Artsen over euthanasie: 'Altijd ben ik bang dat er · PDF file Artsen over euthanasie: 'Altijd...

Click here to load reader

  • date post

    09-Oct-2020
  • Category

    Documents

  • view

    6
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Artsen over euthanasie: 'Altijd ben ik bang dat er · PDF file Artsen over euthanasie: 'Altijd...

  • Artsen over euthanasie: 'Altijd ben ik bang dat er iets fout zal lopen' Uit Knack van 20/11/2019 19/11/19 om 21:00 Bijgewerkt op 20/11/19 om 16:12 Bron : Knack

    Ann Peuteman Redactrice bij Knack

    Een patiënt helpen sterven. Hoe overtuigd sommige artsen dat ook doen, het blijft altijd heel ingrijpend. Voor de een wordt het na verloop van tijd gemakkelijker, voor de ander gaat het telkens zwaarder wegen. Knack vroeg drie dokters wat het uitvoeren van euthanasie met hen doet.

    © Jonas Lampens

    Alsof het alleen een kwestie van overtuigingen en principes is. Zo wordt de houding van Vlaamse huisartsen en specialisten tegenover de euthanasievragen van hun patiënten doorgaans voorgesteld. Daarbij wordt al te vlot voorbijgegaan aan het feit dat zo'n dokter ook maar een mens is die verder moet kunnen met de gedachte dat hij iemand heeft helpen sterven.

    Er zijn artsen die, al dan niet geïnspireerd door hun geloofsovertuiging, elke vraag afwijzen. Net zoals er zijn die het zelfbeschikkingsrecht van hun patiënten

    https://www.knack.be/s/r/c/1534123 https://www.knack.be/nieuws/auteurs/ann-peuteman-14.html

  • vooropstellen en consequent ingaan op vragen die aan de wettelijke criteria voldoen. Maar daarnaast is er ook een aanzienlijke groep die op zich wel achter euthanasie staat, maar het een hele opgave vindt om een patiënt daadwerkelijk te helpen sterven. Sommige artsen kunnen het alleen tegenover zichzelf verantwoorden als het gaat om iemand die terminaal ziek is. Anderen worstelen vooral met euthanasievragen van mensen die psychisch lijden of last hebben van een hele rist ouderdomskwalen. De meeste artsen zijn ook bang dat er op het moment zelf iets mis zal lopen. Ook dat kan een reden zijn waarom sommigen niet (meer) aan euthanasie willen meewerken.

    'De eerste keer was bij een patiënt met MS. Ik wist al een tijd dat hij het moeilijk had en dat het voor hem niet al te lang meer hoefde te duren. Toch schrok ik toen het woord euthanasie voor het eerst viel. Maar tegen de tijd dat hij er echt om vroeg, had ik al zo'n lange weg met hem afgelegd dat ik haast niet meer terug kon. Of beter: dan zou ik het gevoel hebben gehad dat ik hem liet vallen. Dus stemde ik ermee in. De LEIF-arts (een dokter die een specifieke opleiding heeft gevolgd over het levenseinde, nvdr) met wie ik contact opnam, was bereid om het dodelijke middel in mijn plaats toe te dienen. Dat maakte het wat minder zwaar. Maar op het cruciale moment liet hij het toch aan mij over. Blijkbaar hadden we elkaar verkeerd begrepen. Wat moest ik doen? Staan kibbelen aan het sterfbed van mijn patiënt? Voor ik het goed en wel besefte, was mijn eerste euthanasie achter de rug.

    'Voor mij volstaan de wettelijke criteria niet'

    Koen D'Halleweyn, huisarts in Wommelgem, voert alleen euthanasie uit als hij het voor zichzelf kan verantwoorden.

  • Koen D'Halleweyn: 'Telkens weer voel ik me dagen op voorhand al heel gespannen.' © Jonas Lampens

    Meer dan tien jaar geleden is dat ondertussen. Hoe ingrijpend die eerste euthanasie ook was, ik wist meteen dat ik het nog zou kunnen doen. Maar dan wel op mijn voorwaarden. Hoewel ik het zelfbeschikkingsrecht van mijn patiënten respecteer, volstaan de wettelijke criteria voor mij niet. Ik doe het alleen als ik het echt voor mezelf kan verantwoorden. Dat wil zeggen dat ik me moet kunnen voorstellen dat ik in die omstandigheden zelf aan euthanasie zou denken en dat ik er zeker van wil zijn dat alle behandelingsmogelijkheden zijn uitgeput. Anders kan ik het écht niet.

    Ondertussen heb ik vijf keer euthanasie uitgevoerd, waarvan drie keer in het voorbije jaar. Altijd bij een patiënt die fysiek zwaar ziek was en onmogelijk nog beter kon worden. Zo was er een weduwe die door een hersenbloeding aan één kant van haar lichaam verlamd was en een oude man met een pijnlijk uitgezaaide longkanker. Telkens weer voel ik me dagen op voorhand al heel gespannen. Omdat ik me tot op het laatste moment afvraag of ik er wel goed aan doe, maar ook omdat ik bang ben dat er op het cruciale moment iets fout zal lopen. De patiënten bij wie ik euthanasie heb toegepast, waren allemaal al behoorlijk oud en oude mensen hebben vaak slechte aders. Daarom laat ik het prikken altijd aan verpleegkundigen over, want zij doen dat veel vaker. Pas als de naald erin zit, dien ik het dodelijke product toe. Al is dat nog geen garantie dat alles vlot verloopt. Bij de laatste twee patiënten heeft de verpleegkundige verschillende keren moeten prikken voor de naald erin zat, terwijl ik haar bijlichtte met de zaklamp van

  • mijn telefoon. We waren allebei natuurlijk erg zenuwachtig, maar dat verberg je dan zo goed mogelijk voor de patiënt en zijn familie.

    Zodra de naald in een ader zit, is het griezelig eenvoudig. Alsof je iemand een griepspuit geeft. Nog voor de spuit leeg is, breken de ogen van de patiënt en trekt de kleur uit zijn gezicht weg. Ook voor mij is dat een emotioneel moment. Uiteindelijk gaat het over een mens met wie ik een relatie heb opgebouwd en die een paar minuten ervoor nog tegen me heeft gepraat. Maar het draait dan niet om mij. Dus condoleer ik de familie en trek ik me discreet terug. Het helpt om daarna nog even met de verpleging te praten. Ik doe het ook altijd 's avonds of op zaterdagvoormiddag, zodat ik tijd heb om op adem te komen.

    Zodra de naald in de ader zit, is het griezelig eenvoudig. Alsof je iemand een griepspuit geeft.

    Koen D'Halleweyn

    In de loop der jaren heb ik ook verschillende euthanasievragen gekregen waar ik niet op ben ingegaan. Bij sommige mensen is het duidelijk dat ze het echt willen, maar er zijn er ook bij wie je de twijfel door de euthanasievraag heen hoort. Ook als hoogbejaarden zeggen dat het voor hen niet meer hoeft, ga ik daar niet in mee. Hoe kun je er ooit zeker van zijn dat zo'n gevoel definitief is? Wat als er over een paar maanden iets verandert waardoor die patiënt toch weer zin in het leven krijgt? LEIF-artsen zeggen dat zo iemand tegenwoordig ook voor euthanasie in aanmerking komt omdat hij verschillende ouderdomskwalen heeft die samen zwaar wegen. Dat kan allemaal wel zijn, maar ík kan het in zo'n geval niet. Als het volstaat dat een bejaarde veel kwalen heeft, kan de helft van mijn patiënten in het woonzorgcentrum wel euthanasie vragen. Sommige artsen gaan daar te gemakkelijk over. Toen euthanasie nog niet legaal was, moesten we wel zoeken naar manieren om het leed van een patiënt nog wat te verzachten. Nu wordt dat soms te weinig gedaan en concentreert men zich meteen op het correct uitvoeren van de euthanasieprocedure. Nochtans is zo'n vraag soms eerder een noodkreet om aandacht.

    Weigeren is zeker niet gemakkelijk. Nog niet zo lang geleden kreeg ik een euthanasievraag van een bejaarde dame. Ze dacht dat ze darmkanker had, onderging een reeks onderzoeken en kreeg uiteindelijk te horen dat het toch geen kanker was. Maar voor haar was die episode een kantelpunt: ze wilde niet meer verder leven. Omdat ze vooral levensmoe was en ik er niet helemaal zeker van was dat ze zich na een tijd niet weer beter zou voelen, wilde ik niet op haar vraag ingaan. Nadat ik haar dat had uitgelegd, weigerde ze nog te eten of uit bed te komen en dat werd haar uiteindelijk fataal. Natuurlijk voelde ik me daar slecht bij.

  • Zeker omdat ook haar familie op een gegeven moment begon aan te dringen. Maar ik zal nooit euthanasie uitvoeren omdat ik me onder druk gezet voel.

    Wil je het niet zelf doen, dan word je verondersteld om je patiënt naar een andere arts door te verwijzen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. De meeste collega's zien euthanasie alleen zitten bij hun eigen patiënten - zo denk ik er zelf trouwens ook over. Toch hebben drie mensen bij wie ik het zelf niet wilde doen uiteindelijk toch euthanasie gekregen. Een van hen was een fel en pienter hoogbejaard vrouwtje dat beginnende cognitieve stoornissen had. Omdat ik het in zo'n geval moeilijk vind, heb ik haar naar een LEIF-arts doorverwezen. Later zag ik haar overlijdensbericht in de krant. Tussen de regels door kon je lezen dat ze euthanasie had gekregen.

    In minder dan een jaar heb ik drie keer euthanasie uitgevoerd en dat was echt zwaar. Ik denk weleens dat ik beter een sabbatjaar zou inlassen: twaalf maanden lang geen euthanasie toepassen, zelfs niet als de patiënt in kwestie ervoor in aanmerking komt. Maar realistisch is dat natuurlijk niet. In elk geval hoop ik dat de frequentie afneemt. Het elk jaar drie keer doen, zou ik simpelweg niet volhouden.'

    'Als ik de kamer binnenkom, vraag ik de patiënt altijd of hij er klaar voor is of liever nog wat meer tijd wil. De meesten hebben heel hard op dat moment gewacht en willen geen uitstel meer. Dan ga ik de producten halen en zeg ik iets in de trant van "we gaan het zo goed mogelijk doen". Tegen die tijd zijn de patiënt en zijn familie meestal helemaal op elkaar gericht en letten ze amper nog op mij. Zo heb ik het ook het liefst. Als de patiënt me dan nog aanspreekt, bedankt of een anekdote ophaalt, komt het wel erg dichtbij. Liever concentreer ik me op de technische kant. Op zich is euthanasie niet moeilijk, maar je moet er wel je hoofd bij houden. Daarom vind ik het ook belangrijk dat er altijd een verpleegkundige bij is die kan nagaan of alles goed verloopt. Of het infuus wel goed zit en de medicatie in de juiste richting loopt, bijvoorbeeld. Vooraf zoek ik op het lichaam van de patiënt ook een plaats waar ik tijdens de euthanasie de hartslag kan volgen. Dat is cruciaal, want iedereen in de kamer wacht op mijn teken dat de patiënt is overleden. Ik mag er niet aan denken dat de familie dan toch nog ergens een bloedvat zou zien kloppen. Net voor ik begin met het inspuiten van de producten, raak ik de patiënt nog even aan en kruisen onze blikken elkaar een laatste keer.