Casestudy Actieonderzoek Ilse Bosschaart

of 45 /45
Casestudy Actieonderzoek Ilse Bosschaart Hogeschool Domstad In dit verslag zal ik het onderzoek uitwerken dat ik heb uitgevoerd tijdens mijn stage in het tweede halfjaar van de PABO op Hogeschool Domstad. Het soort onderzoek wat ik heb uitgevoerd is een actieonderzoek. Dit houdt in dat ik onderzoek heb gedaan naar mijn eigen handelen als leerkracht. Dit is, vooral voor iemand die veel in de praktijk bezig is, een heel interessant en leerzaam onderzoek om te voeren omdat je zo een heel duidelijk beeld van jezelf in de praktijk krijgt. Om eerst een beeld te geven, van de persoon die zijn eigen handelen heeft onderzocht, zal ik hieronder kort iets over mezelf vertellen. Mijn naam is Ilse Bosschaart en ik ben 19 jaar oud. Na mijn basisschool ben ik naar de middelbare school in mijn woonplaats Culemborg gegaan. Op deze school, O.R.S. Lek en Linge heb ik in zes jaar mijn Atheneumdiploma gehaald. Eigenlijk wist ik van jongs af aan al dat ik lerares wilde worden. De keuze was dan ook niet moeilijk voor mij om te maken. In het zesde jaar heb ik me ingeschreven voor de lerarenopleiding aan Hogeschool Domstad in Utrecht. Bij toeval ben ik op het academische traject terechtgekomen. Doordat er een aantal mensen tegen me zeiden dat ze het zonde zouden vinden als ik met mijn Vwo-diploma naar een HBO opleiding zou gaan heb ik het hier met mijn decaan over gehad. Zij vertelde dat er een nieuwe, academische variant zou starten in Utrecht. Het kwam voor mij helemaal mooi uit dat deze op Hogeschool Domstad zou starten, dit omdat deze school altijd al mijn voorkeur had als vervolgopleiding. Op dit moment volg ik dus al bijna een jaar de academische lerarenopleiding in Utrecht en heb ik het enorm naar mijn zin. Het extra stukje dat onze opleiding voor heeft op het normale traject is het onderzoek doen. Dit onderzoek word vooral in de praktijk gedaan. 1

Embed Size (px)

Transcript of Casestudy Actieonderzoek Ilse Bosschaart

Casestudy ActieonderzoekIlse Bosschaart Hogeschool Domstad In dit verslag zal ik het onderzoek uitwerken dat ik heb uitgevoerd tijdens mijn stage in het tweede halfjaar van de PABO op Hogeschool Domstad. Het soort onderzoek wat ik heb uitgevoerd is een actieonderzoek. Dit houdt in dat ik onderzoek heb gedaan naar mijn eigen handelen als leerkracht. Dit is, vooral voor iemand die veel in de praktijk bezig is, een heel int eressant en leerzaam onderzoek om te voeren omdat je zo een heel duidelijk beeld van jezelf in de praktijk krijgt. Om eerst een beeld te geven, van de persoon die zijn eigen handelen heeft onderzocht, zal ik hieronder kort iets over mezelf vertellen. Mijn naam is Ilse Bosschaart en ik ben 19 jaar oud. Na mijn basisschool ben ik naar de m iddelbare school in mijn woonplaats Culemborg gegaan. Op deze school, O.R.S. Lek en Linge heb ik in zes jaar mijn Atheneumdiploma gehaald. Eigenlijk wist ik van jongs af aan al dat ik lerares wilde worden. De keuze was dan ook niet moeilijk voor mij om te maken. In het zesde jaar heb ik me ingeschreven voor de lerarenopleiding aan Hogeschool Domstad in Utrecht. Bij toeval ben ik op het academische traject terechtgekomen. Doordat er een aantal mensen tegen me zeiden dat ze het zonde zouden vinden als ik met mijn Vwo-diploma naar een HBO opleiding zou gaan heb ik het hier met mijn decaan over gehad. Zij vertelde dat er een nieuwe, academische variant zou starten in Utrecht. Het kwam voor mij helemaal mooi uit dat deze op Hogeschool Domstad zou starten, dit omd at deze school altijd al mijn voorkeur had als vervolgopleiding. Op dit moment volg ik dus al bijna een jaar de academische lerarenopleiding in Utrecht en heb ik het enorm naar mijn zin. Het extra stukje dat onze opleiding voor heeft op het normale traject is het onderzoek doen. Dit onderzoek word vooral in de praktijk gedaan. De praktijkervaring heb ik dit jaar opgedaan in Amersfoort. Op basisschool De Tafelronde, een ontzettend leuke en leerzame school. Wat bijzonder is aan deze school is dat zij werken volgen het ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO). Dit is een onderwijsvisie die de nadruk legt op de ontwikkeling van de leerlingen volgens de leerpsychologie van Lev Vygotski. Hij verbindt een leerling -gerichte pedagogiek met een activerende didactiek. Een centraal concept is daarbij Vygotski's zone van naaste ontwikkeling, het verschil tussen wat het kind zonder hulp kan en wat het met hulp kan. Dit betekend voor het onderwijs eigenlijk dat er vanuit thema s gewerkt word. De standaardvakken zoals taal, rek enen en spelling worden wel volgens een methode gegeven maar de andere vakken worden echt allemaal samengesteld vanuit een thema. In het eerste halfjaar, tijdens mijn stage bij de kleuters, heb ik hier natuurlijk minder mee te maken gehad dan tijdens mijn stage in de middenbouw. In de middenbouw ontwerp ik de lessen zelf en moet ik dus rekening houden met de thema s die er op dat moment zijn.

1

De klas waar ik op dit moment stage loop is een groep 5/6. Het lastige van deze stageklas is dat het een combinatie klas is. Dit brengt een aantal moeilijkheden met zich mee. Ten eerste moet je een goede en vooral strakke planning hebben met betrekking tot de instructies van lessen. Je moet dit zo inplannen dat de ene groep zelfstandig aan het werk is als je de andere g roep instructie geeft en andersom. Een andere moeilijkheid in een combinatieklas zijn de gezamenlijke lessen. Deze lessen moet je zo zien aan te passen dat de beide groepen de les begrijpen en vooral betrokken zijn bij de les. Zijn ze dit niet, dan kun je beter stoppen met de les want er komt dan geen informatie binnen bij de kinderen. Dit punt, de betrokkenheid, is het onderwerp waar ik onderzoek naar ga doen in dit actieonderzoek. Mede doordat mijn stageklas een ontzettend drukke klas en moeilijke klas is. Dit werkt mee aan de betrokkenheid die vaak ver te zoeken is in de klas. De aanleiding voor dit onderzoek is te vinden in mijn eigen schooltijd. Zelf vond ik het namelijk verschrikkelijk als er een leerkracht voor de klas stond waar op het gezicht te lezen was dat hij de les die hij gaf niet interessant vond. Zelf vind ik het altijd heel belangrijk dat een leerkracht enthousiasme uitstraalt. Hierdoor zijn de kinderen namelijk ook sneller enthousiast en pakken ze dingen ook beter op. Een tweede, en ook veel kleinere, aanleiding voor dit onderzoek is een les die ik heb gegeven in mijn stageklas. In deze les, die ik in het begin van het jaar gegeven had, kon ik duidelijk zien dat de kinderen betrokken waren. Hierdoor ben ik nieuwsgierig geworden naar de manier waarop ik, met mijn eigen handelen, de kinderen zo betrokken heb gekregen. Hier ben ik mee gaan experimenteren en onderzoek naar gaan doen. Hoe dit verlopen is, is te lezen in d e rest van het verslag.

InhoudsopgaveZoals al eerder verteld is in deze casestudy een onderzoek te vinden naar mijn eigen handelen met betrekking tot de betrokkenheid van de kinderen. Hieronder is de opbouw van dit verslag te vinden met de bijbehorende p aginanummers. De inleiding van het verslag, dat hierboven te vinden is, is niet opgenomen in deze inhoudsopgave.Verantwoording Eerste cyclus - Algemeen idee - Verkenning - Algemeen plan - Verbeteracties - Conclusie Tweede cyclus - Algemeen idee - Verkenning - Algemeen plan - Verbeteracties 18 - Conclusie 4 5 5, 6 6, 7, 8 8 9, 10, 11, 12 13 14 14 14, 15 15 15, 16, 17, 18, 19

2

Mijn problemen en successen tijdens het onderzoek Conclusie Vervolgacties Literatuur Bijlage - Bijlage 1: Critical friends - Bijlage 2: Leerstijlentest Kolb - Bijlage 3: Theorie over de leerstijlen - Bijlage 4: Resultaten leerstijlentest - Bijlage 5: Grafiek uitslag - Bijlage 6: Tipkaart leerstijlen Kolb

20, 21 21, 22 22, 23 24 25 26 27, 28 29, 30 31 32 33

3

VerantwoordingTijdens mij actieonderzoek heb ik aan een aantal competenties gewerkt. Degene die aan bod zijn gekomen in mijn onderzoek zal ik hieronder noemen en daarbij een korte toelichting geven met daarin uitgelegd hoe ik hieraan gewerkt heb. Het gaat erom dat de student door het werken aan ondernemingen: Zich bewust is van de functie van een open, nieuwsgierige en o p ontwikkeling gerichte houding. (1.2) Om dit onderzoek uit te kunnen voeren heb ik een aantal gesprekken gevoerd met personen over dit onderwerp. Zo ben ik met collega s in gesprek gegaan over de betrokkenheid op school en de manier waar op zij deze verkregen in hun eigen lessen. Daarnaast heb ik ook gesprekken gevoerd over de manier van onderzoek doen. Deze gesprekken heb ik gehad met medestudenten maar hoofdzakelijk met mijn leraar Gerard Dmmer. Deze gesprekken getuigen van een open en nieuwsgierige houding ten opzichte van de kwaliteiten van deze personen. Op deze manier hoopte ik dingen te leren en dus mijn ontwikkeling te stimuleren. In gesprek gaat met collega's op de basisschool die betrokken zijn bij schoolontwikkeling. (5.1) Zoals ik hierboven al verteld heb, ben ik in gesprek gegaan met collega s van mijn stageschool over hun ervaringen met de betrokkenheid van kinderen. Deze collega s zijn vooral mijn mentor en de leerkracht van de andere groep 5/6 geweest. Ik heb hier bewust voor gekozen. Zij kennen de kinderen namelijk erg goed en weten ook wat past bij deze leeftijdsgroep. Het actieonderzoek is bedoeld als onderzoek naar je eigen handelen maar desondanks vond ik het erg prettig om de ervaringen en ideen van mijn collega s te weten te komen. Hierdoor had ik toch een soort van bevestiging en houvast in mijn onderzoek. Zijn nieuwsgierige houding bewust inzet om nieuwe kennis op te doen . (7.3) Ook deze competentie kan ik bewijzen met mijn actieonderzoek. Voor dit onderzoek heb ik me namelijk ook moeten verdiepen in de theorie over het werven van betrokkenheid. Deze theorie heb ik zo uitgekozen dat ik er iets van kon leren en het weer toe kon passen in de praktijk en daarbij dus ook in beiden cycli. Naast de bovengenoemde competenties kan ik dit actieonderzoek aan heel competentie 7 koppelen. Tijdens dit onderzoek heb ik namelijk erg kritisch naar mijn eigen handelen gekeken. Dit heb ik gedaan d oormiddel van reflecteren na elke les en na elke cyclus die ik doorlopen heb. Ook heb ik de ondernemingscyclus systematisch doorlopen. Dit kun je bijvoorbeeld zien aan de opbouw van de casestudy. Daar is deze cyclus heel duidelijk in terug te vinden.4

Daarnaast heb ik in deze casestudy ook mijn eigen handelen verantwoord en geanalyseerd aan de hand van de gevonden theorie. Hierbij heb ik gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Als laatste punt van competentie 7 heb ik een algemeen plan gemaakt. Deze heb ik besproken met mijn mentor en met medestudenten. Daarnaast heb ik mijn onderzoek besproken met docenten op Hogeschool Domstad.

Eerste cyclusAlgemeen idee Een actieonderzoek start je met een algemeen idee. Om op dit idee te komen hebben we op Hogeschool Domstad een aantal bijeenkomsten gehad vanuit verschillende vakgebieden en perspectieven. Deze bijeenkomsten heb ik gevolgd in de hoop zo op een goed idee te komen voor mijn eigen actieonderzoek. Naast deze bijeenkomsten heb ik ook input gehaald uit mijn eigen stage-ervaringen. Als eerste heb ik gekeken waar ik tegenaan ben gelopen en wat precies de onderwerpen waren die mij aantrokken. Als je dit in een schema zou zetten, zou het er zo uit komen te zien:

Zoals ik hierboven noemde heb ik ook gekeken naar mijn eigen ervaringen in mijn stageklas. Nu is het al bekend dat ik een ontzettend drukke klas les moet geven en dat ze niet goed bij de les te houden zijn. Dit was meteen een punt waar ik over na heb gedacht om een onderzoeksvraag van te maken. Daarnaast heb ik zelf mindere ervaringen gehad met leerkrachten. Zelf vind ik het namelijk erg prettig als een leerkracht enthousiast is over een vak waar hij les in geeft. Op deze manier wordt je aandacht meteen g etrokken en blijf je beter bij de les. Voor mij is dit enthousiasme een belangrijk punt om aan te willen werken omdat ik het idee heb dat, wanneer een les minder enthousiast gegeven word, de kinderen ook minder leren van de uitleg. Zelf wil ik er door dit onderzoek achter komen hoe je enthousiast les kan blijven geven, ondanks dat je het vak totaal niet leuk vind. Volgens mij is dit namelijk een heel belangrijke eigenschap voor een goede leerkracht!5

Aan de hand van deze twee punten heb ik een onderzoeksvraa g opgesteld. Deze luidt als volgt: Hoe kan ik, middels mijn eigen inbreng en handelen, de betrokkenheid bij de kinderen uit mijn stageklas verhogen door gebruik te maken van verschillende werkvormen die bij de leerstijlen van de kinderen horen? Aan deze onderzoeksvraag zijn een aantal onderzoeksvragen vooraf gegaan. Doordat ik, samen met mijn critical friends, naar deze vragen heb gekeken is er een uiteindelijke vraag ontstaan. Hoe dit is verlopen heb ik beschreven in bijlage 1. Verkenning In de verkenning ben ik op zoek gegaan naar theorie rondom het onderwerp betrokkenheid. Dit heb ik gedaan zodat ik erachter zou komen wat betrokkenheid precies is, waar je het aan kunt zien en welke werkvormen hierbij horen. Deze verkenning heb je nodig omdat je anders je geplande lessen nergens aan kunt koppelen en je eigenlijk dus maar in het wilde weg iets verzint. Als eerste moet je natuurlijk weten wat betrokkenheid precies is. Volgens Marcel van Herpen (2005) is betrokkenheid een toestand waarin kinderen z ich bevinden wanneer ze op een intense manier met iets bezig zijn. De signalen die hierbij horen zijn: - concentratie - energie - complexiteit en creativiteit - mimiek en houding - persistentie - nauwkeurigheid - reactietijd - verwoording - voldoening Door deze theorie kun je zien waar betrokkenheid precies uit bestaat. Voor mijn onderzoek was het belangrijk om te kijken hoe ik de betrokkenheid van de kinderen precies kon verhogen. Daar heeft Marcel van Herpen de onderstaande theorie over betrokkenheidverhogende factoren ov er geschreven. 1. Sfeer en relatie Hierbij gaat het om een goede sfeer in de groep en onderlinge relaties die ontspannen en ontwikkelingsbevorderend zijn. Het is van belang dat kinderen zich veilig en geaccepteerd voelen. Bij sfeer en relatie horen werkvormen als kringen en forums. Hierbij gaat het om het samenkomen van de kinderen en daarbij het uitwisselen van gedachten en ervaringen.6

2. Aanpassing aan niveau Hierbij gaat het om werk op niveau dat een kind aankan en dat het tegelijkertijd uitdaagt. Kinderen moeten de uitdaging voor activiteiten voelen. Er moet worden gedifferentieerd. Dit kan bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de favoriete leerstijl (Laevers, F. (2004) 47-48). Bij werken op niveau hoort contractwerk. Dit is een organisatievorm waarbij voor iedere individuele leerling een activiteitenpakket voor een bepaalde periode formeel wordt vastgelegd. Voor de afwerking van het pakket krijgt de leerling een bepaald deel van de tijd ter beschikking, waarbinnen hij relatief zelfstandig over de duur en de volgorde van de onderscheiden activiteiten kan beslissen. 3. Werkelijkheidsnabijheid Hierbij gaat het om werk dat werkelijkheidsnabij is en daarom voor kinderen interessant is. Activiteiten die raken aan de leef - en beleefwereld van de kinderen worden als zinvol ervaren. Bij werkelijkheidsnabijheid hoort projectwerk. Projectwerk ontstaat als kinderen op bepaalde vragen, problemen of thema s stuiten die hen sterk aanspreken. 4. De activiteit Hierbij gaat het om de mogelijkheid tot activiteit, da adwerkelijk iets doen. Kinderen kunnen niet lang luisteren. Er moet van alles te doen zijn. Rust en activiteit hoeven elkaar niet in de weg te staan. Bij activiteit horen ateliers. Bij deze activiteiten gaat het om het doen, het handelen en het actief bezi g zijn. 5. Leerlinginitiatief Hierbij gaat het om de mogelijkheid tot het nemen van eigen initiatief. Daarvoor moeten ze eigen keuzemogelijkheden krijgen. Bij leerlinginitiatief hoort daarom vrije keuze. De vrije activiteit is een organisatievorm waarin k inderen uit een relatief breed en op hun behoeften afgestemd aanbod kunnen kiezen en waarbij zo weinig mogelijke beperkingen gelden. Verder heb ik in mijn onderzoek niet met deze factoren gewerkt. Wel heb ik hier korte informatie vandaan gehaald voor het onderzoeken van de werkvormen die bij mijn klas horen. Hier heb ik overigens ook nog een klein onderzoekje naar gedaan. Hoe dit is gegaan zal ik hieronder beschrijven. Doordat we op Hogeschool Domstad les hebben gehad rondom de theorie van Kolb ben ik hier heel nieuwsgierig naar geworden. Deze theorie geeft informatie over de leerstijlen van kinderen en geeft hierbij aan welke werkvormen bij de verschillende leerstijlen horen. Deze theorie bestaat voor vier leerstijlen. Voor de kinderen in mijn stageklas heb ik onderzocht welke leerstijl dat ze hadden en welke werkvorm ik dus het beste kon gaan gebruiken tijdens mijn lessen.7

Om deze leerstijlen te weten te komen moet je een test afnemen bij de kinderen uit je stageklas. Dit heb ik gedaan nadat ik voor mez elf een hypothese had gemaakt van de leerstijlen. Hier heb ik voor gekozen omdat ik voor mezelf wilde kijken of ik een goed beeld had van de kinderen en de manier waarop zij graag werken. Na deze hypothese heb ik een test afgenomen bij alle kinderen uit m ijn stageklas. Deze test is te vinden in bijlage 2. In de bijlage 3 die daarna komt heb ik de theorie van Kolb over alle leerstijlen toegevoegd. Deze theorie heb ik mede gebruikt om de vragenlijst samen te stellen. Nadat alle kinderen de test hadden ingevuld, heb ik deze geanalyseerd en daar is het volgende uitgekomen:

Doener

Denker Dromer

Uit deze grafiek blijkt dat de meeste kinderen uit mijn klas Doeners zijn. Volgens de theorie van Kolb zijn dit de kenmerken van een doener. Doener: - Sfeer en menselijk contact belangrijk - Veel afwisseling - Uitdagingen - Ruimte om dingen uit te proberen Aan de hand van deze kenmerken heb ik mijn lessen opgezet. Hoe ik dit heb gedaan is te vinden onder het kopje verbeteracties . *De resultaten van de kinderen en de grafiek zijn te vinden in bijlage 4 en 5.

eslisser

8

Algemeen plan In mijn eerste cyclus wil ik beginnen met experimenteren met de verschillende werkvormen die bij de leerstijl van een doener horen. Omdat deze leerstijl de meest voorkomende is in mijn stageklas. Toch wil ik ook de andere leerstijlen er een beetje bij betrekken dus hiervan zal ik ook zeker dingen meenemen. De lessen die ik voor deze eerste cyclus heb gebruikt staan in het thema Vrede. Ik heb ervoor gekozen om een lessenpakket over Nelson Mandela te maken. Verbeteracties De eerste cyclus bestaat uit een lessenpakket over Nelson Mandela. Dit pakket bestaat uit twee lessen, een theorieles en een praktijkles. Ik heb hiervoor gekozen omdat dit volgens mij een goede opzet is. Op deze manier krijgen de kinderen eerst informatie over een onderwerp waarmee ze vervolgens een opdracht mee uitvoeren. Na elke les heb ik op de les (en dus ook op mijn eigen handelen) gereflecteerd en heb ik feedback gekregen van mijn mentor Maartje de Wit. Ver volgens heb ik leerpunten geformuleerd die ik weer mee heb genomen naar de volgende les. Na deze lessenserie heb ik samen met mijn mentor en de klas teruggekeken naar de serie en hierop gereflecteerd. Voordat ik de lessen heb gemaakt ben ik eerst in gesprek gegaan met collega s over het geven van soortgelijke lessen. Ik wilde graag de ideen en ervaringen van deze personen horen om er zo n goed mogelijk lessenpakket van te maken. Er was verder geen methode voor geschiedenis op mijn stageschool, mede doordat er word gewerkt volgens het OGO. Ik werd dus vrijgelaten in het samenstellen van deze lessen en kon dus zelf bedenken welke werkvormen ik wilde gebruiken om de betrokkenheid te testen. Hiervoor heb ik gekeken naar de gevonden theorie en aan de hand daarvan heb ik de lessen samengesteld. Les 1: De theorieles De theorieles ben ik begonnen door een grote foto van Nelson Mandela op het bord te hangen en aan de kinderen te vragen of ze wisten wie deze man was. Veel kinderen dachten dat het Barack Obama was omdat deze natuurlijk ook een donkere huidskleur heeft. Een aantal kinderen wisten wel wie het was, dit omdat ze in de krant hadden gezien dat hij 25 jaar vrij was. Daarna heb ik de kinderen een stukje verteld over deze man en zijn leven. Waar hij bijvoorbeeld bekend door is geworden en hoe hij heeft geleefd. Aan de hand van deze informatie heb ik de kinderen in groepjes een woordweb laten maken over Nelson Mandela. Dit om de samenwerking in mijn les ter ug te laten komen. Nadat ik rond was gelopen en had gekeken wat de kinderen hadden opgeschreven heb ik samen met de kinderen een groot woordweb op het bord gemaakt. Hierbij heb ik de kinderen zelf met onderwerpen en woorden l aten komen, op deze manier kon ik voor mezelf kijken wat de kinderen hadden onthouden van mijn verhaal.

9

Zoals ik hierboven noemde heb ik een aantal verschillende werkvormen gebruikt tijdens deze eerste les over Nelson Mandela. Deze zal ik hieronder nog kort benoemen en daarbij kijken o f deze werkvormen aansluiten bij de theorie van Kolb. - Foto tonen en daarmee voorkennis oproepen. - Theorie vertellen. - Samenwerken in groepjes aan een woordweb. - Gezamenlijk woordweb maken. - Ruimte voor feedback krijgen en geven. De werkvormen die ik tijdens deze les heb gebruikt, zijn niet de werkvormen die speciaal bij een doener horen. Vooral het luisteren naar de theorie was voor de doeners een moment waarop ze afhaakten. De rest van de werkvormen passen wel bij de doener, vooral het samenwerken en het kri jgen en geven van feedback zijn werkvormen die goed bij de doeners passen. Feedback Mijn mentor was erg tevreden over de les. Zij schreef hierover het volgende: Je les is erg goed gegaan. Je hebt hem goed voorbereid en de kinderen waren geboeid. Probeer de volgende keer de samenwerktijd iets in te korten, hier werden ze erg onrustig door. Wel goed dat je verschillende werkvormen hebt gebruikt. Ook heb ik feedback van de kinderen gehad na mijn eerste les. Iets waar ik bewust naar gevraagd heb omdat zij degene zijn waar het eigenlijk om draait. Ik moet er voor zorgen dat de kinderen de les leuk vinden en dat daardoor de betrokkenheid groeit. Van de kinderen heb ik de feedback mondeling gekregen, deze was als volgt: De kinderen vonden de les erg leuk. Vooral het samenwerken in kleine groepjes vonden ze erg leuk. Wel was het verhaal dat ik vertelde iets te lang. Ze gaven aan dat ze hierdoor een beetje de draad kwijtra akten en het saai begonnen te vinden. Leerpunten Aan de hand van de feedback van mijn mentor heb ik een aantal leerpunten opgesteld voor de volgende les. Als eerste wil ik, zoals mijn mentor aangaf, de samenwerktijd in proberen te korten. Ik had zelf ook in de gaten dat de kinderen hier erg onrustig van werden en dat daardoor de betrokkenheid afnam. De volgende les van deze cyclus heeft geen samenwerken in zich maar in de volgende cyclus ga ik hier zeker rekening mee houden. Een ander punt wat mijn mentor aangaf waren de werkvormen. Zij vond het goed dat ik de verschillende werkvormen gebruikt heb. Zelf had ik ook in de gaten dat deze afwisseling goed werkte en dat hierdoor de kinderen goed bij de les bleven. De feedback van de kinderen over de lengte van de theorie zal ik ook zeker meenemen naar de volgende les/cyclus. Ik weet van mezelf ook dat ik afhaak wanneer er te lang iets verteld word. Dit is dan ook zeker een leerpunt voor de volgende keer!10

Les 2: De praktijkles Bij de praktijkles ben ik ingesprongen op het woordweb wat we de vorige keer gezamenlijk op het bord hadden gemaakt. Ik heb dit woordweb overgeschreven op een poster en deze woorden in onderwerpen verdeeld. Dit had ik zelf thuis gedaan. De les ben ik begonnen met een terugb lik op de vorige les en met een krantenartikel. Deze heb ik de kinderen laten lezen en ik heb ze laten kijken naar de lay -out van een krantenartikel. Deze kenmerken heb ik op het bord geschreven en aan de hand daarvan heb ik verteld hoe je zelf een artikel schrijft. Daarna heb ik de onderwerpen van het woordweb verdeeld en heb ik de kinderen ideen laten opschrijven over dat onderwerp. Wanneer ik dit goed had gekeurd heb ik de kinderen aan de slag laten gaan op de computer met informatie zoeken en later met het schrijven van een artikel. In deze tweede les over Nelson Mandela heb ik vooral actieve werkvormen gebruikt. Ook deze zal ik op een rijtje zetten en de theorie daaraan koppelen. - Voorkennis oproepen aan de hand van het, in de vorige les gemaakte, woordweb. - Lezen en bekijken van een krantenartikel. - Uitleg over het schrijven van een krantenartikel. - Schrijven van een eigen krantenartikel over Nelson Mandela. Zoals je kunt zien zijn de kinderen vooral zelf bezig geweest met de dingen die ik ze heb aangereikt. Dit is dus een typische les voor een doener geweest. Ze zijn zelfstandig aan het werk geweest en hebben daarbij, vooral in het laatste stuk, zelf mogen experimenteren. Daarnaast is er ook een afwisseling geweest van de werkvormen, iets waar de doeners ook blij mee zijn. Feedback Mijn mentor vond deze les leuk om te zien. Ze vond het goed dat ik de kinderen veel actief heb laten werken. Ook het inzetten van een ander vak in de geschiedenisles vond ze erg leuk. Hierdoor werk je op twee manieren aan het ontwikkelen van kennis. Aan de ene kant zijn de kinderen bezig met geschiedenis en aan de andere kant leren ze hoe je een krantenartikel schrijft. Over het krantenartikel wat ik zelf had meegenomen had ze wel een opmerking. Ze vond het artikel te m oeilijk voor de kinderen, hierdoor merkte ze dat de kinderen zich bezig gingen houden met andere dingen dan met de les zelf. Van de kinderen heb ik dezelfde feedback ongeveer teruggekregen. Ook zij vonden het artikel erg lastig en zeiden dat ze hierdoor ge en zin meer hadden om het verder te lezen. Verder vonden ze het leuk dat ze een krantenartikel mochten schrijven en vooral de lay-out was hierbij een groot favoriet. Op deze manier konden ze ook hun creativiteit hierin kwijt.

11

Leerpunten Ook vanuit deze les en feedback heb ik weer leerpunten meegenomen voor de volgende keer. Doordat ik zelf de krantenartike len heb nagekeken en beoordeeld heb ik voor mezelf ook een goed beeld gekregen over het niveau van de les. Over het algemeen was dit niveau goed, op een paar kinderen uit groep 5 na. Dit was ook erg prettig om te merken. Vanuit de feedback van mijn mentor neem ik het stukje over het krantenartikel mee. Voor de volgende keer ga ik me verdiepen in het uitkiezen van geschikte bronnen. Ik ben, denk ik onbewust, uitgegaan van mijn eigen leesvermogen. Waardoor het artikel iets te lastig was voor sommige kinderen. Hier had ik dus beter op moeten letten en dat ga ik de volgende keer zeker doen! Dit was ook de feedback die ik van de kinderen heb meegekregen. Verder vonden ze deze les erg leuk omdat ze actief bezig konden zijn. Groepsreflectie Al eerder heb ik verteld dat ik na elke les feedback heb gevraagd aan mijn mentor maar ook aan de kinderen zelf. Onder dit kopje wilde ik deze keus even toelichten omdat het niet echt gebruikelijk is. Ik heb ervoor gekozen om een korte groepsreflectie te houden omdat ik op deze manier ook de mening en de ideen van de kinderen te weten kon komen. Doordat zij konden vertellen wat ze wel goed aan de les vonden en wat niet kon ik de volgende les daar weer aan aanpassen. Ik heb ze dan ook verteld dat ze heel eerlijk moesten zijn omdat het ook in hun eigen voordeel zou werken. Wanneer zij namelijk goed konden vertellen wat ze leuk vinden aan een les, zouden ze daar de volgende keer baat bij hebben. De les zou namelijk alleen maar leuker worden als ik hun ideen kon toepassen. Uiteindelijk heb ik heel veel uit deze groepsreflectie kunnen halen. Ik zal hier dan ook zeker op reflecteren aan het eind van de volgende cyclus. Leerpunten voor de volgende cyclus De leerpunten voor de volgende cyclus zijn eigenlijk hetzelfde als de leerpunten die ik na elke les heb opgeschreven. Toch zal ik ze hier nog even kort noemen om er een goed overzicht van te krijgen. Uit de eerste les heb ik een aantal leerpunten meegenomen over het vertellen van de theorie over een onderwerp. Dit moet namelijk enthousiast verteld worden en niet te lang duren om de betrokkenheid hoog te houden. Uit de tweede les neem ik de feedback ov er het uitkiezen van geschikte bronnen mee. Wanneer deze namelijk boven niveau zijn zal de betrokkenheid ook snel omlaag gaan. De kinderen raken snel de draad kwijt en richten zich de rest van de les op iets anders. Dit is zeker iets om op te letten de vol gende keer!

12

Conclusie Hoe ging deze cyclus? Naar mijn idee is deze cyclus goed verlopen. Ik heb erg veel plezier gehad in het geven van de lessen en daarnaast heb ik veel geleerd. Dit komt mede doordat ik veel werkvormen heb kunnen uitproberen en heb geobserveerd. Van tevoren was ik best wel een be etje zenuwachtig voor het geven van deze lessen. Het geven van een lessenpakket over een, toch wel, zwaar onderwerp had ik nog nooit gedaan en ik was dan ook benieuwd naar de reacties van de kinderen en mijn mentor. Toch kon ik merken aan de kinderen dat z e de lessen erg leuk vonden. Ze deden erg enthousiast mee en waren heel nieuwsgierig. Dit was voor mij wel een soort van bevestiging die heel fijn voelde. Buiten dit fijne gevoel heb ik ook erg veel aan dit lessenpakket gehad voor mijn actieonderzoek. In mijn les heb ik gebruik gemaakt van verschillende werkvormen. Zo heb ik de kinderen eerst laten luisteren naar een stukje theorie, ik heb ze een powerpointpresentatie laten zien en daarbij ook wat dingentjes verteld, ik heb ze samen laten werken in kleine groepjes en ik heb ze samen met de hele klas samen laten werken aan een gezamenlijke woordspin. De kinderen vonden dit over het algemeen heel leuk om te doen, mede door de afwisseling die er in de les was. Als je kijkt naar de doeners hebben ze tijdens de ze les een aantal momenten gehad waarop ze erg betrokken waren maar ook mindere momenten. De mindere momenten waren het luisteren naar het verhaal en het kijken van de PowerPoint. Op deze momenten waren de doeners zelf niet actief bezig en konden ze hun en ergie niet goed genoeg kwijt. De meer betrokken momenten waren de momenten waarop de kinderen mochten samenwerken en zelfstandig bezig waren met hun taakjes. Dit past precies bij de leerstijl van de doeners. Iets wat ik ook heb gemerkt tijdens het doorlopen van deze cyclus is dat ik zelf ook enthousiaster ben geworden in het geven van zulk soort lessen. Dit komt mede door het enthousiasme van de kinderen. Dit heeft mij een veel zekerder gevoel gegeven en daardoor ook meer plezier in het geven van de lessen. Wat neem ik mee naar de volgende cyclus en wat zijn mijn leerpunten? Uit deze cyclus neem ik zeker dingen mee naar de volgende cyclus in dit onderzoek. Als eerste heb ik gemerkt dat het gebruik van verschillende werkvormen heel goed werkt. De kinderen waren erg betrokken bij de les op de meeste momenten. Dit kwam vooral ook doordat de kinderen aanspraak konden doen op meerder zintuigen, dit verhoogt de betrokkenheid. Naast deze aanpak is het aansluiten bij de leerstijlen ook goed bevallen. Dit kom t mede doordat ik toch nog wel rekening heb gehouden met alle leerstijlen en maar iets meer met die van de doener.

13

De momenten waarop de kinderen niet betrokken waren neem ik mee als leerpunten voor de volgende lessenserie. Deze wil ik verbeteren en zo ve randeren dat ze de volgende keer wel betrokken zijn bij deze opdrachten. Een punt wat ik mee heb gekregen van de kinderen en mijn mentor is dat ik iets te lang heb verteld. Dit komt mede door mijn eigen enthousiasme over het onderwerp. Als ik hierover nade nk weet ik zeker dat de kinderen gelijk hebben. Ik ga dan ook zeker proberen om dit de volgende keer anders te doen.

Tweede cyclusAlgemeen idee Ook de tweede cyclus ben ik begonnen met een algemeen idee. Dit idee is eigenlijk hetzelfde als van de eerste cyclus maar dan met een paar kleine aanpassingen. Mijn onderzoeksvraag zal hetzelfde zijn in deze tweede cyclus. Deze blijft: Hoe kan ik, middels mijn eigen inbreng en handelen, de betrokkenheid bij de kinderen uit mijn stageklas verhogen door gebruik te maken van verschillende werkvormen die bij de leerstijlen van de kinderen horen? Wel kun je hier een kleine kanttekening bij maken. Doorda t ik de leerstijlentest van Kolb heb uitgevoerd bij de kinderen uit mijn stageklas is er voor mij duidelijk geworden welke leerstijl het meeste voorkomt. Dit was de leerstijl van de doener. Ik ben dan ook dieper ingegaan op deze leerstijl en de werkvormen die erbij horen. Het idee is dus om de lessen die ik ga geven voor deze cyclus nog meer aan te passen op de doeners in de klas en daarbij te kijken of dit de betrokkenheid van deze kinderen nog meer verhoogt. Verkenning De verkenning in de tweede cyclus i s eigenlijk een vervolg op de verkenning in de eerste cyclus. De eerste verkenning die ik heb uitgevoerd was namelijk erg uitgebreid en hier heb ik eigenlijk voldoende theorie uit verzameld voor de rest van mijn onderzoek. Toch heb ik ervoor gekozen om in de tweede verkenning iets dieper in te gaan op de theorie van de doener en de werkvormen die hierbij passen.

14

Op de afbeelding die ik hierboven geplaatst heb (die overigens ook in bijlage 8 te vinden is) Zijn de verschillende leerstijlen te zien met daarbij hun sterke en zwakke punten. Deze punten ga ik zeker meenemen in de voorbereidingen van de komende lessen. Op deze manier heb ik toch nog een ander soort input gekregen in deze tweede cyclus. Je zou dit kunnen zien als een soort van controle op de leerstijlentest van Kolb. Op deze manier wil ik kijken of er bij de werkvormen die minder bij de doeners past ook werkelijk de zwakke eigenschappen naar voren komen. Dit ga ik doen door te observeren. Algemeen plan In mijn tweede cyclus ga ik verder met het experimenteren met de verschillende werkvormen die bij de leerstijl van een doener horen. In de eerste cyclus ben ik hier al mee bezig geweest maar in deze tweede cyclus wil ik dit uitbreiden. Ik heb in d e eerste cyclus gezien welke werkvormen er wel bij de doener passen en welke totaal niet. Degene die wel bij de doener passen, wil ik uitbreiden en verder specialiseren. Toch wil ik mijn lessen, net zoals in de eerste cyclus, niet helemaal richten op de doener om ook de andere kinderen met een andere leerstijl te blijven stimuleren. De lessen die ik voor deze tweede cyclus heb gebruikt staan ook in het thema Vrede. Dit keer heb ik een lessenpakket gemaakt over Anne Frank, een onderwerp wat nog dichter bij de kinderen staat dan Nelson Mandela. Verbeteracties De tweede cyclus bestaat uit een lessenpakket over Anne Frank. Ook dit pakket bestaat, net als in de vorige cyclus, uit twee lessen: een theorieles en een praktijkles. Ik heb ervoor gekozen om deze trend door te zetten omdat dit in de vorige cyclus ook goed heeft gewerkt. De afwisseling maakte de kinderen enthousiaster en dus meer betrokken. Ook bij deze lessenserie heb ik achteraf gereflecteerd op mijn eigen handelen en heb ik feedback gekregen van de kinderen en mijn mentor. Omdat ik al een lessenserie had samengesteld heb ik ervoor gekozen om niet meer in gesprek te gaan met andere collega s maar alleen met mijn mentor. We hebben in deze gesprekken vooral teruggekeken naar de lessen over Nelson Mandela en wat daarin goed en minder goed ging. Aan de hand van deze gesprekken heb ik een lessenpakket over Anne Frank gemaakt. Les 1: De theorieles De theorieles ben ik begonnen met een korte Powerpointpresentatie over Anne Frank. Deze presentatie was als inleiding van het onderwerp bedoeld en bestond uit een aantal afbeeldingen met korte tekst over Anne Frank. Bij deze PowerPoint heb ik niets verteld, iets wat ik bewust heb gedaan om de kinderen te laten focussen op de afbeeldingen.15

Daarna heb ik een stuk voorgelezen uit het dagboek dat Anne schreef tijden de oorlog. Het stukje dat ik heb gelezen ging over de indeling van het achterhuis en het leven dat ze daar leidden. Op dit stuk uit het boek ben ik verder gegaan met een ko rt verhaal over het leven als je ondergedoken zit. Dit heb ik geprobeerd zo dicht mogelijk bij de kinderen te houden en ze ook echt mee te laten leven. Toen ik klaar was met mijn verhaal heb ik de kinderen zelf gevraagd hoe ze het zouden vinden om onderged oken te zitten. Ook heb ik vragen gesteld over wat vrede precies is, in de klas en in de wereld. Zo hebben we eigenlijk een heel leuk gesprek gehad over vrede en oorlog. Na dit gesprek heb ik de k inderen een aflevering van het K lokhuis laten zien over Anne Frank. De werkvormen die ik in deze les heb gebruikt zijn als volgt: - Kijken naar afbeeldingen op een PowerPoint als inleiding. - Luisteren naar een stukje dat werd voorgelezen uit het dagboek. - Luisteren naar verhaal/theorie. - Gesprek voeren over vrede. - Kijken naar een Klokhuisaflevering. Als je deze werkvormen zou vergelijken met de werkvormen die bij de leerstijl van een doener horen, zie je dat er toch wel een aantal tussen zitten die niet direct aansluiten bij deze leerstijl. Toch heb ik deze zo aan weten te passen dat de betrokkenheid toch hoog bleef. Feedback Mijn mentor was erg tevreden over de les. Zij schreef hierover het volgende: Je les is erg goed gegaan. Je hebt hem goed voorbereid en de kinderen waren geboeid. Als ik jou was geweest had ik iets verteld bij de presentatie. Op deze manier gaat het nog iets meer leven bij de kinderen. Naast de feedback van mijn mentor heb ik ook weer feedback gekregen van de kinderen. De les vonden de kinderen over het algemeen erg leuk. Dit kwam vooral doordat er veel verschillende activiteite n in de les waren waarbij ze informatie over een onderwerp kregen. Toch gaven ze wel aan dat ze ook graag zelf iets wilden doen in plaats van alleen maar informatie krijgen. Leerpunten Uit de theorieles heb ik het leerpunt van mijn mentor meegenomen maar ook die van de kinderen. Mijn mentor heeft mij feedback gegeven over de Powerpointpresentatie die ik heb laten zien aan de kinderen. Ze gaf hierbij aan dat het misschien beter was geweest als ik er iets bij verteld zou hebben. Ik dacht dat ik er goed aan had gedaan om dit niet te doen, maar blijkbaar is dit een verkeerde inschatting geweest.

16

De kinderen hebben aan gegeven dat ze ook graag iets hadden gedaan in deze les in plaats van alleen maar informatie te krijgen. De manier waarop ze informatie hebben gekregen is daarentegen wel aangeslagen. Les 2: De praktijkles De praktijkles ben ik begonnen met een korte teru gblik op de theorieles. Dit om de informatie weer een beetje omhoog te halen en om de kinderen zich weer in te laten leven in het onderwerp. Ik ben verder gegaan met het gesprek dat we in de theorieles hadden gehad over het thema vrede. In dit gesprek heb ik het onderwerp vrede in de klas aangehaald. We hebben hier een gesprek over gehad dat eigenlijk heel zinvol en leerzaam was voor mij en voor de kinderen. Na dit gesprek heb ik de kinderen een stelopdracht gegeven over het thema vrede. Ik heb bewust voor dit onderwerp gekozen en niet voor het onderwerp Anne Frank. De kinderen hebben een opstel geschreven over wat vrede precies voor hen inhield en wat ze dachten dat ze daaraan konden doen. Ook onderwerpen die de kinderen zelf hebben aangedragen heb ik toe gelaten, als het maar in het thema vrede paste. De werkvormen in deze praktijkles waren vooral actief. Hieronder heb ik de werkvormen op een rijtje gezet en daarbij beschreven wat er wel en niet goed was aan deze werkvormen. - Gesprek voeren over vrede in de klas. - Schrijven van een opstel over het thema vrede. In deze les heb ik minder activiteiten gedaan dan in de theorieles. Hier heb ik bewust voor gekozen omdat ze hierdoor meer tijd zouden hebben voor het schrijven van een opstel. Omdat ik de kinderen vr ij heb gelaten in het kiezen van een onderwerp is dit een hele goede les geweest voor de doeners. Ze waren vrij om te kiezen en om te experimenteren in deze les. Het enige wat iets minder paste bij de leerstijl van de doeners was het gesprek vooraf. Maar o ok dit had zijn voordelen, op deze manier leefden de kinderen zich in en konden ze hun fantasie de vrije loop laten gaan. Feedback Mijn mentor vond deze les leuk om te zien. Ze vond het goed dat ik de kinderen veel actief heb laten werken. Ook het inzett en van een ander vak in de geschiedenisles vond ze erg leuk. Hierdoor werk je op twee manieren aan het ontwikkelen van kennis. Aan de ene kant zijn de kinderen bezig met geschiedenis en aan de andere kant leren ze stellen over een onderwerp. De kinderen vonden de les erg leuk en hebben eigenlijk alleen maar goede feedback teruggegeven. Hier was ik erg blij mee en de resultaten zijn daar ook naar geworden. Al met al een geslaagde les dus!

17

Leerpunten Vanuit deze les heb ik alleen maar positieve leerpunt en meegenomen. Zo merkte ik dat de kinderen het heel fijn vonden om zelf inbreng te hebben in de les. Iets wat ook past bij de betrokkenheidfactoren van van Herpen. Dit ga ik de volgende keer dan ook zeker gebruiken. Je ziet namelijk dat daardoor de result aten, de opstellen in dit geval, veel beter worden en het plezier er vanaf straalt. Leerpunten voor de volgende cyclus De leerpunten voor de volgende cyclus zijn eigenlijk hetzelfde als de leerpunten die ik na elke les heb opgeschreven. Toch zal ik ze hi er nog even kort noemen om er een goed overzicht van te krijgen. Uit de theorieles heb ik het leerpunt van mijn mentor meegenomen maar ook die van de kinderen. Mijn mentor heeft mij feedback gegeven over de Powerpointpresentatie die ik heb late zien aan de kinderen. Ze gaf hierbij aan dat het misschien beter was geweest als ik er iets bij verteld zou hebben. Ik dacht dat ik er goed aan had gedaan om dit niet te doen, maar blijkbaar is dit een verkeerde inschatting geweest. De kinderen hebben aangegeven dat ze ook graag iets hadden gedaan in deze les in plaats van alleen maar informatie te krijgen. De manier waarop ze informatie hebben gekregen is daarentegen wel aangeslagen. Uit de praktijkles neem ik alleen maar positieve dingen mee. De kinderen en mijn mentor waren heel enthousiast dus hier ben ik heel erg blij mee! Conclusie Hoe ging deze cyclus? Deze cyclus is goed verlopen. In het geven van deze lessen heb ik , net zoals in de eerste cyclus, erg veel plezier gehad en ook van deze cyclus heb ik weer veel geleerd. Dit is wel minder geweest dan in de vorige cyclus omdat ik in de eerste cyclus veruit de meeste theorie heb gebruikt en getest. De zenuwen die ik voor de eerste cyclus had, had ik voor deze cyclus minder. Omdat ik al wist wat de kinderen wel en niet leuk vonden kon ik hier goed op inspringen. Ook de reactie van mijn mentor op het eerste lessenpakket heeft me meer zelfvertrouwen gegeven. De kinderen vonden de lessen over Anne Frank erg leuk. Ik denk dat dit komt doordat dit onderwerp dichter bij ze stond dan Nelson Mandela. Het onderwerp is natuurlijk ook erg bepalend voor de betrokkenheid van kinderen. Dat ze het leuk vonden, heb ik teruggehad uit de reflecties die ik met de kinderen heb gehad. Daarnaast heb ik ook veel aan de gezichtjes van de kinderen af kunnen lezen, het plezier en de spanning op sommige momenten straalde er vanaf.

18

Net als in de eerste cyclus heb ik veel aan dit lessenpakket gehad voor mijn actieonderzoek. Ook in deze cyclus heb ik weer gexperimenteerd met de verschillende werkvormen. Tijdens deze lessenserie heb ik de kinderen bijvoorbeeld een film laten zien over het leven van Anne Frank, heb ik ze een verhaal verteld over de situatie tijdens het onderduiken, heb ik ze voorgelezen uit het dagboek van Anne en heb ik ze daarna weer zelfstandig aan het werk laten gaan rondom het thema Vrede. De kinderen vonden vooral dit laatste en de film erg leuk. Je kon zien aan de kinderen dat de film ze heel erg had aangegrepen en dat ze daar de rest van de dag ook echt over nadachten. Dit was erg leuk om te zien. Als je kijkt naar de doeners hebben ze tijdens deze les een aantal momenten gehad waarop ze erg betrokken waren maar ook mindere momenten. De mindere momenten waren het luisteren naar het verhaal en luisteren naar het voorlezen . Op deze momenten waren de doeners zelf niet actief bezig en konden ze hun energie niet goed genoeg kwijt. Toch waren ze bij deze momenten beter betrokken dan bij de eerste cyclus. Dit komt doordat ik de verhalen heel leven dig verteld heb en zo kort mogelijk heb gehouden. De meer betrokken momenten waren de momenten waarop de kinderen mochten samenwerken en zelfstandig bezig waren met hun taakjes. Dit past precies bij de leerstijl van de doeners. Ook tijdens deze cyclus ben ik erachter gekomen dat ik het steeds leuker ben ga vinden om zulk soort lessen te geven. Vooral het vertellen van een verhaal is iets wat ik erg leuk vind. Hier kan ik zelf mijn enthousiasme en energie in kwijt en het fijne is dat de kinderen dit voelde en het overnamen. Dit plezier heeft me zekerder gemaakt op het gebied van lesgeven. Wat neem ik mee naar de volgende cyclus en wat zijn mijn leerpunten? Omdat de tweede cyclus de laatste is van dit onderzoek kan ik geen dingen meenemen naar een volgende cyclus. Wel ga ik zeker dingen meenemen naar de volgende lessen die ik ga geven. Het werken met verschillende werkvormen is me namelijk heel goed bevallen en ik heb ook echt het idee gekregen dat dit goed werkt om de betrokkenheid te verhogen. Net als bij de vorige cyclus ga ik de momenten waarop de kinderen niet betrokken waren meenemen als leerpunten voor de volgende lessenserie. Deze wil ik verbeteren en zo veranderen dat ze de volgende keer wel betrokken zijn bij deze opdrachten. Een punt wat ik mee h eb gekregen van de kinderen en mijn mentor is dat ik in de theorieles misschien ook iets van een actieve activiteit had kunnen doen. Op deze manier konden de kinderen ook echt iets doen met de informatie die ik ze heb gegeven in deze les. Dit is zeker iet s om over na te denken.

19

Mijn problemen en successenTijdens het onderzoek naar mijn eigen handelen ben ik successen en problem en tegengekomen. Dit zijn dingen waar ik tegen aan ben gelopen maar ook zeker de punten waar ik veel van geleerd heb. Problemen Als eerste struikelblok ben ik tegen het opstellen van een goede onderzoeksvraag opgelopen. Dit vond ik erg lastig, vooral omdat je dingen op zoveel manieren kunt interpreteren en benoemen. Hetgeen wat me hier heel erg bij heeft geholpen zijn de critical friends en de hulp van onze onderzoeksbegeleider Gerard Dmmer. Mede door deze aanwijzingen is mijn onderzoeksvraag veel gedetailleerder en uitgebreider geworden. Daarnaast moet je natuurlijk opletten met het onderzoeksvraag dat je stelt. Je moet deze namelijk zo stellen dat je een actieonderzoek kunt uitvoeren. Stel je deze vraag anders op dan kom je al snel op een ontwerponderzoek. Dit is voor mij ook wel een klein struikelblok geweest. Vooral omdat ik lessen heb ontworpen voor mijn actieonderzoek kreeg het onderzoek iets weg van een ontwerponderzoek. Ik heb me er dan ook heel erg op moeten focussen om dit niet te laten gebeuren. Toch heeft dit probleem ook wel te maken met de onduidelijkheid die er in het begin heerste. Ik had het namelijk voor mezelf niet g oed op een rijtje wat een actieonderzoek nu precies in moest houden. Door veel te vragen en ook mede door het lezen van de casestudies uit het boek van Ponte heb ik voor mezelf een beeld gecreerd over een actieonderzoek. Naast deze inhoudelijke probleme n is er ook een praktisch probleem geweest. Dit gaat om de inbreng van mijn stageschool. Van de schoolkant was er weinig tot geen interesse in mijn actieonderzoek. Wel heb ik medewerking gehad van mijn mentor doormiddel van feedback en korte gesprekken maa r verder heeft er geen contact plaatsgevonden. Alles moest uit mezelf komen en als het verkeer van n kant komt houdt het snel op. Dit heeft verder niet veel invloed gehad op mijn actieonderzoek, het is meer dat ik dit eigenlijk wel heel teleurstellend vo nd. Successen Natuurlijk zijn er, naast de problemen, ook successen geweest tijdens mijn actieonderzoek. Van tevoren was ik, zoals ik al eerder heb verteld, best zenuwachtig voor de reacties van de kinderen over mijn lessen. Ook was ik onzeker over de kwaliteit van mijn lessen. Achteraf gezien is dit allemaal heel goed gegaan. De kinderen waren erg enthousiast en mijn mentor was ook erg tevreden. Er zijn natuurlijk altijd dingen die je kunt verbeteren maar over het geheel zijn de lessen heel goed gegaan, Doordat ik deze lessen heb gegeven, heb ik een goed en duidelijk beeld gekregen van mijn eigen handelen. Door onderzoek te doen naar je eigen handelen word je hier vanzelfsprekend mee geconfronteerd. In het begin vond ik dit best lastig maar20

achteraf gezien heb ik hier heel veel van geleerd. Ik heb inzicht gekregen in hoe ik in het begin lesgaf en hoe ik het nu, na het onderzoek, doe. Hier zie ik zelf zeker verbetering in dus ik ben hier erg blij mee. Naast dit inzicht in mijn eigen handelen heb ik ook i nzicht gekregen in het geven van goede lessen. Doordat ik betrokkenheidverhogende lessen heb gegeven weet ik precies welke werkvormen dit met zich meebrengen. Deze kan ik dan ook zeker andere lessen voor andere vakken integreren. Iets wat je voor de rest v an je loopbaan meeneemt.

ConclusieTijdens dit onderzoek heb ik me beziggehouden de betrokkenheid van kinderen en hoe ik dit met mijn eigen handelen zou kunnen verhogen. Over dit onderwerp heb ik literatuur gezocht en hiermee gexperimenteerd in twee cycl i. Als eerste heb ik kort informatie opgezocht over wat betrokkenheid precies is en waar je dit aan kunt zien en misschien wel stimuleren. Voor dit stukje heb ik theorie gevonden van F. Laevers. Hij spreekt over factoren die meespelen in de betrokkenheid. Deze factoren zijn: - Sfeer en relatie - Aanpassing aan niveau - Werkelijkheidsnabijheid - De activiteit - Leerlinginitiatief Met deze factoren heb ik verder niet veel gedaan. Dit was meer als opstart om te kijken waaruit betrokkenheid precies bestaat. Ik ben ervan overtuigd dat deze factoren wel degelijk te maken hebben met de betrokkenheid en onbewust heb ik me hier ook mee beziggehouden. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het krantenartikel over Nelson Mandela in de praktijkles, komt het aanpassen op niveau heel erg naar voren. Het artikel was te moeilijk voor de kinderen waardoor de betrokkenheid op een gegeven moment ver te zoeken was. Zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen uit de twee cycli die ik heb doorlopen. Naast deze betrokkenheidfactoren heb ik voor al rekening gehouden met de verschillen in mijn groep. Deze verschillen heb ik onderzocht door onderzoek te doen naar de leerstijlen van Kolb. Deze heb ik onderzocht in mijn klas door een leerstijlentest af te nemen bij de kinderen. De uitslag van deze tes t wees uit dat de meeste kinderen in mijn stageklas de leerstijl van een doener hadden. Dit betekend dat deze kinderen vooral zelf actief bezig willen zijn en graag op onderzoek uitgaan. In mijn lessen heb ik geprobeerd om deze lessen zo aan te passen dat ze voor de doeners niet saai werden en de betrokkenheid bij de kinderen dus hoog was.

21

Dit heb ik geprobeerd door te werken met veel afwisseling in de werkvormen. Deze afwisseling zorgt ervoor dat de kinderen niet snel hun aandacht verliezen en goed de les blijven volgen. Ik heb in deze afwisseling gekeken naar de actieve en passieve werkvormen. Bij de actieve vormen waren de kinderen vanzelfsprekend het meest betrokken maar ook de passieve vormen heb ik zo kunnen veranderen dat de aandacht, ook bij deze werkvormen, bij de les bleef. Dit heb ik gedaan door levendig te vertellen en de theorie zo kort mogelijk te houden. Dit heeft bijgedragen aan de hoogte van de betrokkenheid. Ook heb ik de belangstelling van de kinderen proberen te krijgen door mijn lessen aan te sluiten bij het thema dat op dat moment gaande was in de school en bij de belevingswereld van de kinderen. Uit onderzoek blijkt dat de betrokkenheid hierdoor nog sterker verhoogd word dan wanneer het een onderwerp is waar de kinderen niet genteresseerd in zijn. Al met al zou je dus kunnen zeggen dat de betrokkenheid van kinderen afh angt van verschillende factoren. De werkvormen waarmee gewerkt word, het onderwerp dat aan de orde is en de manier waarop je de lessen brengt. Doormiddel van dit onderzoek heb ik voor mezelf een goed beeld gecreerd van deze factoren en heb ik mijn eigen handelen hierdoor verbeterd. Voor mezelf weet ik beter wat ik kan doen om de lessen interessant te maken en deze vooral interessant te laten blijven. Je zou dus wel kunnen zeggen dat mijn eigen handelen is verbeterd door het doorlopen van dit actieonderzoek.

VervolgactiesNa het afronden van deze casestudy ben ik wel klaar met dit actieonderzoek maar kan ik hier zeker nog verder mee aan de slag in de rest van mijn loopbaan. Ik heb me nu bijvoorbeeld gericht op een bepaald soort lessen maar dit kun je natuur lijk uitbreiden naar de rest van de lessen die je geeft. Ik heb namelijk het idee dat je, doormiddel van de verschillende werkvormen, de lessen die er nu zijn een stuk beter kunt maken. Dit is zeker iets wat ik vaker zou willen onderzoeken. Naast deze werkvormen vind ik het ook heel interessant om dieper in te gaan op de leerstijlen van Kolb. Ik heb het idee dat er een grote kern van waarheid in deze theorie zit. Dit beeld heb ik mede verkregen doordat de meeste leerstijlen klopten bij de kinderen uit mijn klas. Hier heb ik dan ook heel veel aan gehad. Ook de betrokkenheidfactoren die ik heb genoemd in de verkenning zou ik verder kunnen onderzoeken en mee aan de slag kunnen gaan. Daar heb ik in dit onderzoek niet voor gekozen omdat het dan een te breed onderzoek zou worden. Wel vind ik dit heel interessant om meer over te weten te komen.

22

Als laatste vervolgactie zou je de interactieanalyse kunnen noemen. Dit is een vervolgactie op de korte termijn die ook al liep tijdens het actieonderzoek. Met de interactieanalyse kijk ik naar de non -verbale communicatie tussen leerkracht en doener. Ook hierbij kijk ik, samen met een medestudent, naar de betrokkenheid van kinderen en het soort les dat hier het beste bij past.

23

LiteratuurBoeken Ebbens, S. (2005). Actief Leren: Bronnenboek. Groningen, Houten: Wolters Noordhoff. Ebbens, S. & Ettekoven, S. (2005). Samenwerkend leren: Praktijkboek. Groningen, Houten: Wolters Noordhoff. Herpen, M. (2005). Ervaringsgericht onderwijs. Antwerpen, Apeldoorn: Garant. 44-86 Laevers, F. & Heylen, L. & Daniels, D. (2004). Ervaringsgericht werken met 6- tot 12 jarigen in het basisonderwijs. Leuven, Belgium: CEGO Publishers. 23 -59 Munnik, C. de, & Vreugdenhil, K. (2003). Kennis over onderwijs: Inleiding in praktijk en theorie van het basisonderwijs . Groningen, Houten: Wolters Noordhoff, 73 -78. Oers, B. van, & Janssen-Vos, F. (2000). Visies op onderwijs aan jonge kinderen. Assen: Van Gorcum & Comp. 36-51. Hendriksen, J. (2005). Cirkelen rond Kolb. Amsterdam: Nelissen. Ponte, P. & Zwaal, P. (2003) Onderwijs van eigen makelij. Amsterdam: Nelissen. Internetbronnen: Tipkaart leerstijlentest van Kolb. http://www.svgb.nl/files_content/Tipkaart%20Leerstijlen%20Kolb.pdf Personen en instanties: DUMMER, G.,(onderzoeksbegeleider). Begeleiding onderzoek. Utrecht 2010. WIT, M. de, (mentor en leerkracht van groep 5/6). Begeleiding onderzoek en stage. Amersfoort 2010 KIERS, H., (groepsleerkracht groep 5/6) Voortgang onderzoek. Amersfoort 2010.

24

BijlageBijlage 1: Critical friends Bijlage 2: Leerstijlentest Kolb Bijlage 3: Theorie over de leerstijlen Bijlage 4: Resultaten leerstijlentest Bijlage 5: Grafiek uitslag Bijlage 6: Tipkaart leerstijlen Kolb 26 27, 28 29, 30 31 32 33

25

Bijlage 1: Critical friends.Mijn aanvankelijke onderzoeksvraag was als volgt; Hoe houd ik kinderen gemotiveerd/ geboeid tijdens een saaie les, bijvoorbeeld geschiedenis? Doordat mijn critical friends kritisch naar deze vraag hebben gekeken, heb ik mijn onderzoeksvraag bij kunnen stellen n heb ik subvragen kunnen opstellen. Commentaar van mijn critical friends; Hoe zie je dat de kinderen geboeid zijn? - gedrag? - aan elkaar zitten? - welke kinderen met name (bepaalde groep kinderen)? Wat is een saaie les? - is dit voor jou saai of voor de kinderen? (veel kinderen vinden geschiedenis leuk) -hoe zie je dat de kinderen dit een saaie les vinden? - hoe worden deze lessen op dit moment gegeven? Wil je n les kiezen, of kijken naar meerdere lesse n? Naar aanleiding van dit commentaar of eigenlijk deze vragen heb ik de volgende onderzoeksvraag geformuleerd; Hoe kan ik kinderen geboeid houden, doormiddel van mijn eigen enthousiasme en inbreng, tijdens een theoretische methodeles les? Bij deze onderzoeksvraag heb ik de volgende subvragen geformuleerd; - Hoe kun je zien dat kinderen geboeid zijn? (Welk gedrag vertonen geboeide en juist niet-geboeide kinderen?) Dit wil ik onderzoeken door de leerstijlen van Kolb te gebruiken bij mijn observaties. - Welke manier van lesgeven boeit de kinderen het meest? Dit wil ik onderzoeken door op verschillende manieren les te gaan geven, hier wil ik verschillende cyclussen van maken. Uiteindelijk, na een aantal kritische blikken is dit mijn uiteindelijke onderzoeksvraag geworden:

Hoe kan ik, middels mijn eigen inbreng en handelen, de betrokkenheid bij de kinderen uit mijn stageklas verhogen door gebruik te maken van verschillende werkvormen die bij de leerstijlen van de kinderen horen?

26

Bijlage 2: Leerstijlentest KolbHoe ga je te werk:De test bestaat uit 9 vragen.

Vraag 1 is: "Je wilt leren zeilen. Wat doe je?" Je kunt kiezen uit vier antwoorden. Het antwoord dat het beste bij jou past geef je 4 punten. Het antwoord dat daarna het beste bij jou past geef je 3 punten. Het antwoord daarna 2 punten en daarna 1 punt. Schrijf de punten in het grijze hokje voor het antwoord. Zorg ervoor dat je altijd aan alle antwoorden punten geeft. Misschien vind je alle antwoorden wel goed. Geef dan toch de beste 4 punten, de andere antwoorden krijgen dan 3, 2 en 1 punt.

Leerstijlentest David Kolb 11 Kolom A Kolom B Kolom C kolom D Je wilt leren zeilen. Hoe pak je het aan? Ik stap direct in de Ik blijf eerst op de Ik kijk eerst in een Ik vraag iemand om boot en probeer kant staan en kijk boek hoe je moet het mij voor te doen hoe je moet zeilen hoe een ander het zeilen en doe het na doet Je krijgt een nieuwe computer. Je wilt hem meteen gebruiken. Hoe ga je te werk? Ik denk er eerst Je vraagt eerst Ik lees eerst de Ik probeer direct over na wat je er precies na wat er gebruiksaanwijzing alles uit allemaal mee zou allemaal op zit en goed door kunnen doen. wat je ermee kunt doen Je moet een werkstuk maken bij techniek. Wat doe je? Ik denk er eerst Ik lees eerst de Ik kijk eerst waar ik Ik begin meteen te over na wat de opdracht helemaal het werkstuk voor kan werken bedoeling is en door en bekijk de gebruiken hoe je het aan tekening eerst goed moet pakken Je hoort op de radio een spannend verhaal. Je wilt het straks navertellen. Wat doe je? Ik doe net of het Ik vind wat ik hoor Ik wil eerst weten of Ik vertel het verhaal verhaal nu gebeurt geweldig en wil het het verhaal wel klopt gewoon na en dat ik er bij ben meteen zelf ook doen Je gaat op vakantie. Je mag kiezen uit twee landen. Wat doe je? Ik probeer me Ik denk er niet zo Ik probeer zoveel Ik kijk waar ik het voor te stellen wat lang over na. Je mogelijk over dien meeste aan heb. Ik je allemaal in die moet er gewoon het landen te weten te kan snel kiezen. landen kunt doen. beste van maken. komen. Daarna kies ik Ik vind het een land. moeilijk om te kiezen Je gaat een nieuwe fiets uitzoeken. Hoe ga je te werk?

2

3

4

5

6

1

Akkerman versie januari 2003

27

7

8

9

Ik denk na waar ik Ik wil precies weten Ik wil direct proberen allemaal met die wat er allemaal op hoe hij rijdt. fiets naartoe zou die fiets zit, wat de kunnen gaan en beste is en hoe duur hoeveel plezier ik hij is. er van zal hebben. Je krijgt een toets over verkeer. Hoe bereid je je voor? Ik leer alles wat ik Ik probeer alles Ik schrijf de voor die toets rondom verkeer te belangrijkste dingen moet weten. begrijpen even op. Je staat op het punt om naar een totaal nieuwe school te gaan. Hoe beslis je? Ik probeer me Ik wil eerst precies Ik wil precies weten voor te stellen hoe weten hoe hard ik wat iemand op die het voor me zal moet werken, school moet doen en zijn om op die hoeveel lessen ik hoe het precies op die school te zitten. precies krijg en ik school werkt. welke klas ik kom. Je mag kiezen hoe je les krijgt in een vreemde taal. Hoe wil je het? Ik wil graag dat de Ik wil graag Ik wil graag duidelijke leraar verhalen werkstukken opdrachten hebben. vertelt. maken.

Ik kijk welke fiets het beste voor mij geschikt is.

Ik leer, omdat het nou eenmaal moet.

Ik ga naar die school en merk vanzelf wel of het mij bevalt

Ik wil graag weten waar de opdrachten voor nodig zijn.

28

Bijlage 3: Theorie over de leerstijlen uit Ervaringsgericht werken met 6 - tot 12 jarigen in het basisonderwijs.

29

30

Bijlage 4: Uitslag Kolbtest. Naam Petra Marijn R Marijn S Iris Torca Michael Bente Esmee D Dong Guus Ylvie Anoush Kaj Renee Shania Indira Klaske Daantje Esmee C Luke Boaz Ruben Jordy Thessa Hypothese Beslisser Doener Doener Beslisser Denker Doener Doener Denker Doener Beslisser Denker Beslisser Dromer Dromer Beslisser Beslisser Denker Dromer Denker Denker Beslisser Beslisser Doener Denker Uitslag Dromer Doener Doener Dromer Doener Doener Dromer Beslisser Dromer Denker Beslisser Doener Denker Denker Beslisser Beslisser Dromer Beslisser Beslisser Dromer Doener Doener Doener Denker

31

Bj

e 5 Grafie van de res

aten van de leerstijlentest van Kolb.

32

Bijlage 6: Tipkaart leerstijlen Kolb

33