Addmagazine issue 10

Click here to load reader

  • date post

    07-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    221
  • download

    6

Embed Size (px)

description

Magazine about print & other media

Transcript of Addmagazine issue 10

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    2

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    3

    In progress

    profiel/profil

    Lex Reitsma 5 en twintig jaar affiches voor De Nederlandse Opera.Lex reitsma et vingt ans daffiches pour De nederlandse opera.

    Rob Marcelis 27 een (typo)grafische potpourri, maar dan wel n van de beste soort.Un potpourri (typo)graphique, mais alors du meilleur cru.

    manifest/manifeste

    Integrated2011 19

    Lets get rid of all dictates!

    kritisch essay/essai critique

    Logo 39

    Een nieuw logo maakt de lente niet.Un nouveau logo ne fait pas le printemps.

    recente boeken/livres rcents

    Arnon Grunberg 44

    Brieven aan Esther Lettres Esther

    column

    Alessio Leonardi & Jan Middendorp 46

    Superstory!

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    4 editoriaal/ditorial

    COLOFONAddmagazine wordt uitgegeven door/Addmagazine est une dition de Papyrus Marketing Department

    PAPYRUS BELGI - BELGIQUE NV/SAInternationalelaan - Boulevard International 55 b33B-1070 Brussel - BruxellesT + 32 2 529 85 11 - F + 32 2 520 26 65 [email protected] - www.papyrus.com

    PAPYRUS GROEP NEDERLAND BVBijsterhuizen Noord 22-02, 6604 LD WijchenPostbus 62, NL-6500 AB NijmegenT +31 88 65 65 222 - F +31 88 65 65 [email protected] - www.papyrus.com

    [email protected] - www.addmagazine.eu

    REDACTIEADRES - ADRESSE DE RDACTIONvisionandfactory - integrated designRue de Rudderstraat 12, B-1080 Brussel - BruxellesT/F + 32 2 217 81 [email protected] - www.visionandfactory.com

    HOOFDREDACTIE/RDACTEURS EN CHEFHugo Puttaert, Joris Lambert & Joyce Verhoef

    REDACTIE/RDACTIONAnne Baudouin, Steven Cleeren, Alessio Leonardi, Jan Middendorp & Hugo Puttaert

    VERTALING/TRADUCTIONInes Adriaens & Anne Baudouin

    FOTOGRAFIE/PHOTOGRAPHIENico Rein

    WERkTEN VERDER MEE AAN DIT NUMMER ONT COLLABOR CE NUMROChristophe Clarijs, Hilde De Ceukelaire, Rob Marcelis, Lex Reitsma & Fenna Zamouri

    FONTS/POLICESDe Suisse familie/la famille Suisseverkrijgbaar bij/disponible chez b+p swiss typefaces http://swisstypefaces.com/

    CONCEPT EN DESIGN/CONCEPT ET RALISATIONvisionandfactory integrated [email protected] - www.visionandfactory.com

    DRUk EN AFWERkING/IMPRESSION ET FINITIONcover/couverturequadri op/sur Fuego Matt shocking yellow 320g/m2

    binnenwerk/intrieur katern/cahier 1quadri op/sur Specials - Natural Evolution, white 120g/m2

    katern/cahier 2quadri op/surSpecials -Chromatico Nude, 100g/m2

    katern/cahier 3quadri op/sur Specials - Original Gmund Smooth creme 120g/m2

    katern/cahier 4quadri op/sur LuxoArt Samt, 135g/m2

    Het auteursrecht van de in dit magazine afgebeelde ontwerpen en fotos behoort toe aan de oorspronkelijke ontwerpers en fotografen. Ze zijn telkens van de nodige credits voorzien. Niets in deze uitgave mag worden overgenomen zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de uitgever.

    Les droits dauteur des images et des photos utilises dans ce magazine, appartiennent aux crateurs et aux photographes originaux. Les illustrations sont prvues des notes requises. Aucun lment dans cette dition ne peut tre repris sans autorisation crite pralable de lditeur.

    In progress. Er is nooit stilstand. De dingen mogen anders, onze honger naar vernieuwing is onstilbaar, net als onze drang om de dingen te behouden zoals ze zijn. Werken we als grafisch ontwerpers en reclamemakers niet altijd binnen de krijt- lijnen van deze ogenschijnlijke contradic-tie? Vertaald naar de wetten van de eco-nomie: groei is het ideaal, recessie is het doembeeld. Maar zou in progress ook niet kunnen inhouden dat we het belang en de relevantie van elke ingreep kritischer tegen het licht kunnen houden? Vernieuwing dus ongetwijfeld, maar net zo goed duurzaam-heid, en wel tegelijkertijd. Dat hoeft niet altijd een dilemma te zijn, maar het blijft in ieder geval wel een cruciale uitdaging in elke ontwerppraktijk, bij elke samenwer-king met opdrachtgevers.

    In dit tiende nummer van Addmagazine willen we het daarover hebben: over de intensieve en continue synergie tussen opdrachtgever en ontwerper. In de boeiende maar onoverzichtelijke jungle van harde concurrentie, krimpende budgetten en slimme marketingstrate-gien kan een lange termijn-samenwerking immers bijzonder succesvol zijn. Twee opdrachtgevers en twee ontwerpers dus, telkens n uit Nederland en n uit Belgi die al jaren toonaangevend n strategisch onderbouwd werk leveren. Lex Reitsma (NL) en Rob Marcelis (B). Lex werkt al twee decennia voor DNO (De Nederlandse Opera) en Rob iets minder lang anderhalf decennium voor HetPaleis (een theaterhuis voor kinderen en jongeren). Beiden zijn grafisch ontwerpers die consequent samen met hun opdrachtgevers bouwen aan een duurzaam imago n verfrissende com- municatie. Nu de werkingsmiddelen zwaar onder druk komen, is dit zeker geen evi-dentie. Voorts is er duiding, met Een nieuw logo maakt de lente niet, het Integra-ted2011 manifesto en een beschouwing over de eigenzinnige bibliofiele uitgave van Arnon Grunberg en Esther Krop. Ook de hilarische column van Alessio Leonardi en Jan Middendorp ontbreekt niet ze plegen hier zelfs een coup in de hoop zo meer paginas te veroveren.

    Heb je een suggestie? Dan horen we dat graag via [email protected] Of wens je een eerder verschenen nummer te ont-vangen? Sommige nummers zijn wel uit-geput maar je kunt altijd een extra exem-plaar voor een collega aanvragen via www.addmagazine.eu.

    In progress. Limmobilit nexiste pas. Les choses peuvent changer, la faim dinnovation est insatiable, de mme que le besoin de laisser les choses en ltat. Nous, graphistes et publicistes, ne travaillons-nous pas toujours lintrieur des traits tracs la craie de cette contradiction apparente? Converti en lois de lconomie: la croissance. La rcession est limage de la maldiction. Mais lexpression en cours dexcution ne pourrait-elle pas signifier que nous devons analyser avec un esprit plus critique limportance de lintervention et la pertinence de celle-ci? Innovation donc, sans aucun doute, mais durabilit en mme temps. Ce ne doit pas toujours tre un dilemme, mais cest chaque fois un dfi crucial, dans le cadre de toute pratique de conception, de toute collaboration avec des clients.

    Cest prcisment le thme de ce 10e numro dAddmagazine, savoir la syner-gie intense et continue entre le client et le graphiste. Dans cette jungle passionnante mais chaotique que sont la concurrence impitoyable, les budgets rduits comme peau de chagrin et les stratgies de marketing intelligent, une collaboration long terme peut parfois tre une belle russite. Donc, deux clients et deux graphistes, chaque fois un Nerlandais et un Belge qui proposent depuis de nombreuses annes un travail soutenu, stratgique et donnant le ton. Lex Reitsma (NL) et Rob Marcelis (B). Lex travaille depuis deux dcennies dj pour lOpra nerlandais, le DNO (De Nederlandse Opera) et Rob depuis un peu moins longtemps une dcennie et demie pour HetPaleis (une compagnie thtrale pour enfants et jeunes). Tous deux sont des graphistes qui construisent de faon consquente une image durable et une communication innovante avec leurs clients. lheure o les moyens de fonctionnement sont soumis une forte pression, cest loin dtre une vidence. Davantage dexplications dans les articles Un nouveau logo ne fait pas le printemps, le Manifeste Integrated2011 et une rflexion propos de ldition per-sonnelle et bibliophile dArnon Grunberg et Esther Krop. Sans oublier la chronique hilare dAlessio Leonardi et de Jan Middendorp, ils tentent mme un coup dans lespoir de conqurir davantage de pages.

    Avez-vous une suggestion? Dans ce cas, nhsitez pas nous en faire part ladresse [email protected] Ou peut-tre souhaitez-vous obtenir un numro dj paru? Cependant, certains numros sont puiss, mais vous pouvez toujours demander un exemplaire supplmentaire pour un collgue en surfant sur le site www.addmagazine.eu.

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    5

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    6

    Ontwerpopdrachten voor opera- huizen hebben altijd iets prestigieus. Zeldzaam zijn immers de momenten dat een grafisch ontwerper zich mag wagen aan de grote themas als liefde, dood en macht, vaak nog overgoten met een saus van intrige, overspel en bloedvergieten. Wie zulke geladen onderwerpen kan vatten in pregnante visuele metaforen heeft zich definitief genstalleerd op de grafische Olympus-berg. Zo hebben opera-affiches al bijgedragen tot de faam van coryfeen als Josef Mller-Brockmann, Gunter Rambow, Pierre Mendell en Rudi Meyer.

    Maar waar opera ooit onaantastbaar was in het culturele domein, komt die positie meer en meer onder druk te staan. Opera moet zich als kunstvorm voortdurend legitimeren, gezelschappen proberen het hoofd boven water te houden en zakelijke en artistieke leiders komen en gaan. Temidden van dit tumult lijkt een duurzame relatie tussen ontwerper en opdrachtgever haast onmoge-lijk. Dat het wl nog kan, bewijst Lex Reitsma. Hij maakt al meer dan twintig jaar affiches en programmaboeken voor De Nederlandse Opera (DNO) in Amsterdam.

    Vruchtbare wisselwerkingLex Reitsma prijst zich gelukkig. Hij heeft nooit iets gemerkt van de woeligheid in de sector. DNO trekt nog steeds volle zalen en artistiek directeur Pierre Audi zorgt al sinds 1990 voor de nodige continuteit. Samen hebben ontwerper en opdrachtgever een bestendige relatie opgebouwd die zich gaan-deweg heeft geuit in een sterke en waardige visuele identiteit voor het operahuis. De meer dan 150 affiches van Lex Reitsma hebben ervoor gezorgd dat DNO er elk seizoen weer stt, en dat hun ontwerper ondertussen incontournable is in het Nederlandse ontwerplandschap.

    Zijn ontwerpen leverden Lex al vijftien nominaties op voor de TheaterAffichePrijs en toch kon hij die maar n keer in de wacht slepen. Het lijkt wel alsof wie er elk jaar weer staat, op den duur onzichtbaar wordt. In 1997 argumenteerde de jury dat de affiches van ontwerpers als Anthon Beeke en Lex Reitsma niet zoveel verrassingen meer te bieden hebben. Voor die voortdurende hang naar the next new thing kan Lex Reitsma weinig begrip opbrengen: Men gaat telkens weer op zoek naar iets wat anders en dus ver-nieuwend is. Dan is er een klein toneelgroepje dat ook eens affiche heeft laten maken en dat is dan heel apart en leuk, en men wil dat dan stimuleren door het een prijs te geven. Alsof nieuw ook altijd goed is.

    In een tijd waarin grafisch ontwerp met een beperkte houdbaarheidsdatum wordt gecelebreerd, kiest Lex voor de voordelen van een gestaag opgebouwde, persoonlijke relatie met de opdrachtgever. Die creert tenminste een voedingsbodem voor ontwerp dat een duidelijk statement maakt. In het tweerichtingsverkeer tussen ontwerper en opdrachtgever spelen beiden dus een even belangrijke rol. Als voorbeeld haalt

    TEGEN DE SPILZUCHT

    Lex Reitsma profiel/profil

    hij de decennialange samenwerking aan tussen grafisch ontwerper Wim Crouwel en museumdirecteur Edy de Wilde, en Willem Sandberg, die beide rollen in zichzelf verenigde. Idealiter heeft de opdrachtgever een klare kijk op waar hij naartoe wil: Sandberg heeft op zijn eentje het begrip huisstijl voor een museum gentroduceerd. Hij was daar heel slim in: alles moest goedkoop lijken, laagdrempelig en helder zijn. Dat was allemaal goed, precies omdat hj dat idee had, omdat hj een duidelijke lijn had uitgezet, volgens zjn uitgangspunten. Vandaag de dag zijn het voornamelijk de grote bureaus die de opdrachten binnenhalen. Die kunnen uitpakken met een mooi pand, een uitgebreid team en grote commercile opdrachten, en dat heeft een zekere status en uitstraling naar opdrachtgevers. Er wordt dan voor een fortuin een logo en een design manual ontwikkeld, maar wie gaat de affiches en boeken uiteindelijk maken? Nee, daarvoor is het bureau te duur en dus nemen ze een dtper in dienst die op basis van een paar richtlijnen verondersteld wordt een eigenzin-nig ontwerp te maken. Dan gaat het meestal mis, natuurlijk.

    Het is een clich om het over wederzijds vertrouwen te hebben, maar daar komt het in een succesvolle samenwerking wel op neer. Dat impliceert dat je de ander als professional erkent, en daar wil het nog wel eens aan schorten: Tegenwoordig krijg je een briefing die zegt wt je moet gaan doen en he. Alsof je naar de tandarts gaat en zegt: Je moet dit gaatje vullen en je moet die kroon vervangen, en anders zwaait er wat! De ontwerper wordt nauwelijks nog erkend in zijn deskundigheid en gewaardeerd om zijn persoonlijke visie. Dat heeft natuurlijk ook te maken met deze tijd. Iedereen kan fotograferen, films maken, websites ontwerpen. De techniek wordt iedere dag toegankelijker.

    Goede opdrachtgevers worden volgens Lex Reitsma almaar zeldzamer. Gelukkig heeft hij er met De Nederlandse Opera wel eentje. Artistiek leider Pierre Audi benaderde Lex twintig jaar geleden op basis van werk dat hij van hem gezien had. Hij gaf Lex min of meer carte blanche, maar dat werkt natuurlijk alleen als je als ontwerper ook openstaat voor dialoog. De eerste ontwerpvoorstellen ontstaan bijna altijd via gesprekken met dramaturg klaus Bertisch. Het definitieve ont-werp wordt ook voorgelegd aan de afdeling Communicatie en aan Pierre Audi.

    Lex Reitsma en twintig jaar affiches voor De Nederlandse Opera

    Foto Michel Camfkens

    vorige pagina/page prcdente

    Die Entfhrung aus dem Serail Affiche/posterDe Nederlandse Operaontwerp en fotografie/concept et photo(s): Lex Reitsma, 2008

    rechterpagina/page de droite

    Lelisir damoreAffiche/posterDe Nederlandse Operaontwerp en fotografie/concept et photo(s): Lex Reitsma, 2008

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    7

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    8

    Vooral bij stukken die Audi zelf regisseert, doet deze vaak nog bruikbare suggesties. Daar ben ik dan vrij makkelijk in. Ik maak dan bijvoorbeeld een nieuwe foto of pas het ontwerp iets aan. Van zon creatieve wissel-werking kan het volgens mij alleen maar beter worden. Als je ergens niet over kunt discussiren, dan heb je eigenlijk ook niets dat de moeite waard is om te verdedigen. Zonder wrijving geen glans. Je moet als ontwerper niet zo arrogant zijn om louter en alleen je eigen ei te willen leggen. Grafisch ontwerpen is wel een dienstbaar vak. Zo moet in mijn affiches duidelijk zijn wat er te zien is, waar en wanneer. Een affiche is een uitroepteken, geen vraagteken. Ik zie wel eens dingen waarvan ik denk: ziet er prachtig uit, heel erg mooi, maar waar gaat het eigenlijk over? Waarvoor is dit in godsnaam gemaakt? Waarom wil je de wereld hiermee vermoeien? Wat is de noodzaak ervan? Daar kan ik me wel degelijk over opwinden.

    Het moge duidelijk zijn dat Lex Reitsma graag een kritische afstand neemt tegenover het designwereldje. Voor opdrachten stelt hij zich dienstbaar op en staat hij open voor waardevolle feedback, maar hij laat zich niet zomaar piepelen. Hij kan bijvoorbeeld niet begrijpen waarom sommige opdrachtgevers hem kiezen op basis van werk dat ze gezien hebben en dan plots iets heel anders ver-wachten. Als je er als professional dan een andere mening op nahoudt, wordt dat vaak niet getolereerd. Dat hij soms een weerbarstige houding aanneemt, wordt hem niet altijd in dank afgenomen en het leverde hem zelfs ooit het verwijt op: U bent zo eigen-wijs, u lijkt wel een architect! Lex kan het alleen maar als een compliment beschouwen.

    Verspilde toestandLex Reitsma studeerde aan de Gerrit Riet-veld Academie, maar het had evengoed de Filmacademie kunnen zijn. Al op zijn veer-tiende maakte hij een film en hij is daarna nooit met filmen gestopt. Enkele jaren geleden maakte hij een portret van grafisch ontwerper Jan Bons en dit jaar nog kwam zijn film uit over de iconische stoel van Rietveld. De documentaires laten hem toe om zich te mengen in het designdiscours, ook al neemt hij veelal de rol op zich van stille observator en is het vooral aan de kijker om zijn conclusies te trekken. Dat hij zelf in het vak zit, verleent hem de nodige geloofwaardigheid in zijn kritische en onderzoekende houding.

    Zijn volgende documentaire, De stijl van het Stedelijk, is aangekondigd voor 2012 en zal een ontnuchterende blik werpen op de relatie opdrachtgever-ontwerper. Al sinds 2008 volgt Lex de aanbestedingsprocedure voor de visuele identiteit van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Toen kon hij nog niet weten dat dit proces zou uitdraaien

    Lex Reitsma profiel/profil

    De Nederlandse OperaAffichesontwerp en fotografie/concept et photo(s): Lex Reitsma

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    9

    op een debacle dat uitvoerig besproken zou worden in de designkritiek en zelfs de algemene pers haalde. We vatten het verhaal kort samen: onder leiding van directeur Gijs van Tuyl organiseert het Stedelijk in 2008 een selectieprocedure. Na een voorronde worden vijf ontwerpbureaus uitgenodigd voor een pitch, waaronder ook binnenlandse ontwerpers met renommee als Irma Boom en Mevis & Van Deursen. Weinig musea kunnen een beroep doen op zoveel grafisch talent dat op slechts een fietsritje verwijderd is van het Stedelijk, maar toch kiest een externe jury voor Parijzenaar Pierre di Sciullo. De samenwerking wordt abrupt beindigd wanneer Van Tuyl de deur achter zich dichttrekt. De zaak wordt kort afgehandeld in een persbericht waarin staat dat de nieuwe directeur een andere visie op de visuele identiteit en de branding van het Stedelijk heeft. Wat die visie dan precies inhoudt, daar hebben we vooralsnog het raden naar

    Lex kan moeilijk begrip opbrengen voor de handelwijze van het Stedelijk: Waarom laat Gijs van Tuyl nog snel vijf designers de revue passeren terwijl hij al weet dat hij straks vertrekt? Het zou dan toch net moeten lukken dat de nieuwe directeur klikt met de keuze van zijn voorganger? Waarom hebben ze niet gewoon voor Mevis & Van Deursen gekozen? Zij werkten al voor het Stedelijk, hebben een bureau in Amsterdam, passen perfect in de kunstwereld en maken interessant, zeer eigentijds werk. Maar Gijs van Tuyl wilde vooral provoceren, de discussie op gang brengen, het moest anders en dwars zijn. Terwijl het toch gaat om het product, niet om de dis-cussie eromheen?

    Het debacle rond de huisstijlopdracht van het Stedelijk geeft aan hoe de relatie tussen opdrachtgever en ontwerper veranderd is. Men kiest niet langer voor een specifieke ontwerper die in de lijn ligt van een voor-opgestelde strategie. Waarom vijf ontwer-pers uitnodigen die nauwelijks met elkaar te vergelijken zijn? Je weet toch heus wel wat je van een bepaalde designer mag verwachten? Wat een verspilling allemaal.

    VerbruiksgoedCultuur wordt steeds meer een kwestie van marketing. Een pitch krijgt daarin al snel de allure van een Idool-verkiezingsshow. Wat de ontwerpers doen, waar ze voor staan, lijkt bijzaak. De enige vraag die iedereen bezighoudt is: wie wint? Maar ontwerpers gaan zelf ook niet vrijuit als het gaat over het in stand houden van een sterrencultus. Enige zelfverheerlijking is de ontwerpwereld immers niet vreemd: Ik kan er niet tegen als ontwerpers spreken over mijn laatste boek, alsof ze het zelf geschreven hebben. Ze hebben het alleen maar ontworpen en als dat betekent dat het hn boek is, dan is

    het evengoed het boek van de drukker of de binder. Iedereen wil in het middelpunt van de belangstelling staan. Er gaat ook geen week voorbij of er is wel een boekpresentatie, lezing of tentoonstelling. Je moet als ontwerper voortdurend aanwezig zijn en jezelf profileren. Als je niet op Facebook zit of een flitsende website hebt, besta je nauwelijks. Ik kan ook geen enkele beroepsgroep bedenken waarin zoveel publicaties verschijnen over collegas. Meestal gaat het dan ook nog om het betere koffietafelboek: het moet vooral dik zijn, indrukwekkend, met exotische papiersoorten en druktechnisch maar net haalbaar. Dat is prachtig om te zien, maar wat is de noodzaak? Er is zon overdaad tegenwoordig. Omdat alles kan, met ook alles.

    Cultuur wordt vermarkt en grafisch ontwerp wordt gereduceerd tot fast moving consumer good. In die wegwerpcultuur lijkt niets nog overeind te blijven, tenzij je het continu onder de aandacht brengt. Duurzaamheid wordt een relatief begrip in een almaar groeiend aanbod. De spoeling wordt natuurlijk ook gewoon dunner. Tegenwoordig heb je minstens twee weken nodig om alle tentoonstellingen van afstudeerprojecten van kunstacademies te bezoeken. Vroeger was dat allemaal kleinschaliger en eenvoudiger: bij je eindexamen werd je door iemand opgemerkt en die gaf dan je eerste opdracht of introduceerde je ergens. Het lijkt me ontzettend moeilijk om nu van nul te moeten starten. Welk profiel heb je, wie zijn dan jouw opdrachtgevers, hoe ga je je weg vinden?

    Als grafisch ontwerp verwordt tot weg- werpproduct, verkrijgbaar in de smaak van het moment, hoe zit het dan met de affiche als misschien wel de ultieme grafische uiting? Heeft die nog een rol te spelen in het visuele geweld van het straatbeeld? Is die als communicatiemiddel niet te traag in vergelijking met de stroom van snelle informatie op het internet? Waar ze ooit nog goedkope advertentieruimte bood voor wasmiddel, bestaat de commercile affiche nu bijna alleen nog in billboardformaat of als Mupi. Ook zijn rol in de protestbeweging en het activisme, ooit zo belangrijk voor de ontwikkeling en het succes van de Nederlandse affichekunst, lijkt definitief uit-gespeeld. Wie gelooft er immers nog in de ouderwetse notie van de publieke ruimte als plaats van debat? Alleen de culturele affiche lijkt nog te overleven, maar heeft die dan wel nog een functie? Er wordt wel eens een marktonderzoek gedaan waaruit dan blijkt dat affiches nutteloos zijn. Dat is natuurlijk onzin, want het effect van affiches kun je niet meten. Als culturele instelling kun je niet om affiches heen; ze geven je een aanwezigheid in de stad. Je moet wel, anders besta je gewoonweg niet. De wervende kracht van affiches werkt dan ook indirect of op lange termijn.

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    10

    Ik zeg altijd dat een affiche er niet alleen is voor de huidige voorstelling, maar ook voor de volgende. Communicatieve helderheid is van cruciaal belang voor Lex Reitsma, en dat is ook te zien in de bijzondere aandacht die hij heeft voor de specificiteit van het medium. Ontwerpschetsen maakt hij op zoiets als een A7-formaat, kwestie van het effect te kunnen peilen van de uiteindelijke affiche op een toe-schouwer die veraf zal staan. Tegelijkertijd is hij bijzonder nuchter over de toekomst van een aangeplakt vel papier: Alles wordt meer en meer elektronisch. kan niet anders.

    SignatuurHet is niet makkelijk om het werk van Lex Reitsma stilistisch te situeren. Misschien kunnen we hem dan afzetten tegen enkele hoofdlijnen in het Nederlands grafisch ontwerp? Wanneer we met hem spreken, loopt er net een overzichtstentoonstelling over Wim Crouwel in het Stedelijk. Lex apprecieert het werk van Crouwel, maar in de premissen van diens verondersteld kille, rationele functionaliteit kan hij zich niet vinden: Wim Crouwel denkt nog steeds dat hij heel objectief is. Hij wil geen stoorzender zijn, is tegen ruis. Maar wat doet hij? Voor tentoonstellingsaffiches gaat hij lettertypes of vormen ontwerpen waarvan hj vindt dat ze lijken op het werk van Fernand Lger of Edgar Fernhout. Dan denk ik: hoe subjectief kun je zijn? Hij reduceert het oeuvre van een kunstenaar tot enkele lijnen waarvan hj vindt dat die het werk van de kunstenaar het best benaderen. Bij een affiche voor Frantiek kupka zet hij er dan een kronkel op die je misschien nog eerder associeert met Frank Stella. Het is op zich bijna weer kunst, maar dan wel van Wim Crouwel. Op die manier heeft hij prachtige affiches gemaakt, maar dan moet je niet gaan beweren dat je helder en neutraal wil communiceren.

    Het is duidelijk dat de affiches van Lex Reitsma weinig overeenkomsten hebben met de uitgangspunten van Crouwel, maar waarmee dan wel? In zijn werk vinden we bijvoorbeeld ook niet de tomeloze speelsheid van Jan Bons terug, noch het engagement van Wild Plakken of de provocatie van Anthon Beeke. In de eerste affiches voor DNO zien we alvast dat Lex zich bedient van uiteenlopende technieken. De ene keer overheerst de typografie, een andere keer is het geconstrueerde studiofotografie die bepalend is. In die diversiteit van de beginjaren herkennen we toch al iets dat zich later nog duidelijker zal manifesteren, iets dat we niet anders dan een idiosyncratische stijl kunnen noemen. Het is een idioom dat zich evengoed doorzet in de brochures, boeken of post- zegels die Lex Reitsma ontwerpt: Ik zie toch altijd dezelfde signatuur terugkeren. Er zit een soort van aanpak of affiniteit of gevoel voor verhoudingen in waar ik telkens weer

    op uitkom. Ik weet niet waar dat dan precies zit, maar het is wel herkenbaar geworden. Ik probeer dat trouwens niet bewust in stand te houden of te vermijden. Ik kan alleen vaststellen dat het er telkens weer is.

    Twintig jaar lang werken voor dezelfde opdrachtgever heeft voor- en nadelen. Enerzijds moet Lex zich niet inspannen om een voorgeschreven huisstijl meticuleus te volgen, want zijn ontwerpstijl valt gewoonweg samen met de visuele identiteit van DNO. Anderzijds is het daardoor moeilijk om soortgelijke, grote opdrachten te aanvaarden: Ik zit zo vast aan DNO dat ik niet nog eens de volledige communicatie van bijvoorbeeld Toneelgroep Amsterdam erbij zou kunnen nemen. Die twee kun je niet naast elkaar doen, want je neemt toch ook je signatuur mee. Daar kun je niet onderuit.

    Ook al kan hij niet exact zijn vinger leggen op wat hem onderscheidt van de anderen, toch permitteren wij ons om hier (slechts) drie eigenschappen te benoemen die zijn werk typeren: duidelijkheid, harmonie en inhoudelijkheid.

    We hebben er al op gewezen dat voor Lex de communicatieve functie van een affiche primeert: de boodschap moet helder zijn. Dat uit zich bijvoorbeeld in een functionele behandeling van de typografie, die anders moet zijn voor een affiche dan voor een programmaboekje. Bij affiches wordt de nuttige informatie wel eens stiefmoederlijk verwezen naar een hoekje, waar je met een vergrootglas moet zoeken naar het wat, waar en wanneer. Bij affiches voor DNO staart die nuttige informatie je gewoon recht in het gezicht. Dat wil echter niet zeggen dat de tekst overheerst. Een uitsluitend typografische affiche vindt Lex trouwens vaak te afstandelijk. Neen, er is voldoende plaats voor het beeld om de aandacht van de kijker te onderhouden. Die beelden bestaan de laatste jaren vooral uit studiofotos die Lex zelf neemt en die niet zelden over elkaar gelegd worden. Er is in de affiches van Lex geen voor- of achtergrond: het beeld wordt niet als decoratief behang-papier onder de tekst geschoven; de tekst wordt niet als een los etiket over het beeld gelegd. Beide zijn in evenwicht.

    Die harmonie uit zich ook nog op andere manieren. In zijn laatste affiche, die voor Iphignie en Aulide/Iphignie en Tauride, is die vanzelfsprekend aanwezig in de gespiegelde structuur van de affiche. Aangezien het om een dubbelvoorstelling gaat, vindt Lex het evident dat het vlak tweeledig is, een boven- en een onderkant heeft. Dat creert niet alleen een evenwichtig visueel geheel, maar stemt ook overeen met de inhoud van het stuk: Ik ben altijd heel erg bezig om de inhoud eerst boven tafel te krijgen. Ik moet een soort

    Lex Reitsma profiel/profil

    Stills uit/extraits de De stoel van Rietveld Een film van Lex Reitsma en Marijke kuperUn film de Lex Reitsma et Marijke kuper 2011 NAi Uitgevers/Premsela

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    11

    van essentie, een elementaire betekenis van de voorstelling op het spoor komen voor ik aan de slag kan. Daar zoek ik dan een beeld bij dat rechtstreeks verwijst naar de voorstelling. Het moet wel allemaal ergens op slaan. Inspiratie vindt Lex in de voorbereiding van een specifieke voorstelling. Zes weken voor een opvoering komt het artistieke team van de productie bij elkaar. Aan de hand van kos-tuums, decors en allerlei maquettes wordt de hele voorstelling dan doorgelicht en wordt het concept van de voorstelling tastbaar gemaakt. Dat is mijn grootste moment van inspiratie. Daar vergaar ik de nodige kennis en probeer ik een insteek te vinden. Regisseurs als Willy Decker zijn zo helder in hun aanpak dat je na zon uiteenzetting onmiddellijk aan de slag kunt. Een duidelijke visie van de regisseur levert doorgaans de beste affiche op. Een affiche is immers geen willekeurig, esthetisch jasje. Je moet weten waar het over gaat en daarvoor kun je het best praten met de mensen die nauw betrokken zijn bij een voorstelling. Hoe meer zij jou kunnen vertellen, hoe beter het resultaat zal zijn. Een goede vorm volgt altijd de inhoud, daar ben ik van overtuigd.

    In zijn ontwerpproces toont Lex dezelfde onderzoekende houding die ook aan de basis ligt van zijn documentaires. Dat streven naar betekenisvolheid houdt echter op waar het in de weg komt te zitten van de communicatieve helderheid. Opera-affiches zijn voor Lex geen plaats voor maatschappijkritiek of voor volstrekt persoonlijke interpretatie: Mijn ontwerp is dienstbaar aan de visie van de regisseur. Ik geef liever geen commentaar op zijn commentaar. Door mijn eigen verwerking van het visuele materiaal en door noodzakelijke elementen als tekst en logo, is er al zoveel neergelegd dat ik niet nog eens een statement wil maken. Daar is geen plaats voor. Lex houdt er niet van wanneer ontwerpers zich gedragen als gemankeerde kunstenaars. Hij prefereert nuchterheid en de meest directe weg naar het doel: Ik heb er een probleem mee als ontwerpers iets maken van wat er niet is. Dan denk ik: waarom moet jij zo nodig? Voor de Iphignie-affiche wilde ik bijvoorbeeld werken met een bijl. Het uitgangspunt was dat de Iphignie-figuur zowel dader als slachtoffer is; de ene bijl slaat de andere neer. Ik heb zelf fotos gemaakt van de bijl die ook in de voorstelling gebruikt wordt. Ik ga niet mijn eigen bijltjes zoeken of iets bijzonders uitwerken rond het concept bijl. Nee, die bijl op de affiche is dezelfde als die je straks ook op de bhne zal zien. Waarom zou je daar dan als ontwerper moeilijk over doen?

    CalvoliekDe affiches van Lex Reitsma geven DNO een waardige prsence in het straatbeeld. Maar opera is een rijk genre en het is hoegenaamd geen eenvoudige opdracht om telkens weer een adequate visuele uitdrukking te bedenken

    De Nederlandse OperaAffichesontwerp en fotografie/concept et photo(s): Lex Reitsma

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    12

    voor dat ene, specifieke stuk. Lex stelt zich dan ook tot taak de veelheid van informatie te ordenen en te distilleren tot een essentie, een beeld dat de unieke ervaring van de voor-stelling het best weergeeft. Waar gaat het over? is de vraag die Lex zich bij elke affiche opnieuw stelt. Dezelfde kernvraag stelt hij ook in zijn documentaires en wanneer hij commen-taar levert op de geplogenheden van zijn vak.

    Zijn affiches laten een indruk van eenheid na waaruit zowel de inhoud van het stuk spreekt als de signatuur van Lex zelf. Beide staan los van elkaar: zijn individuele ontwerpstijl moeit zich niet met de boodschap maar geeft wel aan hoe hij de aangereikte inhoud filtert en verwerkt. De affiches willen ons geen geweten schoppen, noch choqueren, noch verwarren. Ze zijn geen excuus om te koketteren of om ideologische commentaar te leveren. Lex verkiest om trouw te blijven aan de geest van het stuk en de visie van de regisseur. In die zin houdt hij ook het begrip van de opera als Gesamtkunstwerk in eer.

    Dat de affiches helder communiceren wil geenszins zeggen dat ze ook gemakzuchtig zouden zijn. Integendeel, ze getuigen van een voortdurend streven naar inhoudelijkheid, naar fijnzinnige typografie, naar aandacht voor detail, naar een subtiele balans tussen beeld en tekst. De affiches zijn zelfzeker, laten een vertrouwen zien in de zeggingskracht van een zorgvuldig gekozen compositie. Misschien kunnen we het werk van Lex Reitsma wel omschrijven als wat Anthon Beeke calvoliek noemde, zijnde beeldspraak op een strenge maar tevens frivole en elegante manier vormgegeven.

    Uiteraard zou je het succes van de samen-werking tussen Lex Reitsma en DNO kunnen verklaren aan de hand van de unieke Nederlandse situatie: de maatschappelijke appreciatie voor grafisch ontwerp is er groot, de ontwerpers worden in hun merites erkend en de opdrachtgevers zijn welopgevoed. Maar ook in Nederland zijn langlopende opdrachten al lang geen evidentie meer. Wellicht moeten we de redenen van het succes eerder zoeken in wederzijds respect, een gedeelde visie en een persoonlijk contact tussen ontwerper en opdrachtgever. Misschien ontstaat goed grafisch ontwerp wel gewoon wanneer beide partijen elkaar vinden in hun intentie om er telkens weer het beste van te maken. Zou het zo eenvoudig kunnen zijn?

    door Steven Cleeren

    Lex Reitsma et vingt ans daffiches pour De Nederlandse OperaLes missions de graphisme pour les maisons dopra ont toujours quelque chose de prestigieux. En effet, les occasions o un graphiste peut se frotter aux grands thmes, tels que lamour, la mort et le pouvoir, souvent napps dune sauce dintrigue, dadultre et deffusion de sang sont assez rares. Quiconque parvient saisir dans des mtaphores visuelles concises de tels sujets chargs peut se targuer dtre dfinitivement install sur le Mont Olympe du graphisme. Ainsi, les affiches dopra ont dj contribu la renomme de coryphes tels que Josef Mller-Brockmann, Gunter Rambow, Pierre Mendell et Rudi Meyer.

    Mais alors que lopra tait jadis intouchable dans le domaine culturel, cette position subit aujourdhui de plus en plus de pression. En tant que forme artistique, lopra doit constamment se justifier, les compagnies tentent de garder la tte hors de leau et les dirigeants professionnels et artistiques vont et viennent. Au cur de ce tumulte, une relation durable entre graphiste et client semble quasi impossible. Que cest encore possible, Lex Reitsma le prouve. Depuis plus de vingt ans, il cre, entre autres, les affiches et les programmes pour lOpra nerlandais (De Nederlandse Opera DNO) Amsterdam.

    Interaction fcondeLex Reitsma sestime heureux. Il na jamais rien remarqu de lagitation dans le secteur. Le DNO fait toujours salle comble et le directeur artistique Pierre Audi veille depuis 1990 dj la continuit ncessaire. Ensemble, le graphiste et le client ont tabli une relation durable, qui sest peu peu exprime par une identit visuelle forte et digne de la maison dopra. Les plus de 150 affiches cres par Lex Reitsma ont permis au DNO dtre l chaque saison et au graphiste dtre entre-temps devenu un incontournable dans le paysage nerlandais du graphisme.

    Les crations de Lex lui ont dj rapport quinze nominations au TheaterAffichePrijs (prix de laffiche de thtre) et pourtant il ne la dcroch quune seule fois. Comme si celui qui se reprsente chaque anne finit par devenir invisible. En 1997, le jury estimait que les affiches de graphistes tels quAnthon Beeke et Lex Reitsma navaient plus tant de surprises offrir. Lex Reitsma a du mal comprendre ce penchant constant pour the next new thing: On recherche toujours ce qui est diffrent

    CONTRE LE GASPILLAGE

    et donc innovant. Puis, une petite compagnie de thtre dcide son tour de faire faire une affiche, ce qui est du coup trs particulier et trs chouette et on a envie de lencourager en lui dcernant un prix. Comme si nouveau tait toujours synonyme de bien.

    une poque o le graphisme avec date limite de consommation restreinte est clbr, Lex opte pour les avantages dune relation personnelle patiemment construite avec le client. Une telle relation a au moins le mrite de gnrer un bouillon de culture propice la cration, avec une formulation claire. Dans le cadre dune relation bidirectionnelle entre crateur et client, les deux jouent donc un rle de mme importance. titre dexemple, il cite la collaboration longue de plusieurs dcennies entre le graphiste Wim Crouwel et le directeur du muse Edy de Wilde, ou Willem Sandberg, qui lui cumulait les deux rles. Idalement, le client a une vision claire de la direction quil veut suivre: Sandberg a lanc lui seul le concept de style maison pour un muse. Ce faisant, il a t trs malin: tout devait sembler bon march, facile daccs et limpide. Tout tait parfait, prcisment parce que cette ide venait de lui, parce que lui avait expos une ligne claire, selon ses propres principes. De nos jours, ce sont principalement les grands bureaux qui dcrochent les commandes. Ceux qui peuvent se vanter davoir un bel immeuble, une grande quipe et de grosses commandes commerciales, permettant dafficher un statut et un rayonnement certains envers les clients. Un logo et un manuel de design sont alors dvelopps pour une petite fortune, mais en fin de compte, qui va raliser les affiches et les programmes? Non, pour cela le bureau est trop cher et ils engagent donc un infographiste qui, sur la base de quelques directives, est suppos faire une cration personnalise. Le rsultat est gnralement un chec, videmment.

    Parler de confiance mutuelle est un clich, mais cest bien de cela quil sagit dans le cadre dune collaboration russie. Cela implique que vous reconnaissiez lautre en tant que professionnel, ce qui nest pas encore toujours le cas: De nos jours, vous recevez un briefing, on vous dit ce que vous devez faire et comment vous devez le faire. Comme si vous alliez chez le dentiste et que vous lui disiez: Vous devez obturer cette carie et remplacer cette couronne, sinon gare vous! Cest peine si le graphiste est encore reconnu dans sa comptence et apprci pour sa vision personnelle. Tout ceci est bien videmment

    Lex Reitsma profiel/profil

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    13

    De Nederlandse OperaAffiches

    ontwerp en fotografie/concept et photo(s): Lex Reitsma

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    14

    li notre poque. Tout le monde peut prendre des photos, faire des films, crer des sites internet. La technique devient chaque jour plus accessible.

    Selon Lex Reitsma, les bons clients se font de plus en plus rares. Heureusement quil en a un avec lOpra nerlandais. Il y a vingt ans, le directeur artistique, Pierre Audi, a approch Lex sur la base dune de ses uvres quil avait vue. Lex a plus ou moins reu carte blanche, mais cela ne fonctionne videmment que si le graphiste est ouvert au dialogue. Les pre-miers projets sont quasi toujours le rsultat dentretiens avec le dramaturge klaus Bertisch. Le projet dfinitif est ensuite prsent au dpartement Communication et Pierre Audi. Dans le cadre des spectacles mis en scne par Audi lui-mme, ce dernier fait souvent encore de bonnes suggestions. Le cas chant, je suis assez souple. Je prends, par exemple, une nouvelle photo ou jadapte quelque peu le projet. Selon moi, grce une telle interaction crative le projet ne peut tre que meilleur. Si vous ne pouvez pas discuter de quelque chose, vous navez rien qui vaille vraiment la peine dtre dfendu. Sans frottement, pas dclat. En tant que graphiste, il ne faut pas tre si arrogant et vouloir imposer uniquement votre point de vue. Le graphisme est bien un mtier de service. Ainsi, mes affiches doivent clairement annoncer les spectacles, lheure et le lieu. Une affiche est un point dexclamation, pas un point dinterrogation. Parfois, je vois certaines choses dont je pense: a a lair magnifique, cest trs joli, mais en fait, de quoi a parle? Quel est le but de cette affiche? Pourquoi voulez-vous ennuyer les gens avec a? Quelle en est la ncessit? Cest quelque chose qui me met vraiment en colre.

    Il est vident que Lex Reitsma aime adop-ter une distance critique par rapport au petit monde du design. Dans le cadre de commandes, il se montre serviable et est ouvert au feedback prcieux, mais il ne se laisse pas gruger sans raison. Par exemple, il ne comprend pas pourquoi certains clients le choisissent lui sur la base du travail quils ont vu et attendant ensuite quelque chose de totalement diffrent. Si votre avis de professionnel est divergent, ce nest souvent pas tolr. Son attitude rcalcitrante qui en dcoule ne lui est souvent pas pardonne et lui a dailleurs mme valu le reproche suivant: Vous tes tellement ttu, on dirait un architecte! Lex ne peut le prendre que comme un compliment.

    Situation de gaspillageLex Reitsma a tudi lAcadmie Gerrit Riet-veld, mais il aurait tout aussi bien pu frquenter lAcadmie du cinma. Il a ralis son premier film lge de quatorze ans et na plus jamais dpos la camra. Il y a quelques annes, il a dress le portrait du graphiste Jan Bons et cette

    anne il a relat lhistoire de la chaise iconique de Rietveld. Les documentaires lui permettent de se fondre dans le discours du design, mme sil joue souvent le rle de lobservateur silen-cieux et quil appartient au spectateur de tirer ses conclusions. Quil soit lui-mme du mtier, confre son attitude critique et analytique la crdibilit ncessaire.

    Son prochain documentaire, intitul De stijl van het Stedelijk, est annonc pour 2012 et jettera un regard dgrisant sur la relation entre le client et le graphiste. Depuis 2008 dj, Lex suit la procdure dadjudication de lidentit visuelle du Stedelijk Museum Amsterdam. lpoque, il ignorait encore que tout cela allait tourner la dbcle, abondamment discut par la critique du design et mme par la presse en gnral.

    Rsumons brivement: en 2008, sous la direction du directeur Gijs van Tuyl, le Stedelijk Museum organise une procdure de slection. Aprs les liminatoires, cinq studios de graphisme sont invits un pitch, parmi lesquels certains graphistes nationaux de renomme, tels quIrma Boom et Mevis & Van Deursen. Peu de muses peuvent compter sur autant de talent graphique, seulement quelques coups de pdale du Stedelijk Museum, mais un jury externe opte nanmoins pour le Parisien Pierre di Sciullo. La collaboration se termine de manire abrupte lorsque Van Tuyl tire la porte sur soi. Laffaire est brivement annonce dans un communique de presse, stipulant que le nouveau directeur a une vision diffrente propos de lidentit visuelle et du branding du Stedelijk Museum. Quant savoir quelle est prcisment cette vision, les paris restent ouverts.

    Lex a du mal comprendre lattitude du Stedelijk Museum: Pourquoi Gijs van Tuyl se dpche-t-il de passer cinq graphistes en revue, alors quil sait quil est sur le dpart? Ce serait un heureux hasard si le choix du nouveau directeur concidait avec celui de son prdcesseur, non? Pourquoi nont-ils pas simplement choisi Mevis & Van Deursen? Ils travaillent dj pour le Stedelijk Museum, ont un bureau Amsterdam, cadrent par-faitement dans le monde artistique et font un travail intressant, trs contemporain. Mais Gijs van Tuyl voulait surtout provoquer, lancer le dbat, il fallait que ce soit diffrent et radical. Alors quil sagit du produit et non pas du dbat autour, nest-ce pas?

    Le toll provoqu par le projet du style maison du Stedelijk Museum montre quel point la relation entre le client et le graphiste a chang. On ne choisit plus un graphiste spcifique qui est dans le droit fil dune stratgie avance. Pourquoi inviter cinq graphistes qui sont pour ainsi dire incomparables? Vous savez quoi

    vous attendre avec tel ou tel designer, non? Quelle situation de gaspillage.

    Bien de consommationLa culture est de plus en plus souvent une question de marketing. Le cas chant, un pitch revt rapidement lallure des Idoles. Ce que font les graphistes, ce quils dfendent, semble accessoire. La seule question qui occupe tout le monde est de savoir: qui va gagner? Mais les graphistes ne sexpriment pas franchement non plus lorsquil sagit de prserver le culte des toiles. Une certaine glorification de soi nest en effet pas inhabituelle dans le monde du graphisme: Je ne supporte pas que les graphistes parlent de mon dernier livre, comme sils lavaient crit eux-mmes. Ils nont fait que le concevoir et si cela signifie que cest leur livre, alors cest tout aussi bien le livre de limprimeur ou du relieur. Tout le monde veut faire lobjet de toutes les attentions. Pas une semaine ne passe sans quil y ait une prsentation de livre, une confrence ou une exposition. En tant que graphiste, vous devez toujours tre prsent et vous dfinir. Si vous ntes pas sur Facebook ou si vous navez pas un site web flashant, vous nexistez pour ainsi dire pas. Je ne peux pas imaginer un autre secteur professionnel publiant autant douvrages propos de collgues. Gnralement, il sagit aussi du plus beau livre grand format: il doit surtout tre pais, impressionnant, imprim sur des papiers exotiques et repousser les limites de la technique dimpression. Cest magnifique voir, mais quelle en est la ncessit? Il existe une telle surabondance de nos jours. Au motif que tout est possible, tout doit tre fait.

    La culture est commercialise et le graphisme est rduit un bien de consommation rotation rapide. Dans cette culture du jetable plus rien ne semble encore rester debout, moins dy prter une attention constante. La prennit devient un concept relatif sur un march o loffre connait une croissance permanente. Les moyens deviennent videmment de plus en plus lgers. Actuellement, il vous faut au moins deux semaines pour visiter toutes les expositions de tous les projets de fin dtudes des acadmies artistiques. Jadis, tout tait plus simple et se faisait sur une plus petite chelle: au moment de votre examen de fin dtudes, quelquun vous remarquait, vous passait ensuite votre premire commande ou vous introduisait quelque part. Devoir recommencer zro me parat incroyablement compliqu aujourdhui. Quel est votre profil, quels sont vos clients, comment allez-vous trouver votre voie?

    Si la cration graphique devient un produit jetable, disponible au got du jour, quen est-il alors de laffiche, peut-tre est-elle lultime expression graphique? A-t-elle encore un rle jouer dans la violence visuelle des rues?

    Lex Reitsma profiel/profil

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    15

    van boven naar onder/de haut en bas

    1000 dagenEen kalender van/Un calandrier de

    Lex Reitsma en Wim de WagtStichting Millenium, 2000

    1997

    Postzegelvel 100 jaar KVGO/Planche de timbres 100 ans de KVGO

    PTT Post, 2001

    Postzegelvel Jan Wolkers/Planche de timbres Jan Wolkers

    TNT Post, 2007

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    16

    Nest-elle pas un moyen de communication trop lent par rapport au flux rapide des in-formations sur internet? Il y a peu encore, espace publicitaire bon march pour une poudre lessiver, laffiche commerciale existe aujourdhui quasi uniquement en format billboard ou Mupi. Mme son rle dans les mouvements protestataires et le militantisme, jadis si important pour le dveloppement et la russite de lart de laffiche aux Pays-Bas, semble dfinitivement mis au placard. En effet, qui croit encore en cette notion vieillotte despace public comme lieu de dbat? Seule laffiche culturelle semble encore survivre, mais a-t-elle encore une fonction? Certaines tudes de march affirment parfois que les affiches sont inutiles. Cest videmment insens, car on ne peut pas mesurer leffet des affiches. En tant quinstitution culturelle, les affiches sont incontournables; elles vous donnent une prsence dans la ville. Oblig, sinon vous nexistez tout simplement pas. Le pouvoir recruteur des affiches fonctionne indirectement ou long terme. Je dis toujours quune affiche nexiste pas seulement pour lexposition prsente, mais galement pour la suivante. La clart communicative est dune importance cruciale pour Lex Reitsma, et cela se voit dans lattention particulire quil prte la spcificit du support. Il ralise les croquis de ses projets sur un format A7, question de pouvoir sonder leffet de laffiche dfinitive sur un spectateur qui se trouve une distance loigne. En mme temps, il est particulirement raliste quant lavenir de la feuille de papier placarde: Tout devient de plus en plus lectronique. Cest invitable.

    SignatureIl nest pas simple de situer luvre de Lex Reitsma du point de vue stylistique. Peut-tre pouvons-nous le mesurer quelques grandes lignes du graphisme nerlandais? lheure o nous nous entretenons avec lui, le Stedelijk Museum organise une exposition rtrospective de Wim Crouwel. Lex apprcie luvre de Crouwel, mais ne se retrouve pas dans les postulats de sa fonctionnalit prtendument froide et rationnelle: Wim Crouwel pense toujours quil est trs objectif. Il refuse dtre un perturbateur, est oppos au bruit de fond. Mais que fait-il? Pour des affiches dexposition, il va crer des fontes ou des formes qui, selon lui, ressemblent luvre de Fernand Lger ou Edgar Fernhout. Alors je me dis: quel point peux-tu tre subjectif? Il rduit luvre dautrui quelques lignes dont il estime quelles se rapprochent au mieux de luvre de lartiste. Sur une affiche ralise pour Frantiek kupka, il place une courbe qui sassocie peut-tre mieux au travail de Frank Stella. En soi, cest peut-tre aussi de lart, mais sign Wim Crouwel cette fois. Il a fait de superbes affiches de cette manire, mais dans ce cas, il ne faut pas prtendre avoir la volont de communi-quer de manire limpide et neutre.

    Il est clair que les affiches de Lex Reitsma prsentent peu danalogies avec les principes de Crouwel, mais avec quoi en prsentent-elles? Dans son uvre, par exemple, nous ne retrouvons pas non plus le ct ludique dmesur de Jan Bons, ni lengagement de Wild Plakken, ni mme la provocation dAnthon Beeke. Dans les premires affiches du DNO, nous remarquons demble que Lex se sert de techniques htroclites. Parfois cest la typographie qui domine, parfois cest la photographie compose en studio qui est dterminante. Dans la diversit de ses jeunes annes, nous retrouvons toutefois dj quelque chose qui se manifestera davantage plus tard, quelque chose que nous pouvons baptiser son style idiosyncratique. Cest un idiome qui se retrouve dans lensemble des brochures, des livres ou des timbres, cr par Lex Reitsma: Je vois toujours revenir la mme signature. Il y a une sorte dapproche, daffinit ou de sentiment quant aux proportions sur lequel je dbouche chaque fois. Jignore o cela se situe prcisment, mais cet lment est entre-temps devenu reconnaissable. Je nessaie dailleurs pas de lutiliser ou de lviter consciemment. Je ne peux que constater sa prsence chaque fois. Travailler pendant vingt ans pour le mme client prsente des avantages et des incon-

    Lex Reitsma profiel/profil

    De Nederlandse Operaomslagen programmaboekjes/couvertures livrets de programme

    ontwerp en fotografie/concept et photo(s): Lex Reitsma

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    17

    vnients. Dune part, Lex ne doit pas se faire de soucis quant au respect mticuleux dun style maison prescrit, car son style de conception correspond tout simplement lidentit visuelle du DNO. Dautre part, il est de ce fait difficile daccepter dautres grandes commandes similaires: Je suis si attach au DNO que je ne pourrais pas accepter de crer la commu-nication complte, par exemple, pour le Toneelgroep Amsterdam. Il est impossible de faire les deux en parallle, car vous emportez votre signature. Cest invitable.

    Mme sil ne peut pas mettre le doigt avec prcision sur ce qui le distingue des autres, nous nous permettons ici de citer (seulement) trois lments qui caractrisent son uvre: clart, harmonie et contenu.

    Nous avons dj soulign que la fonction communicative dune affiche est primordiale pour Lex: le message doit tre clair. Cela sexprime, par exemple, dans une approche fonctionnelle de la typographie, qui doit tre diffrente pour laffiche et le programme. Sur les affiches, les informations utiles sont parfois durement renvoyes dans un petit recoin, ncessitant une loupe pour chercher le quoi, le o et le quand. Sur les affiches du DNO, les informations utiles vous sautent tout simplement aux yeux. Ce qui ne veut pas dire pour autant que le texte prdomine. Dailleurs, Lex estime quune affiche exclusivement typo-graphique est souvent trop rserve. Non, il y a suffisamment despace pour limage afin de soutenir lattention du spectateur. Depuis quelques annes, ces images se composent surtout de photos prises en studio par Lex en personne et qui sont rarement superposes. Sur les affiches de Lex, il ny a ni avant-plan, ni arrire-plan: limage nest pas glisse sous le texte comme un papier peint dcoratif et le texte nest pas pos sur limage comme une tiquette volante. Les deux sont en quilibre.

    Cette harmonie sexprime encore dautres manires. Sur sa dernire affiche, pour le spectacle Iphignie et Aulide/Iphignie et Tauride, lharmonie est prsente de manire vidente dans la structure en miroir de laffiche. tant donn quil sagit dune double reprsentation, Lex trouve naturel que le plan soit double, ait un ct suprieur et un ct infrieur. Cela cre non seulement un ensemble visuel quilibr, mais cela correspond galement au contenu de luvre: Je suis toujours trs occup essayer de faire remonter le contenu. Je dois trouver une sorte dessence, de signification lmentaire de luvre avant de pouvoir me mettre au travail. Ensuite, je recherche une image directement associe luvre. Il faut que cela se rapporte quelque chose. Lex puise son inspiration dans la prparation dune reprsentation spcifique. Six semaines avant une reprsentation lquipe artistique de la production se runit. laide

    de costumes, de dcors et de maquettes en tous genres, lensemble de la reprsentation est radiographi et le concept de luvre est rendu palpable. Cest ma plus grande source dinspiration. Jy acquiers la connaissance ncessaire et jessaie de trouver une approche. Les metteurs en scne, tels que Willy Decker, ont une approche tellement claire quaprs un tel expos, je peux immdiatement me mettre louvrage. Une vision claire du metteur en scne produit gnralement la meilleure affiche. En effet, une affiche nest pas une simple enveloppe esthtique. Vous devez savoir de quoi il retourne et pour cela, le mieux, cest de parler avec les personnes qui sont troitement impliques dans une reprsentation. Plus ils vous racontent de choses, meilleur sera le rsultat. Une bonne forme respecte toujours le contenu, jen suis convaincu.

    Dans son processus de cration, Lex adopte la mme attitude analytique que celle qui est la base de ses documentaires. Toutefois, cette aspiration la plnitude de sens sarrte lorsquelle entrave la clart communicative. Pour Lex, les affiches dopra ne sont pas un lieu de critique sociale ni dinterprtation strictement personnelle: Ma cration est au service de la vision du metteur en scne. Je prfre ne pas commenter son commentaire. tant donn le traitement du matriel visuel et les lments ncessaires, tels que le texte et le logo, tant de choses sont dj couches sur papier que je refuse dy ajouter une quelconque assertion personnelle. Il ny a pas assez de place pour cela. Lex napprcie pas que les graphistes se comportent comme des artistes manqus. Il prfre le bon sens et le chemin qui mne droit au but: Jai un problme lorsque les graphistes font quelque chose avec ce qui nexiste pas. chaque fois, je me demande pourquoi doivent-ils agir comme a? Pour laffiche dIphignie, par exemple, je voulais travailler avec une hache. Mon point de dpart tait que le personnage dIphignie est tant lauteur que la victime; une hache assomme lautre. Jai personnellement pris des photos de la hache utilise sur scne. Je ne vais pas chercher mes propres haches ou dvelopper quelque chose de spcial autour du concept de la hache. Non, la hache sur laffiche est la mme que celle que vous verrez tantt sur scne. En quoi cela devrait-il poser un problme au graphiste?

    CalvoliqueLes affiches de Lex Reitsma confrent au DNO une vritable prsence dans les rues. Mais lopra est un genre riche et ce nest pas du tout vident dimaginer chaque fois une expression visuelle adquate pour telle ou telle uvre spcifique. Lex simpose donc dordonner le grand nombre dinfor-mations et de les distiller pour en tirer une essence, une image qui reflte au mieux lexprience unique de luvre.

    De quoi sagit-il? est la question que Lex se pose chaque nouvelle affiche. Cette mme question cl quil se pose dans ses documentaires et lorsquil commente les habitudes de son mtier.

    Ses affiches laissent une empreinte dunit, exprimant tant le contenu de luvre que la signature de Lex lui-mme. Les deux sont dissocis: son style graphique personnel ne se mlange pas au message quil fait passer, mais montre nanmoins la manire dont il filtre et traite le contenu abord. Les affiches ne veulent pas bousculer notre conscience, ni choquer, ni embrouiller. Elles ne sont pas une excuse pour coqueter, ni pour faire un commentaire idologique. Lex choisit de rester fidle lesprit de luvre et la vision du metteur en scne. En ce sens, il respecte galement le concept de lopra en tant quuvre dart totale ou Gesamtkunstwerk.

    Que les affiches offrent une communication claire ne signifie pas quelles soient une solution de facilit pour autant. Au contraire, elles tmoignent dune aspiration permanente au contenu, la typographie fine, lattention pour le dtail, lquilibre subtil entre image et texte. Les affiches sont sres delles, dvoilent une confiance dans lloquence dune composition choisie avec soin. Peut-tre pouvons-nous dcrire luvre de Lex Reitsma comme tant calvolique, selon les dires dAnthon Beeke une mtaphore mise en forme de manire stricte, mais nanmoins frivole et lgante.

    videmment, la russite de la collaboration entre Lex Reitsma et le DNO pourrait sexpli-quer par la situation nerlandaise unique: lapprciation sociale pour le graphisme est grande, les graphistes sont reconnus pour leurs mrites et les clients sont bien duqus. Mais les commandes long terme ne sont plus une vidence, mme aux Pays-Bas. Peut-tre devrions-nous plutt chercher les raisons de ce succs dans le respect mutuel, la vision partage et le contact personnel entre graphiste et client. Peut-tre quun bon projet graphique rsulte tout simplement de la volont des deux parties den faire chaque fois le meilleur. Serait-ce possible que ce soit si simple?

    par Steven Cleeren

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    18

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    19

    addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    I remember buying a poster from the Irish artist Les Levine in the early nineties, showing George Bush senior holding his hand up, shouting: No new artists! Was this supposed to portray Bushs ultimate attempt to stop artistic activism, or his final endeavour to dictate other peoples minds? I never found the answer but it certainly felt that way.Sometime in the late nineties, after having reorganized my studio, I wrote the following: Graphic design is entering a new era. It will assimilate visual, complex relational tasks, which requires total cross-platform thinking, make use of the most appropriate technologies & link a general to a specialist approach. We will have to look beyond the boundaries of design, starting from a sharply defined visual strategy and strong interaction with viewers expectations. Design with social and economic relevance. Sometimes related to art, at other times to technology.

    One decade on and two Integrated conferences later, this observation seems not to have lost any of its relevance. Since then, numerous discussions with designers, artists, teachers, cura-tors, clients and last but not least students, have focused the minds and confirmed our earlier assessment: todays design and artistic landscape has become more complex and more complicated, but also more interesting fascinating, even. Over the same period, human activities including thinking processes have become inextricably intertwined with technology. Alongside the influence of rigid conceptual thought, intuition and passion have regained their rightful place as instigators of the creation of form. Anything goes, anywhere and everywhere, without any restrictions which is a quite a reassuring thought.

    Lets get rid of all dictates: Integrated2011!

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    Integrated2011 third edition already! is more determined than ever to establish connections between graphic design and other fields and disciplines. Integrated2011 is ambitious, inquisitive, eager to make use of a refreshing mix of images, ideas and words, with a view to uncovering the complexity of design and all processes of any kind which may occur in any creative discipline - such is the scope of Integrated. Should we deduce from all this that everything is always connected with everything else? You know the big picture? Does it matter? Recognition and acknowledgement of subtle nuances have turned out to be an excellent filter, and being a teacher in this field means no more and no less than recognising and acknowledging complexity en nuances. Spotting potential synergies is the logical next step, and this is what feeds the insight that connection is everything. Contemporary art education is always evolving it should be, anyway and in this context, it has become clear that delimitations between disciplines are fading. This may result from the fact that design and artistic processes have become more universal and therefore less firmly tied to their original specificity and technicality. But is this the only reason? Specialisation is also on the increase, and this entails interaction, not contradiction. The fading of barriers should be considered as an opportunity to make connections between domains, not as a watering down of their unique characteristics, and this evolution is in no way conducive to shallowness on the contrary.

    So this is all crossover stuff, really you might conclude. Yet crossover may have become too banal a term, due to overuse in glossy magazines, giving it a connotation of fashionable volatility and superficial posing. Which is why notions such as interconnection are more appropriate to describe exchanges and collaborations between artists, designers, musicians, scientists, clients and entrepreneurs, that bring into existence new developments in domains no one previously knew they existed.

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    21

    Integrated2011 third edition already! is more determined than ever to establish connections between graphic design and other fields and disciplines. Integrated2011 is ambitious, inquisitive, eager to make use of a refreshing mix of images, ideas and words, with a view to uncovering the complexity of design and all processes of any kind which may occur in any creative discipline - such is the scope of Integrated. Should we deduce from all this that everything is always connected with everything else? You know the big picture? Does it matter? Recognition and acknowledgement of subtle nuances have turned out to be an excellent filter, and being a teacher in this field means no more and no less than recognising and acknowledging complexity en nuances. Spotting potential synergies is the logical next step, and this is what feeds the insight that connection is everything. Contemporary art education is always evolving it should be, anyway and in this context, it has become clear that delimitations between disciplines are fading. This may result from the fact that design and artistic processes have become more universal and therefore less firmly tied to their original specificity and technicality. But is this the only reason? Specialisation is also on the increase, and this entails interaction, not contradiction. The fading of barriers should be considered as an opportunity to make connections between domains, not as a watering down of their unique characteristics, and this evolution is in no way conducive to shallowness on the contrary.

    So this is all crossover stuff, really you might conclude. Yet crossover may have become too banal a term, due to overuse in glossy magazines, giving it a connotation of fashionable volatility and superficial posing. Which is why notions such as interconnection are more appropriate to describe exchanges and collaborations between artists, designers, musicians, scientists, clients and entrepreneurs, that bring into existence new developments in domains no one previously knew they existed.

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    New research domains are proof of this. The academisation of art education has come a long way since the Bologna agreements. Designers and artists are appropriating fields and implementing methods that are not purely creative and do not automatically result in a product or artefact. In other words: the process leading to the creative result and the analysis of a thesis aver to be as important, if not more important than this end goal.

    So research is the magic word here. This loaded expression shook the world of contemporary art education and introducing research into the curriculum was no picnic, neither in autonomous art nor in applied art. The distinction between these fields is a stale notion, as far as we are concerned is there a fundamental difference and if so, what is it? And is this a relevant question in 2011? In this context, the statement Renaud Huberlant (Professor at the cole de recherche graphique in Brussels) made at Integrated2009 remains totally relevant: Graphic designers worldwide have reached a high level of competence. They are able to produce some marvellously designed materials aided by state-of-the-art professional tools. But whats next? Will they go on reflecting on their role as designers, on communication, and more specifically on their contribution to public space? Are they prepared to collaborate: town planners, architects, artists, marketeers and even politicians?

    Renaud Huberlant was talking about graphic designers then. But does this reasoning not apply to artists just as well? Should artists and designers keep functioning within their familiar, neatly separated worlds (and circuits) of galleries, art centres, collectives, workshops, design studios, agencies and/or hip design stores? Is the world of academic art education prepared to share its allocated space with alternative forms and are students, teachers, authorities and the public prepared to accept this? Will students have an artistic future and be economically relevant unless they have carefully considered this idea? What happens when designers and artists allow themselves to be led by the dictates of marketeers and curators? Seeing as the dividing line between artistic and commercial commissions has become non-existent? More questions than answers there

    Instead of declaring allegiance to either the artists flag or the designers flag, we might consider marching under one and the same banner, as autonomous designers and functional designers - as well as designers who are both? Would that be plausible? And above all: isnt it about time to move on from this obsolete, outdated contentious issue? (Just in case this proposal sounds like a dictate: out with it! No more dictates!)Fortunately, our inventive souls are intangible and cannot be pigeonholed, so all configurations and variations are viable: the designer or artist as in-your-face upstart as shrewd commercial actor, those who think and those who do, pictorialists, creators of conceptual solutions, theorists and hands-on workers, organisers and entrepreneurs, in any hue or colour, in the centre or in the margins they occupy the whole spectrum.

    In this way, todays complex pick-and-mix society will see itself reflected in our refreshing ideas, unexpected interventions and surprisingly clever solutions and products. We may reach some solutions that dont solve anything and are in fact completely useless or create products that are utterly absurd or very smart indeed, so they may serve to keep the public from turning sour and jaded, and consumers of all kinds of objects as well as of cultural events and products from getting greedy and lazy.

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    23

    New research domains are proof of this. The academisation of art education has come a long way since the Bologna agreements. Designers and artists are appropriating fields and implementing methods that are not purely creative and do not automatically result in a product or artefact. In other words: the process leading to the creative result and the analysis of a thesis aver to be as important, if not more important than this end goal.

    So research is the magic word here. This loaded expression shook the world of contemporary art education and introducing research into the curriculum was no picnic, neither in autonomous art nor in applied art. The distinction between these fields is a stale notion, as far as we are concerned is there a fundamental difference and if so, what is it? And is this a relevant question in 2011? In this context, the statement Renaud Huberlant (Professor at the cole de recherche graphique in Brussels) made at Integrated2009 remains totally relevant: Graphic designers worldwide have reached a high level of competence. They are able to produce some marvellously designed materials aided by state-of-the-art professional tools. But whats next? Will they go on reflecting on their role as designers, on communication, and more specifically on their contribution to public space? Are they prepared to collaborate: town planners, architects, artists, marketeers and even politicians?

    Renaud Huberlant was talking about graphic designers then. But does this reasoning not apply to artists just as well? Should artists and designers keep functioning within their familiar, neatly separated worlds (and circuits) of galleries, art centres, collectives, workshops, design studios, agencies and/or hip design stores? Is the world of academic art education prepared to share its allocated space with alternative forms and are students, teachers, authorities and the public prepared to accept this? Will students have an artistic future and be economically relevant unless they have carefully considered this idea? What happens when designers and artists allow themselves to be led by the dictates of marketeers and curators? Seeing as the dividing line between artistic and commercial commissions has become non-existent? More questions than answers there

    Instead of declaring allegiance to either the artists flag or the designers flag, we might consider marching under one and the same banner, as autonomous designers and functional designers - as well as designers who are both? Would that be plausible? And above all: isnt it about time to move on from this obsolete, outdated contentious issue? (Just in case this proposal sounds like a dictate: out with it! No more dictates!)Fortunately, our inventive souls are intangible and cannot be pigeonholed, so all configurations and variations are viable: the designer or artist as in-your-face upstart as shrewd commercial actor, those who think and those who do, pictorialists, creators of conceptual solutions, theorists and hands-on workers, organisers and entrepreneurs, in any hue or colour, in the centre or in the margins they occupy the whole spectrum.

    In this way, todays complex pick-and-mix society will see itself reflected in our refreshing ideas, unexpected interventions and surprisingly clever solutions and products. We may reach some solutions that dont solve anything and are in fact completely useless or create products that are utterly absurd or very smart indeed, so they may serve to keep the public from turning sour and jaded, and consumers of all kinds of objects as well as of cultural events and products from getting greedy and lazy.

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    25

    Luckily, we are living in times of crisis, a crisis that works as an irrigation system for seedlings. These seedlings are not growing into a regiment of creatives content to grow in neat rows as and how clients command. These are enthusiastic people who dare to question the question that is put to them, who dig deep enough to find out whether their roots are as they should be: crooked and tortuous. This tortuousness, combined with a sound dose of serendipity, often leads to unique, groundbreaking results, whether these are reached individually or collectively, right here or anywhere else in the world.

    A fleeting thought crossing my mind just now: Can it be true that it is our Western semi-religious craving for the sublime originality of individual art and design that has been leading us toward elitism?

    The field in which we would like to regenerate creatively seems more complex and at the same time vaster than ever. Is it possible that we need to engage in some serious, clear and balanced reflection, and to test the results of this reflection in this ever faster changing real world, in order to be able to serve this world appropriately? After all, despite the political and ecological problems were currently having, people do have to go on with their lives and things will inevitably change preferably for the better! Call me nave, I dont mind. I remain convinced that designers, artists call us what you like, have a fundamental role to play here.Unless we are content to have our egos and our bank accounts fed, and to be featured on the glossy pages of glossy magazines in glossy flagship-concept stores or glossy galleries New artists: please! Hugo Puttaert, 2011 - Integrated2011 - 13/14 October 2011, deSingel, international Arts Campus, Antwerp - www.integrated2011.org

  • 28 Rob Marcelis profiel/profil

    Rob Marcelis (1964) studeerde in 1987 af aan Sint Lucas Antwerpen in het atelier toegepaste grafiek thans illustratieve vormgeving. Zijn eigen ontwerppraktijk was vrij snel vervlochten met de culturele sector, onder meer door in-tensieve samenwerking met toonaangevende theaters & programmatoren als De Blauwe Maandag Compagnie, Theater Zuidpool, Paul Schyvens (Rataplan/De Roma) en natuurlijk ook met Barbara Wyckmans, sinds 1999 aan het hoofd van HETPALEIS. Zij werd in 2008 door de Vlaamse Overheid uitgeroepen tot cultuurmanager van het jaar, omwille van haar eigenzinnige en doorge-dreven transformatie van wat het koninklijke Jeugdtheater Antwerpen was tot wat nu het bruisende HETPALEIS is. Een begrip in Vlaanderen en Nederland. Wie is er als ouder of als kind niet mee naartoe getroond, of zag niet n van hun vele producties in n van de talrijke cultuurcentra die Vlaanderen rijk is?

    Rob staat erop om te vermelden hoe belang-rijk de synergie met Barbara Wyckmans en haar communicatieverantwoordelijken wel is geweest en nog steeds is. Dit wederzijdse vertrouwen is ook een fundamentele voor-waarde, want intussen werkt Rob reeds 14 jaar met hen samen. Vertrouwen wordt doorgaans

    PaPyRuS addmagazine.eu

    langzaam opgebouwd, maar steunt vaak ook op een persoonlijke klik en het gevoel op dezelfde golflengte te zitten. Iedereen weet intussen dat het alom verguisde shopgedrag ook in vele cultuurhuizen is binnengedrongen. Niet in deze relatie opdrachtgever-ontwerper, dus. En al verlopen de contacten niet altijd even makkelijk met soms moeilijke, intense en fundamentele discussies tot gevolg dit is juist wat deze samenwerking heeft gemaakt tot wat ze momenteel is: een stevig huwelijk. Of maak daar maar een stevig samenlevings-contract van.

    Rob Marcelis is (zoals Lex Reitsma voor DNO) zo onlosmakelijk met HETPALEIS verbonden, dat het lijkt of de ene niet zonder de andere kan. Of althans, het is moeilijk om het je anders voor te stellen. Al weet iedereen natuurlijk dat niemand onmisbaar is, maar toch is deze jarenlange samenwerking opmerkelijk en vrij zeldzaam. Rob ontwikkelde een onmiskenbaar gezicht voor HETPALEIS, maar hij wist ook zijn oeuvre, noem het stijl of aanpak, zodanig in de aandacht van de publieke ruimte te brengen dat hij een fundamentele waarde werd in het Vlaamse ontwerplandschap en daardoor vele jonge ontwerpers inspireerde. Of ook wel hal-velings gekopieerd werd. Maar dat beschouwt hij als een compliment

    De samenwerking met HETPALEIS begon hij samen met collega ontwerper Herman Houbrechts. Wat gestart was met het ontwerp van een soort mascotte werd snel het nieuwe logo. Het logo is nog steeds actueel, al probe-ren we het met kleine aanpassingen wel fris te houden, vertelt Rob. Hoe slim en simpel kan een logo zijn: de P, enerzijds als lolly, ander-zijds als likkebaardende tong. Je kan er ook een vlag in zien. De vorm zat goed en werd al gauw het beeld dat meteen d associatie opriep met HETPALEIS. Herman en Rob werkten samen, elkaar aanvullend, als elkaars klankbord. De samenwerking was redelijk intens. Soms keek Herman over mijn schouder mee en gaf hij het ontwerp die laatste draai waardoor alles klopte, lacht Rob. Dat was absoluut nooit een lucky shot, het was gewoon het resultaat van de vakkennis en het inzicht van Herman.

    Herman Houbrechts is sterk in samenwer-kingsverbanden, werkte o.m. ook samen met Gert Dooreman en Tom Hautekiet (cf. Addma-gazine nr. 4) en hij kon ook de opdracht vanuit een globaal concept benaderen. Hij bouwde intussen ook een jarenlange samenwerking uit met kunstencentrum Stuk in Leuven. Bij Rob lag dat enigszins anders, hij is meer een beeldenmaker, die de complexiteit ontrafelt en picturaal naar zijn hand zet, in steeds wis-selende combinaties. Hoe dan ook, na een tijdje besloten ze in onderling overleg dat Rob voortaan alleen zou werken voor HETPALEIS. De doorbraak kwam met wat hijzelf bestempelt als logobeelden, in het seizoen 2001-2002.

    Rob Marcelis.Een (typo)grafische potpourri, maar dan wel n van de beste soort.

    Rob Marcelis figureerde reeds langer op onze shortlist, tot het thema van dit nummer ons meteen het perfecte alibi bezorgde om hem te interviewen. Want als gedreven en bijzonder vakkundig grafisch ontwerper is Rob Marcelis immers een onverbloemde picturalist die o.m. affiches ontwerpt die doen wat goede affiches betaamt: op het netvlies kleven en vooral blijven kleven. Zoals die ene song die zich op een veel te vroege ochtend van een veel te grijze dag vrolijk een weg baant doorheen je brein om je de hele dag ge-zelschap te houden. Zo blijven ook zijn affiches in je herinnering rondwaren, als markeerpunten van wat je op straat gezien hebt. Rob bouwde er een oeuvre mee uit, samen met HETPALEIS, een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars in het hart van Antwerpen. Zo titelt hun website, zo luidt ook de hel-dere toon van hun communicatie.

  • 29

    addmagazine.eu IN PROGRESS

    linkerpagina/page de gauche

    Arena, 2010

    rechterpagina/page de droite

    Weg en weer, 2001De winter onder de tafel, 2001Fink, 2002Het appartement, 2001Roodkapje, 2001De 3 badhuisjes, 2001

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    30 Rob Marcelis profiel/profil

    Affiches waarop een gestileerde illustratie logo wordt, een logobeeld dus, waarmee Rob onmis-kenbaar sommige jonge collegas inspireerde. De beeldtaal was dan ook bizar, fris en hip. Maar steeds was Rob ongrijpbaar, want altijd zoekend naar nieuwe spinsels.Daarom viel de keuze van de cover van Addmagazine in progress op het oorspronkelijk beeld voor de voorstelling koffers op reis, metaforisch verwijzend naar de drive achter zijn oeuvre - want het woord oeuvre is hier wel degelijk op zijn plaats.De keuze voor logobeelden was een resolute keuze. Ik gebruik niet de fotos die sommige the-atermakers willen dus geen afbeeldingen uit hun voorstelling of van de acteurs in mijn werk. De affiche staat voor mij naast de voorstelling, de voorstelling vormt de aanleiding om een af-fiche te maken, een creatief statement op zich-zelf, om in de stad aanwezig te zijn en liefst zeer prominent stelt Rob. Inderdaad, vrolijk oogt zijn werk, als een verfrissing tegen verzuring.

    Natuurlijk hebben sommige van de opdracht-gevers en medewerkers (HETPALEIS werkt vaak samen met andere theatergezelschap-pen, n.v.d.r.) vaak een andere kijk op een af-fiche en ontstaan er soms verhitte discussies, maar dat hoort erbij. Het gaat om het gezicht van HETPALEIS. Ik sta open voor commentaar of kritiek, maar de affiches die ik ontwerp, laten zich niet zomaar wijzigen, door bijvoorbeeld de achtergrondkleur te vervangen door blauw, omdat het decor blauw is. Rob is duidelijk over zijn rol. Ook samenwerken met een illustrator of fotograaf werkt niet voor de HETPALEIS-af-fiches. Ik weet ook niet waarom, wellicht omdat ik absoluut zelf het beeld wil bepalen. Het blijft inderdaad een wat bizar maar daarom ook zo boeiend raadsel.

    Wellicht raakt hij hier een heikel punt aan. Moet een affiche altijd weergeven wat in het stuk gebeurt? Inhoudelijk en liefst ook vor-melijk of verbeeldend? Er ontstaan daarover steeds verhitte discussies op diverse blogs of tijdens publieke debatten na bijvoorbeeld de uitreikingen van de TAP (Theater Affiche Prijs) in Nederland of de Power of Print (Culturele Affiche wedstrijd) in Vlaanderen. Rob wordt voor deze laatste altijd genomineerd, maar heeft de prijs nog nooit gewonnen. Altijd te worden genomineerd lijkt ook voor hem (net als voor Lex Reitsma) eerder een handicap te zijn geworden.

    Maar goed, Rob stelt: Net omdat de affiche op zich staat, kan ze een verhaal vertellen. Verhalen zijn belangrijk, zeker voor een jeugd-theater, en duidelijke beelden blijven hangen, ze ondersteunen de prominente aanwezigheid van HETPALEIS in het straatbeeld. Ook al staat dit laatste fenomeen onder druk. Billboards worden haast onbetaalbaar, maar toch blijven de affiches onlosmakelijk verbonden met de positie, de herkenbaarheid van het huis.

    Rob refereert ook o.m. naar Grapus, het le-gendarische Parijse collectief, opgericht door Pierre Bernard in 1970, dat de publieke ruimte wist te bezetten met zijn vormelijk n anar-chistisch pleidooi, ogenschijnlijk vlot gemaakt maar niettemin het resultaat van een proble-matische synergie van de 4 oprichters, die ook politiek actief waren, met Pierre Bernard als vaandeldrager van hun gedachtegoed. De Grapus-leden (met o.m. ook Grard Paris-Clavel, Alex Jordan & Jean-Paul Bachollet), hadden een zeer expliciet sociaal, cultureel n politiek engagement, ze werkten voor expe-rimentele theatergezelschappen en ook voor de Parti Communiste. Hun vormentaal en hun ongebreidelde controversile aanpak is inspi-rerend geweest voor generaties ontwerpers. Ook voor Marcelis dus, want het valt niet

    linkerpagina/page de gauche

    Erik Pinksterblom, 2006Klovjoe, 2006B= A, 2007De Marcellinis, 2009Terug naar Brezjnev, 2008

    rechterpagina/page de droite

    Armandus de zoveelste, 2008

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    31

    linkerpagina/page de gauche

    Erik Pinksterblom, 2006Klovjoe, 2006B= A, 2007De Marcellinis, 2009Terug naar Brezjnev, 2008

    rechterpagina/page de droite

    Armandus de zoveelste, 2008

  • addmagazine.eu IN PROGRESSPaPyRuS addmagazine.eu

    32 Rob Marcelis profiel/profil

    te ontkennen dat ook zijn werk voor HETPALEIS wat propagandistische trekjes heeft. Vriende-lijk, dat wel en absoluut niet politiek, nooit dwin-gend ook, maar wel in een taal die verhalen brengt die het buiten het paradigma van com-mercile huizen en succesvolle concerns als Studio 100, Nickelodeon of Pixar vallen, het commercile idioom waarin kinderen voortdu-rend in alle media worden aangesproken. Me-diaconcerns beheersen dit visuele landschap immers heel sterk en bepalen de beeldtaal waarmee kinderen worden omringd. Weinige huizen zijn in staat een totaal ander geluid te laten horen. HETPALEIS doet dit wel reeds lang mede dankzij het werk van Rob Marcelis. Dat is toch wel een opmerkelijke verdienste.

    Je zou het werk van Rob Marcelis ook als volgt kunnen omschrijven: een steeds veranderende soms eclectische (typo)grafische potpourri, waar illustraties geen illustraties zijn, waar fotos geen fotos zijn, maar waar het resultaat wel n zeer herkenbaar en nauwkeurig uitge-kiend beeld wordt. In een eigenzinnig rafelwerk van typografie en uitdrukkelijk kleurgebruik dat fungeert als een soort lijm om dit alles te binden. Het ziet er zo gemakkelijk uit, maar dat is het zeker niet. Rob beheerst dit vak zo sterk dat hij er een eigen stijlvorm heeft van gemaakt. Je zou het begrip stijl in deze in vraag kunnen stellen, want zijn werk is steeds in evolutie. Hij weigert om voortdurend uit het-zelfde spreekwoordelijke vaatje te tappen en gaat daarom op zoek naar andere elementen, andere oplossingen, ook al heeft de opdracht-gever hier niet om gevraagd. Stijl is dus een evolutief gegeven in het werk van Marcelis. Hij brouwt steeds nieuwe cocktails waarbij steeds alles kan en alles mag, met wisselende ingredi-enten. Op n voorwaarde: Rob doet de shake.

    Een treffend voorbeeld: de affiche voor Aman-dus De Zoveelste, een hedendaags sprookje met koningen, prinsen, prinsessen, kabouters, een elfenkoningin, een zwarte ridder, een sprekende pad, een te goede heks, een draak en een happy end. Geschreven en geregis-seerd door Dimitri Leue. De stap van de ko-ningfiguur uit het stuk naar de koning van het kaartenspel is weliswaar klein, maar de manier waarop Rob de baarden van de roterende ko-ningen vervlecht tot een soort goedlachse en ongevaarlijke swastika in min of meer maar niet helemaal dezelfde hoek geplaatst is be-vreemdend sterk en, belangrijker: meteen ht gezicht voor het stuk. Alles functioneert perfect in dit beeld: de ogenschijnlijk lukraak geplaatste typografie, de slimme plaatsing van logo en de praktische info. Leesbaar in n oogopslag, goesting gevend om meteen tic-kets te bestellen. Dit is Rob Marcelis ten voe-ten uit. Deze affiche toont het vakmanschap dat hij zo meesterlijk beheerst, dat overal zit, zeker in de details, en het gevolg is van een intutief buikgevoel, gecombineerd met vorm-kennis en een grote technische expertise.

    Zulke ontwerpen en affiches zijn meestal het gevolg van een heel duidelijk beeld dat reeds in zijn hoofd zat, ook al kan het tijdens de uitwerking nog heel wat kanten op. Het basisidee is er vaak heel snel. zegt Rob. Ik toon ook maar n ontwerp, er is namelijk op dat moment voor mijn part maar n ontwerp het beste, en dat wil ik graag uitgevoerd zien. Zon ontwerp dat voor mij goed zit zal ik ook met hand en tand verdedigen. Al ben ik wel bereid om indien ze terecht zijn naar opmerkingen te luisteren, een aantal dingen te wijzigen, de essentie van het ontwerp tracht ik overeind te houden. Geef toe, daar is weinig tegen in te brengen. Een goede affiche an sich kan ook nooit het gevolg zijn van eindeloze compromissen. Zelfs niet het simpelweg wijzigen van een kleur dit is immers geen detail, dit is essentie.

    Even tussendoor: tijdens ons gesprek word ik opgebeld met de vraag om een workshop te geven over de kracht van het beeld in de theateraffiche, iets waar ik Rob meer ervaring mee toedicht, zodat ik hem prompt de telefoon in de handen stop. Rob poeiert de vriendelijke dame die ik aan de lijn had echter zeer beleefd maar gedecideerd af. Over mijn werk praten in groep is niets voor mij zegt Rob. Ik moet glimlachen want zelden heb ik een zo helder verwoord en geanimeerd discours als het zijne mogen aanhoren

    Er is nog leven na(ast) HET PALEISWat voorafgaat zou kunnen doen vermoeden dat Marcelis slechts voor n opdrachtgever werkt. Of dat hij alleen affiches ontwerpt. Van-zelfsprekend werkt Rob Marcelis nog voor vele andere opdrachtgevers, al wordt zijn naam logischerwijze vaak met HETPALEIS geassoci-

    eerd. En even vanzelfsprekend ontwerpt hij ook brochures, boeken, flyers, logos en websites. Ook dit laatste boeit hem. Een goede werkbare interface ontwerpen is in wezen toch niet zo fundamenteel verschillend van een goede hi-rarchie en lay-outgrid van een boek? stelt hij.Voor De Roma werkt hij al sinds de opening van deze Borgerhoutse volksschouwburg. Het Antwerpse Diamantmuseum, Cultuurhuis Rataplan en theater FroeFroe zijn reeds lang klant alsook Prospekta, centrum voor kunst-communicatie. Voor deze laatste maakte hij ontwerpen voor de jaarlijkse Cultuurmarkt, de Cultuurnacht en sinds kort ook voor de Muse-umnacht in Antwerpen. Het stervormige logo dat hij daarvoor ontwierp kreeg via Facebook zelfs felicitaties van Paul Ibou, toch een abso-luut icoon. Daar ben ik best fier op, zegt Rob.

    Tot slot. Rob heeft het niet begrepen op te ver-regaande grafische moeilijkdoenerij. In die zin voelt hij zich meer een klassieke vormgever, al valt ook dit te betwijfelen. Hij huldigt de stel-lingen dat alles reeds gedaan is of dat alles eerst volledig moet worden afgebroken dui-delijk niet. Inderdaad, de omvang van de dis-ciplin