BEDRIJFSECONOMIE VOOR DE BOVENBOUW HET RESULTAAT

of 86 /86
HET RESULTAAT BEDRIJFSECONOMIE VOOR DE BOVENBOUW BE-F2 HET RESULTAAT

Embed Size (px)

Transcript of BEDRIJFSECONOMIE VOOR DE BOVENBOUW HET RESULTAAT

EABE05_Resultaat_P_COMLEERDOELEN Je kunt voor een handelsonderneming en een dienstverlenende onderneming de verschillende kostensoorten onderscheiden, de winst bepalen en verschillen verklaren.
BELANGRIJKSTE BEGRIPPEN EN ONDERWERPEN
• Kosten en kostensoorten • Resultaat • Voor- en nacalculatie • BTW • Break even analyse • Niet-financiële informatie
DOMEIN F | FINANCIEEL BEHEER
1. KOSTEN
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Onder kosten verstaan we de in geld uitgedrukte waarde van de opgeofferde
productiemiddelen (arbeid, natuur en kapitaal) die onvermijdbaar zijn bij de
productie van goederen en diensten.
Begrote kosten vooraf : voorcaculatorische kostenberekening
Werkelijke kosten achteraf : nacalculatorische kostenberekening
Door het analyseren van kostenverschillen (tussen begrote en werkelijke kosten) kan
een ondernemer maatregelen nemen en een beter kostenbeleid voor de toekomst
uitstippelen.
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Kostenbepaling is belangrijk voor het bepalen van de kostprijs van een product.
Functies van de kostprijs zijn:
• Basis voor verkoopprijs
• Nodig voor waardering van de voorraad (in geld)
FUNCTIES VAN DE KOSTPRIJS
*Let op: BTW is GEEN kostprijsverhogende belasting!!
CATEGORIALE KOSTENINDELING
1. Diensten
3. Kostprijsverhogende belastingen*
CONSTANTE EN VARIABELE KOSTEN
CONSTANTE KOSTEN
Dit zijn kosten die het bedrijf heeft onafhankelijk van de productieomvang. Dit wil
zeggen dat het bedrijf deze kosten sowieso heeft, of het nu niets, weinig of veel
produceert (vergelijkbaar met de bedrijfskosten in een handelsonderneming).
VARIABELE KOSTEN
Dit zijn kosten die afhankelijk zijn van de productieomvang. Dit zijn dus kosten die
alléén gemaakt worden in het geval er met een productiemiddel ook iets wordt
geproduceerd. Voor zover niet anders vermeld zijn deze proportioneel variabel*.
* Stijgen recht evenredig met de productieomvang, bijv. afzet stijgt met 20%, TVK ook. 7
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
CONSTANTE KOSTEN
VARIABELE KOSTEN
VOORBEELD 1: TAXIBEDRIJF
CONSTANTE KOSTEN
elektriciteit etc.
VARIABELE KOSTEN
(bijv. banden, koplamp-units), loonkosten van tijdelijk personeel etc.
VOORBEELD 2: AUTOFABRIKANT
TO = TOTALE OPBRENGST [=OMZET]
Totaal aan geld dat binnenkomt door verkopen, te berekenen met de formule:
TO = p x q waarbij:
p = verkoopprijs per stuk (!) q = de afzet (aantal verkochte stuks)
TK = TOTALE KOSTEN
Totaal aan kosten, te berekenen met de formule TK = TCK + TVK waarbij:
TCK = Totale Constante Kosten en TVK = Totale Variabele Kosten
TW = TOTALE WINST
AFKORTINGEN & BEGRIPPEN
GCK = GEMIDDELDE CONSTANTE KOSTEN
Dit zijn de constante kosten per product, te berekenen met de formule:
GCK = TCK : q [Totale Constante Kosten : Afzet]
GVK = GEMIDDELDE VARIABELE KOSTEN*
Dit zijn de variabele kosten per product. Voor zover deze niet al per product zijn
gegeven kun je deze berekenen met de formule:
GVK = TVK : q [Totale Variabele Kosten : Afzet]
* bij taxibedrijf bijvoorbeeld de brandstofkosten per kilometer .
AFKORTINGEN & BEGRIPPEN
CONSTANTE KOSTEN VAN KAPITAALGOEDEREN
Wanneer voor mijn onderneming kapitaalgoederen (gebouwen, machines,
transportmiddelen etc.) aanschaf krijg ik dus te maken met constante kosten (kosten
onafhankelijk van mijn productieomvang):
INTERESTKOSTEN
CONSTANTE KOSTEN VAN KAPITAALGOEDEREN
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
BEREKENING TCK: AFSCHRIJVINGSKOSTEN OP KAPITAALGOEDEREN
AFSCHRIJVING op kapitaalgoederen zijn kosten die je moet maken onafhankelijk van
de hoeveelheid producten die je met dat kapitaalgoed gaat produceren. Ze behoren
daarom tot de constante kosten.
AFSCHRIJVING waardevermindering van een kapitaalgoed tijdens de gebruiksduur
=
14
REKENVOORBEELD
Om gemakkelijker onderhoud en reparaties uit te voeren koopt Thomas (eigenaar
van een scooterzaak) voor € 2.350 een hefbrug. Hij verwacht dat deze hefbrug 10
jaar meegaat dan nog € 150 aan oud ijzer waard is.
Gevraagd
Uitwerking
Jaarlijkse afschrijving = (€ 2.350 - € 150) : 10 = € 220
Let op: het kan ook zijn dat je de jaarlijkse afschrijving moet berekenen aan de
hand van gegeven boekwaarde!
GEMIDDELD GEÏNVESTEERD VERMOGEN =
Onder INTERESTKOSTEN [of rentekosten] van kapitaalgoederen verstaan we de
vergoeding voor het beschikbaar stellen van vermogen waarmee dat kapitaalgoed is
gefinancierd. Deze worden vaak berekend over het gemiddeld geïnvesteerd
vermogen gedurende de hele gebruiksduur van een kapitaalgoed:
De gemiddelde jaarlijkse interestkosten bereken je dan met de formule:
Interestkosten = rentefactor [rente% : 100] x gemiddeld geïnvesteerd vermogen 16
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
BEREKENING TCK: INTERESTKOSTEN OP KAPITAALGOEDEREN
GEMIDDELD GEÏNVESTEERD VERMOGEN =
Boekwaarde begin v/h jaar + Boekwaarde einde v/h jaar 2
In plaats van berekening van het gemiddeld geïnvesteerd vermogen over de totale
gebruiksduur kan ook worden uitgegaan van het gemiddeld geïnvesteerd vermogen
een kapitaalgoed over het betreffende boekjaar. In dit geval wordt de berekening:
Ook in dit geval bereken je de gemiddelde jaarlijkse interestkosten met formule:
Interestkosten = rentefactor [rente% : 100] x gemiddeld geïnvesteerd vermogen 17
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Een groothandelaar koopt voor € 85.000 een nieuwe heftruck voor zijn magazijn. Aan
het einde van de levensduur levert de afgedankte heftruck nog € 5.000 aan oud ijzer
op. Het interestpercentage bedraagt 6%.
Gevraagd
Uitwerking
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = (€ 85.000 + € 5.000) : 2 = € 45.000
De Interestkosten bedragen dan 6% van € 45.000 = 0,06 x € 45.000 = € 2.700
REKENVOORBEELD
18
PRODUCTIE EN PRODUCTIECAPACITEIT
Onder productie verstaan we de normale hoeveelheid producten die met de
aanwezige productiemiddelen worden geproduceerd. In de ideale situatie is deze
gelijk aan de productiecapaciteit: dit is het maximale aantal producten dat met de
aanwezige productiemiddelen kan worden geproduceerd.
Om afzetschommelingen te kunnen opvangen is in de praktijk de productie in een
normale situatie lager dan de productiecapaciteit.
19
UITBREIDING VAN DE PRODUCTIE
We weten dat de totale kosten van een onderneming bestaan uit de som van de
totale constante kosten en de totale variabele kosten: TK = TCK + TVK.
Ook weten we dat de TCK onafhankelijk zijn van de productieomvang. Dit betekent
dat bij een stijging van de totale kosten na uitbreiding van de productie deze stijging
alleen veroorzaakt kan zijn door toegenomen totale variabele kosten (TVK)!
Vanzelfsprekend geldt hierbij dat uitbreiding van de productie met de bestaande
productiemiddelen mogelijk is totdat de maximale productiecapaciteit is bereikt.
Bij verdere uitbreiding van de productie moeten nieuwe productiemiddelen worden
aangekocht en zullen ook de constante kosten stijgen. 20
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
2. RESULTAAT IN EEN HANDELSONDERNEMING
21
REMINDER: SOORTEN ONDERNEMINGEN
eindproducten om deze met winst
te verkopen
HANDELS BEDRIJVEN
en verkopen deze met winst per stuk of in
kleinere hoeveelheden
DIENSTVERLENENDE BEDRIJVEN
Bijv. een kapsalon of een autorijschool
22
REMINDER: HANDELSONDERNEMING
inkoopt en verkoopt zonder deze verder te bewerken.
We onderscheiden:
GOEDEREN UITGOEDEREN IN
GELD UIT (BEDRIJFSKOSTEN)
24
OMZET afzet x verkoopprijs = € …………………
- INKOOPWAARDE afzet x inkoopprijs = € …................. -
ONTZETTEND INTELLIGENTE BRUINE BEER NEDERLAND
25
BRUTOWINSTOPSLAG [BRUTOWINSTMARGE]
Brutowinstopslag of brutowinstmarge is het verschil tussen de verkoopprijs en de
inkoopprijs. Je kunt de brutowinstopslag als percentage vaststellen op basis van de
inkoopprijs of op basis van de verkoopprijs, bijvoorbeeld:
inkoopprijs is € 300 inkoopprijs is € 300
BW opslag 40% van de inkoopprijs BW opslag 40% van de verkoopprijs
In dit geval is de inkoopprijs 100%: In dit geval is de verkoopprijs 100%:
VERKOOPPRIJS = € 420 140%
- INKOOPPRIJS = € 300 100%
BRUTOWINST = € 120 40%
VERKOOPPRIJS = € 500 100%
- INKOOPPRIJS = € 300 60%
BRUTOWINST = € 200 40%
OMZET afzet x verkoopprijs = € …………………
- INKOOPWAARDE afzet x inkoopprijs = € …................. -
*Gewaardeerd ondernemersloon: ‘salaris’ dat de ondernemer zichzelf toekent
*Vergoeding voor eigen vermogen: vergoeding voor gemiste interest omdat geld in bedrijf is gestopt
*Bedrijfseconomisch resultaat: geld dat overblijft om opnieuw te investeren of toevoegen aan EV
OVER DE NETTOWINST BETAALT DE ONDERNEMER MET EEN EENMANSZAAK OF VOF INKOMSTENBELASTING.
EEN BV OF NV BETAALT OVER DE NETTOWINST VENNOOTSCHAPSBELASTING. 27
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
GEWAARDEERD ONDERNEMERSLOON EN VERGOEDING VOOR EV
Onder het (gewaardeerd) ondernemersloon verstaan we dus het salaris dat de
ondernemer zichzelf (en eventuele andere gezinsleden) geeft als vergoeding voor
het verrichten van arbeid in zijn bedrijf en voor het ondernemersrisico dat hij loopt.
Onder het vergoeding voor het eigen vermogen [EV] verstaan we een vergoeding
voor gemiste interestopbrengst (rente) doordat de ondernemer geld als eigen
vermogen in zijn bedrijf heeft gestopt in plaats van dit op de bank te zetten of te
beleggen.
Het ondernemersloon en de vergoeding voor het EV worden in één bedrag uit het bedrijf
gehaald als privé-opname. Deze maakt het EV van de onderneming kleiner.
28
HET BEDRIJFSECONOMISCH RESULTAAT [ONDERNEMERSRESULTAAT]
Het bedrijfseconomisch resultaat (= ondernemersresultaat) is het bedrag dat
overblijft nadat het ondernemersloon en de vergoeding voor het EV samen als
privé-opname uit het bedrijf zijn gehaald.
Een positief bedrijfseconomisch resultaat maakt het EV van de onderneming groter.
Een negatief bedrijfseconomisch resultaat maakt het EV van de onderneming kleiner.
29
FINANCIERINGSRESULTAAT
Soms willen investeerders bij de berekening van omzet naar nettowinst het
financieringsresultaat van een onderneming los van de bedrijfskosten kunnen zien.
In dat geval worden de interestkosten apart weergegeven en maken deze geen
onderdeel uit van de bedrijfskosten!
Het financieringsresultaat is het verschil tussen alle interestopbrengsten en alle
interestkosten in een bepaalde periode. Het schema met de stappen van omzet
naar nettowinst ziet dan als volgt uit:
30
FINANCIERINGSRESULTAAT
VOORCALCULATORISCH RESULTAAT
Dit is de vooraf begrote winst, berekend op basis van inschatting van de te realiseren
omzet, inkoopwaarde en bedrijfskosten.
NACALCULATORISCH RESULTAAT
Dit is de achteraf gerealiseerde winst (of verlies), berekend op basis van de werkelijk
gerealiseerde omzet, inkoopwaarde en bedrijfskosten.
VOORCALCULATORISCH EN NACALCULATORISCH RESULTAAT
VERSCHILLEN TUSSEN BEGROTE WINST EN GEREALISEERDE WINST (VERLIES)
(Grote) verschillen tussen het werkelijk behaalde resultaat en de vooraf begrote
winst vragen om onderzoek:
door te achterhalen waar de verschillen vandaan komen kan de ondernemer
maatregelen treffen om mogelijke (onaangename) financiële ‘verrassingen’ in de
toekomst te voorkomen!
• Verschillen tussen verwachte en gerealiseerde omzet
• Verschillen tussen verwachte en gerealiseerde inkoopwaarde v.d. omzet
• Verschillen tussen verwachte en gerealiseerde bedrijfskosten
OMZET = € …………………
- INKOOPWAARDE = € …................. -
BRUTOWINST = € …………………
- BEDRIJFSKOSTEN = € …………………. -
NETTORESULTAAT = € …………………
OMZET = € …………………
- INKOOPWAARDE = € …................. -
BRUTOWINST = € …………………
- BEDRIJFSKOSTEN = € …………………. -
NETTORESULTAAT = € …………………
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Verschillen in omzet of in inkoopwaarde van de omzet kunnen zijn veroorzaakt
door prijsverschillen en/of door hoeveelheidsverschillen.
Dit is logisch, want beide zijn het product van hoeveelheid x prijs:
Omzet = hoeveelheid x (verkoop)prijs [p x q]
Inkoopwaarde omzet = hoeveelheid x (inkoop)prijs [p x q]
Dus:
Afwijkingen (tussen voor- en nacalculatie) worden veroorzaakt door verschillen
in de hoeveelheden, verschillen in de prijzen óf een combinatie hiervan.
VERDERE ANALYSE: PRIJSVERSCHILLEN EN HOEVEELDHEIDSVERSCHILLEN
35
Prijsverschil
Hoeveelheidsverschil
36
Hulpmiddel:
Prijsverschil
x
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
UITSPLITSING IN PRIJSVERSCHILLEN EN HOEVEELDHEIDSVERSCHILLEN
Bedenk bij prijs- en hoeveelheidsverschillen altijd of het voor de ondernemer
gaat om een voordeel (+) of een nadeel (-)!
Bijvoorbeeld:
Bij prijsverschil m.b.t. omzet betekent een hogere werkelijke prijs dan begroot
een voordeel (+), immers de ondernemer krijgt een hogere prijs dan verwacht.
Bij prijsverschil m.b.t. inkoopwaarde betekent een hogere werkelijke prijs dan
begroot een nadeel (-), immers de ondernemer moet een hogere prijs betalen dan
verwacht.
38
BTW
39
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
BTW is een (indirecte) belasting die de overheid heft op de verkoop van goederen
en diensten aan consumenten. Een ander woord voor BTW is omzetbelasting.
Een ondernemer moet BTW bij zijn verkoopprijs optellen en deze later weer
afdragen aan de Belastingdienst. Een ondernemer verdient dus zelf niets aan BTW.
De prijs waar de BTW reeds is bijgeteld (=inclusief BTW) noemen we de
consumentenprijs. Dit is dus de prijs die de consument in de winkel moet betalen:
VERKOOPPRIJS + BTW = CONSUMENTENPRIJS
Let op: omzet- en resultaatberekeningen zijn altijd EXCLUSIEF (zonder) BTW!
REMINDER: BTW = BELASTING TOEGEVOEGDE WAARDE
40
21% voor de meeste (luxe) goederen en diensten
9% voor levensmiddelen, boeken en sommige diensten (kapper, fietsenmaker)
0% voor medicijnen en onderwijs
BTW TARIEVEN
VERKOOPPRIJS IS ALTIJD EXLCUSIEF (ZONDER) BTW = 100%
CONSUMENTENPRIJS IS ALTIJD INCLUSIEF (MET) BTW = 121% of 109%
DUS:
TIP: BEGIN BIJ BTW OPGAVEN ALTIJD MET DEZE REKENTABEL!!
Voorbeeld geldt 21% BTW – bij 9% BTW is consumentenprijs natuurlijk 109% van de verkoopprijs!
REMINDER: REKENEN MET BTW
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Zoals je hebt geleerd mag een ondernemer de BTW die hij bij zijn verkoopprijs
heeft moeten rekenen niet zelf houden. Een keer per kwartaal moet hij/zij de
totale BTW over de verkopen afdragen (betalen) aan de belastingdienst. Dit
noemen we de verschuldigde BTW.
Net als iedere consument moet ook een ondernemer BTW betalen wanneer hij
ergens iets inkoopt. Wanneer de ondernemer echter iets koopt voor de zaak
(inkoop spullen om weer te verkopen, een kassa, bedrijfsauto, telefoon van de
zaak etc.), mag hij (zij) de hierover betaalde BTW terugvragen. Dit noemen we
te vorderen BTW.
43
Met andere woorden: de ondernemer mag de verschuldigde BTW verrekenen
met de te vorderen BTW. Het verschil tussen verschuldigde BTW en te vorderen
BTW noemen we te verrekenen BTW.
Te verrekenen BTW = verschuldigde BTW – te vorderen BTW
BTW IN EEN ONDERNEMING (BEDRIJF): TE VERREKENEN BTW
44
BTW IN EEN ONDERNEMING (BEDRIJF): TE VERREKENEN BTW
= TE VERREKENEN BTW
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Big Doron verkoopt tosti’s op de markt. Zijn omzet in het 1e kwartaal van dit jaar
was € 5.340. De inkoopwaarde van de tosti’s en sauzen was € 1.335 (exclusief
BTW). Alle ingrediënten voor de tosti’s vallen onder levensmiddelen (9% BTW).
In het 1e kwartaal heeft Doron een kassa gekocht voor € 485 exclusief 21% BTW.
Gevraagd:
b. De te vorderen BTW
c. De te verrekenen BTW die Big Doron terugkrijgt van de Belastingdienst.
VOORBEELD VERREKENING BTW
Uitwerking
Let op: omzet en inkoopwaarde zijn altijd exclusief (zonder) BTW, dus:
a. Verschuldigde BTW is 9% van de omzet = (9:100) x € 5.350 = € 481,50
b. Te vorderen BTW over de inkoop van tosti’s en sauzen: 9% van € 1.335 = € 120,15
Te vorderen BTW over de inkoop van de kassa: 21% van € 485 = € 101,85
Te vorderen BTW TOTAAL = € 120,15 + € 101,85 = € 222
c. Te verrekenen BTW = verschuldigde BTW – te vorderen (terug te krijgen) BTW
= € 481,50 - € 222 = € 259,50.
N.B.: De verschuldigde BTW is HOGER dan de te vorderen BTW, dus Doron moet BETALEN. Wanneer de te
vorderen BTW hoger dan de verschuldigde BTW zou zijn geweest zou het het verschil terugkrijgen.
VOORBEELD VERREKENING BTW
HANDELSONDERNEMING
GEWAARDEERD ONDERNEMERSLOON
EXTRA UITLEG
https://www.youtube.com/watch?v=7d8CHVWxeN4
Juf Janssen | Te vorderen, af te dragen en te verrekenen BTW | 08:49
https://www.youtube.com/watch?v=VA9j39k1M9E
50
DIENSTENONDERNEMING
Onder een dienstenonderneming verstaan we een onderneming die winst maakt
door het leveren van diensten aan klanten.
We onderscheiden:
PURE DIENSTVERLENING
Bijvoorbeeld: restaurant, kapper die producten verkoopt
51
Pure dienstverleners verkopen eigenlijk alleen werkuren. Zij werken daarom vaak met
een uurtarief (prijs per gewerkt uur) voor de opdrachtgever. Dit wordt bepaald door
het berekenen van het arbeidsuurtarief + een opslag voor bedrijfskosten.
Bijvoorbeeld:
Te verwachten aantal werkuren: 2.000, waarvan 1.500 gefactureerd kunnen worden
Te verwachten bedrijfskosten per jaar: € 12.000
Arbeidsuurtarief : = (€ 48.000 : 1.500) = € 32 per uur (exclusief BTW)
Opslag voor bedrijfskosten = (€ 12.000 : 1.500) = € 8 per uur (exclusief BTW) +
Te factureren uurtarief = € 40 per uur (exclusief BTW)
52
Natuurlijk is hierbij belangrijk dat de dienstverlener hierbij uitgaat van realistische
bedragen: wanneer het uurtarief te laag is zal de ondernemer geen winst maken of
minder winst dan mogelijk zou zijn. Idem bij een te hoog uurtarief omdat potentiële
klanten dan afhaken.
Het maximale uurtarief dat gevraagd kan worden is o.a. afhankelijk van:
• Mate van concurrentie
• Mate van specialisatie
BEREKENING NETTORESULTAAT IN EEN PURE DIENSTENONDERNEMING
OMZET gewerkte uren x gefactureerd uurtarief = € …………………
- BEDRIJFSKOSTEN = € …................. -
NETTORESULTAAT gewerkte uren x arbeidsuurtarief = € …………………
Omdat bij een pure dienstverlener geen goederen produceert of verhandelt is de
berekening van het nettoresultaat in een pure dienstenonderneming vrij simpel:
54
NETTORESULTAAT IN EEN DIENSTENONDERNEMING MET PRODUCTIE/VERKOOP
OMZET = € …………………
TOTALE DEKKINGSBIJDRAGE (= contributiemarge) = € …………………
NETTORESULTAAT = € …………………
In het geval een dienstverlener ook iets produceert en/of verkoopt heeft hij te
maken met variabele kosten (productiekosten en/of inkoopwaarde) en constante
kosten (vergelijkbaar met de bedrijfskosten). In dit geval luidt de berekening van het
nettoresultaat:
In de economie is de dekkingsbijdrage of contributiemarge de verkoopprijs verminderd met
de variabele kosten per product. Het is de marge die overblijft per product voor het dekken
van de constante kosten en voor het maken van winst. 55
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
• Verschillen tussen verwachte en gerealiseerde omzet
• Verschillen tussen verwachte en gerealiseerde variabele kosten
• Verschillen tussen verwachte en gerealiseerde constante kosten
OMZET = € …………………
- TVK = € …................. -
DEKKINGSBIJDRAGE = € …………………
- TCK = € …………………. -
NETTORESULTAAT = € …………………
LET’S CHECK: BEGRIPPEN
DEKKINGSBIJDRAGE
CONTRIBUTIEMARGE
57
4. BREAK EVEN ANALYSE
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Om winst te maken in een productiebedrijf is belangrijk om te weten hoeveel
producten je minimaal moet verkopen om al je kosten te kunnen betalen.
Bij dit aantal producten wordt nog geen winst gemaakt maar ook geen verlies. Dit
omslagpunt noemen we in de economie het Break Even Point [BEP], waarbij:
TO = TK
BEA = Break Even Afzet [minimaal aantal te verkopen stuks]
BEO = Break Even Omzet [bijbehorende totale verkoopwaarde = p x BEA]
BREAK EVEN POINT [BEP]
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
De BEA [Break Even Afzet] en de bijbehorende BEO [Break Even Omzet] kun je op
twee manieren bepalen, nl:
1. Aflezen in een TO-TK grafiek [TO= Totale Opbrengst, TK= Totale Kosten]
2. Berekenen d.m.v. de wiskundige vergelijking TO=TK
BEPALEN VAN HET BREAK EVEN POINT [=BREAK EVEN ANALYSE]
60
Voorbeeld
(is dus de verkoopprijs van V-Bags) bedraagt € 100 per
stuk. De jaarlijkse totale constante kosten van V-Bags
bedragen € 25.000. De variabele kosten zijn € 50 per
tas.
Gevraagd:
BREAK EVEN POINT BEPALEN M.B.V. EEN TO-TK GRAFIEK
61
BREAK EVEN POINT BEPALEN M.B.V. EEN TO-TK GRAFIEK
100
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
TCK
TVK
TK
TCK = € 25.000
62
BREAK EVEN POINT BEPALEN M.B.V. EEN TO-TK GRAFIEK
100
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
TCK
TVK
TK
TO
p = verkoopprijs = € 100
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
BREAK EVEN POINT BEPALEN M.B.V. EEN TO-TK GRAFIEKBREAK EVEN POINT BEPALEN M.B.V. EEN TO-TK GRAFIEK
100
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
TCK
Break Even Afzet [BEA]:
100 x q = 25.000 + 50 x q
100q = 25.000 + 50q
[ook genoemd: kritische omzet]
BEO = BEA x p
BREAK EVEN POINT BEREKENEN MET DE VERGELIJKING TO=TK
65
Gevraagd:
Bereken de totale winst [TW] van V-Bags bij een afzet
van 800 tassen.
TW = TO-TK
TW = (100 x 800) – ((25.000 + (50 x 800))
TW = € 15.000
66
De break even afzet [BEA] kun je ook berekenen
als je de dekkingsbijdrage per product weet:
[Totale] Constante Kosten [TCK]
BEA = 25.000 : (100 – 50)
BREAK EVEN AFZET BEREKENEN M.B.V. DE DEKKINGSBIJDRAGE
67
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Een variant op de voorgaande formule kun je gebruiken om een benodigde afzet
voor het behalen van een bepaalde nettowinst te berekenen. In dit geval moet de
dekkingsbijdrage zorgen voor zowel de constante kosten als de nettowinst:
[Totale] Constante Kosten [TCK] + TE BEHALEN NETTOWINST
Dekkingsbijdrage per product (= Vp – GVK)*
Bijvoorbeeld: ik wil € 15.000 nettowinst maken:
Mijn benodigde afzet is dan = (25.000 + 15.000) : (100 – 50) = 800 tassen
Hierbij hoort een benodigde omzet van (800 tassen x € 100) = € 80.000
NODIGE AFZET VOOR BEPAALDE NETTOWINST M.B.V. DE DEKKINGSBIJDRAGE
68
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Voor een ondernemer kan interessant zijn om te weten hoeveel je omzet mag dalen
zonder dat je verlies maakt. Dit noemen we de veiligheidsmarge. In geld is dit dus
het verschil tussen je gerealiseerde omzet en je break even omzet.
De veiligheidsmarge wordt vaak uitgedrukt in procenten van de omzet:
VEILIGHEIDSMARGE
omzet
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Soms krijg je een overzicht van totale kosten bij verschillende hoeveelheden
gegeven, bijvoorbeeld:
70
100.000 € 245.000
300.000 € 395.000
Indien verder niet anders aangegeven mogen we er van uitgaan dat totale
productiecapaciteit hetzelfde blijft. Zolang dit het geval is blijven de totale constante
kosten voor beide productieaantallen gelijk.
Dit betekent dat de toename van de totale kosten bij toegenomen productie alleen
veroorzaakt kan zijn door de toename van de totale VARIABELE kosten!
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
Als de toename van de totale kosten bij toegenomen productie alleen veroorzaakt kan zijn door de toename van de totale variabele kosten, kun je de gemiddelde variabele kosten per stuk (GVK) als volgt berekenen:
VARIABELE EN CONSTANTE KOSTEN BEREKENEN BIJ DIV. PRODUCTIECIJFERS
71
100.000 € 245.000
300.000 € 395.000
(=toename van) productie
300.000 – 100.000 = = € 0,75
Hiermee kun je vervolgens de Totale Constante Kosten (TCK) berekenen, want:
TK = TCK + TVK -> één van de twee combinaties van productie en TK invullen:
€ 245.000 = TCK + (100.000 x € 0,75) -> TCK = € 245.000 - € 75.000 = € 170.000
TCK en GVK heb je bijvoorbeeld nodig voor het berekenen van break even afzet.
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
EXTRA UITLEG
https://www.youtube.com/watch?v=y_Jz5zDEKg0
https://www.youtube.com/watch?v=lrjLIljr570
https://www.youtube.com/watch?v=uKfsr7pNjlU
5. NIET-FINANCIËLE INFORMATIE
NIET-FINANCIËLE INFORMATIE
Het succes van een onderneming is niet alleen afhankelijk van financiële resultaten.
Het de toekomst en het voortbestaan van een onderneming hangen ook af van hoe
een bedrijf omgaat met actuele thema’s, bijvoorbeeld:
• Klimaatverandering door CO2-uitstoot
• Diervriendelijk vlees produceren
KRITISCHE SUCCES FACTOREN [KSF]
Kritische Succes Factoren zijn activiteiten waarin een onderneming moet uitblinken
om te kunnen blijven voortbestaan. Zij maken onderdeel uit van de strategie van een
onderneming.
KRITISCHE PRESTATIE INDICATOREN [KPI]
Kritische Succes Factoren zijn vaak mooie doestellingen, maar ook soms een beetje
vaag en moeilijk meetbaar.
Om dit op te lossen kun je Kritische Succes Factoren vertalen naar concrete doelen die
je wel kunt meten. Dit noemen we Kritische Prestatie Indicatoren [KPI].
Goede KPI’s zijn daarom S.M.A.R.T. geformuleerd:
• SPECIFIEK (duidelijk waar het precies om gaat)
• MEETBAAR (uit te drukken in een getal of waarde)
• ACCEPTABEL (niet in strijd met normen en waarden van een organisatie)
• REALISTISCH (haalbaar met de beschikbare mensen en middelen)
• TIJDGEBONDEN (precies aangegeven over welke periode de KPI gaat) 76
BEDRIJFSECONOMIE HAVO | HET RESULTAAT | © EA
VOORBEELD KSF EN KPI
(SMART geformuleerde) KPI’s te bedenken, bijvoorbeeld:
• Minimaal 97% van onze producten wordt binnen 24 uur geleverd.
• Maximaal 1% van onze producten wordt retour gestuurd.
• Minimaal 85% van onze klanten beoordeeld ons met 5 sterren op TrustPilot
77
DE BALANCED SCORECARD
KSF’s en KPI’s worden vastgesteld door het management, zijn gericht op de toekomst
en door medewerkers te beïnvloeden. Om dit beheersbaar te houden is belangrijk
om je te beperken tot de belangrijkste KPI’s.
Een hulpmiddel hierbij is de Balanced Score Card. Hierbij ga je KSF’S en KPI’s
formuleren vanuit vier perspectieven (invalshoeken), nl:
• Financieel perspectief
• Innovatie- en groeiperspectief
• Interne processen perspectief
‘Balanced’ betekent dat geen enkele KPI tegenstijdig met een andere KPI mag zijn!
78
DE BALANCED SCORECARD
VOORBEELDEN FINANCIËLE KPI’S
• …% van de bestellingen binnen 24 uur geleverd
• … € besteed bedrag per klant per bezoek
• Maximaal … klachten per jaar
• Minimaal …% van de klachten naar tevredenheid van de klant opgelost
81
• Maximaal …% ziekteverzuim
• Maximaal …% personeelsverloop
82
VOORBEELDEN KPI’S INNOVATIE EN GROEI
• Minimaal …% omzetgroei per jaar
• Minimaal …% van de omzet uit nieuwe producten
• Minimaal …% van het personeel werkzaam in Research en Development
83
VOOR- EN NADELEN VAN DE BALANCED SCORECARD
VOORDELEN
• Draagt op lange termijn bij aan het succes van de onderneming
• Concrete doelstellingen - voor iedereen haalbaar en duidelijk
• Te gebruiken voor zowel (bij)sturing als verantwoording
NADELEN
• Tijdrovend om bij te houden en doelgericht te gebruiken
84
Niet financiële informatie
Kritische Succes Factoren
Kritische Prestatie Indicatoren
Voor- en nadelen Balanced Score Card
LET’S CHECK: BEGRIPPEN
EXTRA UITLEG
https://www.youtube.com/watch?v=XUpWi5Q9vpw