Csg psychiatrie 2010 pdf

download Csg psychiatrie 2010 pdf

of 40

  • date post

    28-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    215
  • download

    0

Embed Size (px)

description

http://www.society-lifesciences.nl/fileadmin/user_upload/docs/Publicaties_PDFs/Publiek/CSG-psychiatrie-2010.pdf.pdf

Transcript of Csg psychiatrie 2010 pdf

  • Om gek van te worden Het complexe verband tussen psyche en genen

    Veronique Huijbregts samen met Ingrid Baart

  • Het complexe verband tussen psyche en genen

    Veronique Huijbregts samen met Ingrid Baart

    Om gek van te worden

  • Inhoud

    31 Verschillende onderzoeksrichtingen

    7 Je genen en je psyche17 Onderzoek in Nederland24 Geneticaiseenstukjevandepuzzel

    4 Inleiding

    39 Naar een nieuwe wetenschappelijke basis44 Onderzoeksresultatenstimulerenonzeemancipate49 Van onderzoeksobject tot deelnemer58 Relevanteronderzoekdoorpatintenparticipatie63 Met het oog op de toekomst72 Verklarende woordenlijst

    7

    39

    17

    49

    31

    63

  • 4 5

    Om

    gek v

    an t

    e w

    Orden ...

    InleId

    Ing

    toe meer vragen dan antwoorden op. Dat betekent niet dat alles bij het oude blijft. Want al blijft de praktische bruik-baarheid nog beperkt, het onderzoek naar genen haalt wel allerlei bestaan-de inzichten overhoop. Niet alleen bij onderzoekers en wetenschappers, maar ook bij mensen met psychische stoornissen zelf en hun naasten.

    Dit boekje behandelt wat er tot dus-ver bekend is over de samenhang tus-sen genen en psychische stoornissen, met name depressie, angststoornissen, psychoses en schizofrenie. Ook gaat het in op de verschillende denkbeelden van onderzoekers hierover. Het behan-delt tevens de vraag wat deze nieuwe inzichten betekenen voor patinten of familieleden. Gaan zij hierdoor anders naar zichzelf, hun aandoening, hun naasten en hun leven kijken? Kunnen

    zij er op termijn betere behandelingen of genezing door verwachten? Kant-en-klare antwoorden op de vele vragen over het verband tussen ge-nen en psychiatrische aandoeningen geeft dit boekje niet. Maar het geeft een beter beeld van zin en onzin van onderzoek op het gebied van psyche en genen en van wat dat in de praktijk kan betekenen.

    Inleiding

    Het zit in haar genen, net als bij haar vader. Dat roept een moeder over haar depressieve dochter in de film DeGelukkigeHuisvrouw. Weinig mensen kijken nog op van zon uitspraak. Het verband tussen genen en psychiatri-sche aandoeningen lijkt al bijna een vaststaand feit. Het is slechts een kwestie van tijd tot we van alle aan-doeningen de genetische achtergrond kennen, denken veel mensen. Dan kun-nen we ingrijpen en zorgen dat men-sen niet meer ziek of gek worden. Geweldig toch?

    Zo eenvoudig ligt het in de praktijk niet. Dat wordt des te duidelijker nu in Nederland grootschalig onderzoek plaatsvindt naar het verband tussen genetische eigenschappen van men-sen en psychische stoornissen. De onderzoeksresultaten leveren tot nu

  • 6 7

    Om

    gek v

    an t

    e w

    Orden ...

    InleId

    Ing

    Waardoor ontstaan psychische stoor-nissen? Het antwoord op die vraag zorgt voor een voortdurende discussie tussen onderzoekers, behandelaars en andere betrokkenen. Soms ligt de na-druk op fysieke afwijkingen, op nature, dan weer op sociale en psychologische factoren, op nurture. Onderzoek naar genen, op dit gebied ook wel psychi-atrische genomics genoemd, brengt opnieuw leven in deze discussie. Dit veld van onderzoek probeert verban-den boven water te krijgen tussen ge-nen en psychische stoornissen. Op an-dere terreinen heeft genenonderzoek laten zien dat bepaalde genvarianten een verhoogd risico geven op bepaalde ziekten. Zo zou het voor psychiatrische aandoeningen ook kunnen zijn, dach-ten onderzoekers aanvankelijk. Maar zon direct verband is voor psychische stoornissen niet eenvoudig te vinden. Daarom heeft dit type onderzoek in de psychiatrie zich ontwikkeld tot een zeer complex onderzoeksveld.

    Je genen en je psyche

  • 8Om

    gek v

    an t

    e w

    Orden ...

    20.000 genen per persoon Genomics bestudeert (delen van) het complete dna het genoom van mensen, dieren en

    planten. Elk mens heeft een uniek genoom; het is nooit helemaal hetzelfde als dat van een

    ander mens. Hoe is het genoom opgebouwd?

    In (vrijwel) elke cel van de mens (en elk levend organisme) zit een molecuul met chemische

    informatie over lle genetische eigenschappen van een persoon. Dit zogenaamde dna-

    molecuul bestaat uit ongeveer 3 miljard bouwstenen, en is in totaal 1-2 meter lang. Het zit

    opgerold in compacte pakketjes, chromosomen genaamd. Elke menselijke lichaamscel heeft

    46 chromosomen: 23 van de vader en 23 van de moeder. Sommige delen van het dna bevat-

    ten de informatie voor bepaalde eigenschappen, bijvoorbeeld de kleur ogen. Deze coderende

    delen noemen we genen. Het volledige dna omvat in totaal zon 20.000 verschillende genen.

    Genen op hun beurt coderen voor weer een of meer eiwitten. Dankzij deze eiwitten komen

    de eigenschappen van genen daadwerkelijk tot uiting.

    Ieder mens heeft twee kopien van elk gen: een van de vader en een van de moeder. Hoewel

    iedereen dus in principe dezelfde genen heeft, kunnen de twee kopien per persoon verschil-

    len. De genetische eigenschappen van een persoon, zoals oogkleur, worden bepaald door

    de variatie in de genen. Zo kan de ene kopie van een gen coderen voor blauwe, en de andere

    voor bruine ogen.

    Behalve de coderende delen (de genen), bevat het dna ook niet-coderende delen. Vroeger wer-

    den deze niet-coderende delen beschouwd als junk, afval. Ten onrechte, want inmiddels blijkt

    dat deze delen heel belangrijk zijn bij genregulatie het aan- en uitzetten van genen.

    Mensen hebben ongeveer evenveel genen als andere zoogdieren, maar er bestaan planten

    met veel meer genen. Het aantal genen alleen is dus niet bepalend voor de eigenschappen en

    complexiteit van een organisme. Daarvoor zijn ook andere mechanismen verantwoordelijk.

    Je g

    enen e

    n Je

    psyche

    Eeuwenlang zocht men de oorzaak van psychische stoornissen vooral in het lichaam. Dat veranderde toen Engelse en Franse artsen eind negentiende eeuw sociale en psy-chologische verklaringen zochten voor psychische ziekten. Zij richten hun aandacht op nurture. De bekendste vertegenwoordiger van deze denkrichting is Sigmund Freud. Hij zocht het ontstaan van psychische stoornissen vooral in de relatie tussen het kind en zijn ouders.

    In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd bij toeval de antidepressieve werking van bepaalde medicijnen ontdekt. Door deze ontdekking kwam natureweer meer in beeld. Als psychische stoornissen met medicijnen te benvloeden waren, moesten lichame-lijke processen wel een grote rol spelen bij het ontstaan ervan. Dat inzicht stimuleerde het onderzoek naar het verband tussen het functioneren van de hersenen en gestoord gedrag.

    Maar de ideen van Freud en de psychodynamisch georinteerde navolgers waren nog lang niet uitgewerkt. Hun stem klonk door in de antipsychiatrische beweging in de jaren zestig en zeventig. De psychiaters uit deze beweging zochten de verklaring voor het gedrag van mensen met psychische stoornissen in de sociale en psychologische context, en met name het gezinsleven. In de praktijk was het vaak de moeder die de schuld kreeg van de psychische problemen van haar kind. Hersenonderzoek stond in deze decennia bij velen in een kwaad daglicht, zeker nadat onderzoekers verbanden hadden gelegd tussen zaken als criminaliteit en homoseksualiteit en bepaalde hersenkenmerken. Toch ging dat onderzoek ondertussen wel verder, en niet zonder succes.

    Zo had het onderzoek naar effectieve medicijnen voor de behandeling van psychische stoornissen in de tussentijd niet stilgestaan. Vanaf de jaren tachtig kwamen steeds meer psychofarmaca beschikbaar. Op lichamelijk niveau ingrijpen op de psyche bleek voor steeds grotere groepen mensen met psychische problematiek effectief te zijn. Nature trad hierdoor weer meer op de voorgrond. Bij de behandeling werd het accepteren van en leren omgaan met de stoornis belangrijker dan genezing.

  • 10

    Om

    gek v

    an t

    e w

    Orden ...

    genotype en fenotypeBij genomics-onderzoek keren twee begrippen steeds terug: genotype en fenotype. Het geno-

    type is het genenpakket dat uniek is voor elke mens: het genoom. Fenotype verwijst naar de

    manier waarop deze genen daadwerkelijk tot uiting komen. Een voorbeeld: Als het genotype

    iets zegt over de te verwachten lengte van iemand, dan is het fenotype de werkelijke lengte

    die deze persoon heeft als hij of zij uitgegroeid is. Ziekten en psychische stoornissen zijn te

    beschouwen als fenotypen. Uitgangspunt bij genomics-onderzoek is dat het genoom van

    elke mens daadwerkelijk tot uiting komt in diens eigenschappen of kenmerken. Kennis van

    het genotype zegt iets over de oorzaak van iemands fenotype (in geval ziekte: diagnose)

    en zou het daarom mogelijk maken iemands fenotypische eigenschappen voor een deel te

    voorspellen.

    Je g

    enen e

    n Je

    psyche

    Inmiddels groeit het verzet tegen het toenemende medicijngebruik voor veel psy-chische stoornissen. Critici vinden dat er te gemakkelijk naar deze medicijnen wordt gegrepen. Zij stellen zich de vraag of omgevingsfactoren bij het ontstaan van de aandoe-ningen niet ten onrechte buiten beeld blijven.

    Met het genetisch onderzoek naar verbanden tussen menselijke eigenschappen en genen krijgt de discussie tussen nature en nurture een nieuwe impuls. Dit onder-zoek werpt een nieuw licht op de ingewikkelde dwarsverbanden tussen natuur en omgeving.

    Grootschalig onderzoekWetenschappers als Mendel en Darwin zochten al in de negentiende eeuw naar het

    erfelijk materiaal van organismen. Door de technieken waarover zij beschikten konden zij nog geen grootschalig onderzoek doen. Die grootschaligheid is wel een voorwaarde voor onderzoek naar het verband tussen complexe eigenschappen en het erfelij