Aanvullende informatie bij de beelden Appendix - beeldinfo.pdfPDF fileAanvullende informatie bij de...

Click here to load reader

  • date post

    28-Aug-2019
  • Category

    Documents

  • view

    237
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Aanvullende informatie bij de beelden Appendix - beeldinfo.pdfPDF fileAanvullende informatie bij de...

  • AppendixAanvullende informatie bij de beelden

    Inhoud >

    1 Algemene anatomie

    1.1a,b Gebieden van het lichaam, vooraanzicht.

    1.2a,b Gebieden van het lichaam, achteraanzicht.

    1.3 Oriëntatielijnen en -punten op het lichaamsoppervlak, vooraanzicht.

    1.4 Oriëntatielijnen en -punten op het lichaamsoppervlak, achteraanzicht.

    1.5 Hoofdassen en hoofdvlakken van het lichaam, richtingaan- duiding en positie van de lichaamsdelen en bewegingsrichtin- gen.

    1.6 Overzicht van botten en gewrichten, vrouwelijk skelet, voor- aanzicht. [1]

    1.7a–e Botvorm en -structuur. [1]

    1.8a,b Organen van de bloedsomloop. [2]

    1.9 Foetale bloedsomloop met zijn derivaten na de geboorte. [3]

    1.10a–c Lymfestelsel. [a 4, b 5, c 6]

    1.11a,b Perifeer zenuwstelsel, spinale zenuwen en plexusvorming. [a 2, b 7]

    1.12 Hersenzenuwen (nn. craniales), indeling, oorsprongscellen en functie.

    1.13a,b Vegetatief zenuwstelsel – sympathicus en parasympa- thicus.

    1.14a–e Huid (cutis = epidermis en dermis = corium) en onder- huids (vet)weefsel (tela subcutanea = subcutis).

    2.1a–c De schedel van een foetus (7 maanden oud), skelet- band-preparaat. [8] Ä De schedelnaden en de fontanellen zijn oriëntatiepunten bij de

    beoordeling van de ligging en de stand van het hoofd van het kind bij de geboorte. De kleine fontanel (fonticulus posterior) is het voor- liggende deel van het hoofd bij de normale achterhoofdsligging.

    2.2 Indeling van de schedelbeenderen en de wijze van ossifi catie.

    2.3 Schedel, vooraanzicht. [6] Ä Fracturen van de bovenkaak worden volgens Le Fort ingedeeld

    naar het niveau van de fractuur: Le Fort I = horizontale fractuur van de bovenkaak (nasomaxillaire complex) Le Fort II = centrale frac- tuur in het middelste deel van het gezicht (nasoetmoïdale complex en dentoalveolaire complex) Le Fort III = de bovenkaak is van de schedelbasis afgebroken (zygomaticoorbitale complex)

    2.4 Schedel, aanzicht rechts-lateraal. [6]

    2.5a–d Referentievlakken (a) en antropologische meetpunten (b–d) van de schedel. Ä Het vlak door tragus en ooghoek, de zg. ‘Frankfurter horizontale’,

    het vlak van Camper en het kauwvlak zijn referentievlakken bij het herstel van het gebit en bij het aanbrengen van een gebits- prothese.

    Ä De antropologische meetpunten dienen als basis voor de kaakchi- rurgische behandelingsconcepten.

    2.6a,b Opbouw van de schedelbeenderen. [8] Ä Bij fracturen van het schedeldak is vooral de dunne lamina interna

    (vitrea) betrokken (A Afb. 2.6b). Indien tevens laesies ontstaan in A Afb. 2.6b). Indien tevens laesies ontstaan in A de vertakkingen van de a. en v. meningea media die in de sulcus arteriae meningeae mediae van de lamina interna lopen ontstaat een epiduraal hematoom (A Afb. 2.153, 2.154b).A Afb. 2.153, 2.154b).A

    2.7 Schedeldak (calvaria), binnenaanzicht. [6]

    2.8 Buitenzijde schedelbasis, onderaanzicht. [6] Ä Bij sterke atrofi e van het bot van de fossa mandibularis kan een val

    of klap op de kin een centrale luxatie van het caput mandibulae in de middelste schedelgroeve tot gevolg hebben.

    2.9 Binnenzijde schedelbasis, bovenaanzicht. [6] Ä Schedelbasisfracturen doen zich meestal voor op de zwakste plek-

    ken van de schedelbasis: het dak van de orbita, de lamina cribrosa van het zeefbeen, het voorste deel van de sella turcica, het gebied boven de fossa mandibularis, het dak van de trommelholte en het centrum van de achterste schedelgroeve. Andere zwakke plekken zijn de openingen in de fossa cranii media. Wanneer er ook letsel is van de intracraniële vaten en hersenvliezen, kan bloed en liquor via de neus, de mondholte en de oren naar buiten komen.

    2.10 Beenderen van de schedelbasis, aan de hand van een ‘opengebroken’ schedel, bovenaanzicht. [9]

    2.11a–c Voorhoofdsbeen (os frontale). [9]

    2.12a,b Linker wandbeen (os parietale). [9]

    2.13a,b Linker slaapbeen (os temporale). [9]

    2.14a,b Achterhoofdsbeen (os occipitale). [9]

    2.15a–c Wiggenbeen (os sphenoidale). [9]

    2.16a–c Zeefbeen (os ethmoidale). [9]

    2.17 Onderste neusschelp rechts (concha nasalis inferior dextra), lateraal aanzicht. [9]

    2.18 Traanbeen rechts (os lacrimale), aanzicht voor-lateraal. [6]

    2.19 Ploegschaarbeen (vomer), linkerzijvlak, lateraal aanzicht. [6]

    2.20a,b Neusbeen rechts (os nasale). [9]

    2.21a,b Jukbeen rechts (os zygomaticum). [9]

    2.22a–c Gehemelte rechts (os palatinum). [9]

    2 Hoofd

  • AppendixAanvullende informatie bij de beelden

    Inhoud < >

    2.23a,b Bovenkaak rechts (maxilla). [9]

    2.24 Onderkaak met volledig gebit (mandibula), aanzicht rechts-lateraal. [9]

    2.25 Onderkaak zonder gebit, aanzicht links-lateraal. [6]

    2.26a,b Onderkaak met volledig gebit (mandibula). [9]

    2.27a,b Tongbeen (os hyoideum). [6]

    2.28a,b Röntgenfoto’s van het hoofd van een vrouw (34 jaar). [10]

    2.29 Rechter processus condylaris, vooraanzicht. [6]

    2.30 Oppervlak van het rechter kaakgewricht, onderaanzicht. [6]

    2.31 Rechter kaakgewricht, discus articularis, bovenaanzicht. I Let op de dunne Intermediaire zone in het laterale gedeelte. Ä Bij artrose van het kaakgewricht vertoont vooral het laterale deel

    van de discus articularis defecten.

    R Articulatio temporomandibularis Caput mandibulae r discus articularis; discus articularis r fossa mandibularis en het tubercu- lum articulare van het os temporale.

    2.32 Histologische sagittale snede door het midden van het kaakgewricht (ingebed in kunsthars, kleuring: methyleenblauw, azuur II en basisch fuchsine). [11]

    2.33a,b Gewrichtskapsel en bandapparaat van het rechter kaakgewricht. [6] Ä Bij fracturen van het collum mandibulae zijn extra- en intracapsu-

    laire fracturen te onderscheiden. Collumfracturen kunnen optre- den met en zonder dislocatie.

    2.34 Mimische spieren, oppervlakkige laag aan de linkerzijde, lateraal aanzicht. [8] Ä Bij een parese van de m. orbicularis oculi (letsel van de n. facialis)

    vloeit het traanvocht over de rand van het onderste ooglid, dat naar buiten gekeerd is (ectropion paralyticum, lagophthalmus). Door het ontbreken van de ooglidrefl ex ontstaat er geen traanfi lm en droogt de hoornlaag uit (met kans op keratitis). De normale afvoer van tranen via de traanwegen in de neus is verstoord omdat de puncta lacrimalia naar buiten zijn gedraaid en niet in het tra- nenmeer ondergedompeld kunnen worden.

    2.35 Mimische spieren en kauwspieren aan de rechterzijde, lateraal aanzicht. [8]

    2.36 M. orbicularis oculi rechts, achteraanzicht. [1]

    2.37 Mimische spieren (diepe laag) en kauwspieren aan de rechterzijde, lateraal aanzicht. [8]

    2.38 Mimische spieren van de mond, links (m. buccinator en m. orbicularis oris), mediaan-sagittale snede, mediaal aanzicht van de linkerzijde. [1]

    2.39 Kauwspieren, bovenste tongbeenspieren en kaakge- wrichten, weergegeven via een frontale snede van het hoofd, achteraanzicht. [1]

    Ä Abcessen in de fascieloges van de kauwspieren leiden tot kaak- klem: de mond kan niet geopend worden (bij kaakluxatie kan de mond niet sluiten).

    2.40 Kauwspieren en kaakgewricht aan derechterzijde, lateraal aanzicht. [12]

    2.41 Functies van de kauwspieren.

    2.42 Arteriën van het gezicht. [13] Vertakkingen van de a. maxillaris A 2.52A 2.52A Vertakkingen van de a. ophthalmica A 2.110A 2.110A

    2.43 Uittredeplaatsen van arteriën op de benige gezichtsschedel.

    2.44 Oppervlakkige en diepe venen van het hoofd, aanzicht rechts-lateraal. [14] Ä Vanuit het gelaat kunnen ontstekingen via de kleploze v. angu-

    laris en via de v. ophthalmica superior tot in de sinus cavernosus geraken en een sinusfl ebitis of sinustrombose tot gevolg hebben (A Afb. 2.167).A Afb. 2.167).A

    2.45 Lymfeklieren van het hoofd, aanzicht rechts-lateraal. [13] I De nodi preauriculares, infraauriculares en intraglandulares worden

    bij de groep van nodi parotidei profundi ingedeeld. Tot de groep van de nodi faciales behoren de nodi buccinatorius, nasolabialis, malaris en mandibularis.

    2.46a–c N. trigeminus, schematische weergave van de drie vertakkingen. [15]

    2.47 Huidvertakkingen van de n. trigeminus, van de plexus cervicalis en vertakkingen van de dorsale ruggenmergzenuw in het gezicht, de hals en het achterhoofd. [13]

    2.48 Uittredeplaatsen van de vertakkingen van de n. trigeminus op de benige gezichtsschedel.

    2.49 Centrale en perifere innervatie door de n. facialis en de parasympathische en somatosensorische componenten ervan.

    2.50 N. facialis, motorische takken, aanzicht rechts-lateraal. [13]

    2.51a,b Beenderen van de fossa pterygopalatina aan de linker- zijde, lateraal aanzicht. [16]

    2.52 Vertakkingen van de a. maxillaris, aanzicht links-lateraal. [17]

    2.53 N. trigeminus, aanzicht links-lateraal. [13]

    2.54 Oppervlakkige laag van gezicht, achterhoofd en hoofdhuid, aanzicht rechts-lateraal. [6] Ä Bij de operatieve behandeling van parotistumoren kunnen de tak-

    ken van de n. facialis beschadigd raken (z.g. perifere facialisparese, A Afb. 2.55).A Afb. 2.55).A

    2.55 Oppervlakkige laag van het gezicht en de fossa retroma dibularis van de linkerzijde, lateraal aanzicht. [6] Ä Bij de z.g. perifere facialisparese kan de plaats van de beschadiging

    zijn gelegen tussen de nucleus nervi facialis en de perifere vertak- kingen daarvan; alle hierdoor geïnnerveerde spieren zijn aan de getroffen zijde verlamd (A Afb. 2.36, 2.54, 2.56, 2.148)A Afb. 2.36, 2.54, 2.56