Beleid externe veiligheid 2011 - 2015 - BGW ... Gevolgen van het beleid Het beleid in deze nota...

download Beleid externe veiligheid 2011 - 2015 - BGW ... Gevolgen van het beleid Het beleid in deze nota leidt

If you can't read please download the document

  • date post

    28-Jun-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Beleid externe veiligheid 2011 - 2015 - BGW ... Gevolgen van het beleid Het beleid in deze nota...

  • Beleid externe veiligheid

    2011 - 2015

    Witteveen+Bos

    van Twickelostraat 2

    postbus 233

    7400 AE Deventer

    telefoon 0570 69 79 11

    telefax 0570 69 73 44

  • notitie

    Witteveen+Bos

    van Twickelostraat 2

    postbus 233

    7400 AE Deventer

    telefoon 0570 69 79 11

    telefax 0570 69 73 44

    onderwerp Bestuurlijke samenvatting beleid externe veiligheid

    project Maatwerk externe veiligheidsbeleid

    opdrachtgever Gemeente Heerlen

    projectcode HRL259-1

    referentie -

    opgemaakt door R.J.M. Scheres

    goedgekeurd door R. Geerts paraaf

    status definitief

    datum opmaak 29 november 2010

    bijlagen -

    aan S. Göttgens Gemeente Heerlen

    kopie R. Geerts AVIV BV hoofdlijnen van het beleid Deze samenvatting geeft de hoofdlijnen van het Beleid Externe Veiligheid 2011 - 2015 van de gemeen- te Heerlen weer. De uitwerking van de gemeentelijke ambities en de beleidsagenda kunt u terug vinden in de nota: Beleid Externe Veiligheid 2011 - 2015. De nota formuleert het beleid externe veiligheid Heerlen voor de periode 2011 – 2015. Externe veiligheid is voor een belangrijk deel de verantwoordelijkheid van de gemeente in de vorm van vergunningverlening, ruimtelijke plannen en rampenbestrijding. In deze domeinen kan de gemeente keuzes maken die bepalend zijn voor de hoogte van het risico in de gemeente. Deze nota gaat in op de drie genoemde domeinen van externe veiligheid, waarbij de nadruk ligt op een gebiedsgerichte invulling van het beleid. Dit is gedaan omdat de ruimtelijke ordening de belangrijkste factor is in externe veiligheid. Huidige situatie Alle risicobronnen in Heerlen voldoen aan de norm die geldt voor de veiligheid van de individuele bur- ger (het plaatsgebonden risico genaamd). In de gemeente Heerlen doen zich om deze reden geen sa- neringssituaties voor. Naast de individuele veiligheid van de burger staat in de externe veiligheid de veiligheid centraal van de burgers als groep. Veel slachtoffers die in één keer tegelijk kunnen vallen. Hieraan geeft het zogeheten groepsrisico uitdrukking. Voor het groepsrisico geldt geen wettelijke norm, maar een oriëntatiewaarde voor de kans op een aantal doden dat kan vallen. Met uitzondering van de spoorzone zijn de groepsri- sico’s van de risicovolle activiteiten in Heerlen lager dan de oriëntatiewaarde. Het Rijksontwerp Basis- net Spoor, dat op hoofdlijnen is vastgesteld, zal ervoor zorgen dat ook het groepsrisico in de spoorzone lager dan de oriëntatiewaarde zal worden.

  • Witteveen+Bos HRL259-1 notitie Samenvatting beleid externe veiligheid concept d.d. 29 november 2010

    2

    Beleidsvisie Heerlen past binnen de Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid Limburg De Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid Limburg (GBEV-L) formuleert de ambitie van Limburg- se overheden en geeft ook aan hoe gemeenten en provincie bij besluiten over situaties met een exter- ne veiligheidsrisico met hun beleidsvrijheid om kunnen gaan. Het doel van de GBEV-L is een goede afweging te bevorderen van externe veiligheidsrisico’s, mede in het licht van andere belangen, zodat Limburg een verantwoord veiligheidsniveau heeft. Uit de ambitie van de GBEV-L worden de volgende punten naar voren gehaald: - (potentiële) externe veiligheidrisico’s worden vroegtijdig onderkend; - het bevoegd gezag overweegt altijd of risico’s kunnen worden voorkomen of verkleind, ook als het

    risico gering is; - het bevoegd gezag moet maatwerk leveren. Met het oog hierop geldt voor het groepsrisico het na-

    drukkelijk advies de oriëntatiewaarde te gebruiken zoals de wettelijke systematiek het bedoeld heeft: geen verplichte grenswaarde, maar een referentie die niet verplicht gerealiseerd hoeft te wor- den en moet leiden tot een zorgvuldige afweging van belangen en maatwerk.

    De gemeente Heerlen onderschrijft de ambities van het GBEV-L en de hiervoor genoemde in het bij- zonder. Doelstelling en ambitie gemeente Heerlen Het doel van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Heerlen is het behouden van een verant- woord en aanvaardbaar veiligheidsniveau. De gemeente Heerlen hanteert hierbij de volgende uitgangspunten: - het huidige veiligheidsniveau; Het huidige veiligheidsniveau (september 2010) is bekend en alle

    groepsrisico’s zijn op aanvaardbare wijze verantwoord. - economische ontwikkelingen in de gemeente Heerlen; Binnen de gemeente Heerlen moet ruimte

    aanwezig zijn om arbeidsintensieve bedrijvigheid te ontwikkelen, ook wanneer het bedrijven zijn die een risico voor de omgeving inhouden.

    - ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Heerlen; De gemeente Heerlen heeft te maken met te- rugloop van inwoneraantallen: de bevolking krimpt. Deze krimp biedt mogelijkheden in het verhogen van het veiligheidsniveau van de gemeente. Daar waar de risico’s naar verhouding het hoogst zijn moet worden ingezet op saneren van woningen. Daarnaast moet eventueel nieuwe woningbouw worden gesitueerd op grote afstand van de risicobronnen.

    - de veiligheidsladder; Het algemeen ordeningsprincipe is het volgen van de veiligheidsladder (RCSM), dat houdt in:

    ⋅ Risicoreductie bij de bron;

    ⋅ Clusteren risicovolle activiteiten;

    ⋅ Scheiden risicobron en -ontvanger;

    ⋅ Maatregelen in de (ruimtelijke) omgeving van de risicobron.

    Bestuurlijke verantwoording van het groepsrisico Een bijzonder onderdeel van externe veiligheid is de zogenaamde verantwoordingsplicht groepsrisico. Het bestuur draagt verantwoordelijkheid voor een navolgbaar en samenhangend beleid om het groeps- risico te verantwoorden. Het groepsrisico is de kans dat een groep van tien of meer personen in één keer overlijdt door een ongeval met een risicobron. Het groepsrisico kent geen wettelijke norm. De wet- gever heeft hier doelbewust van afgezien en de beoordeling overgelaten aan het lokaal bevoegd ge- zag. Om de hoogte van het groepsrisico reliëf te geven is een oriëntatiewaarde vastgesteld. Deze ori- entatiewaarde geeft aan wanneer er sprake is van een significant groepsrisico en helpt het bestuur om te bepalen wat men zélf acceptabel vindt. De oriëntatiewaarde is echter niet bedoeld als norm voor het onderscheid tussen aanvaardbaar- of on- aanvaardbaar risico voor een plansituatie. Het instrumentarium binnen het externe veiligheidsbeleid

  • Witteveen+Bos HRL259-1 notitie Samenvatting beleid externe veiligheid concept d.d. 29 november 2010

    3

    ondersteunt een dergelijke benadering niet, maar stuurt op kwaliteit en efficiency van de veiligheidsbe- oordeling tijdens het ruimtelijk planproces. Deze nota gaat uit van het gebruik van de oriëntatiewaarde als procescriterium. Daartoe wordt de ver- antwoordingsplicht onderscheiden in drie niveaus voor de aandacht aan zwaarte, diepgang en uitge- breidheid van het afwegingsproces (het verkeerslichtmodel). Is het groepsrisico kleiner van 10% van de oriëntatiewaarde, dan volstaat een proces waarin op hoofdpunten wordt nagegaan of een toename van het groepsrisico beperkt kan worden gehouden. Dit is de lichte verantwoording. Is het groepsrisico gro- ter dan 10% van de oriëntatiewaarde maar kleiner dan die oriëntatiewaarde, dan geldt een gewone verantwoording, gericht op de beoordeling van mogelijk te treffen maatregelen ter beperking van het ri- sico. Wordt de oriëntatiewaarde overschreden, dan geldt een zware verantwoordingsplicht: er moeten goede redenen zijn om de activiteit door te zetten en er moet zwaar worden ingezet op de beoordeling en haalbaarheid van maatregelen ter beperking van de risico’s. Bij overschrijding van de oriëntatie- waarde treft de gemeente alle doelmatige maatregelen die in haar bevoegdheid en mogelijkheden lig- gen om de veiligheid te verhogen. Ook toont de gemeente in de verantwoording de noodzaak van de ontwikkeling aan en motiveert zorgvuldig de belangen en afwegingen. Op grond van een verantwoorde afweging kan dus steeds een aanvaardbaar veiligheidsniveau worden vastgesteld dat maatwerk is voor de plansituatie. Brandweeradvisering Omdat de brandweeradvisering een belangrijk onderdeel is van externe veiligheid, gaat deze nota, die samen met Brandweer Zuid-Limburg wordt opgesteld, ook in op de advisering door de veiligheidsregio. De brandweer volgt in haar advisering het IPO-document ‘verantwoorde brandweeradvisering’. Essen- tieel is dat de Veiligheidsregio (brandweer Zuid-Limburg) in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken wordt bij de ruimtelijke planvorming.

    Krimp en herstructurering In de Structuurvisie Heerlen (concept mei 2010) is sprake van een terugval van het aantal inwoners in Heerlen van 89.000 naar ongeveer 70.000 inwoners. Dit heeft vooral effect op de woningvoorraad. De- ze trend biedt kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het stedelijk gebied. Prioritering van deze ‘ontdichting’ kan mede op grond van milieubelasting, en dus ook externe veiligheid, plaatsvin- den. Deze nota geeft ook invulling aan het brongerichte beleid. Uitgangspunt daarbij is dat daar waar er veel winst is te behalen met het aanpakken bij de bron, dit zou moeten gebeuren. Hierbij wordt aangesloten bij het gebiedsgerichte beleid. Bronnen in woongebieden vragen immers om een andere benadering dan bronnen op bedrijventerreinen aangewezen voor gevaarlijke stoffen. Bij de bronnen wordt onder- scheid gemaakt in stationaire bronnen (bedrijven) en transport (vervoer over de weg, buisleidingen). Borging beleid externe veiligheid in de gemeente Heerlen Het externe veiligheidsbeleid wordt geborgd binnen de gemeentelijke organisatie in het werkprogra