Colofon - Rijksuniversiteit Groningen 2.1 Inleiding 23 2.2 Geologische geschiedenis van de Vecht 23

download Colofon - Rijksuniversiteit Groningen 2.1 Inleiding 23 2.2 Geologische geschiedenis van de Vecht 23

If you can't read please download the document

  • date post

    15-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Colofon - Rijksuniversiteit Groningen 2.1 Inleiding 23 2.2 Geologische geschiedenis van de Vecht 23

  • Colofon

    Deze masterscriptie is geschreven in het kader van de master Landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG).

    Titel: Landschapsopbouw en landgebruik van de groenlanden langs de middenloop van de Overijsselse Vecht tussen 1800 en 1950

    Student: ing. O. (Oscar) Borsen

    Inhoudelijke begeleiding: prof.dr.ir. M. (Theo) Spek Rijksuniversiteit Groningen

    Tweede lezer: dr. J.F. (Jeroen) Benders

    Plaats & datum: Groningen, mei 2012

    Contact: O.Borsen@gmail.com

  • 3.4 Groenland ten tijde van de kanalisering van de Vecht (1870-1910) 69 3.4.1 Het sociaal-economische kader 69 3.4.2 Het gebruik van de groenlanden 71 3.4.3 Eigendomsverhoudingen in het groenland 72 3.4.4 Het beheer van de groenlanden 75

    3.5 De coöperatieve beweging en het schaalvoordeel (1910-1950) 76 3.5.1 Het sociaal-economische kader 77 3.5.2 Het gebruik van de groenlanden 78 3.5.3 Eigendomsverhoudingen in het groenland 79 3.5.4 Het beheer van de groenlanden 79

    4 Synthese 85 4.1 Hoofdlijnen en conclusies 85

    4.1.1 Reconstructie van de historisch-ecologische landschapsopbouw. 85 4.1.2 Landschappelijke variatie en grondgebruik van de groenlanden 1800-1950 86

    4.2 Mogelijkheden voor verder onderzoek 88

    Inhoud

    1 Inleiding en probleemstelling 11 1.1 Onderzoeksthema 11 1.2 Stand van het onderzoek 12 1.3 Probleemstelling 15 1.4 Afbakening van het onderzoek 17 1.5 Theoretisch kader en onderzoeksbenaderingen 18 1.6 Bronnen en methoden 19

    2 De historisch-ecologische landschapsopbouw langs de middenloop van de Vecht in de 19e-eeuw 23 2.1 Inleiding 23 2.2 Geologische geschiedenis van de Vecht 23 2.3 Bewoningsgeschiedenis van de Vechtstreek 25 2.4 Historisch cultuurlandschap rond 1800 26 2.5 Historisch-ecologische samenhang en relaties 29

    2.5.1 Het stuwwallandschap 33 2.5.2 Het dekzandlandschap 35 2.5.3 Het stroomdallandschap 37 2.5.4 Het (voormalige) moeras- en veenlandschap 39

    2.6 Ruimtelijke, ecologische en functionele samenhang van de negentiende-eeuwse landschapseenheden in het Vechtdal 42

    2.7 Kartografische reconstructie 44

    3 Landschappelijke variatie en grondgebruik van de groenlanden langs de middenloop van de Vecht tussen circa 1800 en 1950 51 3.1 Inleiding 51 3.2 Samenstelling van het groenland langs de

    middenloop van de Overijsselse Vecht in 1832 53 3.3 Groenlanden ten tijde van de markeverdelingen

    (1830-1870) 57 3.3.1 Het sociaal-economische kader 57 3.3.2 Het gebruik van de groenlanden 58 3.3.3 Eigendomsverhoudingen in het groenland 60 3.3.4 Het beheer van de groenlanden 65

  • 7

    Inleiding

  • 9

    1.1 Onderzoeksthema

    Voor de liefhebber van Nederlandse cultuurlandschappen is de Vechtstreek in Overijssel vast geen onbekend terrein. De streek die zich binnen de landsgrenzen globaal uitstrekt van Zwolle tot Gramsbergen wordt gekenmerkt door een goed bewaard historisch cultuurlandschap waar het rivierdal zelf, de golvende dekzandruggen, de historische dorpen en verspreid liggende boerderijen, de talrijke landgoederen en de uitgestrekte ontgonnen veen- en heidevlakten in het achterland tezamen een gevarieerde aanblik leveren. Deze scriptie gaat over het landschap van de Overijsselse Vecht; specifiek het landschap van de middenloop daarvan. In het Nederlandse deel van deze Duits-Nederlandse rivier verandert het landschap een aantal keer wezenlijk van karakter, waarbij het samenspel van rivier en mens aan de basis van deze diversiteit staat. Een van de belangrijkste factoren die heeft geholpen bij het differentiëren van de middenloop ten opzichte van de boven- en benedenloop is het insnijden van de Vecht in de daar aanwezige Pleistocene zandlagen. Door dit insnijden in het zandlandschap van de middenloop is de omgeving veel droger geworden. Dit is tegenwoordig nog steeds te zien in de landschapsopbouw.

    Bij de brug waar de Regge in de Vecht uitloopt wiegelden weder de hooge bloemen de Veronica longfolia (Lange ereprijs). Het stadje Ommen lag zoo vriendelijk in ’t avondzonlicht. – Op zulke kalme zonnige avonden, als het groen zoo on- beschijvelijk klaar tegen het oranjeroode westen afsteekt, verbeeldt men zich gemakkelijk een volmaakte wereld.

    F.W. van Eeden Onkruid: botanische wandelingen van F.W. van Eeden, 1886

    1 Inleiding en probleemstelling

    De landschappelijke variatie van het Vechtdal

  • 10

    1 De samenwerkende partijen zijn: gemeenten, provincie Overijssel en waterschappen, het Overijssels Particulier Grondbezit, het regionaal Bureau voor Toerisme en Staatsbosbeheer. Zie ook Renner 2009.

    2 Het Junner Koeland staat vooral bekend om de specifieke vegetatie van de Associatie van Schapengras en Tijm. Enkele bijzondere soorten zijn o.a. Steenanjer, Grote tijm en Geel walstro.

    3 Voor deze regio was vooral Staring 1846 belangrijk.

    4 Akker et al. 1964; Rappol & Gaemers 1993; Spek et al. 1996.

    5 Wolfert et al. 1996.

    6 Zie onder andere Mulder & Kuijt 2003 en Berendsen 2005.

    1.2 Stand van het onderzoek

    Het landschap van de Overijsselse Vecht is een relatief onontgonnen streek op het gebied van historisch onderzoek. Desondanks zijn er enkele publicaties verschenen, zowel in het verleden als meer recent waarin deze regio centraal staat of publicaties die een belangrijke bijdrage leveren aan de kennis van een grotere regio waar de Vechtstreek deel van uitmaakt. In deze paragraaf wordt per vakgebied een overzicht gegeven van de belangrijkste publicaties.

    De meeste publicaties over de fysische geografie van de Vechtstreek maken deel uit van onderzoeken op een grotere schaal, zoals die van Salland of Oost- Nederland. Na het pionierswerk dat W.C.H. Staring in Salland in de negentiende eeuw heeft verricht, is een aantal onderzoekers in zijn voetsporen getreden.3 De publicaties van Van den Akker et al., Rappol en Spek. zijn hiervan de voornaamste.4 Deze publicaties zijn steeds aanvullingen op bestaande informatie, waarbij Spek een bredere lezing geeft, waarin een interdisciplinaire aanpak wordt gebezigd. Hierbij wordt dus ook informatie over ecologie, toponymie en historische geografie gegeven. Eén publicatie waarbij het Vechtdal wel centraal staat is een onderzoek van Wolfert, Maas en Dirkx naar het meandergedrag van de Overijsselse Vecht.5 In deze studie is voor het eerst een gedetailleerde reconstructie van historische laagwaterbeddingen en geomorfologische eenheden gemaakt. Daarnaast is er veel aandacht voor het historische landschap en landschapsgebruik. Verder zijn de geologische, geomorfologische, en bodemkaarten met de bijbehorende toelichtingen een belangrijke bron voor onderzoek naar de genese en landschapsopbouw. Samen met meer algemene publicaties als die van Berendsen ontstaat een goede basis waarmee het verhaal van vorming en ontwikkeling van het landschap kan worden nderzocht.6

    De laatste tijd staat de Vechtstreek volop in de belangstelling van verschillende overheden en maatschappelijke organisaties. In 2009 verscheen het masterplan Ruimte voor de Vecht waarin de provincie Overijssel samen met betrokkenen verschillende doelen heeft opgesteld om de veiligheid te vergroten, een sociaal-economische impuls te geven en natuuropgaven te realiseren.1 Het gevolg is dat er momenteel uitgebreid wordt nagedacht over de toekomst van de streek, waarbij ook in het verleden wordt gezocht naar aanknopingspunten voor het toekomstig beleid en beheer. Veel van de (potentiële) natuurwaarden concentreren zich in de groenlanden van het Vechtdal. Een voorbeeld is het Junner Koeland, nabij Ommen. Dit perceel grasland staat bekend om de bijzondere flora en wordt al jaren gebruikt als onderzoeksgebied van de Wageningse Universiteit.2

    Maatschappelijk kader

    Fysische geografie

  • 11

    7 Verlinde 1987, 6-7.

    8 Groenewoudt et al. 2006, 16. Zie bijvoorbeeld Van Beek & Van Es 1964 en Beek 1966.

    9 Groenewoudt et al. 2006, 22-23.

    10 Beek 2009, 41-43.

    11 Ibidem, 44.

    12 Ibidem.

    13 Blom et al. 2006; Goutbeek 1990; Steen & Veldsink 1948; Steen 1982.

    14 Slicher van Bath 1957; Slicher van Bath et al. 1970; Slicher van Bath 1977.

    15 Zanden 1984; Bieleman 1987; Demoed 1987; Gevers et al. 1983; Spek 2004; Trompetter & Van Zanden 2001; Spek et al. 2010.

    16 Kuile 1963; Mensema 1994; Mensema 1981.

    als Vereniging tot beoefening van Overijsselsch regt en geschiedenis of Rondom Dalfsen. Publicaties van Blom over bewoningssporen in Dalfsen, Goutbeek over velerlei onderwerpen en Steen over de geschiedenis van Ommen zijn hier goede voorbeelden van.13 De wetenschappelijke publicaties die van belang zijn voor de Vechtstreek zijn vooral overzichtspublicaties van een bepaalde streek, waarvan Oost-Nederland, Overijssel en Salland de meest voorkomende zijn. Van deze werken kan de publicatie Een samenleving onder spanning van Slicher van Bath als een mijlpaal worden gezien.14 In dit werk werd voor het eerst met een gestructureerde, kwantitatieve benadering de samenleving van het Nederlandse platteland onder de loep genomen. Ook Van Zanden, Bieleman, Demoed, Gevers/Mensema, Trompetter/Van Zanden en Spek hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de kennis van de historische geografie en landbouwgeschiedenis.15 Vaak werkten ze in het verlengde van Slicher van Bath, maar zijn theorieën werden ook aangescherpt en aan de hand van nieuwe inzichten aangepast. Hierbij moet nog gemeld worden dat historisch-geografische publicaties vaak op de grens van and