7... · PDF file 7 HOOFDSTUK 7 solliciteren SOlliciTeren LeerdoeLen • Je weet hoe je...

Click here to load reader

  • date post

    12-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    5
  • download

    1

Embed Size (px)

Transcript of 7... · PDF file 7 HOOFDSTUK 7 solliciteren SOlliciTeren LeerdoeLen • Je weet hoe je...

  • HOOFDSTUK 7 solliciteren

    7 SOlliciTeren

    LeerdoeLen

    • Je weet hoe je een sollicitatiegesprek moet voorbereiden.

    • Je kunt benoemen welke factoren de eerste indruk bepalen.

    • Je kunt jouw competenties op een eenduidige manier onderbouwen door concrete voorbeelden te noemen.

    • Je kunt je motivatie voor een baan onderbouwen.

    • Je kunt de stappen in het sollicitatiegesprek benoemen.

  • 104 105

    MODUle 2 GESPrEKSVoErING

    7.1 Sollicitatiegesprekken

    In het vorige hoofdstuk leerde je hoe je een selectiegesprek voert. Voordat je manager of selecteur wordt, moet je waarschijnlijk zelf ook een aantal sollicitatiegesprekken voeren om een baan te krij- gen. De kunst van het solliciteren is voor iedereen van groot belang. Als je niet over familiekapitaal beschikt, moet je in je leven gemiddeld tien keer succesvol solliciteren. Gemiddeld veranderen mensen ongeveer om de vijf jaar van werkgever. Als je een sollicitatie ziet als een verkoopgesprek, betekent het dat ieder gesprek je een omzet van ‘gemiddeld 165.000 euro oplevert’.2 Reden te meer om de kunst van het solliciteren goed te beheersen. Tegenover die tien succesvolle sollicitaties staan overigens tussen de twintig en honderd niet-succesvolle sollicitaties. Dat moet jij je niet aantrekken, werkgevers nodigen immers altijd twee tot vijf sollicitanten uit voor een functie van betekenis. Afwijzingen horen er dus bij en doorzetten is altijd nodig.

    De doelen van de sollicitant zijn: 1. Informatie geven over jouw competenties voor de functie (informatiedoel). 2. Laten zien dat je gemotiveerd bent voor functie en organisatie (informatiedoel). 3. Informatie vragen over de functie en de organisatie, zodat je een gefundeerde beslissing kunt

    nemen om de functie wel of niet te accepteren (informatiedoel). 4. Enthousiasme voor jouw kandidatuur oproepen (attitudedoel).

    De eerste drie doelen zijn exact dezelfde als die van de selecteur. Deze kwamen in hoofdstuk 6 al aan de orde. Bovendien, net zoals de selecteur jou enthousiast voor de functie wil maken, wil jij dat de selecteur enthousiast is over jou.

    7.2 De eerste indruk

    Je krijgt maar één kans op een goede eerste indruk. De eerste indruk speelt bij sollicitaties een grote rol. Overigens is dat bij alle eerste ontmoetingen zo. Uiteraard is het onrechtvaardig. Je wordt immers niet beoordeeld op je competenties en motivatie, maar op het oordeel dat men heeft over de groep waarin je – vaak onbewust – geplaatst wordt. Wat speelt allemaal een rol bij een eerste indruk?

    Door je kleding communiceer je tot welke groep jij gerekend wilt worden. Hoewel het lijkt of we kleding kopen omdat we het mooi of gemakkelijk vinden, laat iedereen zich bij die keuze leiden door sociale druk. Eigenlijk willen de meeste mensen er precies zo uitzien als de mensen waar ze bij willen horen. Daar krijg je ook veel informatie over, van media, op straat, je vriendenclub. Als je gaat solliciteren dien je hier rekening mee te houden. Kleed en gedraag je alsof je de baan al hebt. Bij de sociale dienst zijn er andere kledingcodes dan bij een bank. Onderzoek de kledingcodes door vooraf goed te observeren. Hoe zien de mensen in de branche waar jij wilt werken eruit? Zorg ervoor dat jij er ook zo uitziet.

    2 Een modaal inkomen bedraagt ca. 33.000 euro per jaar (Nederland 2012, bron: www.cpb.nl). Als je dit met 5 vermenigvuldigt kom je op 165.000 euro.

  • 104 105

    HOOFDSTUK 7 solliciteren

    Wees zuinig met parfum of aftershave; dit kan de selecteur storen. Ook met taalgebruik, piercings, tatoeages, haardracht enzovoort geef je aan tot welke groep jij jezelf rekent. Daarmee creëer je, vaak onbewust, een beeld of een imago van jezelf. Kijk eens in de spiegel, zie wat je van jezelf maakt, en vraag je af of je het effect oproept dat je wilt oproepen. Ook zonder drastische ingrepen kan je zaken verbeteren; een bezoek aan de kapper of andere kleding kan bijdragen aan een betere eerste indruk. Laat wat je hebt voor je werken!

    7.3 Geschiktheid

    Natuurlijk is het belangrijk dat je voorafgaand aan het sollicitatiegesprek zelf ook bepaalt of je geschikt bent voor de functie waarnaar je solliciteert. Allereerst moet je weten welke competenties nodig zijn voor de functie. In de vacature vind je al veel informatie en bij een aantal organisaties krijg je daarbij nog een uitgebreid functieprofiel. Mocht je te weinig informatie hebben dan is het competentieprofiel vaak op te vragen bij de afdeling Personeelszaken. Als ze geen profiel hebben, is het belangrijk om zelf de competenties te achterhalen. Vraag vooraf – telefonisch – naar de kwaliteiten die belangrijk zijn voor de functie. Het telefoongesprek geeft je gelijk de gelegenheid een eerste goede indruk achter te laten. Wees dus goed voorbereid. Zoek bijvoorbeeld via het internet alvast informatie en artikelen over de organisatie. Jouw analyse kan op onderdelen best anders zijn dan de functieomschrijving, maar het helpt wel om een beter inzicht in de functie te krijgen.

    Van iedere competentie bereid je vervolgens voorbeelden van prestaties voor, verhalen die duidelijk maken dat jij over die competentie beschikt. Je stelt per competentie vast waar jij in het verleden con- crete resultaten mee hebt geboekt door juist die competenties in te zetten. In het voorbeeld nemen we de twee sollicitanten uit het vorige hoofdstuk: John en Janine. Ze solliciteren naar de functie rayonma- nager. Ze hebben allebei een functie als accountmanager gehad bij hetzelfde opleidingsinstituut. John en Janine onderbouwden de competentie ‘ondernemerschap’ in het vorige hoofdstuk als volgt:

    Janine: voorbeeld van de aangeboden nieuwe managementopleiding. John: voorbeeld van de aangeboden opleidingen voor knelpuntberoepen.

    Als jij je realiseert dat een selecteur concrete voorbeelden per competentie wil horen, dan mag je daar best even over nadenken. Sterker nog, ook in je brief en je cv zorg je er al voor dat deze voorbeelden genoemd staan. De kans is dan groter dat de goed voorbereide selecteur naar je successen vraagt. Deze werk je verder uit met de STARE-methode:

    situatie ‘Wat was precies de situatie?’ Leg uit hoe jij met deze taak te maken kreeg. Dit moet je in een paar zinnen kunnen uitleggen. ‘Tijdens de zomervakantie heb ik mijn oom een maand vervangen in zijn groentewinkel. omdat het slecht weer was, bleef ik met een grote partij meloenen zitten.’

  • 106 107

    MODUle 2 GESPrEKSVoErING

    taak ‘Wat was je taak en doel in die situatie?’ Deze vraag beantwoord je door helder uit te leggen wat jouw opdracht was. ‘Ik had de leiding over drie medewerkers en was verantwoordelijk voor de inkoop en verkoop. Ik wilde van die meloenen af, omdat die zeer beperkt houdbaar zijn. Ik dacht, ik moet op tijd ingrijpen, voordat ze verrotten.’

    actie ‘Wat heb jij gedacht en gedaan?’ Wees niet te bescheiden. Geef duidelijk aan wat jouw bijdrage was. ‘Er kwamen te weinig mensen spontaan langs, dus ik verwachtte niet dat ik die partij zou kunnen verkopen. Toen ben ik een aantal marktkooplui en winkels in de buurt gaan bellen, om te vragen of zij de partij konden overnemen.’

    resultaat ‘Wat was het resultaat van jouw acties?’ Wees zo concreet mogelijk. Geef cijfers en feiten als het kan. ‘het lukte me de partij te verkopen aan een marktkoopman, tegen een redelijke prijs. Zo heb ik het verlies kunnen beperken tot 100 euro. Als ik de partij had gehouden, hadden we er denk ik 500 euro op verloren.’

    evaluatie ‘Wat vond je van je aanpak? Wat heb je ervan geleerd?’ Dit is vooral belangrijk als iets niet het gewenste resultaat had. Dan heb je bij deze vraag de gelegen- heid aan te geven hoe je het tegenwoordig aanpakt en wat je ervan geleerd hebt. ‘Ik heb geleerd niet te lang af te wachten en tijdig actie te ondernemen als resultaten tegenvallen.’

    7.4 Motivatie

    Je toont je motivatie voor de functie door duidelijk te maken wat jouw drijfveren zijn en hoe de functie daarbij aansluit. Janine en John willen nog steeds rayonmanager worden bij een uitzendbureau. Daar- om is het handig dat ze zelf een aantal volzinnen bedenken waarmee ze hun motivatie benadrukken:

    janine:

    ‘ik zoek altijd de samenwerking op met mensen. het lijkt me heerlijk om met een team intercedenten/

    uitzendconsulenten bezig te zijn en hen te motiveren. daarbij ben ik erg ondernemend. volgens mij kan

    ik mijn ei helemaal kwijt in deze functie.‘

    john:

    ‘ik ben erg creatief en vind altijd nieuwe wegen om business binnen te halen. volgens mij kan ik bij

    jullie helemaal mijn hart ophalen. ik vind het ook leuk om de markt goed te analyseren en daar dan een

    passende aanpak voor te bedenken.‘

    Verder toon jij je motivatie door je te verdiepen in de functie en organisatie. Het minste wat je kunt doen is de website bestuderen. Veel sollicitatiegesprekken beginnen tegenwoordig met: ‘Hebt u onze website bekeken?‘ Als je antwoordt met: ‘Nee, helaas niet‘, dan is het gesprek eigenlijk al afgelopen.

  • 106 107

    HOOFDSTUK 7 solliciteren

    Nog beter dan het bezoeken van de website, is mensen te spreken die bij dat bedrijf werken. Zo laat je zien dat je gemotiveerd genoeg was om er tijd in te steken.

    Bereid bovendien intelligente vragen voor over de organisatie en functie: ‘Op jullie website staat dat jullie het grootste marktaandeel hebben voor administratieve functies. Hoe hebben jullie dat bereikt?’ Dit is een stuk beter dan de vraag: ‘Hoe groot is jullie marktaandeel?’ En die is weer een stuk beter dan: ‘Hoe groot zijn jullie?‘ Stel vragen waaru