BEVINDINGEN ONDERZOEK PROPOSITIE CULTUURKAART … · Jeugdcultuurfonds Rotterdam Het...

of 15 /15
HAND-OUT BIJ PRESENTATIE BEVINDINGEN ONDERZOEK PROPOSITIE CULTUURKAART ROTTERDAM 11 JANUARI 2018

Embed Size (px)

Transcript of BEVINDINGEN ONDERZOEK PROPOSITIE CULTUURKAART … · Jeugdcultuurfonds Rotterdam Het...

  • HAND-OUT BIJ PRESENTATIE

    BEVINDINGEN ONDERZOEK PROPOSITIE CULTUURKAART ROTTERDAM

    11 JANUARI 2018

  • Uitkomsten onderzoek propositie Cultuurkaart Rotterdam:

    extern onderzoek naar draagvlak onder Rotterdamse ondernemers voor (co)financiering van een Cultuurkaart Rotterdam én naar kansen enknelpunten voor het oprichten van een Fonds CKV Rotterdam.

    Eva NieuwenhuisJill Senhorst

    Amsterdam, 11 januari 2018

  • Inhoudsopgave1. Achtergrond financiering CJP Cultuurkaart2. Opdracht en aanpak3. Positionering in Rotterdam4. Bedrijven ten opzichte van cultuursponsoring5. De reacties van fondsen6. Waarom Rotterdam CKV op de goede weg zit7. Een Fonds CKV oprichten8. Een Rotterdamse Cultuurkaart9. Mogelijke vervolgstappen10. Vragen voor inhoudelijke discussie

  • 1. Achtergrond financiering CJP Cultuurkaart

    Gratis kaart Tot en met het schooljaar 2011-2012 is de Cultuurkaart gratis voor alle VO-scholen. De kaart wordt volledig gefinancierd door het ministerie van OCW vanuit de doelstelling om jongeren tot achttien jaar vertrouwd te maken met kunst, cultuur en de Nederlandse geschiedenis. Aan de kaart is een tegoed van €15 gekoppeld. Tot en met het schooljaar 2010-2011 ontvangen CKV-leerlingen een additionele bijdrage van €10, gefinancierd door VSBfonds.

    Een overgangsjaarAls onderdeel van de bezuinigingen besluit OCW om de Cultuurkaart vanaf het schooljaar 2012-2013 af te schaffen. In antwoord daarop richt CJP in samenwerking met scholen, culturele instellingen, VSBfonds, SNS Reaal Fonds (Fonds 21) en het Gieskes Strijbis Fonds een Fonds voor Cultuur en School op. Met dit fonds, én een bedrag van €600.000 uit de motie Klijnsma/ Van der Werf, wordt er een bedrag van €5 per leerling gerealiseerd. VO-scholen kunnen kiezen om niets bij te storten (individuele besteding door leerlingen) of om €10 euro bij te storten (tegoed van €15 mag voor gemeenschappelijke culturele activiteiten worden ingezet).

    Landelijke financiering OCWVanaf het schooljaar 2013-2014 stelt het ministerie van OCW weer geld beschikbaar voor de Cultuurkaart. Er wordt tot en met 2020 een bedrag van 4,9 miljoen euro per schooljaar voor de Cultuurkaart gereserveerd. In de praktijk komt dit neer op €5 per leerling op het VO. Scholen nemen op vrijwillige basis deel wanner zij een eigen bijdrage leveren van €10 per leerling.

    Matchingsregeling RotterdamDeelname aan de Cultuurkaart op VO-scholen in Rotterdam blijft opmerkelijk genoeg tegen de landelijke trend achter. Op aanvraag van KCR stelde de gemeente Rotterdam eenmalig €5 per leerling extra beschikbaar via de Cultuurkaart voor het schooljaar 2016-2017. Met resultaat: deelname aan de Cultuurkaart door Rotterdamse scholen stijgt met 22% ten opzichte van het schooljaar 2014-2015. Voorwaarde is wel dat Rotterdamse VO-scholen zelf ook €5 per leerling inlegt (matcht). De extra bijdrage door de gemeente Rotterdam is niet voor onbepaalde tijd. Rotterdam CKV, met KCR als projectleider, zoekt daarom naar alternatieve mogelijkheden om dit stuk financiering bij elkaar te krijgen en beschikbaar te stellen voor Rotterdamse scholen.

    Bron: Stella Blom & Dide van Berkel, ’CJP Cultuurkaart. Onderzoek deelname VO-scholen in Rotterdam,’ Amsterdam: DSBgroep, januari 2015.Bron: Jennet Sintenie, ‘Concept eindrapportage CJP 2016-2017’, oktober 2017.

  • Ambitie initiatiefnemers Rotterdam CKVCKV een plek in het hart van de Rotterdamse middelbare scholen geven én de Cultuurkaart op een alternatieve manier financieren met een hogere afname en doelmatige inzet tot gevolg.

    OplossingsrichtingEén van de manieren waarop Rotterdam CKV, met Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR) als projectleider, de positie van CKV in Rotterdam wil versterken is door het realiseren van (structurele) financiële ondersteuning. Er wordt gedacht aan een fonds waarin bedrijven (en eventueel ook particulieren en/of vermogensfondsen) een bijdrage kunnen doen.

    Opdracht VDAIn opdracht van KCR onderzocht Van Dooren Advies (VDA) de mogelijkheden om de Cultuurkaart voor iedere jonge Rotterdammer binnen bereik te brengen door (co)financiering vanuit het Rotterdamse bedrijfsleven. Dit door middel van acht dieptegesprekken met potentiële bedrijfspartners en experts bij relevante fondsen.

    2. Opdracht en aanpak

  • Piramide van maatschappelijke onderwerpenRotterdam kent volgens de respondenten een veelheid aan maatschappelijke onderwerpen onder jongeren, waaronder obesitas, armoede en gebrekkige deelname aan sport. In de piramide van deze issues staat de inzet van cultuur volgens hen niet heel hoog. Cultuur komt hoger te staan op het moment dat aan de eerste basisbehoeften is voldaan. Kunst en cultuur worden in dit verband nog te veel gezien als een ‘nice to have’.

    Rol van het onderwijsHet merendeel van de respondenten uit het Rotterdamse bedrijfsleven is niet (voldoende) op de hoogte van de precieze invulling van het vak CKV. Betreft het vak vrije invulling? Wat houdt Rotterdamse scholen tegen om tegen de landelijke trend in minder gebruik te maken van de Cultuurkaart? Waar komt de gedachte vandaan dat bedrijven een cultuurkaart voor jonge Rotterdamse scholieren willen bekostigen? Wat kun je precies met zo’n kaart? Wat zijn de effecten? Het merendeel van de respondenten zet na een inhoudelijke toelichting bij het onderwerp CKV nog steeds vraagtekens bij de ondersteuning van CKV in Rotterdam vanuit het bedrijfsleven. Welke maatschappelijke impact maak je als bedrijf met de versterking van dit initiatief? Volgens de respondenten ontbreekt het zeker niet aan sympathie. De hamvraag is: moet ik hier als ondernemer mijn geld op inzetten of is dit bij uitstek een taak van scholen en de overheid zelf?

    Advies vanuit respondenten op dit themaHet advies vanuit het bedrijfsleven is om nog functioneler te denken. Dit door bijvoorbeeld de Cultuurkaart in Rotterdam in te richten aan de hand van een aantal dominante, maatschappelijke thema’s. Denk aan een route ‘gezonde stad’, ’vaardigheden van de 21e eeuw’, ‘eenzaamheid’ en ’cultuur en bewegen’. Maak de aansluiting van de Cultuurkaart op dergelijke stadsgebonden routes en thema’s concreet en interessant. Voor de leerling, docent én relevante bedrijven. Laat het cultuuronderwijs en aanbod nog meer op de leefwereld van jonge Rotterdammers aansluiten. Waarom niet veel meer nadruk op de urban cultuur in Rotterdam, een menukaart met toffe routes voor de eerste aanrakingen met kunst en cultuur? Leg de connectie met plekken die leerlingen, scholen én bedrijven herkennen op het terrein van kunst en cultuur. Maar let wel: draagvlak onder VO-scholen en mentaliteitsverandering bij onder andere de schoolbesturen zijn hierbij essentiële criteria voor succes.

    3. Positionering in Rotterdam

  • Sponsoring in cultuurHendrik Beerda (2014) toont in een merkkrachtvergelijking aan dat culturele organisaties hoger scoren op bekendheid, waardering en binding danorganisaties in de sportsector en sponsorsector (corporates). Dit zien we nog niet terug in de sponsoruitgaven van de afgelopen jaren. Ondanks dat de sponsoruitgaven aan kunst en cultuur op landelijk niveau in Nederland achterblijven op Sport, Media en Maatschappij, gaat het volgens Rotterdamse ondernemers goed met de cultuursponsoring in hun stad. Het belang van kunst en cultuur voor de jeugd in Rotterdam, met name voor leerlingen uit minder vermogende families, staat voor hen als persoon buiten kijf.

    Cultuur als middelVanuit bedrijfsperspectief ervaren ook onze respondenten een minder sterk motief voor cultuursponsoring gericht op de jeugd in het voortgezet onderwijs. Er moet volgens de respondenten een duidelijk verband en raakvlak zijn tussen de bedrijfsdoelstelling en het doel van de betreffende organisatie waaraan cultuursponsoring ten goede komt. Volgens de respondenten bevindt de kracht van cultuursponsoring zich aan de kant van de culturele instelling. Medewerkers en klanten door middel van kunst en cultuur anders laten kijken: samen met medewerkers en relaties van het gebaande pad afwijken om bedrijfsprocessen te doorbreken.

    Aanbieders vs. afnemersHet merendeel van de respondenten benadrukt dat de binding en bekendheid met Rotterdamse cultuuraanbieders vanuit het bedrijfsleven sterker is dan die met cultuuronderwijs op middelbare scholen. Met andere woorden: cultuursponsoring met ondersteuning van de culturele instelling als primaire doelstelling ligt veel meer voor de hand. Daarbij ervaart het merendeel van de respondenten het bevorderen van de positie van CKV ten behoeve van jongeren in het VO en de stad nadrukkelijk als een taak van de overheid. Dit bemoeilijkt volgens hen de case for support om bedrijven te overtuigen van bijdrage aan cultuuronderwijs.

    4. Bedrijven ten opzichte van cultuursponsoring

    Bron: Merkkrachtvergelijking en marktomvang sponsoruitgaven in Nederland, Hendrik Beerda Brand Consultancy, 2014

  • VSBfondsDe experts bij de verschillende fondsen benadrukken dat een Cultuurkaart alleen functioneert als de culturele infrastructuur goed is. Zo ondersteunde VSBfonds tot en met schooljaar 2010-2011 de landelijke Cultuurkaart nadrukkelijk ter bevordering van de culturele sector. Het fonds had als doel het aanwakkeren van de culturele sector, niet het investeren in onderwijsinstellingen. De verantwoordelijkheid voor de invulling van het vak CKV is de afgelopen jaren meer en meer verschoven van de leerling naar de scholen. Een vraag die gesteld werd is of de verantwoordelijkheid voor cultuureducatie nu niet bij de culturele instelling zou moeten komen te liggen? Welke instellingen willen zich committeren? Hoe wordt er gemonitord? Verzamel regionale succesvoorbeelden en mobiliseer een aantal scholen met een voorbeeldfunctie op het terrein van CKV in een pilot. Het begint met meer dan voldoende draagvlak voor CKV onder directie- en bestuursleden en docenten in het Rotterdamse onderwijs zelf.

    Jeugdcultuurfonds RotterdamHet Jeugdcultuurfonds is er voor kinderen en jongeren van vier tot achttien jaar die graag willen dansen, muziek maken, toneelspelen of zingen, maar waar thuis geen geld is voor lessen. Het fonds geeft individuele kinderen en jongeren die opgroeien in armoede een financieel steuntje in de rug. De respondent bij het snel groeiende Jeugdcultuurfonds Rotterdam staat positief tegenover het verkennen van de mogelijkheid om de krachten te bundelen i.r.t. een stedelijke Cultuurkaart. Het Jeugdcultuurfonds sluit bij voorkeur zo veel mogelijk aan op de behoefte en leefwereld van het kind. Een laagdrempelige invalshoek v.w.b. kennismaking met cultuur die past bij de stad Rotterdam spreekt het fonds dan ook erg aan.

    5. De reacties van fondsen

  • Bevordering van Kunst en CultuurIn de dieptegesprekken met Rotterdamse ondernemers komt naar voren dat het verband tussen bedrijfssponsoring en CKV op VO-scholen niet direct voor de hand ligt. Desalniettemin gelooft het merendeel van de ondernemers in de bevordering van kunst en cultuur vanuit het bedrijfsleven op zichzelf. Bedrijfsdoelstellingen, MVO-beleid, familieroots en de betrokkenheid die ingebakken zit in de bedrijfscultuur worden als belangrijke argumenten gegeven. Daarnaast speelt business development een belangrijke rol: investeren in werknemers van de toekomst door in het onderwijs de beeldvorming ten opzichte van een specifieke beroepsgroep positief te beïnvloeden. Hierbij staat het begrip diversiteit centraal: cultureel diverse achtergrond, gezonde verhouding percentage mannen en vrouwen en mensen met verschillende leeftijden en studieachtergronden. Kortom: het verrijken van je team.

    Binding met de stadDaarnaast werden wij tijdens de gesprekken bevestigd in onze aanname dat Rotterdamse ondernemers en Rotterdamse fondsen een grote binding voelen met de stad. Belangrijke thema’s die spelen in de stad zijn bekend en staan hoog op de agenda. Er spreekt ook een zekere trots uit voorbeelden die worden gegeven tijdens de interviews. Voorbeelden van hoe bedrijfsleven zich nu al inzet rondom maatschappelijke thema’s en/of cultuur. Rotterdam wordt gezien als uniek, zowel qua groei, potentie en snelle verandering als qua problematiek en maatschappelijke issues. Rotterdam CKV zet zich in om het vak CKV in Rotterdam een plek te geven op een manier die bij Rotterdam past. De vraag ontstond rondom financiering, vanwege de achterblijvende afname in Rotterdam, maar zou zich kunnen verplaatsen richting de inhoud van het vak. Zodat het vak CKV op een unieke ‘Rotterdamse’ manier wordt gegeven én gefinancierd.

    Een kansrijk speelveldRotterdam CKV heeft de verbinding met het Rotterdamse VO-onderwijs al gelegd. Daarnaast zijn er vanuit de organisatie van KCR banden met Rotterdamse cultuurinstellingen. Doordat we tijdens dit onderzoek in gesprek kwamen met het Jeugdcultuurfonds Rotterdam is ook daar nu een lijntje uitgegooid dat gebruikt zou kunnen worden voor vervolgstappen. Wij zien dit als een zeer kansrijk speelveld waar vanuit Rotterdam CKV allerlei wegen zou kunnen inslaan en zich daarin omgeven heeft met mogelijke partners die zouden kunnen meedenken en meewerken.

    Interessante doelgroepDe Cultuurkaart heeft als doelgroep jongeren van 12 tot 18 jaar op het voortgezet onderwijs. Voor zowel maatschappelijke als bedrijfsmatige issues is dit een zeer interessante doelgroep. Het zijn, zoals we in de propositie hebben verwoord, de ‘Rotterdammers van morgen’. Dura Vermeer gaf in dit verband het voorbeeld van de Stichting I Tech You! en het I Tech You! Paviljoen. Dura Vermeer werkt met dit initiatief aan de beeldvorming van jongeren tegenover technische beroepen. Volgens de stichting is technologische innovatie erg belangrijk voor de toekomst van Nederland en voor Rotterdam in het bijzonder. Dit vanuit het geloof in de kracht en de potentie van jongeren in Rotterdam-Zuid.

    6. Waarom Rotterdam CKV op de goede weg zit

    s.helbersNotitiehet gaat er dus om de juiste snaar te raken en de juiste formulering te vinden om een aantrekkelijke case for support te kunnen formuleren. Terug naar de tekentafel dus?

  • KnelpuntenBijdragen van derden aan een vermogensfonds kunnen alleen worden aangewend voor het uitvoeren van een specifieke doelstelling. Een oprichting van een aparte stichting is volgens de expert bij het Prins Bernard Cultuurfonds in theorie dan ook niet noodzakelijk. Dit komt pas in beeld wanneer er vanuit de nationale Cultuurkaart een stedelijke aftakking wordt geïnitieerd. In de huidige situatie van Rotterdam CKV, met KCR als projectleider, is nog onvoldoende sprake van ‘geoormerkt steunen’. Een mogelijkheid is om schenkers verschillende geefdoelen aan te bieden en in het kader van transparantie laten vastleggen welke gelden er naar welk geefdoel gaan. Voor nu is het advies is geen extra vehikel op te tuigen wanneer de werving nog moet plaatsvinden. Dit biedt kansen voor flexibiliteit in bestemming van giften en voor de verwoording van doelstellingen, die mogelijk nodig is.

    KansenDe expert bij VSBfonds raadt (vanuit de inhoud en investering in de nationale Cultuurkaart) aan op den duur wel een aparte stichting op te richten. Het scheiden van de culturele ambitie van Rotterdam CKV en de doelstelling van het op te richten fonds is van belang. Zij voorziet dat de toenemende geldstromen van een culturele organisatie naar de buitenwereld een vertekend beeld kunnen geven wanneer er geen duidelijk onderscheid in doelstellingen en geldstromen wordt gemaakt.

    Het zou overigens mogelijk zijn om een Fonds CKV Rotterdam onder te brengen bij een bestaand fonds dat fondsen op naam beheert. Zo zou er in de opstartfase geleund kunnen worden op de expertise en slagkracht van een bestaande organisatie met ervaring in het beheren van een vermogensfonds.

    7. Een Fonds CKV oprichten

  • BedrijvenDe respondenten die we spraken bij bedrijven stonden positief tegenover het idee om een specifiek Rotterdamse Cultuurkaart in het leven te roepen. Voor hen kwam deze houding voort vanuit de vraag hoe je door middel van cultuur een positieve en blijvende impact kunt maken op het leven van jongeren. Daarnaast zouden de respondenten deze impact graag koppelen aan urgente thema’s in de stad.

    FondsenOok de respondenten bij de cultuurfondsen kijken positief aan tegen het initiëren van een cultuurkaart specifiek voor Rotterdam. De grootschalige opzet van de nationale Cultuurkaart die het VSB fonds in het verleden heeft ondersteund had ’aan de achterkant’ een aanzienlijk nadeel. De hoeveelheid tijd en geld die aan landelijke administratie en monitoring benodigd was stond achteraf gezien niet in verhouding tot het effect van de Cultuurkaart op leerlingen. Tijd en geld vormen in deze context belangrijke afbreukrisico’s. Een stedelijke aanpak en ’olievlekmethode’ kan daarbij een uitkomst bieden. Laat culturele organisaties samen met de scholen in een stedelijk gebied de cultuurkaart vanuit eigen kennis en ervaring oppakken. Voorkom zoveel mogelijk afbreuk die veroorzaakt wordt door een infrastructuur die van bovenaf wordt opgelegd.

    Het is belangrijk om in Rotterdam de (niche-)aanbieders in de Rotterdamse kunst- en cultuurwereld bij het initiatief te betrekken. Daarnaast zou gebruik gemaakt kunnen worden van de bestaande stedelijke culturele infrastructuur, van de kennis van matchmakers, Rotterdamse cultuurscouts en –verkenners. Ook de respondent bij VSBfonds zag met name veel kansen om vanuit de culturele instellingen met een educatief aanbod te komen dat uniek Rotterdams is. Bedrijven kunnen dan aangehaakt worden op de pionierende manier waarop Rotterdamse culturele instellingen het publiek én de werknemer van de toekomst bereiken.

    8. Een Rotterdamse Cultuurkaart

  • 9. Mogelijke vervolgstappen

    Op basis van onze bevindingen zien wij momenteel de volgende vervolgstappen als meest kansrijk vanuit fondsenwervend perspectief:

    • In gesprek gaan met het Jeugdcultuurfonds Rotterdam, en wellicht met andere Rotterdamse fondsen over mogelijkheden om een uniek Rotterdamse invulling te geven aan de besteding van de Cultuurkaart

    • Wellicht nogmaals met de Rotterdamse en/of landelijke overheid om tafel over financiering van de Cultuurkaart én over de invulling van het vak CKV in Rotterdam

    • Pilot starten in samenwerking met 2-4 enthousiaste scholen en een aantal cultuurinstellingen waarin het Rotterdamse cultuuraanbod op vernieuwende wijze ‘aan de man’ wordt gebracht (d.m.v. (maatschappelijke) thema’s, routes, street art, etc.)

    • Deze pilot als project laten financieren door (Rotterdamse) fondsen en culturele instellingen

    • Een vervolggesprek met Rabobank Rotterdam en/of PWC over de mogelijkheid van een bijdrage aan de pilot vanuit een MVO-budget

    • De pilot zeer goed monitoren en meten, welke impact beoog je, hoe maak je die duurzaam, hoe meet je dat? Hierbij zou een partner als de Erasmus Universiteit aangehaakt kunnen worden in het kader van een onderzoeksopdracht

    • Bij succes en bewezen impact deze vernieuwende wijze van jonge Rotterdamse stedelingen met urban/Rotterdamse cultuur in aanraking brengen laten omarmen door Rotterdamse bedrijven

    • Onderzoeken of Rotterdamse bedrijven naast een financiële bijdrage ook een praktische bijdrage aan het CKV-aanbod zouden kunnen leveren in de vorm van een workshop over design, technologie en/of creatief ondernemerschap die onderdeel wordt van een culturele route

    • Lanceren van een Rotterdamse Cultuurkaart waarmee leerlingen unieke routes kunnen ‘lopen’ door het Rotterdamse cultuuraanbod, wellicht op thema. Een stedelijke cultuurkaart die recht doet aan de unieke situatie in Rotterdam, waarmee Rotterdamse culturele instellingen worden uitgedaagd om educatief aanbod te ontwikkelen dat hierbij aansluit en een kaart die impact maakt op het leven van jonge Rotterdammers door middel van cultuur

  • • Waar ligt de verantwoordelijkheid van cultuuronderwijs?

    • Waar ontstond de gedachte dat bedrijven een Rotterdamse Cultuurkaart voor jongeren in het voortgezet onderwijs willen bekostigen?

    • Wat kunnen we zeggen over de huidige culturele infrastructuur in Rotterdam en hoe zou deze er idealiter uit zien?

    • Hoe wordt cultuur een need to have in een stad waar een hoog percentage kinderen in armoede opgroeit?

    • Wat betekenen de besproken uitkomsten voor de volgende stappen in het proces?

    10. Vragen voor inhoudelijke discussie

  • Overzicht respondenten

    Jannelieke Aalstein, Rotterdam PartnersMartine Consten, VSBfondsBernd van Dijk, Prime CompetenceDiederik van Dommelen, PWC Anouk Glaudemans, SKVRAndré Koster, Dura VermeerMaarten Mesman, Stimuleringsfonds Creatieve IndustrieRonald van Raaij, RabobankMathilde Stuyling de Lange, Prins Bernard CultuurfondsIebèl Vlieg, Jeugdcultuurfonds Rotterdam

  • Eva Nieuwenhuis Jill SenhorstAdviseur ProjectmanagerVan Dooren Advies Van Dooren Advies

    T. 0634451481 T. 0640296123M. [email protected] M. [email protected]