Alexander Smit - Geschenk van het absolute

of 162 /162

Embed Size (px)

Transcript of Alexander Smit - Geschenk van het absolute

  • Geschenk van het Absolute

  • Geschenk

    van het Absolute

    Alexander Smit

    samengesteld door Jan Koehoorn

    samsara

  • 2013 Advaita Foundation Samengesteld door Jan Koehoorn Deze uitgave: Samsara Uitgeverij bv 2013

    Omslagontwerp: Erik Th: www.erikthedesign.com Lay-out: Studio 28, Hillegom

    ISBN: 978-94-91411-05-2 / NUR 728

    Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd worden zonder schriftelijke toestemming van: Samsara Uitgeverij bv Herengracht 341, 1016 AZ Amsterdam www.samsarabooks.com

    Inleiding

    De titel van dit boek is ontleend aan de spirituele naam van

    Alexander, Parabrahmadatta, dat 'Geschenk van het Absolute'

    betekent.

    Alexander was voor velen een geschenk. Mensen werden diep geraakt

    door hem, zijn glimlach maakte blij en zijn groet was nooit routine

    matig, maar altijd persoonlijk. In de gesprekken met zijn leerlingen

    verwees hij naar Dat waar we allemaal uit voortkomen en weer naar

    terug zullen keren, en tegelijkertijd altijd al zijn en zijn geweest: Be

    wustzijn.

    De wijze waarop hij dat deed was uniek. Zijn onderricht zat vol hu

    mor, en was ontregelend en confronterend waardoor een onmiddel

    lijke diepe herkenning van wat je wezenlijk bent, mogelijk werd.

    En wat een geschenk is dit!

  • Uitgetypte lezingen, dertien jaar als verloren beschouwd, worden in

    eens toch leesbaar. Deze woorden, destijds uitgesproken door Alexan

    der, blijken onverminderd actueel.

    Tijdloos, dadeloos.

    Nog altijd is die speciale energie aanwezig, als de geur van het Abso

    lute. Tijdens het lezen van de teksten en het luisteren naar de cd zou het kwartje zomaar kunnen vallen.

    U bent gewaarschuwd!

    Aan u de uitnodiging dit geschenk aan te nemen en uit te pakken.

    Mahadevi

    Inhoud

    Voorwoord Jan Koehoorn

    Interview met Belle Bruins uit 1988 Kies je voor het leven, of kies je voor de dood? De getuige in het dagelijks leven

    Zelfonderzoek Het ontwaken van intelligentie God bestaat helemaal niet!

    Voorbij het begrijpen

    Maya Vrije wil

    De eerste en de laatste overgave Yoga, meditatie en identificatie

    Een ervaring kan nooit de waarheid zijn De vierde toestand

    Inhoudsopgave cd

    9

    11

    33

    53

    71

    89

    97

    107

    135

    163

    191

    221

    257

    299

    313

  • Voorwoord

    "'C igenlijk was dit boek al geschreven. De teksten zijn transcripties ..I.::tvan bijeenkomsten met Alexander Smit, Nederlands bekendste advaitaleraar. Het enige dat ik heb gedaan, is leesbare tekst maken van

    letterlijk opgeschreven gesproken tekst. Daarbij heb ik getracht de stijl

    van Alexander zoveel mogelijk intact te laten.

    Lezers die Alexander hebben meegemaakt zullen de manier van over

    dracht onmiddellijk herkennen. Zoals hij zelf altijd zei: 'Laat het maar

    gewoon zijn verhaal vertellen.' En dat is wat dit boek doet. Het vertelt

    het verhaal van advaita, op de unieke manier die zo bij Alexander

    hoorde.

    Mijn dank gaat uit naar de Advaita Foundation voor het bewaren van alle diskettes en cassettebandjes, naar Wouter en Wim voor het uitgeven van dit prachtige materiaal en naar Wim en Ida voor de hulp bij het redigeren van de teksten.

    9

  • Er zit een cd bij dit boek, met daarop een aantal (steekproefsgewijs

    gekozen) audiofragmenten van bijeenkomsten. Zo krijgt u een nog betere indruk van hoe de overdracht indertijd was.

    Wil je meer weten over Alexander Smit, neem dan eens een kijkje op: www.facebook.com/groups/alexandersmit. Op dit forum zijn veel uit

    spraken en citaten te vinden.

    jan Koehoorn

    10

    'Elke ontsnapping is gedoemd te mislukken'

    Belle Bruins in gesprek met Alexander Smit, september 1988

    Locatie: de keuken van zijn huis aan de Prinsengracht in Amsterdam. We waren bezig met het doornemen van de vertaling van

    'The nectar of the Lord's feet' (Nederlandse titel 'Zelf-realisatie') van zijn leermeester Sri Nisargadatta Maharaj en hij wilde ter afwisseling best eens een 'interview' doen, als een soort oefening. Het interview heeft een computercrash, inbraken en diefstal overleefd, want gelukkig had ik de band indertijd al uitgetypt en geprint. Die heb ik jarenlang als een schat bewaard. Tot nu.

    Alexander leerde Nisargadatta kennen in september 1978. Begin september van hetzelfde jaar was Jacques Lewensztain* in India geweest en kwam terug met het boek 'I am That' en tapes van Nisargadatta.

    Alexander: Dat boek kwam in handen van Wolter Keers. Die was er erg blij mee, want na het sterven van Krishna Menon (Wolters leermeester)

    * Destijds een bekende yogaleraar.

    11

  • had hij niet meer zoiets puur advaitisch gehoord. Nadat Wolter het boek

    had gelezen, besloot hij het te vertalen en uit te geven 'want dit is zo ontzettend goed!' Wolter gaf mij het boek onmiddellijk en ik was er heel erg

    door aangedaan. Toen kwam er een artikel in Panorama of De Nieuwe Revu: 'God heeft geen tanden'. Een slecht geschreven verhaal door die

    jongen die Showroom deed (1V). Met een levensgrote foto over twee pagins van de kop van Nisargadatta. Dat was eigenlijk mijn eerste kennismaking met Nisargadatta Maharaj. Wolter had toen al gez.egd: 'Ik

    kan niets meer voor jou doen. Je hebt iemand nodig, maar ik zou niet weten wie.' Maar toen hij 'I am That' gelezen had, zei hij: 'Als ik je een advies mag geven, ga onmiddellijk daarnaar toe.' En dat heb ik gedaaq.

    B. Wat zocht je?

    Ik zocht niks meer. Ik wist alles. Maar als je me echt vroeg wat ik begre

    pen had, dan zou ik gezegd hebben: ik weet het eigenlijk niet. Iets essentieels weet ik niet. Er zat een soort blinde vlek in me waar niemand raad mee wist. Krishnamurti wist daar niets op te zeggen. Bhagwan was voor ons in die tijd niet iemand waar wij naartoe zouden gaan, althans niet voor dit soort zaken. Da Free John was het ook niet. In die tijd waren dit de mensen die bekend waren. Ik had een blinde vlek. En het typerende

    van een 'blinde vlek' is dat je niet weet wat het is. Je weet alleen dat als je heel eerlijk zou zijn, als je werkelijk tot op de bodem zou gaan bij jezelf, dat je het raadseltje niet had opgelost.

    B. Voor het eerst in Bombay?

    Een trappetje naar boven, naar een zolderkamer. Eerst kwam mijn kop en het eerste wat ik zag, was mevrouw Satprem en Nisargadatta. Er

    waren misschien drie of vier mensen.

    12

    'Hier ben ik,' zei ik. En hij zei: 'So, finally you carne.' Ja, dat zeggen ze allemaal; dat heb ik later gehoord, maar voor mij was het voor het

    eerst dat ik dat hoorde. Ik had wel het gevoel toen ik binnenkwam dat het nu echt ernst was. Nu is er geen ontsnapping meer mogelijk. Hier gebeurt echt iets.

    Ik had natuurlijk al heel wat van die mensen ontmoet: Krishna

    murti, Jean Klein, Wolter, Swami Ranganathananda, Douglas Harding en ook Indirs, minder bekende figuren en voor Ramana Maharshi en Krishna Menon was ik natuurlijk te jong. Die zijn in de jaren vijftig overleden. Toen was ik zeven of acht jaar. Dat is geen leeftijd om

    je met die dingen bezig te houden.

    In die tijd gold voor ons: wachten op een levende leermeester. En ik had heel sterk het gevoel dat hij de man was die ik zocht.

    Hij vroeg of ik getrouwd was, wat ik deed, waarom ik naar India gekomen was.

    B. Wat wilde je precies van hem?

    Zelf-realisatie. Ik wilde weten hoe het in elkaar zat. Ik zei: 'Ik heb

    gehoord dat u de grootste egokiller bent die er bestaat. En dat wil ik.' Hij zei: 'Ik ben geen killer, ik ben een diamantslijper. Jij bent ook een diamant, maar je bent een ruwe diamant en je moet nog geslepen worden en je kan alleen maar geslepen worden door een zuivere diamant. En dat is heel precies werk, want als je dat verkeerd doet, valt hij in

    honderd stukjes uiteen en heb je niets meer over'. Heb je vragen? Ik zei dat Maurice Frydman de doorslaggevende reden was van mijn

    komst. Frydman was een vriend van Krishnamurti. Die logeerde altijd bij Frydman en Frydman was van plan al het vroegere werk van Krish

    namurti uit te geven bij uitgeverij Chetana in Bombay en hij had van

    meneer Dikshit (de uitgever) gehoord dat er in Bombay iemand was die

    13

  • hij moest ontmoeten. ('I am That' was uiteraard nog niet uitgegeven want Frydman moest Nisargadatta nog ontmoeten). Frydman ging er

    naar toe met zijn gebruikelijke sceptische ideen. Hij kwam daar binnen

    en binnen twee weken was hem duidelijk wat hem nooit duidelijk was

    geworden bij Krishnamurti. En toen dacht ik: als het bij Frydman in

    twee weken duidelijk was, hoe zou het dan met mij gaan? Dat vertelde ik aan Nisargadatta en hij zei: 'Dat zegt niets over mij,

    maar het zegt alles over Frydman.' En hij zei ook: 'Mensen die Krish

    namurti niet begrijpen, begrijpen zichzelf niet.' En dat vond ik heel

    mooi, want bijna alle goeroe's die ik kende, kraakten altijd iedereen af

    Het leek of hij mij wilde ontspannen. Hij lanceerde geen provocaties.

    Ik kon ontspannen, want je begrijpt dat het uiteraard een nogal span

    nende toestand was daar.

    Hij zei: 'Heb je vragen?' Ik zei: 'Nee.'

    'Wanneer ga je komen?'

    'Als u mij toestaat, elke dag.' 'Dat is goed. Kom maar tweemaal per dag. 's Morgens en 's mid

    dags, voor de lezingen en dan zien we wel hoe het gaat.'

    Ik zei: 'Ja, en ik ga niet weg voordat het duidelijk is.'

    Hij zei: 'Dat is goed.'

    B. Was het waar?

    Ja. Zonder meer. Want wat hij deed - in twee minuten maakte hij

    duidelijk, waar je ook mee kwam, dat de kennis waar je mee kwam

    niet van jou was. Dat het uit een boek was, dat je het geleend of gejat

    had of dat het fantasie was, maar dat je eigenlijk niet in staat was een

    directe waarneming te hebben, a direct perception, direct te kijken,

    onmiddellijk, zonder mediator, zonder zelfbewustzijn.

    14

    En daar schrok ik verschrikkelijk van. Want alles wat je zei werd op een brute manier afgekapt.

    B. Wat gebeurde er precies met jou?

    De tweede dag vroeg hij of ik wat te vragen had. Toen begon ik op

    een min of meer romantische manier een vraag te stellen over rencarnatie. Ik vertelde dat ik altijd een binding met India had, dat toen ik

    het woord 'India' voor het eerst hoorde, dat een shock voor me was,

    dat ik me erg thuisvoelde in India en dat het woord 'yoga' als een bom insloeg toen ik het een keer hoorde op tv en ook het woord 'Brits

    Indi', alsof een hond z'n baas hoort fluiten. En, vroeg ik, zou het

    misschien betekenen dat ik in vorige levens in India gewoond heb? En toen begon hij in het Marathi ongelofelijk te schelden en opgewonden te doen en dat duurde minstens tien minuten. Ik dacht: My god, wat

    krijgen we nou? Die vertaler was het kennelijk gewend want die zat er heel rustig bij en toen Maharaj klaar was vatte de vertaler het samen:

    'Maharaj vraagt zich af of u wel serieus bent. Gisteren kwam u hier en

    u wilde zelf-realisatie, maar nu komt u aan met vragen die thuis horen

    op een frbelschool .. .' Zo werd je gedwongen ongelofelijk alert te zijn. Alles telde heel

    zwaar. Binnen een paar dagen werd me duidelijk dat ik echt helemaal niets wist. Dat alles wat ik wist, dat alle kennis die ik verzameld had, boekenkennis was, dat het tweedehands was, dat het aangeleerd was,

    maar dat ik vanuit mezelf niets wist. Ik kan je verzekeren dat dat wel de nodige dingen in beweging

    zette. En zo ging dat elke dag! Waar ik ook mee kwam. Of ik een intel

    ligente vraag stelde of een domme vraag maakte absoluut geen enkel verschil. En de ene dag beweerde hij dit en de andere dag beweerde hij

    het tegenovergestelde en de dag daarna draaide hij het nog een keer

    15

  • om hoewel dat eigenlijk niet kon. Enzovoort, tot ik al observerende in de gaten kreeg waarom dat was en dat was een heel wonderlijke reali

    satie. Waarom probeer ik steeds om alles in concepten te proppen, om

    alles te begrijpen via het denken of in de gevoelssfeer?

    En hij gaf me tips hoe ik op een andere manier naar de dingen kon

    kijken. Echt kijken dus. En toen werd het me duidelijk dat het ge

    woon geen enkele zin had om jezelf - dat wat je dan jezelf noemt - op

    zo'n manier te bezien of te beschouwen of zelfs niet te beschouwen. Dat was een absolute ondermijning van het zelfbewustzijn, zoals een

    termiet een stoel opeet. Op een gegeven moment is het zaagsel. Het

    ziet er nog wel uit als een stoel, maar het is geen stoel meer.

    B. Leidde dat tot je realisatie?

    Hij bleef aan de gang op die manier. En toen kwam er een moment

    dat ik er schoon genoeg van had. Echt zo schoon genoeg dat ik ". ik

    zal niet zeggen kwaad werd, maar er vond een verschuiving plaats, een

    accentverschuiving van alle autoriteit buiten mij, met inbegrip van Nisargadatta, naar een autoriteit binnen in mijzelf. Hij was aan het

    praten en op een gegeven moment zei hij 'niemand'. Hij zei: 'Er is hier natuurlijk niet iemand die praat.' Dat werd me teveel. En ik zei: 'Als

    je dan niet praat waarom houd je je mond dan niet? Waarom dan nog iets zeggen?'

    En het leek wel of hij daarop gewacht had. Hij zei: 'Wil je dat ik

    niet meer praat? Is goed, dan praat ik vanaf nu niet meer en als mensen

    iets willen weten, dan gaan ze maar naar Alexander. Vanaf nu wordt er niet meer vertaald, vertalers hoeven niet meer te komen, er wordt geen Engels meer gesproken. Er wordt alleen nog maar Marathi gesproken en als mensen problemen hebben gaan ze maar naar Alexander want

    die schijnt hier alles te weten.'

    16

    En het gedonder met de anderen, de slijmjurken en de slijmballen die

    zeiden dat ik m'n excuses moest aanbieden! Van m'n leven niet. Ja, je kan je excuus niet aanbieden aan een niemand h?!

    En tegen mij zei hij: 'En jij, jij kan hier niet meer komen.' En ik:

    'Hoezo kan ik hier niet meer komen. Houd me maar eens tegen. Ben

    je helemaal besodemieterd.' En de vertalers waren daarover helemaal

    over hun toeren natuurlijk. Ze zeiden dat zoiets nog nooit vertoond was. En hij was kwaad! Niet te geloven zo kwaad! En de geschenken

    die ik voor hem had meegebracht gooide hij voor m'n voeten en hij zei: 'Niets wil ik van jou. Nothingfrom you 1 want.'

    En dat gaf de doorslag, want toen gebeurde er iets, er was geen

    denken; want die autoriteitsverschuiving had plaatsgevonden. Zoals

    ik het ervoer kwam er van alle kanten van alles op me af: de logica, het verstand, het intellect van de ene kant en tegelijkertijd van de andere

    kant het hart, de gevoelens en alle fenomenen, al het gemanifesteerde kwam allemaal regelrecht van alle kanten tegelijk op me af naar een

    absoluut centrum waar de boel explodeerde. Knal. Niet te geloven.

    Daarna was het duidelijk voor me ... De volgende dag ging ik er gewoon naartoe. Er was wel een le

    zing, maar er werd inderdaad geen Engels gesproken. Ik kan je ver

    zekeren dat de spanning te snijden was, want ik was de schuldige

    natuurlijk. Dat wou hij me in de schoenen schuiven en die vertalers zaten er gewoon een beetje bij. Er werd zelfs niet gesproken. En

    de dag daarna waren er niet eens lezingen. Kwam hij eraan met de

    auto, reed weg toen hij mij zag en ging naar de bioscoop ." Toen heb ik hem een brief geschreven. Twaalf kantjes. In perfect Engels. Die

    brief heb ik laten brengen. Ik vond dat het nu de spuigaten uitliep.

    Ik heb alles opgeschreven. En zijn antwoord was: laat hem morgen om tien uur komen. En die dag las hij mijn brief voor en zei: 'You

    understood. Deze confrontatie was nodig voor de eliminatie van dat

    17

  • zelfbewustzijn. But you understood completely and 1 am very happy with your letter and nothing happened.' Dat luchtte de zaak natuurlijk wel op. Hij vroeg of ik nog langer wilde blijven. 'Vanuit deze

    situatie, die op 21 september 1978 plaatsvond, wil ik in liefde hier

    zijn.' En hij zei: 'Dat is goed.' Vanaf die dag heb ik alle gesprekken bijgewoond en ook af en toe vertaald als er bijvoorbeeld Spanjaarden

    kwamen of Fransen of Duitsers die slecht Engels verstonden. Ik was

    toen zo'n beetje een hulpje.

    B. Je past dus echt dezelfde methode toe als hij: het elimineren van

    het zelfbewustzijn tot op het bot en de mensen hun identificaties laten

    zien. Was dat zijn methode?

    Ja. Het valse als het valse herkennen en daarmee de waarheid geboren

    laten worden. Maar het wonderlijke was, het basisdilemma van MIJ

    en als ik 'mij' zeg bedoel ik in zekere zin iedereen, dat je je op een

    gegeven moment afvraagt: waar ik voor gekomen ben, blijkt dus iets

    totaal anders te zijn dan wat ik dacht. Iedereen heeft ideen over deze kwestie en ik had in de verste verte niet vermoed dat de verwerkelij

    king daarvan iets dergelijks zou zijn. Dat ten eerste. Ten tweede blijkt

    dat je op een gegeven moment min of meer voor de keuze staat om

    je zelfbewustzijn te handhaven uit trots, arrogantie, intellect. En de

    functie van de goeroe, de vaardigheid waarmee hij de vluchtwegen

    van de discipel tot de wezenlijke zelfconfrontatie kon afsluiten, was

    bij hem ongehoord, althans in mijn geval. En voor mij was dat de

    doorslaggevende factor. Want als er een mogelijkheid was geweest om

    te 'ontsnappen' had ik dat zeker gedaan. Als een dief die toch nog

    probeert 'm te smeren.

    B. Zei hij er ooit nog iets over?

    18

    Hij zei erover dat er ook een ongelofelijke moed voor nodig is om niet

    te vluchten. En dat mijn komst hem bijna een hartaanval bezorgde.

    Dat hij eigenlijk niet meer de kracht had om zulke gevallen als ik

    aan te pakken naarmate hij ouder werd. Ik heb dus het gevoel dat ik precies op tijd gekomen ben. Later werd hij ziek. Hij zei: 'Ik heb

    geen kracht meer om mensen te overtuigen. Als het je bevalt, blijf dan

    komen, misschien heb je er wat aan, maar ik heb de kracht niet meer

    om mensen zoals hij (en dan wees hij naar mij) te overtuigen.' Ik ben

    hem zo dankbaar. Want het laat alleen maar zien hoe groot mijn ver

    zet was. Er moet een evenredige kracht zijn die net iets sterker is dan

    jouw vreemdste en sterkste verzet. Dat heb je nodig. Het laat zien hoe

    groot mijn verzet was. En het laat zien hoe groot zijn kracht was. En

    zijn vaardigheid. En daarom is hij voor mij dus de grote Satguru. Het feit dat hij in staat was om de slimste aFf eer - en ik kan je verzekeren dat na vijftien jaar me te hebben verdiept in dat soort zaken - mijn af

    weer uiterst geraffineerd en slim was, maar voor hem moeilijk, ook al

    kende hij zijn pappenheimers. Ik was echt een moeilijk geval. Daarom

    moest ik naar zo'n moeilijk iemand natuurlijk. Het zegt veel over mij.

    Net zoals hij in het begin zei dat het alles zegt over Frydman. Maar de

    vaardigheid waarmee hij alle vluchtwegen van de leugen en de valsheid

    kon afsluiten, heb ik nergens anders zo gigantisch groots gezien.

    Ik ben natuurlijk niet overal geweest, maar bij Ramana Maharshi

    smolt je gewoon. Dat was een heel andere manier. Bij Krishna Menon

    kon het intellect niet standhouden bij zo'n gigantische demontage,

    maar bij Nisargadatta was elke ontsnapping gedoemd te mislukken.

    Mensen die kwamen om iets te halen of mensen die dachten daar iets

    te kunnen brengen, stonden binnen vijf minuten geestelijk gesproken

    naakt buiten. Ik heb daar heel veel mensen in grote verschrikking weg

    zien lopen. Op een gegeven moment was ik helemaal niet meer bang,

    omdat ik het gevoel had dat er toch niets meer te verliezen was. Dus

    19

  • kan ik ook niet zeggen dat het nou echt moedig van me was. Ik kan

    alleen zeggen dat ik in zekere zin met hem in de aanval ben gegaan.

    En het leuke was dat hij het ook heel erg waardeerde. Want hij stuurde wel mensen weg, maar die gingen dan ook echt en kwamen meestal niet meer terug en dan zei hij: 'Dat zijn lafaards. Ik heb ze niet weggestuurd, ik heb dat deel van hen weggestuurd dat niet acceptabel is hier.' En als ze dan weer kwamen, helemaal open, dan zei hij er niets over. Maar tijdens dat gebeuren met mij vergaten de mensen dat. Er was ook een dokter, een heel fijne man, die zei: 'Denk niet dat hij heel bruut tegen je is; je hebt er geen idee van hoeveel liefde erin zit om dit met jou te doen.' 'Jajajaja, dat weet ik wel,' zei ik, want ik wilde van niemand commentaar. Tenslotte was dit waar ik voor gekomen was! Alleen de vorm waarin het gebeurde, die was wel even iets totaal anders dan wat ik ook maar 1. de verste verte had kunnen vermoeden. Maar nogmaals, dat zegt meer over mij dan over Maharaj. En dat denk ik nog steeds.

    B. Zijn methode was dus je het valse als vals te laten herkennen, de onwaarheid als onwaarheid te leren doorzien en daardoor tot waarheid te komen?

    Ja. En dat ging dieper dan ik ooit had kunnen vermoeden. Het denken was absoluut hulpeloos. Het intellect maakte geen schijn van kans. Het hart was ook een valkuil. En dat is precies wat er daar gebeurde. Dat is alles. En ik weet dat er na die dag, 21 september 1978, in mij nooit meer een greintje twijfel is geweest omtrent deze kwestie en dat die autoriteit, dat gezag, die authenticiteit, nooit meer de wijk genomen heeft, zich nooit meer verplaatst heeft. Er is geen enkele autoriteit op de wereld, in deze wereld noch in een andere wereld, die mij uit die realisatie kan stoten. Zo ligt het.

    20

    B. Heeft Maharaj gezegd dat je na die realisatie iets moest doen?

    Ik vroeg: 'Het is allemaal mooi, maar wat nu? Wat moet ik met mijn leven?' Toen zei hij: 'You just talk and people wilt take care of you.' En zo is het gegaan.

    B. Ging je hem vaak bezoeken?

    Verschillende keren. Zo vaak ik kon was ik daar elk jaar twee of drie

    maanden. Tot de allerlaatste keer. En toen ik wist dat ik hem nooit meer zou zien, was er ook helemaal geen verdriet of zoiets. Het was gewoon zoals het was. Het was prima zo.

    B. Deed hij tegen anderen ook zoals tegen jou?

    Niet zo intens en niet zo persistent.

    B. Je krijgt wat je aangeeft?

    Ja, dat is zo. In zekere zin deed hij dat bij iedereen, maar als iemand heel gevoelig was, pakte hij dat toch anders aan. Het scheelt natuurlijk

    of er een oudere non voor je zit of een rebel zoals ik, die er ook nog uitziet alsof hij wel iets hebben kan natuurlijk. De laatste keer zei hij: 'He wilt be powerfoi in Europe. He has the knowledge. He wilt be the source of what 1 am teaching. 'En dan wees ie met die koplampen van ogen naar mij. Dat is toch heel wonderlijk ".

    Het is nu tien jaar geleden en het lijkt een week. Ik heb in de loop der jaren de woorden van hem leren waarderen. Waar ik eerder vraagtekens bij zette, zie ik nu manifest worden. Eerst dacht ik: zoals hij dit verwoordt is toch typisch Indiase conditionering, maar het wonder-

    21

  • lijke is dat alle adviezen die hij heeft gegeven mij leerden me daaraan te houden. Ik heb me er ook een paar keer niet aan gehouden en dat heeft altijd tot rampen geleid.

    B. Zoals?

    Hij heeft bijvoorbeeld tegen mij gezegd: 'Don't challenge the Great Ones. Let them. Let them enjoy.' En ik moet zeggen dat ik daar moeite mee gehad heb. Maar mijn rebelse karakter kennende - en dat heeft hij natuurlijk onmiddellijk gezien - moest hij me dat toch meegeven. En steeds als ik merk dat dat aspect van mijn karakter zich wil uitdrukken, hoor ik zijn stem 'Don't challenge the Great Ones.' Hij voorzag dat. Dat weet ik zeker. En zo heeft hij nog een aantal dingen gezegd die zich ineens kunnen aandienen. Dan hoor ik hem. En Wolter heeft dat

    altijd gezegd. Hij zei: 'Na de zelf-realisatie zijn de enige woorden die je bij blijven de woorden van de goeroe. Al je kennis verdwijnt, maar de woorden van de goeroe blijven.' En ik kan nu bevestigen dat dat waar is. Dat dat zo is.

    B. Was Walter ook een discipel van Nisargadatta?

    Nee, maar hij is er wel vaak geweest.

    B. Ik heb begrepen dat jij het levende onderricht, the Living Teaching, heel erg belangrijk vindt. Geldt dat speciaal voor advaita?

    Het bezwaar van boeken over advaita, met inbegrip van de vertalingen van de woorden van Nisargadatta, is dat er teveel kennis in wordt gegeven. Dat is een bezwaar. Mensen zouden die kennis, en vooral de kennis op het hoogste niveau, kunnen gaan gebruiken ter verdediging en

    22

    instandhouding van_ hun zelfbewustzijn. Dat maakt mijn werk moeilijker. Kennis, spirituele kennis, kan wanneer er geen levende leermeester bij is, opnieuw gebruikt worden voor het in stand houden van het 'ik', van het zelfbewustzijn. The mind is tricky, cunning. En ik spreek uit eigen ervaring! Want advaita vedanta kan zonder een goede levende leermeester, een goede zeg ik, een perfect zichzelf sluitend afweermechanisme zijn. Het kan een plastic zak zijn die lekt aan alle kanten, maar je kan het lek niet vinden. Je weet dat het niet klopt, maar het lijkt kloppend. Voor het mentale gebied lijkt het kloppend, maar voor het gebied van de verwerkelijking klopt het niet. Dat is het gevaar in de vedanta. Mits er dus een goede levende leermeester beschikbaar is, kan het geen kwaad. Maar blijf af van advaita aj.s er geen leermeester voorhanden is! Mits goed begeleid, kan advaita schitterend zijn.

    B. Bedoel je dat mensen dingen zouden kunnen doen vanuit een zogenaamd 'weten' dat ze meer zijn dan de inhoud van het bewustzijn? Dat ze er dus van uitgaan dat de inhoud eigenlijk zonder waarde is?

    Ja. Daarom wilde ik nooit boeken schrijven tot nu toe. Maar zolang ik leef, is er levend onderricht. Als ik dood ben, kunnen ze ermee doen wat ze willen, maar zolang ik leef, ben ik erbij.

    B. Om corrigerend op te treden?

    Ja.

    B. Heeft de mens een ingebouwd beschermingsmechanisme?

    Op het niveau van de psyche is er een beschermingsmechanisme waardoor je niet meer opneemt dan je aan kunt, maar op een hoog niveau

    23

  • heb je onherroepelijk vroeg af laat een leermeester nodig die je bepaalde

    dingen zal moeten vertellen, die dingen moet uitleggen omdat je anders

    gegarandeerd vastloopt. Wie geen levende meester wenst, loopt vast.

    B. Boeken zouden ertoe kunnen leiden dat mensen genteresseerd raken en op zoek gaan.

    Naar een goede leermeester van vlees en bloed. Levend!

    B. Heeft Nisargadatta voorzien dat jij je als goeroe zou gaan manifes

    teren?

    'Goeroe' vind ik een rotwoord, maar hij heeft wel gezegd: 'Many people wilt seek your blessings.'

    B. Je kon dus niet anders. Het ging vanzel(

    Hij heeft gezegd: 'Het zaad is gezaaid, de seizoenen doen de rest.'

    B. Geldt dat niet voor iedereen?

    Ja, maar sommig zaad valt goed en komt uit en ander zaad komt niet

    op. Van een miljoen zaadcellen bereikt er maar een het eitje.

    B. Bij Nisargadatta werden ook bhajans gezongen en bepaalde rituelen

    gedaan. Vooral voor de Indirs. Deed jij daar ook aan mee?

    Ik heb er tweemaal aan meegedaan. De bhajans vond ik wel apart .. .'

    B. Wat is het doel daarvan?

    24

    Het zingen van bhajans heeft een louterend effect op lichaam, denken en voelen zodat de kennis manifest kan worden en een plek kan vinden. Ik heb er geen behoefte aan, maar ik zie wel dat het zingen

    sociaal en emotioneel soelaas biedt en dus ben ik er niet tegen. Verder

    werd er prasad uitgedeeld en arati gedaan.

    B. Wat is arati?

    Een vorm waarbij met vuur gezwaaid wordt en waar kamfer verbrand wordt. Kamfer is het symbool van het ego. Dat brandt en daar blijft

    niets van over. Net als er bij zelfrealisatie niets van het zelfbewustzijn

    overblijft. Het is een mooi ritueel. Het maakt je attent op allerlei dingen. Er wordt met vuur gezwaaid ter hoogte van je ogen opdat wat je

    ziet mooi mag zijn; bij je oren opdat wat je hoort zuiver mag zijn en

    ter hoogte van je mond opdat wat je eet zuiver mag zijn. Het is hindoestaanse symboliek die in India zo ingeburgerd is dat het meestal

    tot vervlakking en allerlei gewoontehandelingen is verworden. Als symbool vind ik het wel wat hebben, maar westerlingen moeten zich daar niet aan wagen tenzij ze de symboliek helemaal doorzien. Het

    zingen van AUM vind ik goed, dat werkt, dat zijn wetmatigheden. Het werkt voor het louteren van lichaam, denken en voelen, zodat de

    kennis waar het om gaat manifest kan worden en een plek in je leven

    kan vinden.

    B. Volgde Nisargadatta een bepaalde traditie?

    Nou en of! De Navnath Sampradya. De traditie van de Negen Guru's.

    De eerste was Jnaneshwar Qnanadeva) uit de 13e eeuw, die op z'n

    twintigste tot zelf-realisatie kwam en ook op die leeftijd stierf. Nisar

    gadatta was de negende.

    25

  • B. Ben jij de tiende?

    Nee. Ik noem Maharaj altijd 'de laatste der Mohikanen'.

    B. Toch heb je het altijd over de traditie.

    Ik werk volgens een traditionele achtergrond omdat daar een ervaring

    ligt van duizenden jaren onderricht. En onderricht dat werkt! Ik heb de traditie leren waarderen. Ik ben eigenlijk helemaal niet traditio

    neel, maar in mijn hart ben ik een traditionalist. Als ik het heb over 'de traditie' dan bedoel ik de traditie van de advaita zoals die manifest geworden is in de Navnath Sampradya.

    B. Wat is het belang van traditie?

    Het belang van een traditie is net als met vioolspelen; je hebt voorgangers gehad die het op een bepaalde manier gedaan hebben waarvan je

    weet dat het werkt. Maar veel tradities zijn doodlopende tradities geworden, omdat ze niet meer werken. Daarom zie je altijd vernieuwers

    zoals een Boeddha, een Krishna, Krishnamurti, Ramana Maharshi

    in zekere zin, Bhagwan (Osho) en Nisargadatta. De manier waarop Nisargadatta het zei was toch weer heel anders dan zijn goeroe het zei en de manier waarop het hier manifest wordt, is toch weer heel anders

    dan bij Nisargadatta. Het gaat om de 'essentie'.

    B. Heeft Nisargadatta jou die traditie geleerd?

    Je kunt een traditie niet leren; je kunt alleen tot zelf-realisatie komen.

    En dat is wat er gebeurd is. Ik weet wat ik weet. Klaar.

    26

    B. En dan is er een traditie geboren?

    Ja, precies, je zegt het heel goed.

    B. We zijn nu bezig met het boek 'Zelf-realisatie'. Hoe vind je dat

    boek?

    Het is geen makkelijk boek. Het is geen makkelijke bedgenoot.

    B. Op de een of andere manier heeft het vertalen veel voor mij ge

    daan.

    Jij bent al heel lang bezig met deze zaken, dus het lezen in een vrij di

    recte vorm van de woorden van Nisargadatta moet een effect hebben,

    maar zelfs jij vond het een moeilijk boek. Het thema van het boek- wie was je vr de conceptie, voordat lichaam/denken/voelen erin kwam en

    vr de vorming van woorden in de geest begon - is nou niet bepaald eenvoudig te noemen, maar na herhaaldelijk lezen en met elkaar praten

    en allerlei andere dingen, wordt een en ander toch duidelijk.

    B. Het moet verteerd worden?

    Ja, vooral het verteren is van belang. Je kan wel een hoop eten, maar het moet ook verteerd worden.

    B. Zag je hem ook nog wel gewoon, overdag, zoals hier in de keu

    ken?

    Hij woonde in dat huis en iedereen ging naar zijn hotel of naar familie

    of naar vrienden of logeerde bij de tolken/vertalers. Er bleef ook altijd

    27

  • wel iemand in huis om een beetje voor hem te zorgen, maar iedereen

    ging gewoon zijns weegs. Er was geen sprake van een ashram in de gebruikelijke zin, een verzorgingsinstituut, een soort leger des heils voor zoekers. Geen sprake van.

    B. Hoe was hij tussen de bedrijven door?

    Wisselend, van uiterst vriendelijk tot knorrig.

    B. Vond je hem een aardige man?

    Geen seconde over nagedacht.

    B. Zou je zijn vriend willen zijn?

    .. stilte

    B. Dat kan niet?

    Nee, rare vraag.

    B. Vind ik niet; je kan toch zeggen: 'Hij is mijn goeroe, maar als mens,

    als persoon' ... als je hem tenminste nog als persoon zou kunnen beschouwen?

    Een kanjer gewoon, maar ja, daar is geen zinnig woord over te zeggen.

    B. Dat geloof ik niet.

    28

    Echt niet.

    B. Heb je weleens met hem gegeten?

    Ja.

    B. Heb je weleens met hem naar muziek geluisterd?

    Nee.

    B. Heb je weleens gewoon met hem gebabbeld over koetjes en kalfjes?

    Ja.

    B. Hoe was dat?

    Gewoon, zoals met jou.

    B. Vond je dat eng?

    Nee.

    B. Nooit? Ook niet in het begin?

    Nee.

    B. Had hij een gewoon huiselijk leven?

    Ja.

    29

  • B. Was hij getrouwd?

    Ja. Hij had kinderen.

    B. Hoe was hij als vader?

    Streng.

    B. Hoe was hij als echtgenoot?

    Weet ik niet want zijn vrouw was dood.

    B. Had hij vriendinnen?

    Nee.

    B. Sprak hij weleens over seks?

    Nee, nooit. Hij had geen vrije tijd. Al zijn tijd werd besteed aan de 'talks'. Of hij sliep of hij wandelde of hij keek naar buiten. En hij rookte een beedee-cje.

    B. Hoe vond hij het om ziek te zijn?

    Vond hij niks van. Is gewoon iets van het lichaam, een aardigheidje.

    B. Hoe was zijn houding ten aanzien van vrouwelijke 'zoekers'?

    Voor Indiase vrouwen was het mond dicht en luisteren. Geen vragen stellen. Tenzij ze erg dapper waren, dan stond hij ze wel toe vragen

    30

    te stellen en gaf hij antwoord. Westerse vrouwen gaf hij gewoon antwoord, zoals bij de mannen. Maar bij Indiase vrouwen was hij heel traditioneel: 'just keep quiet.'

    B. Had hij een of andere hobby?

    Nee.

    B. Hoe dacht hij over Bhagwan (Osho)?

    Verschillend. Lag eraan wie de vraag stelde.

    B. Nou ja, je wil niet meer. Ik geef 't op.

    (lacht en zet de microfoon uit.)

    31

  • Kies je voor het leven,

    of kies je voor de dood

    Bezoeker: Is het toeval dat je in je leven met de essentie in aanra

    king komt, met Zelfrealisatie in aanraking komt? Want er gaan toch ook een heleboel mensen dood in onwetendheid.

    Alexander: Daar weet ik echt geen raad mee, met deze vraag hoor.

    B: Maar waarom komt de ene wel snel ermee in aanraking en duurt dat voor de ander allemaal veel langer?

    A: Slecht karma, heb ik wel eens gelezen, maar ik geloof er allemaal

    niets van. Kijk, ik kan geen antwoord geven op deze vraag, want die gaat uit van vooronderstellingen. Er zit al een conclusie in de vraag.

    Dus ik ben niet vrij om vrijuit te praten, zal ik maar zeggen.

    B: Dat weet ik niet. Ikzelf heb veertig jaar met mijn hoofd in de wol

    ken gelopen en ik wist van deze materie.

    33

  • A: Dat is hetzelfde. Ben je al opgehouden je man te slaan?

    B:Ja.

    A: Dus dar betekent dat je hem sloeg in het verleden.

    B: Als je bedoelt letterlijk, dan niet.

    A: Nee, als ik aan jou vraag: 'Ben je al opgehouden je man te slaan?' en je zegt ja, dan betekent het dat je hem in het verleden sloeg. Want de vraagstelling gaat uit van een conclusie vooraf. En dat is met deze vraag ook. Ten eerste zeg je dat er onwetenden zijn die sterven zonder dat ze met de essentie in aanraking komen. Op die manier kan ik niet vrijuit praten natuurlijk.

    B: Hoe moer ik hem dan inkleden, die vraag?

    A: Je moet hem helemaal niet inkleden, je moet hem uitkleden. Als je zegt: 'Waarom is God zo onrechtvaardig?', dan ga je er van uit dat God onrechtvaardig is en dat er daarvoor ook een waarom is. Dan zeg je: 'Hij is onrechtvaardig, omdat hij alleen maar lagere school gehad heeft. Maar waarom heeft hij geen kans gehad om te studeren?' En zo kun je maar doorgaan.

    B: Ik weer niet precies hoe ik het moet zeggen.

    A: Dat is een van de moeilijkste dingen, een goede vraag stellen. In de meeste vragen zit een vooronderstelling; een conclusie als uitgangspunt. En het is voor dit soort gesprekken niet echt de goede ingang. Voor alle andere soorten gesprekken is her leuk en voor roddels is het zelfs noodza-

    34

    kelijk. Essentieel zelfs, dan ontkom je er niet aan. Voor een beetje goede roddel of laster moet je echt van allerlei dingen uitgaan. Waar je zelf het bangst voor bent enzovoort; dat is heel gecompliceerd. Maar met dit is het nog moeilijker. Probeer een vraag te stellen die niet al vol conclusies zit.

    B: Maar hoe komt het dan dat je hiermee in aanraking komt?

    A: Omdat je ermee in aanraking komt.

    B: En dat het toeval lijkt.

    A: Nee, daar heb je het alweer. Toeval, daar zit al weer een hele filosofie achter. Als je een begrip neemt als toeval, introduceer je al een hele wereld waar ik niets te maken mee wil hebben. Toeval is wat je toevalt, zeg ik. Toekomst is wat naar je toekomt.

    B: Ja, dan weet ik het nu direct niet meer, maar misschien dat ik er nog opkom.

    A: Goed, nou ik ben erg benieuwd. Wie?

    Andere bezoeker: Emoties, zijn die altijd met het ego verbonden?

    A: Ook weer zoiets. Jullie dwingen me altijd!

    B: Ik laat het open, dus.

    A: Nee nee, je bent nog erger dan zij. Je zegt: 'Ik Iaat je helemaal vrij erin. Je mag rustig antwoord geven, her mag ook nier, kan me niet schelen, je bent helemaal vrij mr ... ' En dan komt het.

    35

  • B: Iemand die zelfgerealiseerd is ...

    A:. Nee nee nee. Nee je gaat gewoon een andere straat in en je wilt bij dezelfde winkel uitkomen. Nee. W ie! Straight question.

    B: Wat is het verschil tussen zelfmoord en de zogenoemde natuurlijke dood.

    A: Zelfmoord is vanuit frustratie en de natuurlijke dood is gewoon

    omdat de kopieermachine op is. Want het menselijk lichaam is als een kopieermachine. Alleen worden de kopien steeds slechter. Wanneer je een kopie neemt vanaf de kopieermachine en je kopieert die kopie weer, dan is dat zoals het menselijk lichaam. Dus uiteindelijk worden de kopien vager en vager en vager. Ten slotte zal er niets meer zijn. Dat is de natuurlijke dood. En zelfmoord komt altijd voort uit frustratie. Dat is een heel verschil.

    B: Is dat het gevolg van omstandigheden van het individu?

    A: Nee, nee, nee! Zoals lemmingen. Om een mysterieuze reden plegen zij zelfmoord. Ze rennen allemaal naar de zee, zegt men. Ik heb het nooit gezien. Ze gaan allemaal naar de zee, springen over een klif, en verdrinken. En mensen lijken veel op hen, weet je. Heel mysterieus. Maar waarom lemmingen het doen weet ik niet. Het kan een vergissing zijn, het kan iets met energievelden te maken hebben of iets dergelijks. Er zijn veel meningen over, maar bij mensen is het altijd frustratie.

    B: Ik denk dat mijn vraag erom gaat of het al vanaf het begin aanwezig is. Zoals de natuurlijke dood komt door ...

    36

    A: Waarom stel je de vraag?

    B: Ik ben gewoon nieuwsgierig.

    A: Het is mr dan nieuwsgierigheid. Weet je het zeker?

    B: Ik ben ook nieuwsgierig naar het werkelijke verschil voor het bewustzijn.

    A: Volgens mij kiest iemand die zichzelf doodt, deze weg lange tijd daarvoor. Het komt niet plotseling uit de heldere hemel vallen. Het is de laatste deur die je sluit. Daarvr zijn reeds vele deuren gesloten.

    B: Is het een keuze?

    A: Het begint ergens met het sluiten van deuren, kleine deuren. En ten slotte sluit je de laatste deur. Maar de keuze is al ergens gemaakt. Daarom praten we hier over de fundamentele houding ten opzichte

    van het leven. Of je kiest voor het leven of voor de dood. Zelfmoord is gewoon het eind, het eindresultaat. En dan is iedereen verbaasd:

    wat gebeurt er, waarom doodde hij zichzelf? Maar het begon al lang daarvoor. Volgens mij is zelfmoord de laatste deur die je dichtdoet. Je kunt niet meer bereikt worden. Je hebt het niet meer in de hand, it runs out of hand.

    B: En begint er iets bij het individu?

    A: Het begon lange tijd geleden, ja. Dat kan in de jeugd zijn geweest, het kan in het opgroeiende proces gebeurd zijn, vele mogelijkheden. Want er zijn ook veel deuren dicht te doen. En de meesten van ons

    37

  • voelen spijt om deze zelfmoord, omdat we iets van schuld voelen naar die persoon. Dat we niet genoeg gedaan hebben en zo. En dar is waar. We deden niet genoeg. We stonden hem toe de deuren te sluiten. En dat weren we.

    B: Is er iets wat dar teweegbrengt, is her iets wat eigenlijk in handen van het individu ligt?

    A: Dat is een andere vraag. Wt wil je precies weten?

    B: Eh ...

    A: Hee is een soort weg. Men kiest voor een bepaalde weg in het leven. Dus je kiest voor leven, of je kiest voor dood. Maar de meesten hangen ertussenin. De ene keer kies je voor leven en dan weer voor een beetje dood. Op die manier worden we oud. Een grijs evenwicht. Dus de meesten van ons zijn noch levend noch echt dood. Niet echt gelukkig en niet echt verdrietig. Een grijs midden, de grijze meesters. Begrijp je wat ik zeg?

    B:Ja.

    A: Dus er zijn omstandigheden, uiterlijke of innerlijke - dat is voor mij eigenlijk hetzelfde - dat je je richtte op de dood. Ergens in je jeugd. Daarom is het zo belangrijk om dit, fundamentele dilemma bijna, te zien. Kies je voor het leven of niet. Sta je echt voor een werkelijke verandering of niet. Want de meesten van ons kiezen helemaal nier voor het leven. De interesse voor zelfmoord is heel negatief, volgens mij. Volg je wat ik zeg? De interesse in de dood is al iets vreemds volgens mij. Waarom niet leven?

    38

    B: Wanneer eenmaal het besluit genomen is, kan het dan nog terug

    gedraaid worden?

    A: Dat is wat ik denk ja. Maar je zult naar de wortels van het probleem moeten gaan. En dar is de moeilijkheid. En voor sommigen is dat heel ver weg, dus het betekent nogal wat. Wanneer je je leven observeert zul je twee krachten zien; het ene trekt je naar de dood en het andere trekt je naar het leven. En we balanceren daartussen. De ene keer gaat het die kant op en de andere keer de andere kant. Zelfrealisatie is de

    transformatie van beide: leven en dood. Niet alleen dood, ook leven, wat dualiteit betekent. Want leven en dood, als je het z ziet, betekent dualiteit. En het is gemakkelijk om erover te praten, maar om het werkelijk te zien is iets anders.

    B: En de transformatie is?

    A: Is gn ontkenning van leven en dood. Er was eens een meisje uit Engeland. En zij woog nog maar zesendertig kilo. Dus kwam ze voor hulp. Ze moesten haar met twee man de trap op dragen. Ze kon niet lopen. Dus ze kwam en ik vroeg: 'War wil je?' Ze zei: '.Ah, ik heb kanker en zo.'

    Ik zei: 'Werkelijk? Kies je voor het leven of kies je voor de dood? Dat is het eerste wat je duidelijk moet maken. Als je kiest voor de dood dan is dat ok voor mij. Want ik geloof erin dat je ziel eeuwig is. Die kan helemaal niet doodgaan. Dus daar heb ik geen zorgen over. Ik zal tevreden zijn. Het is jouw keuze. Als je kiest voor het leven dan kan ik je helpen, want ik ga niemand helpen die voor de dood kiest.' Ik zei dit heel openlijk. Toen keek ze me aan, heel verbaasd, want niemand sprak op deze manier regen haar. Iedereen had met haar te doen. Ik had niet met haar te doen, helemaal niet. Maar ik ging naar de wortel

    39

  • van het probleem. Ik zei: 'Kies je voor het leven of voor de dood. Eerst moet dat duidelijk zijn, anders zal ik mijn tijd verspillen aan jou. Dan kan ik beter aan mijn eigen verbetering werken. Waarom zou ik aan jou werken, je hebt al voor de dood gekozen.' Dus ze keek me toen aan met zwke ogen en ze zei: 'Ik kies voor het leven.' Ik zei: 'Weet je het echt zeker?' Ze zei: 'Ja.' En ik zei: 'Ok, dan werken we eraan.' Binnen drie maanden werd ze dikker en ging het beter. Nu heeft ze overgewicht. Ze schrijft me wel eens: dit heb ik aan jou te danken. Maar ze kiest tenminste voor het leven. En dan gaan het lichaam en de geest en alles overeenkomstig werken. Dus je ziet dat ik niet mijn tijd verspil. Ik ben een heel praktisch mens. Ik moet er zeker van zijn of je voor het leven kiest of voor de dood. Als je kiest voor de dood, neem dan een andere meester. Neem een dode meester. Er zijn genoeg meesters die al dood zijn; ga naar hen. Mijn lering is erg simpel. Dus bij zelfmoord kies je voor de dood. Nou doe het maar, mij kan het niet schelen. Als iemand zelfmoord wil plegen zeg ik: ok, geen probleem. Ik heb er geen probleem mee. Het is jouw keuze. Ik heb er ook geen morele ideen over. Ik voel geen medelijden. Als je wilt veranderen, dn kan ik luisteren. Als je zegt: 'Nou eigenlijk is het niet echt waar, ik wil leven, maar ik weet niet hoe,' dn kunnen we praten. Maar als je al gekozen hebt voor de dood, wat kan ik dan doen? Ik kan niet tussenbeide komen. Dat is mijn standpunt. Dus wat wil je nu weten over zelfmoord? En het verschil met de natuurlijke dood.

    B: Wat is de eerste stap om de keuze voor de dood terug te draaien?

    A: Zien of je werkelijk wilt leven of niet. En wat je blokkeert om te leven en wat je drijft naar de dood. De blokkade is eigenlijk hetzelfde. Als je geblokkeerd bent om te leven dan betekent dat, dat je naar de dood gedreven wordt. Dus er is eigenlijk n ding. Je bent

    40

    geblokkeerd om te leven. Dan kun je de vraag stellen: 'Waarom ben ik geblokkeerd om te leven, wat betekent dat?' Ik kan alleen maar werken aan het ontwaken van de intelligentie, want die slaapt. En in dat proces kun je niet op mij leunen, want ik leef mijn eigen leven. Ik kan niet leven voor een ander. Dus ik probeer juw intelligentie te laten ontwaken, zodat je tenminste met jezelf kunt leven. Dat is wat goeroes doen. Begrijp je dat? Dat is het voornaamste, hier ook. In die zin heb ik geen volgelingen. Want volgen betekent dat je aan mij gaat hangen. Je wordt een 'aanhanger'. Dat is wat spiritualiteit is. De keuze voor het leven of voor de dood. En als je een eeuwig leven wilt, dan moet je eerst vriendschap sluiten met het leven dat je nu leeft. Wat betekent anders je vraag over het eeuwig leven? Je bent niet eens genteresseerd in dit leven, dus interesse in eeuwig leven heb je al helemaal niet, want daar zal het eeuwig zijn. Word tenminste eerst een vriend van dit leven. Dan kun je vragen stellen over eeuwig leven.

    Er zit ook geen logica in. Als je niet genteresseerd bent in dit leven, waarom zou je dan genteresseerd zijn in eeuwig leven? Het zal niet eindigen. Begrijp je mijn punt? Als je genteresseerd bent in de dood, zul je ook genteresseerd zijn in de eeuwige dood. Zie je, dus ik zal een probleem hebben. En dat is een van de dingen waar leraren niet van houden, problemen. En als er een probleem is dan lossen we dat onmiddellijk op. Dat doen we met problemen. Dus de fundamentele vraag in spiritualiteit is: Kies je voor het leven of kies je voor de dood? Daar kun je in verwarring van raken, maar dat kan verholpen worden. Enige hulp kan daarbij gegeven worden. Heeft iemand vragen over dit onderwerp? Of zullen we het veranderen? Ok, stel vragen.

    B: Dit is hetzelfde dilemma waar je eerder over sprak. Over vooruitgaan en achteruitgaan. En dat je altijd weet wat vooruit is en wat achteruit.

    41

  • A: Natuurlijk. Leven zal je vervullen, geeft geluk, onmiddellijk, geeft

    een gevoel van vervulling. Dood geeft je het onnatuurlijke. Het zal je depressie geven, al de onnatuurlijke dingen. Kijk maar naar een kind.

    Een kind dat gelukkig is, is zich niet bewust van het gelukkig zijn. Het is zo op een natuurlijke manier. Maar zodra het kind ongelukkig is,

    dan is het zich heel erg bewust van het ongelukkig zijn. Wat natuurlijk is, dat wil je niet kwijt, onthoud dat. Alles wat niet natuurlijk voor

    je is, gooi je weg. Kijk maar, wat doe je als je naar het toilet gaat? Je bewaart de stront niet, je verzamelt het niet. Waarom niet? Het is niet natuurlijk. Zelfs de dieren doen dat niet. In India kun je koemest verzamelen, maar dat is om een andere reden.

    B: Ja, om levensbevorderlijke redenen.

    A: Ja. Als er iets verkeerd is in de geest, dan wil je daarvan af, dat is

    heel natuurlijk. Maar iets dat waardevol is wil je houden. Dus al het gif in je lichaam wil je kwijt. Automatisch werkt het lichaam daar al aan. Het houdt de zuivere zaken, wat leven creert, wat ook het leven continueert. En alles wat niet geschikt is voor het lichaam zal verdwijnen. Door de huid, door de neus, door de oren, door de genitalin enzovoort. Alles wat niet past, zal verdwijnen. Maar nu hebben we chemicalin gemaakt die niet uit het lichaam kunnen. Dat zijn onnatuurlijke elementen, gemaakt door de mensen, niet door de natuur. PCB's zijn door ons gemaakt.

    B: Maar de vraag is eigenlijk ook: hoe kunnen we herkennen wat levensbevorderlijk is? Wat is positief?

    A: Je observeert je geest. Alles wat jou gelukkig maakt wil je behou

    den.

    42

    B:Ja.

    A: Alles wat onwaar is, verwerp je. Alles wat waardevol is hou je vast. Je wilt in de buurt van de waarheid zijn. De vragen die je stelt over welk onderwerp ook, komen omdat je de waarheid wilt weten. Zelfs als je een tv koopt, vraag je je af: is die een goede tv? Omdat je gericht bent op goede dingen. Zo is het met de tv, zo is het met je relaties, met alles. En met de spiritualiteit is het hetzelfde.

    B: Functioneert de keuze voor het goede in de materiele wereld hetzelfde als in de spirituele wereld?

    A: Natuurlijk, wat denk je! Als je bloemen gaat kopen op de markt, koop je dan de slechtste? Nee, je neemt de beste. Je gaat geen rotte aardappelen kopen. De natuurlijke tendens is dat je het beste neemt, je wilt het beste. Je was het beste zaad, en uit het beste zaad kwam jij. De winnaar. Het is een hele reis hoor, om naar dat ei te gaan. Dus de sterkste, de sterkste overlevende, die wint, je bent een winnaar. Zelfs wanneer je vraagt naar de waarheid, vraag je om het beste. Is het niet?

    B: Ik wil het goede ...

    A: Dat is allemaal een vertaling voor hetzelfde: waarheid. En op een of andere manier lijken alle andere dingen, die je negatief noemt en zo, obstakels te zijn. Dat betekent al dat het onnatuurlijk is. Waarom ervaar je ze als een obstakel? Omdat het niet natuurlijk is. Je zou moeten werken aan de obstakels, op een juiste manier. Je moet aan de obstakels werken, je ervan ontdoen op een intelligente manier. Niet op een stomme manier. Dus zelfs in de benadering, zul je de beste benadering moeten kie-

    43

  • zen. Niet de meest verkeerde, niet de meest verschrikkelijke. Wanneer je een hindernis benadert, dan moet het de best mogelijke benadering zijn. Hiervoor heb je intelligentie nodig. Hiervoor moet je onderscheidingsvermogen hebben. Daarover praten wij hier. Van n ding moet je je heel goed bewust zijn: iedereen wil het beste. Als je naar een concert gaat, dan wil je dat het een goed concert is. Als het geen goed concert was, dan zeg je: 'Ok, het was niet zo'n goed concert.' Dan voel je je een beetje down eigenlijk. Maar als het goed was, dan voel je je ook goed. Want dat is het doel. Wanneer je een ontmoeting hebt met vrienden, dan wil je dat het gezellig is. Je wilt geen strijd en al die nare dingen en dat mensen op elkaar schieten, wanneer zij samen een diner hebben. Want dat is onnatuurlijk. Ik geloof helemaal niet in de christelijke visie, dat we gedreven worden naar-het kwade en w. Dat is niet waar. We worden gedreven naar wat goed is.

    Nu is het misschien interessant je af te vragen, wat je bedoelt met deze intelligentie. En ik zeg hier dat het niets te maken heeft met een hoop dingen weten. Dat is intellect. Dat heeft ook zijn kwaliteiten en zijn plaats. Maar ik zeg dat intelligentie de capaciteit is om tussen de regels te kijken. En deze capaciteit heeft iedereen en die kan ook verbeterd worden. Als de hindernissen eenmaal verdwenen zijn dan neemt deze intelligentie toe. Nu, waar moet je beginnen? Dat is een nieuwe vraag. Waar moet je beginnen. Want omdat er hindernissen zijn ben je niet intelligent en omdat je niet intelligent bent kun je de hindernissen niet verwijderen. Dus waar te beginnen? Heb je je dat ooit afgevraagd?

    B: Eigenlijk komt de vraag op nu we erover praten.

    A: Ja, natuurlijk. Ik leid deze conferentie. Maar hoe moet je w'n probleem benaderen? Want omdat er wveel hindernissen zijn functioneer

    44

    je niet intelligent, en omdat je niet intelligent functioneert, zijn er wveel hindernissen. Nu, waar wu je moeten beginnen? Vanuit welke kant te bekijken, wat te doen? Nu moet je begrijpen wat het belang is van de

    leringen hier. Want we verwijzen altijd naar iets wat niet bedekt is door enige hindernis. Is het niet? We wijzen er altijd op dat er iets in je is, dat helemaal niet bedekt is. Wat er ook gebeun, dit is zuiver. In de meest verschrikkelijke situaties is deze helderheid aanwezig, wat de Kennendheid, Bewustzijn zelf is. Dus voor niet minder dan dit verwijzen we daarnaar. En niet naar de hindernissen. Dat is de gewoonte van sanyassins.

    B: Wat je nu zegt is altijd onderdrukt.

    A: Ja. Kijk in de yogalessen. Vroeger gaf ik yogalessen, toen ik nog jong was. En mensen oefenden altijd die asanas, die houdingen, waar ze goed in waren. Alleen voor de show. Ik zei: 'Waar gaat het om? Waar je goed in bent ben je goed in. Dat weten we al. Dus we gaan nu werken aan dat waar je niet goed in bent.' Ze kregen een hekel aan mij hierdoor. Maar eigenlijk is dat de juiste benadering. Want dat je je benen achter je oren kunt leggen en dat je dat kunt laten zien aan andere mensen, ik bedoel: een aap kan dat ook. Wat is er w bijzonder aan? Je moet werken aan die dingen die je nog niet meester bent. Dat heet vooruitgang. Maar dat vonden ze helemaal niet leuk. Zij zeiden: 'Vereniging voor Yoga, geef ons asjeblieft een andere leraar. Hij is geen goeie, hij geeft ons allemaal vervelende asanas.'Het was vervelend omdat zij ze nog niet meester waren.

    B: Is dat met muziek hetzelfde?

    A: Dat is precies hetzelfde. Ze spelen alleen de stukken die ze kennen. Ze zouden de stukken moeten spelen die ze nog niet meester zijn. Dn

    45

  • word je een meester. Want het voelt goed een stuk te spelen wat je kent. Dan heb je zekerheid, dan heb je identiteit, dan heb je applaus. Het ego zal dan groot worden, w groot als een ballon. Maar in feite is het niets.

    B: Je hebt een leraar nodig om die dingen te identificeren waar je blind voor bent.

    A: Juist. En je bent daar altijd blind voor. Daarom heb je een leraar nodig. Want een goede leraar ziet onmiddellijk waar je grenzen liggen, en waar je beperkingen liggen, wat je probleem is. Dat is de functie van de leraar. Daarom ga je er ook heen. Wat is anders het punt. Als je jezelf zou kennen, zou je zonder kunnen. Omdat je het niet ziet heb je een leraar nodig. Maar nu zie je hoe je je gedraagt tegen een leraar. Je zegt: J\.ch wat weet je ervan. Een leraar is uit de tijd.' Dan zeg ik: 'Ok, ik weet het niet. Laat maar. Dan zal de wereld de goeroe worden.' Zie je? Een prachtige traditie. Ik vind dat mooi. Ik vind het tenminste mooi. Ik weet niet wat jij ervan vindt.

    B: Mijn ervaring is inderdaad aan de ene kant dat er gewezen wordt op de waarheid zoals je zegt, en aan de andere kant is er een andere kwaliteit: iedere keer dat ik hier kom is het alsof het licht aan gaat. Ik weet niet of dat waar is, maar dat is in feite mijn ervaring.

    A: Ja ok.

    B: Of er is een herkenning, een wakker worden van een licht, dat meestal verduisterd blijft. Dus wat je nu zegt is dat het licht altijd aanwezig is en mijn ervaring is, dat er wel degelijk herkenning is van het licht.

    46

    A: Herkenning is teveel in de cognitieve atmosfeer. Ik zou veel liever zeggen: jij ontdekt, de bedekking verdwijnt. Dus je one-dekt en uiteindelijk zul je zien dat je al die tijd al was wat je wist dat je was. Alleen vertrouwde je dat niet. Dit altijd aanwezige licht, of het Bewustzijn zelf, is er altijd. Je kunt er altijd op terugvallen. Als je een vriend nodig hebt, dan is dat je beste vriend. Dat is je werkelijke thuis. Daarnaast kun je nog wel een tweede huis hebben waarin je woont, dat is ok.

    B: Ik wil iets inbrengen wat negatief is.

    A: Waarom verander je van onderwerp? Vind je het niet fijn? Het belangrijkste werk hier is te begrijpen dat het altijd aanwezige licht werkelijk altijd aanwezig is. Als je dit eenmaal ziet, als je dit eenmaal echt begrijpt vanuit de bodem van je hart, dan kan het echte werk beginnen. Dan kunnen we echt beginnen je te vormen. Want dan ben

    je bereid. Daarvr ben je niet bereid. Goed, zeg wat.

    B: Het refereren naar intelligentie, dat is hetzelfde als tussen de regels kijken; is dat hetzelfde als one-dekken?

    A: Ja, dat is hetzelfde.

    B: Dus dat is intelligentie. Dus de mogelijkheid te ontdekken.

    A: Ja. En niet alleen in spiritualiteit. Maar ook in wetenschap of wat dan ook. In muziek, in literatuur. In zoveel dingen. Het is een speelveld van ontdekking. En overal zul je Bewustzijn ontdekken, leven, God, het goddelijke. Dus uiteindelijk zul je het overal zien. Waar je ook kijkt zal het zijn. Want je kunt niet kijken znder dat licht.

    47

  • B: Dus je kunt niet kijken ronder dat licht en tegelijkertijd is er, in

    andere woorden, het licht dat hier schijnt?

    A: Het is niet het fysieke licht. We gebruiken het hier in een romantische vorm. Het heeft niets te maken met fysiek licht. Als je in een donkere kamer komt, dan zul je zien dat het helemaal donker is. Het

    licht waarmee je ziet dat het donker is, drover praten we nu. Dat betekent in feite Bewustzijn. Dus je zegt: doe het licht aan, oh nu is het

    weer licht. Maar daarvoor is er een ander licht dat niets te maken heeft

    met fysiek licht. Het is Bewustzijn zelf. Het is jij. Dat was jij altijd, maar nu zie je het ook. Je wordt je er bewust van. Ik bedoel: je kijkt tussen de obstakels door en je ziet: ah, dat ben ik. En daarna zie je dat er geen andere mensen zijn. Het is allemaal hetzelfde. De werkelijke gelijkheid van de mens is te zien wat de ware natuur is in jezelf. Dan zul je het in iedereen zien.

    Dan zal ik geen enkel verschil meer maken. Als ik eenmaal zie dat wat ik ben gelijk is aan wat jij bent, dan kan ik geen verschil meer maken tussen joden, negers en gele mensen of wat dan ook.

    B: En met dit onderscheidend vermogen herkennen we wat waarheid is, dat is evident.

    A: Waarheid is evident, it is evidence also.

    B: Er is groei van intelligentie.

    A: Het gevoel dat je intelligentie groeit, komt doordat de blokkades verdwijnen. Dus de natuurlijke ruimte, wat in feite je erfgoed is, komt in het zicht van het bewustzijn. Dat geeft een gevoel van ruimte. Wanneer het ego op de proppen komt, dan voel je je heel

    48

    beperkt, heel nauw, je wordt heel bekrompen. Dus van vernauwd bewustzijn, narrow-minded, naar broad-minded tot no-minded. Dan zeg je: '/ don't mind.'

    B: Je sprak daarnet over herkenning van waarheid in alles en iedereen.

    A: Ja, dat is uiteindelijk wat alle grote heiligen en alle grote mannen en vrouwen gerealiseerd hebben. Ze drukken het allemaal verschillend uit, dat kan niet anders, maar de basiswaarheid is hetzelfde. We zijn het volkomen met Jezus eens. We kunnen het ook oneens zijn met Jezus. Maar fundamenteel is er geen verschil. Als hij spreekt over de uiteindelijke waarheid, gaat het om hetzelfde. De manier waarop hij erover spreekt, daarover kun je zeggen: ik hou liever van een andere manier van zeggen. Ik hou meer hiervan. Dus ik zie geen enkele behoefte om tegen Jezus te zijn. Waarom wu ik tegen hem zijn? 1 like what is the same. Waar we elkaar kunnen ontmoeten. Ik ga niet de verschillen benadrukken. Ik benadruk dat wat hetzelfde is. Dat is mijn benadering.

    B: En de benadering van wat hetzelfde is dat is de beweging naar de waarheid.

    A: Nee, hij fs de waarheid.

    B: Hij is de waarheid.

    A: Ja, Boeddha is de waarheid. Er kan alleen afwijzing zijn over hoe het gezegd is, maar dat zegt meer over jouw begrijpen dan over de waarheid. Dus als je niet van Krishnamurti houdt, zegt dat veel over

    49

  • jou en niets over Krishnamurti. Dus ik ben een allemansvriend. Ik ben

    als een hond; wie er ook binnenkomt, ik vind het leuk.

    B: Je zei dat Boeddha de waarheid is.

    A: Ja. Jij bent ook de waarheid. Maar Jezus had de moed om het ge

    woon te zeggen. Dat hebben wij niet. Want de mensen zullen zeggen: nu ben je arrogant. Dat is wat ik zo mooi vind van werkelijk grote

    mensen. Zoals bijvoorbeeld Ali Akbar Khan, de sarodspeler. Hij zegt:

    'Ik ben de beste', en hij heeft gelijk, want hij is de beste. Hij bewijst

    dat hij de beste is. Dus hij is de beste. Er is niets verkeerd aan om de

    beste te zijn. Hij is gewoon de beste. Na hem zal het lange tijd stil zijn.

    Sommige mensen zijn gewoon de beste, wat doe je eraan? Het is niet

    mijn uitvinding. Sommige wijn is gewoon de beste, wat doe je eraan?

    Het is gewoon zo. En waarom zou je ertegen zijn? Geniet ervan! Het

    zal je geen schade berokkenen.

    Ik heb nooit kunnen begrijpen dat mensen tegen Jezus of Boeddha

    of Krishnamurti waren. Het zijn gewoon directe mensen. Zij wilden

    niemand kwaad doen. Zoals de beste wijn: het is de beste wijn, je

    kunt er gewoon van genieten. Waarom zou je verschrikkelijke wijn

    nemen?

    B: Is dat hetzelfde? De keuze voor waarheid en de keuze voor leven?

    A: Er is op een of andere manier een taboe tegen weten wie je bent.

    Tegen Zelfrealisatie. We verkiezen de droom, we verkiezen de illusie.

    Op een of andere manier weet je. Hoe dat komt weet ik werkelijk niet.

    En zelfs als ik het zou weten dan wu het nog hetzelfde zijn. Waarom

    houden honden van botten? Ik weet het niet, het is gewoon zo. Het is

    een soort gewoonte. En sommige mensen zijn erg pienter om uit deze

    50

    gewoonte te stappen en andere mensen zijn dat niet. Dus ik houd me

    alleen bezig met die mensen die eruit willen stappen. Zij die er niet

    uit willen stappen zijn niet genteresseerd in mij, en ik ben niet genteresseerd in hen. Ik kan geen zaken met hen doen. Zelfs als ik hen

    de waarheid zou geven, dan zouden ze er niets mee kunnen. Ze zullen

    zeggen: 'Wat moet ik ermee?.'

    B: Er is geen reden om niet zelfgerealiseerd te worden behalve dit ta

    boe?

    A: De gewone mensen zijn niet genteresseerd in dit onderwerp. Dat is

    gewoon een feit. Het is altijd zo geweest. Slechts een paar mensen zijn

    genteresseerd. Kijk hier maar: er wonen zoveel mensen in Nederland

    en er komen er maar enkelen. En vijftig procent is niet werkelijk genteresseerd in wat ik zeg. Zij zijn genteresseerd in oplossingen en in

    gelukkig worden en zo, maar niet in waarheid. Ik kan hen begrijpen,

    natuurlijk.

    B: Die waarheid wordt door iedereen gezien.

    A: Niet door iedereen gezien, zij zijn de waarheid. Zij zien het alleen

    niet. Dat is hun probleem. Er is een aantal mensen dat erin genteres

    seerd is om te weten en er zijn er die dat niet zijn. Dus ik praat voor

    hen die willen weten. Daarom vraag ik steeds: 'Wat kom je hier doen?'

    Als ze zeggen: 'Ik wil de waarheid weten', dan zeg ik: 'Ok. Kom re

    gelmatig hier en dan zul je weten.' Ik ben gewoon goed in mijn werk,

    wat kan ik eraan doen?

    B: Door blijven gaan.

    51

  • A: Kijk, ik kan zeggen: in Europa is er niemand zoals ik. Werkelijk.

    En ik kan het zeggen omdat ik het weet. Ik ben er niet trots op, het

    is gewoon zoals het is. Het is niet een kwestie van arrogantie, het is geen kwestie van dat ik er trots op ben, het is gewoon zo. Er is ook

    niemand zoals jij. Het maakt mij niet bijzonder en het maakt jou niet

    bijzonder. Het is gewoon zo. In wat ik doe ben ik het beste. Dus ik

    zou zeggen: kom, wees de beste. Het is geen misdaad. In Nederland is

    het een misdaad, in Amerika is het goed. Als je goed bent in iets zeg

    je: 'Ik ben goed', nietwaar? Als je geld verdient in Amerika dan zeggen

    ze: hij doet het goed. Hier zeggen ze: bah, hij is een materialist. In

    Amerika is er geen taboe op geld verdienen. Maar hier wel. Hier moet

    je lopen in lompen, er slecht uitzien en in een Fiat rijden. Dan word

    je geaccepteerd. Als het slecht met je gaat word je geaccepteerd. Ja, op

    het moment dat het slecht gaat met je dan worden mensen zo geluk

    kig met je. Op het moment dat je vooruit gaat en gelukkig wordt gaan

    mensen een hekel aan je krijgen. Wees drie weken vrolijk en je vrien

    den zullen vertrekken. Ze zeggen: 'Verdorie, wat gebeurt er?' Maar als

    je eenmaal ongelukkig bent dan wrijven ze in hun handen: 'We gaan

    hem of haar opzoeken.'

    52

    De getuige in het dagelijk leven

    Alexander: Wanneer je bewust bent op het moment dat je weet wat

    je doet, dan word je respons-able. Daarvoor zei je: 'Ah, ik wist het

    niet. Ik was onbewust, wat kon ik eraan doen? Ik wist het niet, ik was

    me er niet van bewust. Ik beloof het beter te doen, maar ik weet het

    niet; het is zo moeilijk.' Kijk, in dit gezoek naar de waarheid geven de

    meeste mensen op. Niemand die het niet opgegeven heeft, was niet

    succesvol. Zij die het niet opgegeven hebben waren altijd succesvol.

    Maar de meeste mensen gaven het op. Zeiden: 'Het is veel te moeilijk,

    laten we plezier maken in misre, laten we ellendig zijn.' Dus niet op

    geven is iets anders. En zo is het ook in het dagelijkse leven. Bijvoor

    beeld in muziek is het hetzelfde.

    B: Ja, daarvoor heb je ook discipline nodig.

    A: Ja, niet opgeven, dat is je innerlijke kracht. Zij die niet opgeven zijn

    altijd succesvol. Er zijn geen mislukkingen, alleen mensen die het op-

    53

  • gaven. Dat is mijn vaste overtuiging. Kijk, ik zit in dit soort werk sinds

    ik negentien jaar was. In feite begon ik toen ik negentien jaar was. En ik wist altijd wat ik ging doen. Ik gaf dit nooit op. Alleen in de laatste

    paar jaar komen er wat mensen. Maar daarvoor sprak ik ook, mr dan

    nu. Vier, vijf avonden in de week en meestal ook de weekenden. Ik ver

    diende niets, soms moest ik mijn eigen entree betalen. Heel interessante tijden, geen auto, niets. Maar ik gaf het niet op. En nu zeggen ze: 'Jij doet het goed.' Maar waarom gaat het goed? Omdat ik het niet opgaf

    Daarom werd ik geen mislukking. Ik geloof niet in mislukken.

    B: Je hebt eens gesproken over doelen, dat die een belangrijk deel zijn

    van het leven.

    A: Ja. Negentig procent van je problemen zal opgelost zijn als je een solide doel hebt in je leven. Dat noemen we karma-yoga. Want er is

    een wet dat wanneer je eenmaal iets doet, je geest niet met iets anders bezig kan zijn.

    Deze week hoorde ik een fantastisch verhaal. Een vrouw was heel

    erg boos. Z boos dat ze bijna explodeerde, er was letterlijk gevaar voor

    een explosie. Haar man pakte plotseling een stuk chocola en stopte dat

    in haar mond. En de explosie bleef weg op het moment dat zij chocola

    proefde, dat is zo grappig eigenlijk. Zo'n plotselinge verandering, dan

    kun je niet boos worden. Dus dat is een erg fundamentele wet. Als mensen boos op je zijn en je kust hen, dan kunnen ze niet meer boos

    zijn. Dat is zo'n plotselinge verandering, dat ze niet door kunnen gaan

    met hun drama. Ik geloof in die wet. Getrainde clowns kunnen dat

    ook.. Die weten hoe je de dingen van richting kunt doen veranderen. Maar als je in het drama gaat, dan zal er geen einde aan komen.

    B: Je zei: ik ben het innerlijke licht, ik ben dat.

    54

    A: Ja meneer, u bent dat.

    B: Ja.

    A: Ik ben dat ook, maar ik weet dat al, dus we praten nu over jou.

    B: Ja.

    A: Jij bent.

    B: Ik ben.

    A: Goed.

    B: Kun je nu iets zeggen over het gewaarzijn hiervan. Heb ik de moed

    om bewust te worden. Is er een voortdurende verdieping van het ge

    waarworden?

    A: Ja meneer. Ik ben nu in staat om het mooie in de katholieke kerk te

    zien. Dat is heel moeilijk. Dat is echt buitengewoon moeilijk, vooral

    wanneer je opgegroeid bent in die traditie. Het lukte mij zelfs om daarvan de schoonheid te zien. Dus dat betekent dat het gewaarzijn

    breder wordt en dieper. Ik zal je een vraag geven, denk daarover. Het is

    een interessante vraag voor jou. Je hebt drie weken om de vraag te be

    antwoorden. Hoe kun je vuur maken van water? Ik kan dat. Volgende

    vraag. Heeft u een vraag?

    B: Hoe kun je dat dagelijks praktiseren, die bewustzijnsstaat. Want ik

    denk".

    55

  • A: Een van de belangrijkste dingen om te onthouden is dat er niet iets

    anders is dan het dagelijkse leven. Kun jij mij iets anders laten zien dan

    het dagelijkse leven?

    B:Nee.

    A: Dus de vraagstelling: 'Hoe praktiseer ik dat nu in het dagelijkse leven?', komt voort uit de idee dat er iets anders is. Een andere staat of

    een andere toestand, die niet met het dagelijkse leven te maken heeft,

    waarin je iets zou kunnen leren of iets zou kunnen ontdekken en dat je dat dan in de praktijk gaat brengen in het dagelijkse leven. Nou, naar

    mijn genoegen onmogelijk.

    B: Nee, maar mijn beleving van het dagelijks leven is anders dan die van u.

    A: 0 h, vertel? Praat eens wat verder.

    B: Nou, omdat ik waarschijnlijk geblokkeerd zit in mijn denken en

    u niet.

    A: Waar wil je me naar toe hebben?

    B: Mijn vraag is: hoe kom ik los van dat denken? Dat ik daar niet zo

    gedentificeerd mee ben.

    A: Ja, daar heb je het weer. Het begint al fout aan het begin en vanuit het foute ga je steeds verder in de fout zou je kunnen zeggen. Dus je

    moet bij het begin zijn. Wat is je eerste zin?

    56

    B: Dat ging over het dagelijks leven.

    A: Dat heb ik je al uitgelegd, dat er niet iets anders is dan het dagelijks

    leven. Dus de idee die voortkomt dat je iets in praktijk moet brengen

    in het dagelijks leven komt voort uit de idee dat er iets anders is dan het dagelijks leven. Een theoretisch gedeelte, zoals met een rijexamen

    of zo. Theoretisch en de praktijk. Voor een rijexamen is het volkomen

    aanvaardbaar. Maar met deze kwestie is het volkomen uitgesloten.

    Want we doen dan net alsf er een theoretisch gedeelte is, want je zegt: 'Ja, en nu ga ik dat in praktijk brengen.'

    B: Zou je niet kunnen zeggen: de studie die je doet in de boeken?

    Over yoga?

    A: Weet je zeker dat je op de juiste cursus bent? Ben ik een boek?

    B: Nee.

    A: Je spreekt niet tegen een boek. Dus behandel me als een mens

    graag. Mag ik als mns vragen wat je precies wilt? Kijk ik zal je er niet van weerhouden als jij boeken wilt bestuderen, daar zijn ze voor.

    Dan ontkom je inderdaad niet aan een theoretisch worstelen en het

    daarna in de praktijk brengen. Maar ik heb laatst het journaal nog

    gezien, maar er was geen melding dat ik in een boek veranderd was.

    Want dat is het aardige: met een boek kun je niet praten, boeken

    geven geen warmte, tenzij je ze verbrandt.

    B: Nou de vraag was:

    57

  • A: Ik heb liever wat de vraag is, dan wat hij was. Want wat hij was dat

    weet ik al.

    B: De vraag is: hoe kan ik loskomen van het gedentificeerd zijn?

    A: Dat gaat weer uit van de idee dat je van het gedentificeerde af moet. Ik wil eerst eens informeren: waar komt die idee vandaan. Waarschijn

    lijk uit een studieboek. Waar heb je dat gehoord? Voordat je gaat sleu

    telen aan een ik, moet je eerst even weten wat dat allemaal is. Als ik

    zeg: 'Mijn auto doet het niet' en jij zegt: 'Ik kijk wel even, dan vraag ik: 'Heb je er verstand van?' 'Nou nee, dat niet hoor, ik repareer wel eens

    broodroosters.' Dat heeft geen zin natuurlijk. Waar haal je dat idee van

    die identificatie vandaan? Ik weet natuurlijk wel waar de schoen wringt,

    maar vertel jij het eens. Dat is zo heerlijk, omdat het dan altijd klopt.

    B: Ik wil ook het beste, maar kennelijk lukt dat niet elk moment. Er

    zit dus ergens een blokkade en - dat heb ik inderdaad geleerd - dat

    komt omdat ...

    A: Er was eens een vrouw en die kwam hier en die was vijftien jaar in

    zo'n klooster geweest, een zenklooster, weet je wel. Voor masochisten

    h. En daar had ze vijftien jaar lang gemediteerd en een mantra opgezegd voor zichzelf: 'Ik hb de boeddha-natuur, ik hb de boeddha

    natuur.' Want dat lees je dan zo. Ze komt hier en ik zeg: 'Ik heb de

    boeddha-natuur, ik heb de boeddha-natuur, dat is helemaal fout. Het

    moet zijn: ik bn de boeddha-natuur!' En ze schrok zich natuurlijk

    wild h. Want dat is het hele verschil: tussen hebben en zijn. Nu even

    terug naar jou, wat zei je ook alweer? Ik wil het beste, h?

    B: Ja: ik bn het beste.

    58

    A: Juist. Ik wil het beste is gebaseerd op de idee dat je niet het beste

    bent. Want als je het beste wil, dan betekent dat kennelijk dat je niet

    de beste bent. Wat je wilt is niet wat je bent meestal. Daarom heeft de

    wil in deze leer ook weinig plaats.

    B: Maar heeft de wil dan ook niet te maken met vasthouden, wat u

    daarnet uitlegde. Degene die doorzet?

    A: Dat is weer wat anders, dat heeft niets met willen te maken, dat

    heeft met intelligentie te maken. Vasthoudendheid is iets anders dan

    stijfkoppigheid. En doorzettingsvermogen heeft ook weer met andere dingen te maken. Het heeft alles te maken met onderscheidingsver

    mogen en intelligentie. Maar die wil, die daar zo getaleerd wordt, die

    komt niet voort uit een intelligent onderscheidingsproces. Die komt voort uit aannemen, op gezag van boeken en van mensen. En daarom

    is het ook niet succesvol. Het is vaak een handigheidje. Ga er nog eens

    verder op in, als je wilt.

    B: Ja. Ik ben dus het beste.

    A: Nou daar ben je nog niet echt van overtuigd, maar die suggestie die

    begrijp ik wel.

    B: Maar er is een blokkade. Hoe kan ik daarin oefenen dat constant

    te zijn?

    A: Dat komt weer voort uit de idee dat je het toch eigenlijk niet bent, wat ik dus wel vermoedde. Want dit kun je niet op gezag aannemen,

    dit moet je via onderscheidingsvermogen ontdekken.

    59

  • B: Hoe kan ik oefenen in onderscheidingsvermogen.

    A: Dat zeg ik net, door onderscheidingsvermogen. Onderscheidings

    vermogen kun je dus oefenen door bijvoorbeeld dit soort gesprekken.

    Dat is ook voor mij interessant en voor jou.

    B: Ook voor u?

    A: Natuurlijk! Je denkt toch niet dat we hier voor niets zitten te praten? Maar praat eens wat verder.

    B: Ja. Ik kwam erachter dat mijn observeren van mijn gedachten een

    mind-game is en niet de observer in mij.

    A: Dat is nou een mind-game. Daarom nodigen we je uit te leren kijken.

    B: Dat is een heel belangrijk onderscheid. Ik dacht ik ben lekker bezig

    met observeren, maar het was een mind-game.

    A: Wat wil je nu?

    B: Weten wat die getuige dan wel is?

    A: Dat is een vraag die voortkomt uit logica, dat als je op een gegeven

    moment ontdekt wat iets niet is, je dan wil weten wat het wl is. Maar dat is precies hetzelfde. Kijk me nou niet zo schaapachtig aan.

    B: Nee, ik ben ...

    60

    A: Laat ik het anders zeggen. Ik heb je in het weekend gezegd: 'Of je nu wilt of niet, of je het nu leuk vindt of niet, je bnt altijd de getuige, toeschouwer, de waarnemer van alles. Je gedachten, je gevoelens, je

    lichamelijke sensaties, buitenwereld, binnenwereld, wat je maar wilt.' Het eerste wat je vast moet stellen is of dat werkelijk waar is. Niet omdat ik het zeg, maar omdat jij dat ziet. Dus ik nodig je uit om te

    onderzoeken of dat zo is. Dat is de uitnodiging. Dat is de uitdaging

    aan jou: is dat waar of niet. Want ik zeg dat. Ik zeg niet: 'Neem op

    gezag van mij aan ... ' Ik daag je uit, dat is het spel dat we dan spelen

    hier. Ik poneer een stelling, ik zeg: 'Jij bent altijd toeschouwer. Je ontkomt niet aan die toestand, dat zou je wel willen, van lichaam, denken

    en voelen. Waaktoestand, droomtoestand en diepe droomloze slaap.' Zie, of dat waar is of niet. Als je dat gezien hebt dat het waar is, of als

    je daar vragen over hebt, kom dan met vragen. Dat is mijn stelling. Dat is de basis. Want als je dat niet doorhebt, als je dat niet ziet, kun

    je geen stap verder doen. Dan is elke vraag gebaseerd op een misverstand, en word je steeds teruggekoppeld. Als een auto waar te weinig

    olie in zit. Ja, of dat helemaal klopt met die auto weet ik niet. Maar

    je rijdt dan niet harder dan veertig kilometer heb ik weleens gelezen. Wie? Vragen?

    B: Over dat licht waar u het over had. Als ik nu in een donkere kamer

    sta en ik heb dan mijn ogen dicht en er komen beelden voor me, er

    gens voor. Wat is dat licht dan.

    A: Dat is fysiek licht. Natuurlijk licht.

    B: In mijn lichaam? Want dat licht kan niet van buitenaf komen, als

    het een donkere kamer is.

    61

  • A: Daar zou je een natuurkundige over moeten raadplegen, dat weet ik niet. Ik heb eens een goeroe gekend, waar ik genitieerd werd en die zei: 'Dan zie je onmiddellijk het licht.' Ik zei: 'Nou dat wil ik wel.' Dat kostte mij vijfentwintig gulden en ik dacht: nou, daar val je je geen buil aan, nietwaar. Dus ik moest onmiddellijk in meditatiehouding gaan zitten. Ik had gelukkig een bus hairspray bij me om rechtop te blijven zitten, en toen begon hij over mijn oogballen te wrijven en inderdaad toen zag ik allemaal licht. En toen dacht ik: ja dat deed ik als kind ook al. Hij zei: 'Are you seeing the light?' Ik zei: 'Ja, dacht ik wel.' Maar ik dacht: voor die vijfentwintig gulden had ik het zelf ook wel kunnen doen.

    En ik herinner mij nog een ranselpartij, die ik eens had met een paar jongens over een voetbal, nee het was een tennisracket. En toen kreeg ik een stoot voor mijn kop en zag ik ook allemaal licht en sterren. Toen dacht ik: is dat het? Nee, dat is het niet. Dat vuurwerk wordt er niet mee bedoeld. Want dat licht zag ik met iets anders en dt licht, daar hebben we het over. Ik vind het woord 'licht' wel goed, maar het roept ook misverstanden op zoals we zien. Wie?

    B: Als je als ongeboren kind werkelijk heel levensbedreigende dingen meemaakt ...

    A: Dan krijg je het niet gemakkelijk, nee. Dat is geen lekkere start. En kinderen die weinig liefde en aandacht gekregen hebben krijgen het gewoon moeilijker.

    B: Maar kun je dat ook ongedaan maken?

    A: Daar geloof ik wel in, ja. Er zijn talloze gevallen van mensen die echt helemaal verkreukeld op deze wereld terecht zijn gekomen en d66r te

    62

    zijn verkreukeld en versnipperd en verfomfaaid enzovoort, daar fantastisch uit zijn gekomen. Dus daar steek ik mijn beide handen, nou ... daar cremeer ik mezelf voor. Neem nu mijn eigen miserabele geval. Ik lag in een stuitligging en dat soort dingen allemaal. Maar juist vaak dr allerlei gebeurtenissen ga je diepe vragen stellen. Dus het heeft ook een functie. Ik ken artiesten uit de Indiase muziek die wel mooi spelen, maar ik zeg altijd: zij hebben nog niet geleden. En als ze niet geleden hebben, een te gemakkelijk leven hebben gehad, dan kunnen ze ook die dieptes niet overbrengen. Het is allemaal wel leuk, het klinkt goed, het is gewoon fantastisch, moet je die vingers zien gaan. Tsjonge jonge, denk je dan. Maar het zegt je niet veel. Het heeft geen soul, het gaat niet echt diep. En lijden maakt ook diep. De rottige dingen die je meemaakt, daar leer je meer van meestal, dan dat je tralala door het leven gaat. Kijk maar naar die sanyassins, die brengen er toch ook helemaal niets van terecht?

    B: Je zei daarnet: het licht ontdekken. Wie is er om te ontdekken?

    A: Volgende vraag. Hij heeft toestemming om dit soort vragen te stellen.

    B: Is een coma te vergelijken met de diepe droomloze slaap?

    A: Ja, alleen kom je er niet zo gemakkelijk uit. Over coma is heel weinig bekend. En ik heb dat verschrikkelijke verhaal natuurlijk ook allemaal gevolgd. Weet je wat ik eng vind? Ik heb daar wel eens een film van gezien, ik meen dat die van Hitchcock was, een korte film. Over een man die dood ging, maar hij was niet echt dood, maar hij kon zich niet meer bewegen. En toen wou die dus duidelijk maken, soms kan je nog wel wat bewegen, dan beweeg je een pink of zo en dan zeggen ze:

    63

  • zeg eens wat of: beweeg je pink eens als je nog daar bent. En dan doe je zo en dan weten ze: hij is er nog. Maar die man kon zich helemaal niet bewegen en die kon ook niets zeggen en die was gewoon klinisch dood, maar hij zat er nog in. Een echt Hitchcock verhaal. En zo is hij ook begraven. Maar een reler iets, wat ik dus hoorde van die man die van plan is zijn vrouw te termineren, wals dat heet, dat Hilversum 3 dag en nacht aanstaat bij die vrouw in coma. Ten eerste vraag je je af: wat is het nut ervan? Ten tweede: stel dat ze iets hoort, dat je dan Hilversum 3 de hele dag hoort. Dat vind ik echt heel erg hoor. Je zal toch niet van die zender houden. Dus over coma is nog w weinig bekend. Wat in ieder geval zeker is, is dat alleen de lichaamsfuncties het nog kennelijk doen.

    B: De ziel is er toch ook nog in?

    A: Je gaat weer uit van een veronderstelling dat er zoiets is als een ziel en zo. Laten we daar eerst even ruzie over maken of dat er allemaal is. En dan worden dit soort vragen pas overbodig. Dat is het nadeel van het vele lezen. Ik kwam deze week bij Au Bout du Monde. Daar zaten twee dames, die hadden vijf dozen met boeken uitgezocht. Die waren een soort priv bibliotheek aan het opzetten. En het ene misselijk makende boek na het andere verdween in die doos. Nou ja, dat loopt lekker op, voor de kassa.

    B: Is denken het elementaire gereedschap, waarmee je de werkelijkheid bedekt?

    A: De werkelijkheid wordt niet bedekt.

    B: Nee, ik doel op jouw verwijzing: avoiding reality.

    64

    A: Gedachtes horen daarbij.

    B: Daar horen gedachten absoluut bij.

    A: Natuurlijk. Het is juist dat je er vanaf wilt, van die gedachtes. Je

    zegt: 'Dit wil ik niet denken, dat wel en dit moet ik onthouden.'

    B: Dat bedoel ik eigenlijk. Dat je dus gaat denken over denken en daar weer over gaat denken en dan in een soort stroomversnelling verstrikt

    raakt, waarin totaal die getuige wordt weggespoeld. Die natuurlijk weer niet wordt weggespoeld, maar dat wordt weer gezien.

    A: Precies.

    B: Maar is dat wezenlijk?

    A: Wat is wezenlijk? Wezenlijk is de getuige. Wr die getuige van is dat kan verschillen. Mensen die psychotisch zijn hebben een versnelde

    denkstroom. Dat is gewoon niet lekker. Mensen die heel erg opgewonden zijn, die gewoon in de war zijn, ja, die hebben een heel snelle denkflow. Dat is geen natuurlijke situatie. Een gelukkig mens denkt minimaal. Er is een minimum aan gedachtes. Een ongelukkig mens denkt zich helemaal kapot. Kijk naar de meeste filosofen. Allemaal

    sombere koppen. Weinig gelukkige mensen. Kant en Schopenhauer, die waren erg genspireerd door de Upanishads, uit India. Maar bepaalde hindernissen konden ze ook net niet nemen. Heel jammer. Net niet weet je. Ze kwamen alle twee dichtbij waar we het hier over hebben dan. Dus evenzo goed. In India worden Kant en Schopenhauer voortdurend aangehaald. Vinden ze daar dan weer leuk. Dat is voor hen exotisch.

    65

  • B: Ondanks het feit dat ik weet dat ik in essentie de getuige ben, zelfs van chaotische gedachten, lijkt het toch alsof het meegaan in die gedachtestroom, of dat - ik weet dat het onzin is maar ik moet het toch zeggen - het getuige-zijn in de weg staat.

    A: Een versnelde of chaotische gedachtegang wijst erop dat er iets niet helemaal in orde is. De hele gedachtegang en het denken over deze kwestie komt voort uit een verlangen om je te onttrekken aan wat er eigenlijk gebeurt. Begrijp je wat ik zeg? Want als je gelukkig bent heb je zulke gedachtes niet. Als er weinig gedachtes zijn dan zeg je niet: 'God wat zijn er weinig gedachtes, helemaal niet. Zo gek! Weinig gedachtes, wat zal ik nou eens gaan denken.'

    B: Ik bedoel niet dat tobberige denken.

    A: Nee, maar ook versnelde gedachtegang, verwarde gedachtegang. Daar wil je vanaf. En dan kom je met dat soort verhalen aan, wat je dan in advaita hoort van: ik ben de getuige en zo. Dat is om te ontkmen aan die kwestie. Dan is het allemaal al veel te laat heren, dames ook. Als je rustig bent en je hebt je onderscheidingsvermogen, dn moet je kijken. Niet als het te laat is. Maar jullie gaan altijd pas een dweil halen als de hele gang al onder ligt.

    B: Dat betekent dat je eigenlijk een voor-waarschuwing ...

    A: Omdat je dat niet wenst te zien, omdat je ontkent. De eerste kleine signaaltjes die herken je niet, die wil je niet zien. En dat stapelt zich op. En als het dan te laat is zeg je: wat nu, nu naar een goeroe toe en zo.' Die weet ook geen raad met al die eikels.

    66

    B: Wat bedoel je met die eerste kleine signaaltjes?

    A: Dat je niet geluisterd hebt naar de essentile dingen. Dat je net als die zelfmoordenaar de laatste deur dicht gooit. En dan is het: 'Oh help. Pietje heeft zelfmoord gepleegd. Wat erg h. Ja oh, wat erg.' Maar dat is al twintig jaar gaande. Twintig jaar worden er al deuren dichtgegooid en geen kerstkaartjes gestuurd.

    B: Wat bedoel je met die kleine signalen?

    A: Het leven. En daar zitten we weer: kiezen we voor het leven mee al zijn kleine subtiele belangrijke signalen, of weken we het duistere en het diepe en kijken we niet naar wat voor onze neus ligt.

    B: Soms is er iets wat ik moeilijk kan omschrijven maar dat gaat aan gedachten vooraf. Het is net alsof ze daaruit voortkomen.

    A: Ja, dat is je bewuste Zijn.

    B: Maar iets verder, het lijkt wel of het iets verder dan dac is. Of het

    een gedachte aan het worden is maar het is hec nog niet helemaal.

    A: Er zijn vier stadia, heb ik je al eens gezegd. Dat is het uitgesproken woord, dus de klank, dan de gedachte, dan waar het uit gevormd wordt en dan consciousness zelf. En die stadia moet je ook proberen te bekijken. Of moet je niet, kan je. Het is een suggestie.

    B: Het moment dat je in contact staat met dat waaruit het gevormd wordt dan ontstaat de gedachte vaak niet.

    67

  • A: Precies. Of zoals ik gisteren hoorde: zodra men een demon bij zijn naam noemt verdwijnt hij.

    B: Dat is wonderlijk. Ik dacht juist als je hem niet bij zijn naam

    noemt.

    A: Als je hem bij zijn naam noemt, dus als je hem aanschouwt en kent.

    B: Oh ja. Het is toch een kwestie van alertheid.

    A: Waar hebben we het hier anders over? Alert zijn, bewust zijn, on

    derscheidingsvermogen, intelligentie. Al die dingen die we allemaal in de kast gezet hebben, over het algemeen.

    B: Dat, waar het uit gevormd wordt, is dat de levenskracht of het

    leven?

    A: Kijk zelf. Kijk zelf eens. Ik kan het wel blijven voordoen, maar doe het zelf eens. Wie?

    Andere bezoeker: Ja misschien is het een zijweg hoor. Er zijn toch

    zoveel mensen die een heel slechte start hebben, dat die toch in staat zijn om eruit te komen.

    A: Ja. Dat heb ik toch daarnet gezegd? Ik geloof er niet in dat mensen die, ook al heb je een slechte start - en in wezen is gewoon

    geboren worden al een slechte start - er niet uitkomen. Ik geloof er niet in. Want ik heb zoveel rare mensen gezien die er wel uitgeko

    men zijn.

    68

    B: Dan moet je me toch eens vertellen hoe je dat dan doet, want ik zit al tien jaar met mensen te praten die ontzettend getraumatiseerd zijn.

    A: Dat is weer een ander verhaal. Het gaat nu om ons hier. Jij zit natuurlijk in een werksfeer waar je ook niet helemaal vrij bent natuurlijk.

    Als iemand mij op komt zoeken en mij om raad gaat vragen, ben ik

    verder helemaal vrij. Ik hoef geen verantwoording af te leggen. Of een

    dossier bij te houden of zo.

    B: Ja ik moet voortdurend op mijn woorden letten.

    A: Ik dus niet. Ik zeg: 'Nou wat wil je? Kies je voor de dood of kies je

    voor het leven? Wat wil je nou eigenlijk?' Als hij zegt: 'Nou ja, ik kies

    voor de dood', dan zeg ik: 'Ok ik ben voor het leven. Ik ben ook levend nu, ik kies daar niet voor.