbewoners verandert in 250 blije bewoners. Architect Henk van Schagen heeft met een aantal projecten laten zien hoe je dat kan doen.Micha de Haas: Er is een ander probleem met na-oorlogse wijken. In deze wijken is er meer sociaal verval dan fysiek verval.Allard Jolles: Daar ben ik het niet mee eens. De gebouwen hebben enkel glas, in veel woningen zit schimmel. Daar moet je echt wel wat aan doen en ervoor zorgen dat we er over vijfentwintig jaar niet weer staan.Job Roos: Je moet niet denken dat met slopen en nieuwbouw een perfecte situatie ontstaat.Allard Jolles: De Amsterdamse Pijp is een goed voorbeeld van een wij