Chemie Magazine - november 2012

of 60/60
TNO meet veiligheids- cultuur in Rijnmond Route naar 40 procent minder CO2-uitstoot Chemiebedrijven op overnamepad “De brand bij Chemie-Pack was geen ramp” VEILIGHEIDSDESKUNDIGE CHRIS PIETERSEN Maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie 11 14 november 2012
  • date post

    23-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    226
  • download

    0

Embed Size (px)

description

Maandblad van de VNCI

Transcript of Chemie Magazine - november 2012

  • TNO meet veiligheids- cultuur in Rijnmond

    Route naar 40 procent minder CO2-uitstoot

    Chemiebedrijven op overnamepad

    De brand bij Chemie-Pack was geen ramp

    VeiligheidsdeskuNdigeChris Pietersen

    Maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie 11 14 november 2012

  • De techniek om te groeien

  • inhoud

    De discussies over veiligheid hebben veiligheidsexpert Chris Pietersen ver-baasd. Ik miste in de berichtgeving een kwalificatie van de ernst van de aange-troffen tekortkomingen: stond de boel op springen, heeft de omgeving aan grote gevaren blootgestaan? Daarvan was geen sprake. Die nuance miste ik.22

    Hoe De CHemIe In 2030 40 ProCent mInDerCo2 gaat uItstoten.

    interview Chris Pietersen

    11 | 14 november | 2012

    32november 2012 Chemie magazine 3

  • Procesverbetering en de inzet van hernieuwbare, biobased grondstoffen. Dat zijn voor de Margarine, Vetten en Olin (MVO) industrie d sleutels naar een duurzame en winstgevende toekomst. Belangrijke stap in het energie-efficinter maken van processen is het programma Energiebewuste Operator ontwikkeld. Duurzame bedrijfsvoering begint met gedragsverandering op de werkvloer .

    Menselijk gedrag is bepalend voor energiegebruik, zegt Dirk de Knecht van VAPRO. Als een medewerker begrijpt waarom hij zijn werk efficint moet uitvoeren, is hij ook sneller geneigd om dat te doen. Ziet de operator, de spin in het web van de fabriek, de noodzaak van energiebesparing en duurzaamheid, dan straalt dit uit naar de rest van het bedrijf. Een energiebewuste operator is dus een belangrijk fundament voor duurzame bedrijfsvoering.

    Maatwerk per bedrijf Het programma wordt per bedrijf op maat samengesteld. Vooraf doen de operators een online kennistest. Op basis daarvan stelt VAPRO met het management van het betreffende bedrijf het programma samen waarin informatie over techniek, procesbeheersing, energie en milieu staan opgenomen. Opdrachten worden op de werkvloer uitgevoerd. Na afloop wordt niet alleen het kennisniveau getoetst, maar ook het effect op het energiegebruik van het bedrijf.

    Bottom-upOp het gebied van procesefficintie heeft de sector al veel bereikt. Maar er zijn ook nog grote kansen onbenut, benadrukt Bergmans. De bedrijven gaan al heel bewust met processen om: ze produceren volgens strenge kwaliteitseisen van de afnemers. Energiebesparing is hierin relatief nieuw. Met het opleiden van de operators kiezen we voor een bottom-up benadering hiervan. Een aanpak waarin ook andere sectoren kansen zien, aldus De Knecht. We zijn inmiddels benaderd door bedrijven uit de chemie en kalkzandsteen.

    Bent u genteresseerd in het Energiebewuste Operator programma van VAPRO?Neem dan contact op met Dirk de Knecht via [email protected] of 06 523 51 504.Zie: www.vapro.nl.

    Concurreren en verantwoordelijkheid nemen

    Het Productschap MVO ontwikkelde het programma in het kader van de routekaart, die de sector in april 2012 aanbood aan minister Verhagen. Hierin staat met welke innovaties de sector in 2020 30% energie-efficintieverbetering wil halen ten opzichte van 2005.

    Begrijpen is doenIn samenwerking met het Productschap MVO is een opleidingsprogramma ontwikkeld. Dankzij het programma ziet de operator wat de impact van zijn handelen is op energiegebruik en kan hij daarop sturen zegt Frank Bergmans, adviseur duurzame ontwikkeling en energiebesparing bij het Productschap MVO. Als onderdeel van het energieprogramma maken de operators een businesscase met verbetervoorstellen. Deze kunnen het hoger management overtuigen van de noodzaak van maatregelen en zelfs de aanzet geven tot nieuwe technologien. De operators kijken op een andere manier naar het productieproces dan managers, zegt De Knecht. Ze zijn altijd bezig met de machines en zien vaak besparingsmogelijkheden die leidinggevenden laten liggen. Als voorbeeld noemt hij een bedrijf waar de transportband voortdurend draaide, terwijl er 40% van de tijd geen producten op stonden. Dankzij het inzicht hoeveel energie er zo verspild wordt, is een sensor geplaatst en draait de band alleen als er producten op staan.

    (Advertorial)

  • inhoudopinie Route naar herstel van de CO2-balansAgenda

    NIEUWSnieuwsfotoinnovatieWaterActueel

    ACHTERGRONDVeiligheidInterview veiligheidsexpert Chris PietersenEconomie Chemiebedrijven herschikken productport-foliosuitgelicht Glowing flask sculpture Energie & klimaat Routekaart Chemie wijst de weg naar CO2-reductieBiobased Benzeen, tolueen en xyleen uit biomassaTransport Sabic wil meer vervoeren per binnenvaart-schipPolitiek VNCI overwegend positief over regeerak-koordVeiligheid TNO-onderzoek: veiligheidscultuur chemie in Rijnmond goedWetenswaardig DSM verhoogt capaciteit coatings voor zon-nepanelenopinieTwee chemiebedrijven over effecten Chemie-Pack en OdfjellReorganisatie Nedmag verhoogt productie met bestaande productielijnen

    Vox Chemici Bedrijven Column hoofdredacteur Mensen Volgende maand Colofon

    Sabic ziet mogelijkhe-den in meer vervoer per binnenvaartschip

    Chemie Rijnmond heeft over het alge-meen goede veilig-heidscultuur

    Volumepotentie Ned-mag blijkt 25 procent hoger te liggen

    38

    42

    52

    26

    Helft chemiebedrijven in Europa verwacht fusie of overname

    7

    7

    8111517

    22

    26

    30

    32

    37

    38

    41

    42

    46

    49

    52

    555757585858

    11 | 14 november | 2012

    november 2012 Chemie magazine 5

  • The Powerof Knowledge EngineeringDelivering profit

    through reliability

  • Voorwoord

    r bestaat veel verwarring over chemische stoffen. Neem CO2. Een gas waar planten niet zonder kunnen. Een gas waar tuin-ders voor betalen om hun tomaten en bloemen beter te laten gedijen. Een gas ook waar Coca Cola miljarden mee verdient, en een gas dat ons een feestgevoel geeft als we de champag-

    nefl es ontkurken. Toch, als we de kranten erop naslaan, wordt CO2 er vooral in een negatieve context genoemd: als broeikasgas dat verant-woordelijk is voor temperatuurstijging op deze planeet. Hetzelfde geldt voor fosfaat, nitraat en andere mineralen en vitaminen. Te veel is vaak schadelijk, en te weinig ook. Het gaat om de balans. Een pla-neet met weinig mensen heeft zijn eigen mechanismen om een ver-stoorde balans te herstellen. Zo kan een overmaat aan CO2 in zee oplos-sen of door extra groei van bomen weggenomen worden. Een planeet met veel mensen die gezamenlijk een grote verstoring ople-veren kan die balans niet meer zelf herstellen. Dan moeten wij te hulp schieten, bijvoorbeeld door een routekaart uit te zetten om die balans weer binnen bereik te brengen.Dat is precies wat de chemische industrie in Nederland gedaan heeft. De Routekaart (zie artikel op pagina 32) geeft de zes verschil-lende wegen aan die gezamenlijk leiden naar een drastische vermindering van de verstoring van de CO2-balans die gepaard gaat met de chemische productie van nut-tige spullen. Een route die ervoor zorgt dat we ook in de toekomst kunnen blijven profi -teren van al die nuttige spullen

    E

    AGENDA20 novemberNationaal Sustainability Congres 2012

    27 november Nationaal Energie Forum

    VNCI22 novemberDagelijks bestuurVNCI, Den Haag

    22 november Algemeen bestuur VNCI, Den Haag

    22 novemberWG MilieuzorgVNCI, Den Haag

    23 novemberBG CommunicatieVNCI, Den Haag

    29 novemberRG ChemieAcademiegebouw, Utrecht

    4 decemberBG InnovatieNovotel, Breda

    5 decemberWG SecurityLyondell Basell, Rotterdam

    6 december WG ArbeidsveiligheidVNCI, Den Haag

    6 decemberWG StoffenbeleidVNCI, Den Haag

    6 december 2012WG ArbeidshygineTeleconferentie

    12 decemberBG OnderwijsVNCI, Den Haag

    13 december WG ProcesveiligheidDupont, Dordrecht

    Meer agenda: www.vnci.nl

    VNCI-directeur Colette Alma

    BALANS

    november 2012 Chemie magazine 7

  • De World Human Powered Speed Challenge vond plaats tussen 10 en 15 september in Battle Mountain, Nevada.

    8 Chemie magazine november 2012

  • Het Human Power Team van de TU Delft heeft de 2012 World Human Powered Speed Challenge gewonnen. Dat gebeurde met de Velox 2, een lichtgewicht aerodynamische ligfiets die samen met DSM is ontwikkeld.

    In de kettingen en tandwielen van de Velox 2 is DSMs hoogwaardige Staniolpolyamide 46 ver-werkt, dat het gewicht vermindert en voor minder wrijving zorgt, waardoor meer snelheid kan wor-den behaald. Daarnaast is het ultralichte aerody-namische omhulsel gemaakt van DSMs Palapreg ECO P55-01, een polyesterhars gemaakt van 55 procent hernieuwbare grondstof. Om de luchtweerstand verder te verminderen, is de voorkant van de Velox 2 spitser dan bij de Velox 1. Daarvoor moest wel eerst de voorruit verdwij-nen. Die is vervangen door twee kleine cameras, waarmee de fietser binnen op een schermpje kan zien waar hij is. Het team van de TU Delft bereikte met de Velox 2 een topsnelheid van 128 km per uur. Het record werd daarmee niet verbroken, want dat staat op op 133 km per uur.

    TU DelfT winT 2012 worlD HUman PowereD SPeeD CHallenge

    november 2012 Chemie magazine 9

    Nieuws

    FOTO

    : BaS DE MEIjEr

  • Asset Integrity Services... Kwaliteit verzekerd, al 75 jaar.

    www.ApplusRTD.com

    Applus RTD Nederland Delftweg 144 3046 NC Rotterdam T+ 31 10 716 60 00

    Postbus 10065 3004 AB Rotterdam E [email protected]

    Applus RTD is de wereldwijde referentie voor Asset Integrity Services, met een solide basis in Niet-Destructief Onderzoek en Inspecties. Onze focus ligt op het leveren van totaal oplossingen op het gebied van testen, inspecteren en certificeren, die de integriteit van uw installatie waarborgen. Dit doen we al installatie waarborgen. Dit doen we al sinds 1937. Onze Asset Integrity Services, standaard en op maat gemaakt, verzekeren de integriteit en conformiteit van uw installaties en verlagen daarmee uw total cost of ownership. cost of ownership.

    Meer informatie ?

  • Innovatie

    De essenscia Innovation Award 2012 is gewonnen door Emulco en BASF. De twee bedrijven zijn erin geslaagd polyisobutenen (PIBs) in de vorm van een emulsie te gieten waardoor ze veel makkelijker te gebruiken zijn. De verwachting is dat er binnen drie jaar al honder-den toepassingen zijn voor mark-ten zoals de bouw, voeding en cosmetica.

    Polyisobuteen is een polymeer met zeer diverse eigen-schappen, maar is moeilijk te gebruiken, vertelde de jury. Door polyisobutenen te combineren met watergedragen emulsies, openen zich enorme toepassingsmogelijk-heden in sectoren zoals de bouw, voeding en cosmetica. De jury vond het verder fantastisch dat de inno-vatie voortkomt uit een samenwer-king tussen een multinational en een mkb-er.De innovatie biedt vele voordelen voor duurzaamheid en creert ook extra werkgelegenheid door de

    bouw van een nieuwe productieves-tiging van Emulco in de Gentse zee-haven, met op korte termijn een capaciteit van 100.000 ton per jaar en een omzet van zon 350 miljoen euro.

    De winnaar is door een jury van topmensen uit de economische en academische wereld gekozen uit 36 inzendingen. De overige geno-mineerden waren:- Promethera Biosciences: is erin geslaagd een stamcel uit de lever te halen die zal zorgen voor een veel efficintere en eenvoudigere behandeling van zware leveraan-doeningen.

    - Total Research & Technology Feluy: ontwikkelde een lichter, sterker en mooier kunststof door traditionele polyethyleen te com-bineren met PLA of melkzuur.

    - Nanocyl en Lippens Paints: ont-wierpen een nieuw, niet vervui-lend en efficint middel om begroeiing te verwijderen van scheepsrompen. p

    EErstE biobrug tEr wErEld gEplaatst in dE EEndragtspoldErIn de Eendragtspolder is onlangs de eerste biologische composietbrug ter wereld geplaatst. Het Rotterdamse bruggenbedrijf FiberCore Europe heeft daarbij gebruikgemaakt van een door DSM ontwikkelde biohars op basis van mas.

    Het composiet met biohars waar-mee de nieuwe voetgangersbrug is geproduceerd, zorgt voor een aanzienlijke milieuwinst ten opzichte van andere materialen. Zo is de brug veel lichter in vergelijking met stalen of betonnen varianten, waardoor de plaat-sing een stuk sneller verloopt en er min-der zware fundering nodig is. Daarnaast is de biobrug beter bestand tegen weers-invloeden en corrosie (zeker in vergelij-king met staal), waardoor hij minder onderhoud vergt. De biohars bestaat voor 50 procent uit biogrondstoffen die uit mas zijn gemaakt, vertelt Thomas Weg-man van DSM Composite Resins. Enzy-men zorgen ervoor dat de mas in een installatie in kleine stukjes wordt gehakt. Vervolgens zetten de enzymen deze via een fermentatieproces om in het basis-materiaal voor de productie van de bio-hars.

    Wegman benadrukt dat DSM veel aan-dacht besteedt aan de ontwikkeling van de tweede generatie biogrondstoffen die gebruikmaken van restmateriaal van planten. Zo is in mei in Delft een proef-fabriek geopend die het gat tussen de productie van chemicalin uit plantaardig materiaal op laboratoriumschaal en op commercile schaal moet overbruggen. DSM wil graag een goede bestemming geven aan bioafval. Wij gaan er vanuit dat olie op termijn duurder en minder beschikbaar is. Daarom zoeken wij con-tinu naar manieren om uit bioafval her-nieuwbare grondstoffen te maken. Bovendien kunnen wij biomaterialen nieuwe en verbeterde eigenschappen geven, waardoor talloze interessante toepassingen in zicht komen. p

    Emulco En BASF winnEn EErStE ESSEnSciA innovAtion AwArd

    Plaatsing van de voetgangers-brug in de Eendragtspolder bij

    het Zuid-Hollandse Zevenhuizen. Foto

    : EEndragtspoldEr

    november 2012 Chemie magazine 11

  • DAT IS DAN DUIDELIJK.

    ER IS EEN ENERGIE MAATSCHAPPIJ DIE ER NET ZO HARD VOOR MOET WERKEN ALS U.

    Ondernemen vraagt veel energie. Letterlijk en figuurlijk.

    En u weet als geen ander dat het inkopen van die energie

    een groot verschil kan maken. Steeds vaker ht verschil.

    Daarbij heeft u een energiemaatschappij

    nodig, die haar klanten net zo belangrijk

    vindt, als u uw klanten. Die energiemaat

    schappij is DONG Energy. We zijn niet

    heel erg groot en ook nog niet zo bekend

    in Nederland. We weten dat we het elke

    dag opnieuw moeten ver dienen. Juist dat

    maakt dat we veel gemeen hebben met

    ondernemers. We doen er alles aan om u zo goed mogelijk te

    adviseren, we bieden scherpe tarieven en heldere contracten

    en ondersteunen u bij het efficint beheren van uw energie

    zaken. We investeren ook in innovatieve

    producten. Zoals de DONG Energy Alert,

    die u helpt om op het juiste moment in

    te kopen. Het allerbelang rijkst vinden we

    bereikbaarheid en persoonlijke aandacht.

    Meer weten? Maak een afspraak met

    Oktay Canpolat (073) 616 02 05. Of ga

    naar dongenergy.nl/ondernemen.

    ONDERNEMEN MET DONG ENERGY

    Een persoonlijk adviseur Slim en op het juiste

    moment inkopen

    Een helder, transparant contract

  • Innovatie

    foto

    : shutte

    rsto

    ck

    foto

    : shutte

    rsto

    ck

    AkzoNobel, n van s werelds grootste producenten van autolakken, biedt sinds kort zogeheten stickerfix direct aan con-sumenten aan. Dit zijn voorgevormde stickertjes van een zelfklevende folie waarmee kleine krasjes op de auto nage-noeg onzichtbaar worden gemaakt.

    De stickertjes zijn leverbaar in de lakkleur van vrijwel elke auto, zelfs in metallic en pearl. Voor elk krasje tot een lengte van 7 centimeter is er een passende sticker. Doordat ze zowel heel dun als in de kleur van de lak zijn, zijn de stickers zelfs van dichtbij al bijna niet meer zichtbaar. Het kostte de ingenieurs van de AkzoNobel Automotive & Aerospace Coatings enkele jaren om een ultradunne zelfklevende folie (0,15 millimeter) te ontwikkelen waar elke lak goed op blijft zitten en die extreme weersomstandigheden aankan. Bij het testen is dankbaar gebruikgemaakt van de Formule 1. AkzoNobel is namelijk sinds 2008 partner van het Vodafone McLaren Mercedes Formule 1-team en levert voor de racewagens een ultragladde autolak. Het product wordt behalve via autorepara-tiezaken en autofabrikanten nu ook direct

    aan de consument aangeboden via www.stickerfix.nl. Deze website koppelt de lak-gegevens van vrijwel alle automerken aan kentekens. Wie er zijn kenteken invoert, kan daarom meteen de juiste kleur bestel-len. p

    Clariant wint ICIS Innovation AwardClariant is de winnaar van de ICIS Innovation Award 2012. De Zwitserse producent van fijnchemicalin won de prijs met de ontwikkeling van nieuwe kleurstoffen en processen die de hoeveelheid water gebruikt bij de productie van denim aanzien-lijk verminderen.

    De productie van denim is goed voor 14 procent van het wereldwijde katoenge-bruik en vereist grote hoeveelheden water. De nieuwe technologie van Clariant vereenvoudigt het verven van de stof, waardoor het waterverbruik met 92 pro-cent daalt. Daarnaast levert de techniek tweederde minder katoenafval op en daalt het energieverbruik met 30 procent. Clariant heeft berekend dat als de technologie zou worden gebruikt voor een kwart van de wereldproductie van denim, de jaarlijkse waterbesparing zou neerkomen op 62 miljoen kubieke meter. ICIS is een belangrijke aanbieder van informatie over de (petro)chemie en geeft onder andere het weekblad ICIS Chemical Business Magazine uit. p

    AkzoNobel verstopt autokrasjes met stickerfix

    BASF wint Enlightenmentz Of The Year Magnetisch koelen van BASF is de winnaar van de eerste editie van Enlightenmentz of the Year in de categorie process. Enlightenmentz zijn lichtende voorbeelden voor een duurzame toekomst.

    Met magnetisch koelen kunnen koelkasten en aircos in de toe-komst mogelijk 50 procent ener-giezuiniger hun werk doen. BASF en verschillende wetenschappers werken aan de eerste toepassin-gen. Hoewel er nog wat stappen nodig zijn voordat er koelappara-ten met deze technologie op de markt komen, juicht de jury deze ontwikkeling zeer toe. Andere winnaars zijn de zuive-rende windmolens van Dutch Rain-maker, de Wakawaka-lamp van WakaWaka Foundation,Vleesver-vangers met een real bite van Pro-Viand en Car2go van Daimler.

    De verkiezing Enlightenmentz of the Year is een initiatief van Sci-ence Center NEMO, het blad Utili-ties en verschillende organisaties voor duurzaamheid, wetenschap en industrie. p

    november 2012 Chemie magazine 13

  • Water

    De industrie onttrekt koelwater aan kustwateren, rivie-ren en kanalen. Met het water wordt ook vis in de koel-systemen gezogen, en dat zou gevolgen hebben voor de visstand. Rijkswaterstaat wil hiervoor medio 2013 nieuwe regels invoeren. De Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) vreest dat de industrie hierdoor zonder goede basis moet gaan investeren.

    Tekst: Esther Rasenberg

    De Waterdienst (onderdeel van Rijkswaterstaat) benaderde de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW), Dow Terneuzen, Tata Steel en Shell Moerdijk om dit najaar in overleg te werken aan een Hand-boek Koelwateronttrekking. Het boek komt met richtlijnen voor de onttrekking van koelwater in relatie tot de vis-stand. Daartoe moet worden beoordeeld hoeveel vis er eigenlijk met het water in de installaties verdwijnt. De industrie heeft bij de voorgestelde systematiek nog veel opmerkingen. Er zitten veel haken en ogen aan, zegt VEMW-directeur Roy Tummers.

    SignificantJaarlijks onttrekt de chemische industrie zon twee mil-jard kubieke meter water aan de Nederlandse kustwate-ren, rivieren en kanalen. Dit water wordt vooral gebruikt voor koeling en als proceswater. Voor het lozen van koel-water waren er al langer richtlijnen, maar voor de ont-

    trekking van koelwater zijn die er nog niet. In het najaar van 2007 en in het voorjaar van 2008 is in opdracht van Rijkswaterstaat onderzoek gedaan naar de effecten van koelwateronttrekking op de visstand. Eind 2008 conclu-deerde ingenieursbureau Witteveen+Bos in het rapport Nadere analyse van de effecten van de onttrekking van koel-water op vis dat de gevolgen significant zijn. Maar VEMW twijfelt aan die conclusie. Volgens de vereniging is de mate waarin onttrekking of lozing de lokale visstand benvloedt lastig vast te stellen, omdat de invloed sterk afhankelijk is van lokale omstandigheden. Tummers: Het bewijs is flin-terdun.

    NieuwbouwWaterspecialist Niels Groot van Dow Chemical in Terneu-zen waardeert het dat de bedrijven door de Waterdienst zijn benaderd. Nu kunnen we in een vroeg stadium mee-denken. Maar hij is bang dat de nu voorgestelde beoorde-lingssystematiek zal leiden tot verplichte investeringen aan de inzuiginstallaties en in nieuwe apparatuur om vis af te vangen. Wij vinden dat Nederland in Europa niet te ver voor de muziek uit moet lopen. De Waterdienst benadrukt in een schriftelijke verklaring dat zij in alle redelijkheid zal kijken naar de maatregelen die bedrijven moeten gaan nemen. Maatregelen om effecten te verminderen kunnen het best worden geno-men bij nieuwbouw. Bij bestaande bedrijven liggen de kosten veel hoger. Er zal de afweging worden gemaakt of het redelijk is om van bedrijven bepaalde investeringen te verlangen. VEMW-directeur Tummers zou graag meer chemiebedrij-ven betrekken in het traject. Als we vanuit de sector een breder beeld krijgen, kunnen we meer zeggen over de effecten. Anders ben ik bang dat we zonder goede basis moeten gaan investeren. p

    Nederland moet in Europa niet te ver voor de muziek uit lopen.

    foto

    : shutte

    rsto

    ck

    VEMW tWijfElt aan inVloEd chEMischE industriE op Visstand

    Het bewijs is flinterdun

    november 2012 Chemie magazine 15

  • voor elke situatieeen professionele oplossing

    Tork biedt u een breed assortiment poetsdoeken voor iedere schoonmaakklus.Of u nu iets op moet ruimen na een ongelukje of voor een andere taak. De Torkpoetsdoeken laten uw medewerkers effi cinter schoonmaken en poetsen.Met minder oplosmiddel en zonder te pluizen.

    Neem contact op met Tork via www.tork.nl

    Systemen dieu helpen

  • Foto

    : Lanxess

    Actueel

    De opbrengsten van het Europees emis-siehandelssysteem voor CO2-uitstoot, ETS, zouden teruggesluisd moeten wor-den naar een innovatiefonds dat bedrijven financieel ondersteunt die efficinter omgaan met energie en grondstoffen. Dat stelt VNCI-voorzitter Werner Fuhrmann in Het Financieele Dagblad van 22 oktober.

    Innovatie is volgens Fuhrmann d manier om de maakindustrie in Neder-land te houden, want zo kan het snelst een situatie ontstaan waarin schone ener-gie de norm is. Door de winsten van het ETS te investeren in innovatie, kan Europa daarom beter de strijd aangaan met con-currentie uit China, de Verenigde Staten en India. Wl moeten dan eerst de indirecte kosten die Nederlandse bedrijven vanwege het systeem maken gecompenseerd wor-den. Het CO2-handelssysteem is ervoor bedoeld om bedrijven energiezuiniger te laten opereren. Elk bedrijf krijgt een

    beperkt aantal rechten om CO2 uit te sto-ten. Hebben zij er meer nodig, dan kunnen ze deze kopen. Door steeds minder rech-ten uit te geven n de kosten hiervan te verhogen hoopt de Europese Unie dat bedrijven kiezen voor het alternatief: investeren in zuinigere bedrijfsvoering met minimale CO2-uitstoot, zodat er berhaupt geen extra rechten nodig zijn.

    Verhuizen Mondiaal opererende sectoren als de che-mie zijn het eens met de doelstelling, maar zetten hun vraagtekens bij het instrument. ETS zorgt er namelijk voor een onge-lijk speelveld met bedrijven buiten Europa. Deze maken namelijk niet of lagere kosten voor de uitstoot van CO2, waardoor zij hun producten ook goed-koper in de markt kunnen zetten. De Europese maak-industrie waarschuwt er daarom regelmatig voor dat

    het gevaar bestaat dat bedrijven naar bui-ten Europa verhuizen om daar te profite-ren van de gunstige CO2-positie. Het voorstel voor een door ETS gevoed innovatiefonds is naast Fuhrmann opge-steld door Dorette Corbey (NEa), Ineke Dezentj Hamming-Bluemink (FME-CWM) en Wim Hamers (VNMI). Zij hopen dat met dit plan er alsnog een gelijk speelveld ont-staat waarin bedrijven op de juiste manier en met het juiste middel aangemoedigd worden om energiezuinig te opereren. p

    Gebruik opbrengst ETS voor groen innovatiefonds

    beeLd: s

    hutte

    rsto

    ck

    Het gebruik van groene banden is voor automobilisten een van de meest effi-cinte manieren om de kosten van het autorijden terug te dringen en het milieu te ontzien. Dit blijkt uit een studie van de Technische Universiteit van Mnchen in opdracht van Lanxess, s werelds groot-ste fabrikant van synthetisch rubber.

    Aanleiding voor de studie is de invoering op 1 november van het verplichte EU-bandenlabel. Dit label vergelijkt banden met elkaar op rolweerstand (en daarmee op brandstof-efficintie), grip op nat wegdek (veiligheid) en extern geluid, en classificeert ze ver-volgens op een schaal van A tot G. Het label is bij de consument al bekend van onder meer koelkasten en wasmachines.Volgens de TU Mnchen kan een auto die 6 liter brandstof per 100 kilometer ver-bruikt en 12.500 kilometer per jaar aflegt met een brandstofprijs van 1,40 per liter, dankzij groene banden tot 100 euro

    per jaar besparen vanwege hun lage rol-weerstand. Een automatisch start-stop-systeem (dat ervoor zorgt dat de motor automatisch afslaat wanneer de auto stopt) levert een vergelijkbare brandstof-besparing op (zon 6 procent), maar de aankoop en de installatie van deze tech-nologie zijn veel duurder dan overschake-len op groene banden. Door het vermin-derde brandstofverbruik en de lage investering betalen groene banden zich-zelf veel sneller terug: na gemiddeld 20.000 kilometer. Bij een automatisch start-stopsysteem wordt dit punt pas bereikt na 60.000 kilometer. Ook hybride-aandrijvingen verdienen zich pas veel later terug. Groene banden presteren bovendien goed qua green return, want ze leveren een besparing op van 4,7 kilo-gram CO2 per genvesteerde euro.Lanxess is een leider in speciaalchemie, met als kernactiviteiten kunststoffen, rubbers, halffabricaten en chemische specialiteiten. p

    Groene autoband Goed voor portemonnee en milieu

    november 2012 Chemie magazine 17

  • U dacht dat er geen mass transferequipment meer in Nederlandwerd geproduceerd?

    t +31 (0) 10 231 0 260 e [email protected]

    MADE IN HOLLAND

    demisterswire mesh / vane pack

    deck / trough / pan type

    liquid distributors

    Pall Ring / I-ring / Q-Pac

    random packing

    support plates / grids

    support internals

    deck type / collectors

    liquid redistributors

    wire mesh / sheet

    structured packing

    www.mte-bv.com

    catalyst bed support mediatop grading mediamolecular sieves

    column internalsrandom packingstructured packing

    altijd voorraadmetal / plastic

    bed limiters / hold down grids

    metal / plastic

    metal / plastic

    metal / plastic / ceramic

    metal / plastic

    metal / plastic

    Energie-effic

    iency

    naar hoger p

    lan

    Futurologen o

    ver

    Visie 2030/20

    50

    Veroorzaakt s

    chaliegas

    een gaslek?

    Maandblad

    van de Ver

    eniging van

    de Nederla

    ndse Chem

    ische Indus

    trie 09 1

    9 septemb

    er 2012

    EurEka!

    Maar wat

    nu?HEt lot van d

    E syntHEt

    iscHE Hart

    klEp, dE o

    prolbarE

    gsM

    En andErE

    grotE cHE

    MiEontdE

    kkingEn

    Magazine

    Maar wat

    nu? opro

    lbarE gsM

    Magazine

    Nanotechnologie lost grootste problemen opSchaliegas game changer voor chemische industrie

    Van Lieshout (Inspectie SZW) over veiligheid

    Maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie 07-08 22 augustus 2012

    Keuze voor NederlaNd was Niet vaNzelfspreKeNd

    DSM-DIrecteur AtZo NIcoLA oVer receNte r&D-INVeSterINg:

    Magazine

    Nanotechnologie lost grootste problemen opNanotechnologie lost grootste problemen opNanotechnologie lost

    eNd

    terINg:

    Magazine

    Afvalwater bron van energie en grondstoffen

    Plannen politieke partijen voor chemie Remt schaliegas de biobased economie?

    Chemie is noodzakelijk als we willen blijven leven zoals we nu doen

    Nieuw boegbeeld ToPsecToR chemie Gerard van Harten

    Maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie 10 17 oktober 2012

    NEEM EEN GRATISPROEFABONNEMENT OP CHEMIE MAGAZINE

    Bent u genteresseerd in de laatste ontwikkelingen in de chemische industrie?

    EurEka!

    Maar wat

    nu?HEt lot van d

    E synt

    En andErE

    grotE cHE

    MiE

    Maar wat

    nu?was Niet vaNzelfspreKeeNdChemie is noodzakelijk als we willen blijven

    Chemie is noodzakelijk als we willen blijven

    Chemie is noodzakelijk leven zoals we nu doen

    als we willen blijven leven zoals we nu doen

    als we willen blijven

    JA, IK WIL EEN GRATIS PROEFABONNEMENT OP CHEMIE MAGAZINE h Chemie magazine proefabonnement (3 edities)h Chemie nieuwsbrief (gratis wekelijkse, digitale nieuwsbrief)

    Bedrijfsnaam/OrganisatieNaamFunctieAdresWoonplaatsE-mail

    Vul deze bon in en ontvang drie edities van Chemie magazine gratis. Stuur de bon naar: VNCI, T.a.v. Cyrille Timmerman, Loire 150, 2491 AK Den Haag, E-mail: [email protected]

    Chemie is noodzakelijk leven zoals we nu doen

    3xGRATIS

    Leschaco Nederland B.V. | Hoogvlietsekerkweg 164 | NL 3194 AMRotterdam-Hoogvliet | [email protected] | www.leschaco.com

    LESCHACO

    your specialist

    for supply chain

    solutions.

    We offer

    integrated,

    intercontinental

    logistics with

    responsible care

    for the chemical

    industry.

    Logistics

    and beyond.

    Since 1879.

    Experienced. Dedicated. Customized.

    phone +31

    (10) 2953 153

  • Actueel

    InspectIe sZW: veIlIg Werken chemIe moet beter

    De Brusselse steunbetuiging voor de industrie in Europa is in goede aarde gevallen bij Cefic. De koepelvereniging van de Europese chemische industrie applaudiseert voor de wens van de Europese Commisie voor een sterke maakindustrie. Zo vindt Cefic het doel van de EU om de bijdrage van de maak-industrie te verhogen naar 20 procent van het bruto binnenlands product ambitieus en bereikbaar.

    B ij de presentatie op 10 oktober van het nieuwe industriebeleid in Europa meldde eurocommissa-ris Antonio Tajani van Industrie en Ondernemerschap dat Europa het niet kan blijven toestaan dat de industrie verdwijnt. Cefic-directeur-generaal Hubert Mandery onderschrijft dit vol-ledig, maar plaatst ook een kritische noot: De boodschap adresseert de juiste elementen voor Europees indu-strieel beleid van de 21e eeuw, maar alleen als het beleid voor energie, kli-maatverandering en milieu hiermee in lijn zijn. In haar streven naar een sterke maak-industrie schenkt de Europese Com-missie speciale aandacht aan de chemi-sche industrie. Zo stelt ze dat deze sector n van de weinige is waarin Europa een wereldleider blijft, en dat de chemie essentieel is voor een welva-rend en economisch succesvol Europa. Ook innovatie, een gebied waar de che-mie cruciaal voor is, speelt een centrale rol in de plannen van de commissie. Concrete acties uit het plan die Cefic toejuicht zijn verbeterde bescherming van octrooien en meer aandacht voor het slechten van handelsbarrires. Ook bejubelt de koepel de extra steun die er komt om het mkb toegang te geven tot de wereldmarkt en de plannen die er liggen om talenten en banen beter aan elkaar te koppelen. p

    60 procent van de bedrijven in de chemische industrie leeft de wetten na die gelden voor de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stof-fen en procesveiligheid. Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie) bij 283 chemiebedrijven. Bij de 40 pro-cent die onvoldoende scoort had de helft van de overtredingen te maken met blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Bedrijven bleken wel vol-doende maatregelen genomen te hebben om de risicos hiervan in de hand te houden, maar 90 procent kon niet aantonen dat deze maatrege-len ook effectief waren.

    Door deze uitkomsten blijft de Inspectie SZW tot 2016 inspecties uitvoeren. Bovendien waarschuwt zij dat bedrijven die stelselmatig de wet overtreden harder worden aangepakt. Daarnaast is er sprake van noblesse oblige, stelt de Inspecteur-Generaal SZW in het rap-port: De chemische sector is aangewezen als een van de topsectoren in Nederland. Dit schept verplichtingen. Van de bedrijven in deze sector verwacht ik dat zij, zeker op het gebied van veilig en gezond werken met gevaarlijke stoffen, ook een topsector worden als het gaat om arbeidsom-standigheden en daarmee een voorbeeld zullen zijn voor andere bedrij-ven.

    Goede voorbeeldenIn het rapport valt op dat vooral de grote chemiebedrijven kunnen aanto-nen dat zij het effect van blootstelling aan gevaarlijke stoffen in de hand hebben. Bovendien zetten bijvoorbeeld Fuji en AkzoNobel zich in om een-voudig toepasbare werkwijzen en goede voorbeelden te ontwikkelen voor concullegas. Het midden- en kleinbedrijf heeft meer moeite met de uit-voering van de regels voor de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De maatregelen voor de beheersing zijn er wel, maar de stoffeninventarisa-tie, grenswaarden en een beoordeling van de blootstelling ontbreken te vaak volledig.

    Jaarlijkse informatiedagProjecten van de VNCI om de arbeidsomstandigheden te verbeteren blij-ven niet onvernoemd. Zo maakt het rapport onder meer melding van het nut van haar jaarlijkse informatiedag over stoffen en het actieplan Veilig-heid Voorop. De Inspectie SZW verwijst daarnaast expliciet naar haar eigen zelfinspectietool om bedrijven te helpen hun zaken op orde te krij-gen, en deze tool is mede door hulp van de VNCI en haar leden ontstaan. p

    Cefic steunt Europese ambitie maak-industrie

    november 2012 Chemie magazine 19

  • Bezoek ons op de stand en wij berekenen live w besparing.Wij keren uw eerste winst direct uit.

    www.idsnl.com

    D Logistics Control Tower voor de chemische industrie

    Bekijk de DSM business caseVakbeurs ICT & Log

    istiek

    13 t/m 16 november 2012

    Jaarbeurs Utrecht, Beursstan

    d 10.B051

  • Actueel

    foto

    : hollandse hoogte

    foto

    : hollandse hoogte

    Nobelprijs voor oNderzoek Naar verwerkiNg prikkels Met hun onderzoek naar hoe het lichaam prikkels van buitenaf verwerkt, hebben de Amerikanen Robert Lefkowitz en Brian Kobilka dit jaar de Nobelprijs voor Schei-kunde gewonnen. Hun onderzoek richtte zich op de zogeheten G-protenegekop-pelde receptoren die veranderingen bui-ten de cel oppikken en deze informatie doorgeven aan het binnenste van de cel. Omdat veel medicijnen inwerken op deze receptoren, helpt het onderzoek van Lef-kowitz en Kobilka bij het verbeteren van die medicijnen.

    De receptoren bevinden zich op een uitermate belangrijke plaats en reguleren zo vrijwel elk bekend fysi-ologisch proces in het menselijk lichaam, legde Lefkowitz uit tijdens de prijsuitrei-king. In het geval van een ziekte moeten wij artsen die processen beheersen. Door een radioactief label vast te plakken aan adrenaline kon Lefkowitz in de jaren zestig zien waar in het lichaam dit hormoon, dat ons lichaam aanmaakt bij een schrikreac-tie, terechtkwam. De GPC-receptoren ble-ken ingebouwd in de wand van de cel. Ze steken zowel aan de binnen- als de buiten-kant van de celwand iets uit. Het adrena-

    line bleek met de receptor aan de buiten-kant van de cel te binden, waardoor de receptor aan de binnenkant van de cel van vorm verandert, wat een hele keten van reacties in de cel in gang zet. In de jaren tachtig ontdekte Kobilka, toen laboratori-umgenoot van Lefkowitz, dat het gen dat bij deze GPC-receptor hoort lijkt op het gen met het bouwplan voor de receptor die onze ogen gebruiken om licht op te vangen. De wetenschappers vermoedden dat er een hele familie van GPC-receptoren bestond, en in de jaren daarna werden inderdaad in verschillende delen van het lichaam vele soorten GPC-receptoren ont-dekt.

    Lefkowitz is professor biochemie en medi-cijnen aan de Duke University, en Brian Kobilka is professor moleculaire en cellu-laire fysiologie aan de Stanford University School of Medicine. Omdat de helft van de huidige medicijnen werkt door GPC-recep-toren te blokkeren of te stimuleren, is hun onderzoek zeer belangrijk geweest voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, waaronder hartmedicijnen, hooikoorts-middelen en geneesmiddelen voor psychi-atrische patinten. p

    Bent u of kent u een plantmanager die gelauwerd moet worden voor zijn prestaties? Dan horen vakblad Petrochem en de VNCI dat graag van u voor de verkiezing van de Plant Manager of the Year 2013. Zij zoeken de meest maatschappelijk betrokken leiders met de beste communicatieve vaardigheden die hun fabriek aantoonbaar beter hebben laten presteren.

    Met de verkiezing willen de organisatoren het imago van de Nederlandse pro-cesindustrie verbeteren door te laten zien hoe plantmanagers opkomen voor onder andere veiligheid, gezondheid, milieu en productiviteit. Hierbij werken Petrochem en de VNCI samen met de Rotterdamse belangenbehartigingsorganisatie Deltalinqs en het Havenbedrijf Rotterdam. De winnaar wordt bekendgemaakt tijdens het Deltavisie-congres op 13 juni 2013. Kandidaten kunnen tot 1 februari 2013 worden aangemeld via Irene van Luijken, hoofd communicatie VNCI: 070-337 87 30, [email protected] p

    Brian Kobilka

    Plant Manager of the Year 2012 Michel Meertens van DSP (DSM Sinochem Pharmaceuticals).

    Robert Lefkowitz

    Bent of kent u de Beste plantmanager van 2013?

    november 2012 Chemie magazine 21

  • Hopelijk bedaart de discussie nu wat

    Chris Pietersen verbaasd over ophef veiligheid

    22 Chemie magazine november 2012

  • Hopelijk bedaart de

    Veiligheidsdeskundige Chris Pietersen heeft zich verbaasd over de ophef rond veiligheid van procesinstallaties. Pers en politiek hebben, voor een deel door kennisgebrek, de indruk gewekt dat het daarmee droevig gesteld is. Recente rapporten over de stand van zaken in het Rijnmondgebied hebben hem gerustgesteld. Hopelijk kunnen we nu in alle rust verder bouwen aan verhoging van de veiligheid.Tekst: Jos de Gruiter

    C hris Pietersen is er de man niet naar om zaken op te blazen. Vanuit zijn sobere werk-kamer in het voormalige TNO-complex in Apeldoorn analyseert hij afstandelijk de ophef over de veiligheidssituatie in chemie-bedrijven. De brand bij Chemie-Pack was geen ramp. Je praat over een ramp als de veiligheid van mensen in het geding is geweest. Dat was niet het geval. Maar het had natuurlijk erger kunnen zijn, en het was zeker een ernstig incident. Omdat het er zo spectaculair en bedreigend uitzag, ontstond er ophef en gingen pers en politiek zich ermee bemoeien. Het probleem is dat geen van beiden verstand heeft van procesveiligheid. Dan worden er dus dingen beweerd die de ophef doen toene-men. Dan is er nog iets bij Odfjell, en staat DCMR onder druk om zijn spierballen te laten zien. En voor je het weet zit je in een situatie waarin de gemiddelde burger de indruk heeft dat het bedroevend is gesteld met de veiligheid in chemische installaties.Hij vertelt het terloops, maar hij heeft zich oprecht ver-baasd over de opgelaaide discussie. Want waar gaat het in feite om: bij Odfjell deugde iets niet met de blus-leidingen. Dat is niet zoals het hoort, maar blusleidingen heb je nodig als er brand is uitgebroken, en kennelijk waren de maatregelen om te voorkomen dat er brand zou uitbreken wl in orde. Ik miste in de berichtgeving een kwali catie van de ernst van de aangetroffen tekortkomingen: stond de boel op springen, heeft de omgeving aan grote gevaren blootgestaan? Daarvan was geen sprake. Die nuance miste ik.

    Onder de vlag van TNO richtte Pietersen in 1998 Safety Solutions Consultants op, een onderdeel dat zich speciali-seerde in veiligheidsvraagstukken in de industrie. Vijf jaar geleden verzelfstandigde hij het bedrijf. Pietersen adviseert de industrie en geeft cursussen. Hij is onder meer docent en moduleleider van de Hogere Veilig-heidskunde Cursus van de Stichting Post Hoger Onder-wijs Veiligheidskunde. Ook was hij senior ongevalonder-zoeker bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid en lid van de begeleidingscommissie van het onderzoek naar de brand bij Chemie-Pack. In 1984 was hij betrokken bij onderzoek naar de oorzaken van twee grote industrile

    rampen: de explosie van de LPG-installatie bij Pemex in Mexico en de giframp bij Union Carbide in het Indiase Bhopal. Hij schreef erover in een boek dat drie jaar geleden verscheen: 25 jaar later: De twee grootste indu-strile rampen met gevaarlijke stoffen. Pietersen was verder lid van de tot verdriet van velen (inclusief de VNCI) opgeheven onafhankelijke Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS).In een recent interview met SC (de wekelijkse papieren versie van de vroegere Staatscourant) noemt Pietersen het gebrek aan kennis over procesveiligheid bij de betrokken partijen tekenend voor de uit de hand gelo-pen discussie. De argumentatie die bij Odfjell is gehan-teerd houdt volgens hem in dat de chemische industrie in Nederland in feite buiten bedrijf kan worden gesteld. Ik wil de risicos bij Odfjell niet bagatelliseren, liet hij optekenen, maar bij elk bedrijf is wel iets loos. Het is niet moeilijk een nieuwe hype bij een volgend bedrijf te creren.

    Mag je het politiek en pers kwalijk nemen dat ze te wei-nig kennis hebben? Je moet in beide beroepen van wel heel veel dingen iets afweten.Als dat zo is, dan moet de chemie zorgen voor tegen-wicht. Zeggen wat het probleem is, hoe er gewerkt wordt, wat er gedaan wordt aan veiligheid en op welk punt er een probleem zit bij Odfjell. Niet om het te baga-telliseren, want het Odfjellmanagement is niet goed bezig geweest en de overheid heeft steken laten vallen, maar om duidelijkheid te scheppen. Het probleem is echter dat we in Nederland niet zo veel onafhankelijke instanties hebben.

    Pietersen heeft een paar stokpaardjes. Een daarvan is doelstellende regelgeving, regelgeving die een doel formuleert en individuele bedrijven ruimte biedt voor invulling. Dat is nu voor het eerst toegepast bij PGS-29, de richtlijn voor grote bovengrondse tankinstallaties voor brandbare vloeistoffen. De overheid verplicht bedrijven aan te tonen dat de beveiliging op orde is. Daardoor verandert het werk voor zowel bedrijven als inspecteurs, maar de veiligheid is erbij gebaat. Het gaat om de veiligheid van een installatie, niet om de vraag of FO

    TO: C

    ASPER RILA

    Veiligheid

    e

    november 2012 Chemie magazine 23

  • een bedrijf tot in de kleinste details voldoet aan precies voorgeschreven eisen van de wetgever. Bedrijven moe-ten dus uitleggen waarom ze bepaalde keuzes hebben gemaakt en inspecteurs kunnen niet meer volstaan met het afvinken van een uitgebreide controlelijst.In het interview met SC legde hij al een actuele link: Voor een BRZO-bedrijf (Besluit Risicos Zware Ongeval-len) als Odfjell geldt de wettelijke verplichting een transparant en veri eerbaar veiligheidsbeheersysteem te hebben. De borging van in dit geval de integriteit van leidingen via periodiek onderhoud en inspectie dient te zijn opgenomen in het VBS. Als de integriteit van leidin-gen slecht blijkt te zijn, zoals bij Odfjell, dan heeft men jarenlang verzuimd het systeem van borging van leidin-gen te controleren. De overheid zou daarom meer systeemgericht moeten inspecteren om te toetsen of de eigen verantwoordelijkheid van een bedrijf goed is inge-vuld in het VBS. Als dat hier zou zijn gebeurd, waren er al veel eerder structurele tekortkomingen geconsta-teerd.

    Die werkwijze vraagt om vertrouwen en kennis bij over-heid en bedrijven. Zijn die in voldoende mate aanwezig?Op dit moment niet. Afvinken van controlelijsten is natuurlijk eenvoudiger, maar veiligheidsmensen zijn niet op de wereld om het makkelijk te hebben. We zijn er om het veilig te maken, en dus moeten we onze kennis op peil brengen. Een voorbeeld is de kennis over het redu-ceren van een risico tot een acceptabel laag niveau met behulp van beveiligingen. Daarvoor wordt internationaal de zogenoemde SIL(Safety Integrity Level)-benadering gehanteerd. Dat geeft geobjectiveerd aan wat de directe gevolgen van een scenario met het vrijkomen van gevaarlijke stoffen zijn en wat de kans erop is. Op basis van de SIL-methode is het dan duidelijk hoe betrouw-baar de beveiliging moet zijn om het risico voldoende te reduceren. Dat moet transparant en veri eerbaar wor-den gedocumenteerd en worden geborgd in het VBS. De scenarios waarvan het risico moet worden gereduceerd worden gedenti ceerd via een HAZOP-studie (Hazard and operability-studie red.). De SIL/ HAZOP studie wordt onder leiding van een ervaren voorzitter uitge-voerd door een multidisciplinair team mensen uit het bedrijf die voldoende kennis en ervaring hebben. De resultaten zijn niet zonder meer af te vinken. Wat de

    overheid bijvoorbeeld moet controleren is hoe het gesteld was met de kwaliteit van dat team. Voor kleinere bedrijven geldt dat zij de benodigde kennis kunnen inhu-ren, maar daarbij goed moeten letten op de kwali caties van die deskundigen en de borging in het eigen bedrijf.

    Hoogleraar risicobeheersing Eelco Dykstra liet half oktober in dagblad Trouw optekenen dat hij het zelfrei-nigend vermogen van bedrijven niet hoog schat.Dykstra zegt ook dat bestuurders niet eerlijk zijn over de veiligheidssituatie. Ik denk dat hij dat niet kan onder-bouwen.

    U komt andere dingen tegen in bedrijven?Bij alle bedrijven zijn veiligheidsbeheerssystemen ingevoerd en zijn de procedures op orde, maar er is altijd productiedruk, er is gewenning, er zijn perso-neelswisselingen en zo verder. Bedrijven zijn altijd in beweging. Dan is de verleiding groot om de weg van de minste weerstand te zoeken. Dat gevaar ligt altijd op de loer, en dan is het van belang dat procedures geborgd zijn. Het monitoren van de dagelijkse praktijk van het volgen van de eigen procedures is dan ook van groot belang. Wat in dit kader sterk onderschat wordt is het belang van analyses van incidenten en ongevallen. Het besef dient te groeien dat een goede analyse van de

    24 Chemie magazine november 2012

  • Veiligheid

    onderliggende, vaak organisatorische problematiek en de bijbehorende verbetermaatregelen een voorwaarde vormt voor veilig opereren.Daarnaast is het voor het monitoren ook belangrijk om key performance indicators te hebben die achterstanden in acties voor veiligheid meetbaar maken. Veiligheidsbe-heerssystemen verlangen dat je alles transparant en veri eerbaar documenteert en borgt in de organisatie. De overheid kan dat vervolgens controleren. Maar als je geen performance indicators hebt, wordt het moeilijk. Hoe kun je iets controleren als je geen meetgegevens hebt? Je eigen management moet die informatie ook willen hebben.

    Hoe zou u de cultuur omschrijven die u gemiddeld geno-men aantreft in bedrijven?Dat is heel wisselend. Als ik na een incident bij een bedrijf kom en de manager zegt dat het bedrijf alle over-heidsregels naleeft, dan is dat meestal een indicatie dat het niet goed zit. Dat bedrijf is dan bezig de overheid tevreden te stellen, en daar gaat het niet om. Het gaat om veiligheid, niet om regels. Een goede veiligheidscul-tuur begint met het serieus nemen van mensen op de werkvloer. Meldingen serieus nemen, luisteren. Niet als politieagent, maar uit interesse. En zelf het goede voor-beeld geven is heel belangrijk. Een manager die n

    keer zonder helm op het terrein is gezien, geeft een signaal af: je hoeft het niet zo nauw te nemen met veilig-heidsvoorschriften.

    Wat is uw algemene indruk: is het de afgelopen tien jaar grosso modo veiliger geworden in de chemische indus-trie?Voor grote bedrijven gaat dat op, al zijn er beslist nog verbeterpunten. Zonder dat ik dat kan onderbouwen met keiharde onderzoekgegevens, zegt mijn gevoel dat het in kleinere bedrijven iets minder is geworden. Dan praat ik over de Chemie-Packs onder ons. De economi-sche crisis zal daar voor een belangrijk deel debet aan zijn. Het is goed dat grote bedrijven de achterblijvers onder hun hoede nemen. Wat Shell deed, door alle con-tacten met Odfjell te verbreken, was in dat verband een slecht voorbeeld. Shell was jarenlang een grote klant van Odfjell en voor de ketenverantwoordelijkheid als geen ander in de positie om procesveiligheid af te dwin-gen.

    Draagt naming en shaming, waartoe minister Atsma besloot naar aanleiding van Chemie-Pack, bij aan een betere veiligheidscultuur?Ik betwijfel het, maar als je het doet, moet het in elk geval kloppen. Het stond wel stoer en paste in de hype van het moment, maar het droeg niet bij aan de veilig-heid. In zijn algemeenheid moet je er voorzichtig mee zijn. De gegevens moeten kloppen en je moet alle voor-gaande stappen hebben doorlopen. Ik zou zeggen: pas doen als een bedrijf systematisch weigert zijn leven te beteren.

    Het gaat goed, maar het kan beter. Dat was de teneur van twee recente rapporten over de veiligheidssituatie van procesinstallaties in het Rijnmondgebied.Dat was een voorspelbare conclusie. Voordat de hype ontstond zou dat ook het oordeel over de situatie bij Odfjell zijn geweest: het is goed, maar het kan beter. Dat is namelijk doorgaans het geval. Hopelijk bedaart de discussie nu wat en kunnen we in alle rust verder bou-wen aan verhoging van de veiligheid. p

    De brand bij Chemie-Pack was geen ramp. Je praat over een ramp als de veiligheid van men-sen in het geding is geweest

    november 2012 Chemie magazine 25

  • 26 Chemie magazine november 2012

    OVERNAMEPAD LONKT VOOR CHEMIEBEDRIJVENOVERNAMEPAD LONKT VOOR CHEMIEBEDRIJVENDe helft van de bestuurders van chemiebedrijven in Europa verwacht de komende twee jaar betrokken te zijn bij fusies en overnames. Daarbij gaat het vooral om her-schikkingen van de productportfolios om op de langere termijn succesvol te zijn. De kopers bevinden zich voornamelijk in de Verenigde Staten, blijkt uit een internatio-naal onderzoek van KPMG onder 156 bestuurders van bedrijven in de chemiesector. We zien vooral dat bedrijven onderdelen willen overnemen waarmee ze een hogere marge kunnen halen. Tekst: Adriaan van Hooijdonk

    Daarbij gaat het om chemische producten die niet ieder-een zomaar kan maken en waar veel hoogwaardige technologische kennis voor nodig is. Europese bestuur-ders maken zich volgens Gardien verder grote zorgen over de toekomst van de eurozone. Daarom kijken ze nu vooral naar de inrichting van hun productportfolio om ook op de langere termijn succesvol te zijn.

    Amerikaans kostenvoordeelDe chemiebedrijven die in Europa actief zijn, hebben volgens Gardien de afgelopen jaren goed op de centjes gelet en verschillende besparingsprogrammas doorge-voerd. Daardoor is er nu weer meer geld beschikbaar voor overnames. ING-analist Fabian Smeets herkent het beeld dat het KPMG-onderzoek schetst. Uit een recente ING-analyse van alle Europese beursgeno-teerde chemische bedrijven blijkt dat de oorlogskassen inderdaad goed gevuld zijn. Er zijn maar een paar ondernemingen die geen geld voor overnames hebben.

    De meeste bedrijven in de wereldwijde che-mische industrie hebben, ondanks de crisis, hun kaspositie het afgelopen jaar zien groeien. Daardoor zijn zij in staat forse investeringen te doen om hun strategische doelstel-lingen te realiseren, zo blijkt uit KPMG-onderzoek. Het adviesbureau hield in juli 2012 een schriftelijk onderzoek onder 156 bestuurders in de chemische industrie. Daarvan bevonden zich er 53 in de Ver-enigde Staten, 50 in Europa en 53 in Azi. Uit het onderzoek blijkt dat 68 procent van de ondervraagde Europese bestuurders aangeeft dat er voldoende geld in de kas zit om op overnamepad te gaan. Daarbij gaat het voornamelijk om herschikkingen van de productportfolio, weet KPMG-partner Lex Gardien, in Nederland verantwoordelijk voor de dienstverlening aan de chemische industrie. We zien vooral dat bedrijven onderdelen willen overne-men waarmee ze een hogere marge kunnen halen.

    KPMG-ONDERZOEKTOONT OORLOGSKASSEN AAN

  • november 2012 Chemie magazine 27

    e

    OVERNAMEPAD LONKT VOOR CHEMIEBEDRIJVENOVERNAMEPAD LONKT VOOR CHEMIEBEDRIJVEN

    ter de noodzakelijke groei. Ruim 80 procent van de bestuurders verwacht dat vooral het betreden van nieuwe geografi sche afzetmarkten voor de noodzake-lijke groei gaat zorgen. De groei zal voornamelijk plaatsvinden in Brazili, Rusland, India en China, plus opkomende markten, zoals Vietnam, Indonesi en Maleisi, voorspelt Gardien. Daar krijgen de men-sen steeds meer te besteden, en de chemische indus-trie speelt daar op in.Ook Smeets ziet de investeringen voornamelijk in deze landen plaatsvinden. Tegelijkertijd zal er altijd een basis blijven voor de chemische industrie in Europa omdat zich hier verschillende lokale markten bevinden. Maar we zien de laatste jaren wel dat slui-tingen en ontslagen voornamelijk in Europa plaats-vinden. Ook wanneer bedrijven grote groepen nieuwe mensen aannemen of nieuwe r&d-centra openen, gebeurt dat voornamelijk in het buitenland. De che-mische industrie in Europa bevindt zich nu boven in

    Sommige chemiebedrijven hebben volgens hem de afgelopen jaren enorme productmarges gehaald. Dat heeft alles te maken met het cyclische karakter van de chemische industrie. In 2008 hebben we al een zware crisis gehad. Vervolgens zijn in 2009 en 2010 vooral de minder competitieve fabrieken uit bedrijf gehaald. Daarna is de vraag, onder andere door wereldwijde stimuleringsregelingen van overheden, weer toegenomen. Daardoor hebben wij de afgelopen twee, drie jaar marges gezien die wij de afgelopen decennia niet zijn tegengekomen.Daarbij gaat het volgens Smeets vooral om chemische producten voor de auto-industrie, zoals rubber. Maar ook de marges op siliconen, caprolactam en acrylzuur zijn enorm gestegen omdat er te weinig fabrieken waren die deze producten konden maken. Het feestje is echter weer afgelopen, want nu komen we in de periode dat de nieuwe fabrieken die deze producten maken in bedrijf worden genomen.Uit het KPMG-onderzoek blijkt verder dat de kopende partijen zich niet alleen in Europa, maar vooral in de Verenigde Staten bevinden. Dat heeft volgens Gardien alles te maken met de grootschalige schaliegaswinning in het land. Daar-door heeft de chemische industrie een kostenvoor-deel op energiegebied en komt er geld vrij voor over-names. Verder vind ik het verrassend dat er ook in Europa nieuwe investeringen plaatsvinden. Dat had-den we eigenlijk niet verwacht.

    Sterven na doodToch zien de bestuurders van de chemiebedrijven in Europa, de Verenigde Staten en Azi fusies en over-names niet als de belangrijkste drijvende kracht ach-

    Ik vind het verrassend dat er ook in Europa nieuwe investeringen plaatsvinden

    Economie

  • 28 Chemie magazine november 2012

    de koolstofkostencurve, maar dat kan altijd weer ver-anderen. Kijk maar naar de chemische industrie in de VS. Die was vijf jaar geleden op sterven na dood, maar door de schaliegaswinning heeft de sector een enorme stimulans gekregen.

    Nederlandse situatieGardien vindt het lastig om de uitkomsten van het onderzoek te vertalen naar de chemische industrie in ons land. Ik weet niet welke bedrijven die in Neder-land actief zijn aan het onderzoek hebben meege-werkt en wat ze precies hebben gezegd. Bovendien is de branche steeds internationaler. Neem bijvoorbeeld een bedrijjf als LyondellBasell. Het hoofdkantoor bevindt zich in Nederland, maar de aansturing vindt grotendeels plaats vanuit de Verenigde Staten, terwijl de productielocaties zich in diverse landen bevinden. Smeets is iets stelliger. BASF heeft altijd een goed gevulde kas voor overnames. Dat geldt ook voor DSM. Zij komen er ronduit voor uit dat ze hiervoor 1,5 mil-jard euro beschikbaar hebben. AkzoNobel heeft ook ruimte op de balans, hoewel ze rekening moeten hou-den met voorzieningen voor het pensioentekort. Ook bedrijven als Yara en Syngenta hebben meer dan genoeg geld om overnames te plegen. Het chemisch landschap kan er over een paar jaar dus weer heel anders uitzien. Maar dat is nu eenmaal inherent aan de sector. p

    Het chemisch landschap kan er over een paar jaar

    dus weer heel anders uitzien

    SYNGENTAs Werelds grootste producent van landbouwchemica-lin heeft het afgelopen jaar erg goed gepresteerd op de beurs. Door de verwachte verdere toename van de wereldbevolking van 7 naar 9 miljard monden en de noodzaak deze te voeden, blijven de producten en dien-sten van het bedrijf gewild. In 2012 heeft Syngenta onder meer het Amerikaanse biotechbedrijf Pasteuria Biosci-ence overgenomen. Woordvoerster Marjan Vlam meldt dat Syngenta zich wereldwijd zal blijven orinteren op aankopen. Hoofdcriterium daarbij is of een dergelijke acquisitie in onze strategie past. Over budgetten en bedragen geven wij geen informatie, besluit Vlam.

    BASFVolgens woordvoerster Jasmijn Degen concentreert BASF zich op een sterke cashfl ow en op de reductie van de fi nanciering met vreemd vermogen. Wij willen onze single-A-rating behouden, maar dat wil niet zeggen dat wij strategisch zinvolle acquisities categorisch uitslui-ten. Vanuit een actief portefeuillebeheer bekijken we voortdurend potentile acquisities en desinvesteringen. Acquisities zijn in principe in bijna alle segmenten denk-baar. Over bedragen doen wij geen mededelingen.

    YARA INTERNATIONALDe kunstmestproducent heeft de afgelopen jaren goede resultaten geboekt. De corebusiness van minerale meststoffenproductie is immers nauw verbonden met de productiviteit van de landbouw en voedselproductie. Het bedrijf heeft dan ook genoeg geld in de kas. Maar na een aantal mislukte overnames, onder andere van de kunstmestbusiness van BASF Antwerpen en Terra in de Verenigde Staten, maakt het management in Oslo nu andere keuzes, licht Jos van Damme van Yara Sluiskil toe. Nu zet Yara in eerste instantie in op grootschalige investeringen bij bestaande vestigingen in Noorwegen, Canada en Australi. Daarvoor is in totaal 1,4 miljard euro beschikbaar. In 2009 werd in Sluiskil ruim 400 miljoen euro genvesteerd in een nieuwe fabriek voor de productie van ureumoplossing.

    DSMDe CFO van DSM, Rolf-Dieter Schwalb, heeft eind sep-tember tijdens een analistenmeeting in Zwitserland laten weten dat het bedrijf na de jongste overnames nog steeds 1 miljard euro in kas heeft om overnames te ple-gen, meldt woordvoerder Raymond Frenken van DSM. De afgelopen twee jaar hebben we ruim 2,2 miljard euro aan overnames besteed. Daarbij richten wij ons op bedrijven die ons aan kunnen vullen in de segmenten waarin wij actief zijn, zoals hoogwaardige materialen, ingredinten voor de voedingsmiddelenindustrie en farmacie. Toch lijkt DSM op overnamegebied vooral actief in de voedingsindustrie. Van de 2,2 miljard euro ging 1,8 miljard naar overnames van bedrijven in deze sector, waaronder Ocean Nutrition Canada. Het bedrijf is een leider in omega-3-vetzuren uit visolie voor toe-passing in voedingssupplementen. Daarmee is het in hoge mate complementair aan de activiteiten van het door DSM in 2011 aangekochte Martek, dat omega-3-vetzuren uit algen maakt. Een van de jongste aanko-pen is het Braziliaanse diervoederbedrijf Tortuga, dat DSM onlangs aankocht voor 465 miljoen euro.

  • Veiligheid is een voorwaarde, geen sluitpost

    Ik ben directeur van een prachtig bedrijf. Net als iedere ondernemer sta ik onder druk van de concurrentie en ben ik erop gebrand mijn bedrijfsprocessen zo effectief en effi cint mogelijk te organiseren. Maar niet ten koste van alles. De veiligheid van mijn medewerkers staat voorop. Om mij te helpen met een verantwoord en realistisch veiligheidsbeleid en dit ook in praktijk te brengen, werk ik samen met Copla. Ze zijn al jaren gespecialiseerd in veiligheidszorg. Samen hebben we een praktisch plan opgesteld. Bij de uitvoering worden we nu nog geholpen door een consultant. Nog dit jaar zal onze eigen middelbaar veiligheidskundige afstuderen. Ook bij Copla. Ook werken aan een verantwoord en realistisch veiligheidsbeleid? De consultants van Copla helpen u graag.

    Peter Foppen, directeur

    Kijk op www.copla.nl

    Copla Opleiding Training ConsultantsHarderwijk | 0341 430848 | [email protected]

    Volg ons op:

    Verder met veiligheidszorg. Verder met Copla.

  • emptyful, zo heet dit kunstwerk van Bill pechet op het Millenium library plaza in winnipeg in Canada. Je zou er een kolf of een erlenmeyer in kun-nen zien, waarin een chemische reactie plaatsvindt. Het kunstwerk bestaat uit een 10 meter hoge en 9 meter brede roestvrijstalen frame in de vorm van een es, waarin van

    kleur veranderende led-lampen vallend water en damp verlichten, zodat het lijkt alsof zich in de es een kokende vloeistof bevindt. De glowing fl ask sculpture is genspi-reerd door het idee dat iets vol en leeg tegelijk kan zijn. Als je voor het eerst in winnipeg komt kan het leeg en open lijken, zoals het daar ligt

    tussen de onmetelijkheid van de prairie en de hemel. Maar binnenin zit de stad vol creatieve energie, aldus pechet. tijdens de winter-maanden worden het water en de damp uitgezet. emptyful blijft dan een lichtshow geven met oranje en gouden tinten om de koude nachten wat op te warmen.

    30 Chemie magazine november 2012

  • november 2012 Chemie magazine 31

    Uitgelicht

    Foto

    : Gerry Kopelow

  • 32 Chemie magazine november 2012

    WiJ heBBen ons hUisWerK geDAAn40 procent minder CO2-uitstoot in 2030, dt is de ambitie van de chemische industrie. Om aan te geven hoe dit bereikt wordt, heeft de VNCI de Routekaart Chemie 2012-2030 opgesteld. VNCI-speerpuntmanager Energie & Klimaat Reinier Gerrits is tevre-den: We hoeven nu niet meer met losse issues de boer op, maar kunnen een gezamenlijk pakket aan oplossingen laten zien. Tekst: Igor Znidarsic

    op energie-ef ciency. Met deze oplossingsrichting zijn tot nu toe dan ook de hoogste resultaten bereikt. Ook zijn er veel biobased-projecten genventariseerd, maar daarover zijn weinig besparingscijfers bekend. Hun bij-drage is namelijk moeilijk in te schatten omdat de meeste zich nog in de onderzoeksfase bevinden. Wat het aantal CCS-projecten betreft waren de onderzoe-kers verrast. Tijdens gesprekken ontdekten we dat veel bedrijven plannen in die richting hebben, meer dan we hadden gedacht, alleen zijn niet alle bekendgemaakt, verklaart Gerrits. Nieuwe innovaties liggen voor een deel ook in CCU, het nuttig toepassen van CO2. Voor het sluiten van de materiaalketen blijkt het aantal lopende projecten gering. Maar omdat dit thema veel aandacht heeft gekregen tijdens een sessie met experts die van-wege de Routekaart is gehouden, zijn er toch veel nieuwe projecten bij gekomen. Voor duurzame produc-ten zijn relatief weinig projecten gekwanti ceerd, omdat LCA-informatie over de uiteindelijke producten (die met door de chemiesector geleverde materialen gemaakt worden) nog beperkt bij bedrijven aanwezig is (zie ook kader).

    WKK een mustPer oplossingsrichting zijn ook de randvoorwaarden aangegeven. Zo is voor vervanging van fossiele grond-stoffen nodig dat er goede LCA-data komen en dat accijnzen en importhef ngen op biomassa worden weg-genomen. Wat betreft energie-ef ciency is het in stand houden van warmtekrachtkoppeling (WKK) een must. Gerrits: Wij hebben ons niet neergelegd bij een margi-nale rol van WKK en denken dat deze in 2030 wel dege-lijk en deel van de CO2-reductie kan realiseren. De bijdrage van CCS is in de Routekaart groot, maar de randvoorwaarde is wel dat de toegezegde facilitering door de overheid aan de nu in ontwikkeling zijnde pro-jecten leidt tot realisatie.Algemene randvoorwaarden zijn er ook: de mogelijk-heid tot het doen van nieuwe investeringen door econo-

    De VNCI heeft de afgelopen tijd een grondige inventarisatie gemaakt van de innovatiemoge-lijkheden in de chemiesector tot 2030 voor broeikasgasreductie. Het resultaat: de Route-kaart Chemie 2012-2030. Om een zo realistisch mogelijk beeld te geven en maximale betrokkenheid van de bedrijven te realiseren, is daarbij gekozen voor een bottom up-benadering, dus vanuit de projecten zelf. Het resultaat is behalve op de bijbehorende website (zie kader) te vinden in het rapport De sleutelrol waarmaken, dat beschrijft welke projecten al lopen, wat zij kunnen bijdragen aan de beoogde CO2-emissiereductie, welke projecten nog van start gaan, welke nog nodig zijn, n aan welke voorwaarden voldaan moet worden om in 2030 een broeikasgasreductie te realiseren van 40 pro-cent ten opzichte van 2005 (waarvan 11 procent al gehaald is tot 2012).De oorspronkelijke ambitie van 50 procent CO2-reductie die de Regiegroep Chemie in 2006 uitsprak bleek niet haalbaar. Op basis van onze inventarisatie en de rand-voorwaarden denken wij dat 40 procent een relere ambitie is, stelt Reinier Gerrits, speerpuntmanager Energie & Klimaat bij de VNCI, die het project trekt. Bedrijven die projecten hebben aangedragen hebben ook een risico-inschatting aangegeven. Als je alle risi-cos zou wegpoetsen, zou je theoretisch hoger kunnen uitkomen. Maar wij wilden een realistisch beeld geven.

    Meer dan gedachtEr zijn zes oplossingsrichtingen gede nieerd: verbete-ring van de energie-ef cintie, vervanging van fossiele door groene grondstoffen, carbon capture and storage/usage (CCS/CCU, het ondergronds opslaan of herge-bruiken van CO2), het sluiten van de materiaalketen (recycling), ontwikkeling van duurzame producten, en duurzame energie. De Routekaart laat verder van elke oplossingsrichting zien wat de haalbare bijdrage (in megaton CO2-reductie) is.De meeste in bedrijven lopende projecten richten zich

    ROUTEKAART CHEMIE WIJST DE WEG NAAR 40 PROCENT MINDER CO2-UITSTOOT IN 2030

  • november 2012 Chemie magazine 33

    mische groei, een gunstig investeringsklimaat, een gelijk speelveld (Nederland in Europa en Europa in de wereld), het stimuleren van innovatie, en het terugbren-gen van de kosten van nieuwe technologien. Ook een must is dat CO2-handelssysteem ETS gebaseerd wordt op werkelijke productievolumes met voldoende rechten voor nieuwe investeringen.

    Cruciale samenhangWe hoeven nu niet meer met losse issues de boer op, stelt Gerrits tevreden vast. Met de Routekaart laten we het palet aan oplossingen zien waarmee de chemie wil werken aan de reductie van de CO2-emissie. Maar we laten wel een stukje keuze open voor de betrokken par-

    Wij denken dat 40 procent CO2- reductie een relere ambitie is

    Lopende projecten geordend naar oplossingsrichting en TRL-niveau (Technology Readiness Level, een methodiek die inzicht geeft in de status van projecten).

    Nieuwe projecten geordend naar oplossingsrichting en TRL-niveau.

    61. Energie-efficintie: het tegen-gaan van energieverspilling in het eigen proces. Hiertoe wor-den ook recycling van bijpro-ducten en uitwisseling van reststomen met buren gere-kend.

    2. Vervanging fossiele grondstof-fen: door inzet van hernieuw-bare grondstoffen (biomassa) voor de productie van chemi-sche producten.

    3. Carbon capture and storage/usage (CCS/CCU): CO2 afvan-gen en vervolgens opslaan of gebruiken (recyclen).

    4. Sluiten van de materiaalketen: hergebruiken van producten en materialen na het gebruik (post-use recycling en mogelijk daarmee een nieuwe grondstof bieden naast fossiel en bio-massa).

    5. Duurzame producten: bijdra-gen aan ontwikkeling van duur-zame producten voor eindge-bruikers (bijvoorbeeld door minder energiegebruik tijdens gebruik en daardoor minder CO2-uitstoot).

    6. Duurzame energie: inkopen of zelf opwekken van duurzame energie.

    oplossingsrichtingen

    140

    120

    100

    80

    60

    40

    20

    0

    1. Ene

    rgie-efficien

    cy

    Aantal projecten TRL 6-9

    Aantal projecten TRL 4-5

    Aantal projecten TRL 2-3

    Waarvan gekwantificeerd

    2. Vervang

    ing fossiele

    gron

    dstoffen

    3. CCS/CC

    U

    4. Sluite

    n van de

    materiaalke

    ten

    5. Duu

    rzam

    e prod

    ucten

    bij de eind

    gebruike

    r

    6. Duu

    rzam

    e en

    ergie

    45

    1810 6 8 11

    Aantal projecten in pijplijn

    40

    35

    30

    25

    20

    15

    10

    5

    0

    2. Vervang

    ing fossiele

    gron

    dstoffen

    3. CCS

    /CCU

    4. Sluite

    n van de

    materiaalke

    ten

    5. Duu

    rzam

    e prod

    ucten

    bij de eind

    gebruike

    r

    6. Duu

    rzam

    e en

    ergie

    1. Ene

    rgie-efficien

    cy

    Aantal nieuwe projecten

    Aantal projecten TRL 6-9

    Aantal projecten TRL 4-5

    Aantal projecten TRL 2-3

    energie & klimaat

  • 34 Chemie magazine november 2012

    tijen. We hebben telkens gekeken naar wat wij zelf kun-nen doen en waar de overheid of de wetenschap een bijdrage moet leveren.De samenhang tussen de oplossingsrichtingen is vol-gens Gerrits cruciaal. We kunnen als chemie nu laten zien waarom WKK zo belangrijk is, vooral ook ten opzichte van andere projecten zoals vergroening van grondstoffen. Als de overheid WKK niet met ons oppikt, of als CCS niet doorgaat, kunnen wij duidelijk laten zien hoeveel CO2 dat scheelt. Ook kunnen we de rol van de kwaliteit en de betaalbaarheid van gas in het geheel laten zien.Wat was er gebeurd als de VNCI niet met deze Route-kaart was gekomen? Gerrits: Dan bleven we gefrag-menteerde issues naar voren brengen, waardoor we geen stap dichterbij de realisering van ons doel kwa-men. De tijd vliegt, en als we niets doen wordt het ene spoor na het andere afgesloten: WKK, CCS, schaliegas. De publieke opinie is tegen, de seinen staan op rood. Maar zowel de Europese Commissie als Nederland heeft gezegd: zonder al die zaken gaan we de ambities niet realiseren.Volgens Gerrits is iedereen het over het doel eens: de opwarming van de aarde op alle mogelijke manieren terugdringen. Als vervolgens de wind tegen is vanuit maatschappelijke acceptatie, kun je twee dingen doen: of met minder CO2-reductie genoegen nemen, of iets aan de acceptatie doen. Nu gebeurt er niets.

    Reacties uitlokkenOok is er een koppeling gemaakt met de innovatieactivi-teiten van de Regiegroep Chemie en de Topsector Che-mie. De routekaart dient als paraplu voor de innovatie-pijplijn, ook bij publiekprivate samenwerkingsverbanden (PPSen). Ook is er een koppeling gemaakt met de Visie 2030/2050, bijvoorbeeld rondom biobased. Gerrits: Voor onze toekomstvisie hebben we met de bedrijven uitgebreid gediscussieerd over de inzet van biomassa. Als je enigszins optimistisch bent kom je op 15 procent uit in 2030, dus daar hebben we een koppeling mee gemaakt. We gaan voor die reductie van 40 procent uit van 15 procent biomassagebruik.

    liFe cYcle AnAlYsis (lcA)Volgens Gerrits is er een duidelijk potentieel voor broeikas-gasreductie door samenwerking in de keten. De chemische industrie staat aan de basis van veel duurzame producten en draagt daarmee fors bij aan de CO2-reductie. Maar we zijn in het uitdragen daarvan nog te bescheiden. Daarom gaan we proberen het LCA-denken meer gemplementeerd te krijgen. Dat doen we eerst bij onze leden, maar daarna gaan we ook onze partners downstream stimuleren om met een LCA te werken om daarmee hun en onze bijdrage aan duurzaamheid inzichtelijk te maken. WWW.roUteKAArtcheMie.nlDe Routekaart Chemie wordt ondersteund door een uitge-breide website met een Google Maps-structuur, waarbij je steeds verder kunt inzoomen op de zes oplossingsrichtingen. Gerrits: Je kunt afdalen tot op het niveau van een oplossing, waarbij je een voorbeeld kunt bekijken en kunt zien welke partij ermee bezig is. Dat is interessant voor bedrijven die erbij willen aanhaken. Op een hoger algemener niveau laten we aan beleidsmakers zien wat we met de Routekaart beogen. Per oplossingsrichting worden voorbeeldprojecten ter inspiratie getoond. Op de website zijn ook de verdiepende studies te vinden die voor de Routekaart zijn uitgevoerd. Ver-der bevat de website nieuws en veel achtergrondinformatie.

    Nu de Routekaart klaar is gaat Gerrits ermee de boer op: We gaan naar vakspecialisten toe om hun visie te horen en reacties uit te lokken. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar wij hebben in ieder geval wel ons huiswerk gedaan. Ik hoop dat ook de verschillende poli-tieke partijen waarmee we gaan praten tot gerichter ondersteunende beleidsmaatregelen komen om met ons deze ambitie te realiseren.

    De Routekaart is tot stand gekomen met ondersteuning van Berenschot en dankzij nanciering door het minis-terie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor de energieconvenanten MJA3 en MEE. p

    Solution direction Current conditionsMton CO2eq

    Extra potential Key preconditionGeneral: encourage innovation and a cohesive fi scal regime

    Reduction achieved 2005-2012 7.5 Not applicable Not applicable

    1. Energy effi ciency 4.3 High

    Attractiveness of NL for investment in expansion and innovation: competitive energy prices, effective ETS, infrastructure, a system that rewards all forms of energy ef ciency

    2. Replacement of fossil fuels 4.5 Fair

    Availability, options for greenfee raw materials at a competitive price, sustainability criteria at a competitive price, sustainability criteria

    3. Closure of the materials chain 2.5 Fair

    Acceptance by users in the general public, logistical implications (and consequently) the price

    4. Sustainable products 1.2 High

    Total Cost of Ownership model, clear LCA, the authorities as the launching customer, green public procurement

    5. CCS and CCU 4.5 High Liability, CO2 price. Acceptance and availability of infrastructure

    6. Renewable energy 1.4 Limited

    Price; access to deliveries and certainty of deliveries

    Overzicht van de haalbare bijdragen van de verschil-lende oplossings-richtingen (zie voor verdere uitleg en details het rapport De sleutelrol waarmaken op www.routekaart-chemie.nl).

  • Gedreven door efficintieElk onderdeel een meesterwerk

    Bij de nieuwe reeks oliegenjecteerde GA-schroefcompressoren van 30 - 90 kW is elk onderdeel een meesterwerk. Samen vormen ze een oplossing die met recht efficint-gedreven genoemd mag worden. Zo zet de serie de nieuwe standaard qua duurzaamheid, betrouwbaarheid en bereikt het de hoogst mogelijke luchtopbrengst. Bezoek onze website en zie hoe deze nieuwe compressorreeks een impuls kan geven aan uw productiviteit.www.atlascopco.com/drivenbyefficiency

    Atlas Copco Compressors NederlandMerwedeweg 7, 3336 LG Zwijndrecht Postbus 200, 3330 AE Zwijndrecht Tel (078) 6230 230 Fax (078) 6100 670www.atlascopco.nl

    Download een QR-reader, scan

    de code en bekijk het filmpje.

  • Toonaangevendin duurzaam afvalbeheerwww.indaver.com

    Duurzame valorisatie tot materialen & energie

    Indaver biedt een duurzame aanpak voor industrieel afval. Indaver valoriseert 90 %

    van de 4.6 miljoen ton afvalstoffen die ze beheert tot materiaal of energie. Eigen

    grootschalige installaties, sterke expertise en een goede kennis van de Europese

    afvalmarkt vormen hierbij onze unieke troeven. Ook via on site investeringsprojecten

    bij de grootindustrile klant valoriseren we energie en materialen uit reststromen.

    Dit vereist een juiste kennis van complexe afvalstoff en en voldoende inzicht in

    productieprocessen. Indaver realiseert lange termijnoplossingen tegen de laagste

    Total Cost of Ownership. Conformiteit aan wet- & en regelgeving en zero risk op

    liabilities staan hierbij steeds voorop.

    [email protected] Tel. +31 115 61 90 48

    www.indaver.nl

  • Biobased

    Enkele jaren geleden is het onderzoeks- en adviesbureau KNN, moederbedrijf van BioBTX, naar de mogelijke toe-passingen van biomassa gaan kijken. Iedereen richtte zich toen op de productie van energie, maar wij besloten te zoeken naar andere interessante toe-passingen van biomassa, vertelt project-leider Niels Schenk. We kwamen uit bij BTX, een bundeling van de drie aromaten benzeen, tolueen en xyleen. Dit zijn belangrijke bouwstenen voor de petroche-mie. We hebben hier bewust voor gekozen om bij te dragen aan de vergroening van deze sterkte Nederlandse sector.

    AfvalstromenNu wordt BTX uit aardolie gehaald, maar via mild kraken (de thermische omzetting, waarbij grotere organische moleculen omgevormd worden tot kleinere molecu-len) kan BTX ook uit biomassa gewonnen worden. Daarvoor kan een breed palet van afvalstromen uit de agro-industrie gebruikt worden, als het maar niet te veel mineralen bevat en te nat is, legt Schenk uit. Er is gestart met een verkennend onder-zoek en een haalbaarheidsonderzoek, gericht op zowel de technische als de eco-nomisch kansen. Hieruit bleek dat BioBTX-productie zonder subsidie rendabel kan worden. Sinds maart 2012 zijn de betrok-kenen het proces aan het optimaliseren, met behulp van een subsidie van de pro-vincie Groningen. Schenk: We zoeken op laboratoriumschaal naar de beste produc-tieomstandigheden en katalysatoren voor de omzetting van groene afvalstoffen naar BTX.

    Gradueel vergroenenHet voordeel van deze technologie is vol-

    gens Schenk dat uit afvalstromen waarde-volle producten gemaakt kunnen worden en dat deze inzet van biomassa niet con-curreert met de voedselketen. Het is vol-gens Schenk ook een enorm voordeel dat BioBTX identiek is aan de fossiele chemi-calin. Hierdoor kan de bestaande chemi-sche infrastructuur gebruikt worden, en we kunnen bovendien gradueel vergroe-nen. De markt voor BTX is groot en groeit nog steeds. Hij verwacht met BioBTX snel de markt op te kunnen. De volgende stap zal een pilot-plant zijn en misschien staat over een jaar of drie de eerste productiesite. Omdat we niet aan de reactortechniek hoeven te sleutelen kan het snel gaan. We verwach-ten met name interesse vanuit de PET-producenten. p

    WAARDEVOLLE CHEMICALIN UIT BIOMASSAOnder leiding van BioBTX werkt een Gronings consortium aan de optimalisatie van de productie van biobased benzeen, tolueen en xyleen (BTX). Deze groene chemicalin zijn identiek aan de fossiele BTX en kunnen in bestaande productieketens worden ingemengd. Het consortium denkt hiermee binnen enkele jaren een grote markt te bereiken.Tekst: Emma van Laar

    BIOBTX KAN IN BESTAANDE CHEMISCHE INFRASTRUCTUUR GEBRUIKT WORDEN

    FOTO

    : HILBRAND HUT

    Projectleider Niels Schenk met molecuulmodellen van benzeen

    (C6H6) en xyleen (C8H10).

    november 2012 Chemie magazine 37

  • 38 Chemie magazine november 2012

    Binnenvaart heeft detoekomst

    Sabic vervoert sinds enkele jaren een deel van zijn producten in containers per binnenvaartschip van Bergen op Zoom naar

    Rotterdam. Hiermee vermijdt het bedrijf 1275 ton CO2-emissie en bespaart het 10 procent op de totale vervoerskosten vergeleken met

    vervoer over de weg. Het bedrijf ziet mogelijkheden om in de toe-komst nog meer volume per binnenvaartschip te vervoeren.

    Tekst: Erik te Roller

    afspraak gemaakt met de terminal-operators die zich vestigen op de Tweede Maasvlakte. Zij mogen hooguit 35 procent van de binnenko-mende containers over de weg laten afvoeren naar het achterland. Taal: Dit betekent een grote uitdaging voor de binnenvaart, want volgens optimistische scenarios kan het vervoersvolume hierdoor wel ver-viervoudigen. Dit kan overigens alleen als de binnenvaartschepen schoner zijn en de totale logistieke keten efficinter is georganiseerd.

    HaastklusWaar ligt het omslagpunt eigenlijk? Bij afstanden van 20 tot 40 kilometer concurreert de binnenvaart met wegvervoer, mits de betrokken bedrijven aan het water liggen, zo heeft onderzoeksbureau PRC bere-kend. Als de bestemming niet aan het water ligt en extra overslag van schip naar truck nodig is, concur-reert de binnenvaart bij afstanden vanaf 80 tot 120 kilometer. Het exacte omslagpunt is afhankelijk van de hoogte van de overslagkos-ten en de afstand van het voor- en natransport, verklaart Taal.Een binnenschip vaart in zes to acht uur van Bergen op Zoom naar Rot-terdam, terwijl een truck er ander-

    Onze insteek is dat meer vervoer per binnenvaart-schip uit oogpunt van milieu wenselijk is, maar tegelijk wel economisch haalbaar moet blijven, zegt Hans Tak, verantwoordelijk voor de inkoop van logistiek bij Innovatieve Plastics van Sabic in Bergen op Zoom. De kosten voor weg- en watervervoer zijn over het geheel genomen verge-lijkbaar. Maar bij het vervoer met de binnenvaart zijn er meer mogelijk-heden om de totale logistieke kosten te verlagen. Daar komt nog bij dat hoe meer containers er op een boot meegaan, des te lager de kosten per container zijn. Maar dat vraagt wel om innovatieve concepten en de medewerking van verschillende partijen, zowel van het bedrijfsleven als van de overheid. Volgens Herman Taal, senior beleidsadviseur van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu (I&M), is het doel van de overheid niet zozeer om de overstap naar binnenvaart te stimuleren, maar om de vervoers-modaliteiten optimaal te benutten. In dit beleid past het om het hoofd-wegennet, vooral de A15 bij Rotter-dam, zo min mogelijk te belasten en zo files te vermijden. Daarom heeft het Havenbedrijf Rotterdam een

    Meer Mogelijkheden oM de totale logistieke kosten te verlagen

    half uur over doet. Maar dat ver-schil maakt voor ons niet uit, zegt Tak van Sabic. De vertrekdatum van het containerschip uit Rotter-dam naar Azi staat vast. In de dagen voor de afvaart van het schip leveren we de containers per bin-nenvaartschip aan. In het geval van een haastklus vlak voor de afvaart kunnen we zo nodig een truck inzet-ten.Van de zeecontainers van Sabic voor verre export gaat momenteel 95 tot 98 procent per binnenvaartschip naar Rotterdam.

    BelemmeringHet aantal containers dat Markie-zaat Container Terminal (MCT, zie kader) overslaat is sinds 2007 van jaar tot jaar verdubbeld dankzij het succes van de samenwerking van Sabic en andere bedrijven in Bergen op Zoom. MCT kijkt nu uit naar een locatie voor een grotere terminal aan de andere kant van de sluis. Maar voordat het bedrijf daar kan bouwen moet het nog de nodige hobbels nemen: overleg met de betrokken instanties, het doorlopen van verschillende procedures, dis-cussie over financiering en haven- en sluisgelden, en over de milieuef-fecten. Dat vergt veel tijd.

  • foto

    : shutte

    rsto

    ck

    november 2012 Chemie magazine 39

    allemaal veel beter kunnen, want hierdoor zijn de kosten onnodig veel hoger, stelt Tak.Het ministerie van I&M erkent dat binnenvaartschepen in de haven van Rotterdam vaak lang moeten wach-ten op laden of lossen. In de haven loopt nu het project NexLogic om dit te helpen meten en te verbeteren, aldus Taal.

    ToekomstmuziekTak ziet mogelijkheden voor de toe-komst om nog meer volume per

    Tak signaleert nog een andere belemmering voor de groei van het containervervoer per binnenvaart-schip tussen Bergen op Zoom en Rotterdam. Het laden en lossen van de containers in de Rotterdamse haven gaat op zichzelf razendsnel, maar wachttijden voor de binnen-vaartschepen van enkele uren of meer zijn helaas geen uitzondering. En bij een schip zijn het meteen veel meer containers dan bij een enkele truck. Dit speelt bij alle grote contai-neroverslagbedrijven. Dat moet

    foto

    : shutte

    rsto

    ck

    Meer vervoer per binnenvaartschip is uit oogpunt van milieu wenselijk, maar het moet wel economisch haal-baar blijven

    efficinter geBruik containerssabic is aan de totale binnenlandse logistiek van zeecontainers 10 pro-cent minder geld kwijt dankzij de samenwerking met logistieke dienst-verlener Markiezaat container terminal (Mct) en andere bedrijven in Bergen op Zoom. uit Azi komen bijvoorbeeld containers met ricoh-kopieermachines in rotterdam aan en gaan van daaruit per binnenschip naar het distributiecentrum van ricoh in Bergen op Zoom. Zodra de containers leeg zijn en gecontroleerd door een derde partij, gaan ze naar sabic, die ze laadt met kunststofgranulaten. De volle containers gaan terug naar rotterdam en van daaruit naar Azi. Normaal lukt het slechts om 10 tot 13 procent van de containers na gebruik weer volgela-den per binnenschip retour te sturen, maar door samenwerking halen de bedrijven in Bergen op Zoom een hergebruik tot 75 procent. Door het hoge hergebruik is de binnenvaart kostenconcurrerend, verklaart tak. sabic en Mct hebben voor dit project een eervolle vermelding gekregen bij het uitreiken van de responsible care-prijs 2012.

    binnenvaartschip te vervoeren. Bin-nenvaartschepen die varen van Ant-werpen naar Rotterdam en vice versa kunnen volgens hem best containers in Bergen op Zoom oppikken. Die schepen zitten nu lang niet allemaal vol. Hier aanleg-gen kost wat meer tijd, maar als veel partijen meewerken verdien je dat weer terug doordat de schepen beter beladen zijn. Er is studie naar gedaan, maar voorlopig is het toe-komstmuziek. Taal ziet dit anders. Om de logistiek met binnenvaart-schepen beter te organiseren is het volgens hem juist belangrijk dat binnenvaartschepen zo min moge-lijk terminals aandoen, dus zo snel mogelijk van A naar B varen.Volgens Tak zij er legio mogelijkhe-den voor het optimaliseren van het vervoer, zowel per truck, trein en zeeschip als per binnenvaarschip. Dat vraagt niet alleen om het com-bineren van de vervoersmodalitei-ten, maar ook om het aanpassen van de logistieke processen binnen de vervoersmodaliteiten. Als je beide doet en daar andere partijen bij betrekt, kun je de logistiek sterk verbeteren. Het komt er nu op aan dit op grote schaal te doen. p

    transport

  • De arbeidshyginist richt zich op risicos die op langere termijn tot letsel of schade kunnen leiden.

    Hiermee is de arbeidshyginist een belangrijke deskundige binnen het arbogebied. PHOV biedt

    daarom, naast de opleiding Hogere Veiligheidskunde, nu ook de opleiding Arbeidshygene aan.

    Kies je voor PHOV, dan kies je voor kwaliteit

    Docenten uit de praktijk en autoriteiten op hun vakgebied

    Praktijkgericht met opdrachten binnen het eigen bedrijf

    Waardevol netwerk van docenten, mentoren en medecursisten

    HVKers kunnen in een verkort traject de Specialisatie Arbeidshygine volgen

    Met ruim 20 jaar ervaring in de veiligheidskunde is de kwaliteit gewaarborgd

    De opleiding Arbeidshygine start op

    30 januari 2013, avondopleiding, vaste lesavond is woensdag

    9 april 2013, middag-avondopleiding, vaste lesdag is dinsdag

    6 juni 2013, Specialisatie Arbeidshygine voor HVKers, avondopleiding, vaste lesavond is donderdag

    Schrijf je nu in op www.phov.nl

    Gezondheidsrisicos op lange termijn beheersen?

    Volg dan nu de opleiding Arbeidshygine!

    NIEUW

    Weerdsingel WZ 32 | 3513 BC Utrecht | T 030 231 82 12 | www.phov.nl | [email protected]

    The + in your logistics

    WWW.VERSTEIJNEN.NL

    ADR OPSLAG (KLASSE 3,6,8 EN 9) DIRECTE DISTRIBUTIE GECONDITIONEERD TRANSPORT GESPECIALISEERD IN TIJDLEVERINGEN ISO, AEO EN SQAS GECERTIFICEERD

    Wat is de + voor uw bedrijf?

    (GECONDITIONEERD) TRANSPORTHANDLINGOPSLAG

  • Politiek

    VNCI POSITIEF OVER REGEERAKKOORDDe VNCI is over de gehele linie genomen positief over het regeerakkoord van de VVD en de PvdA. Nieuwe voornemens voor het klimaat, energiebeleid en regeldruk geven blijk van waardering van de chemische industrie. Wel mist de VNCI node een actief industriebeleid.Tekst: Inge Janse

    KANTTEKENINGEN BIJ INDUSTRIEBELEID EN BEZUINIGING OP KENNISCENTRA

    Klimaat & energie Het plan om in te zetten op een internationaal klimaatbe-leid valt in goede aarde, niet in de laatste plaats omdat de regering hierbij expliciet de concurrentiepositie van de energie-intensieve sectoren en de werkgelegenheid in het oog houdt. Bovendien krijgt energiebesparing, waar de chemie al volop mee bezig is, prioriteit.De VNCI is benieuwd hoe deze ambities voor het energie-beleid precies gerealiseerd worden. De ambities zijn posi-tief, maar ze kunnen nog zowel goed als slecht ingevuld worden. De overheid zou volgens de VNCI het advies van de Sociaal-Economische Raad ter harte moeten nemen. De SER pleit voor een energieakkoord voor duurzame groei met bindende afspraken over energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid.

    Regeldruk & mkbEen ander positief punt is het voornemen om wat aan de regeldruk te doen. Volgens het regeerakkoord moet er ruimte zijn voor vernieuwing, en dat kan het beste als er een samenhangende aanpak is voor ordening, sturing en toezicht. Dat wil de overheid onder meer doen door met de chemie te bespreken welke problemen zij daarbij ervaart en hier opl