2015/2 Limburgs Erfgoed

Click here to load reader

  • date post

    26-Jul-2016
  • Category

    Documents

  • view

    227
  • download

    7

Embed Size (px)

description

Het tijdschrift "Limburgs Erfgoed" verschijnt driemaandelijks met actuele initiatieven binnen de erfgoedsector.

Transcript of 2015/2 Limburgs Erfgoed

  • Limburgs Erfgoedafgiftekantoor 3500 hasselt 1april, mei, juni 2015

    jaargang 20 nummer 23-maandelijks tijdschrift

    erkenningsnummer p 509 339

    De luchtfabriek in het gerestauree

    rde ophaalmachinegebouw op de

    mijnsite van Zolder

    PB- PP B-BELGIE(N) - BELGIQUE

  • Woord Voorafdoor Igor Philtjensgedeputeerde van Cultuur

    Beste lezer

    Ondanks het feit dat de provinciale culturele bevoegdheden tegen januari 2017 afgebouwd worden, blijft de provincie op dit ogenblik nog sterk inzetten op de ondersteuning van waarde-volle initiatieven van gemeenten en cultuur- en erfgoedorga-nisaties. Het is cruciaal om cultuur en erfgoed stimulansen te blijven geven. Cultuur en erfgoed in Limburg mogen niet het slachtoffer van de staatshervorming worden. Door sterke en hoogwaardige projecten aan te bieden hebben we een positieve impact op de welvaart en levenskwaliteit van de bezoekers en de inwoners van Limburg. In deze nieuwsbrief vindt u een aantal van deze bijzondere projecten die met steun van de provincie gerealiseerd zijn.

    In de Provinciale Begijnhofkerk van Sint-Truiden vindt een kleine maar zeer fijne expositie plaats over de geschiedenis van de Vrienden van het Begijnhof, een erfgoedgemeenschap avant la lettre die zich sinds jawel de jaren 1930 actief inzet voor het behoud van dit uitzonderlijk erfgoed. Zij zetten zich in zowel voor het monument als voor het kunstbezit dat in een depot ondergebracht is. Zon vrijwillige initiatieven zijn brood-nodig om mee te helpen zorg dragen voor het erfgoed en aan-dacht te vragen voor dit erfgoed. De Vrienden verdienen een dikke proficiat voor hun jarenlange belangeloze inzet.

    Tot slot moeten we u allen het droeve nieuws melden dat onze loyale en gedreven collega Bert Van Doorslaer ons heeft moeten verlaten. In april is hij overleden na een periode van ziekte. We verliezen met hem een loyale en zeer gedreven collega die vooral voor het industrieel erfgoed in Limburg een cruciale rol speelde. We gedenken hem in deze nieuwsbrief met een bijdrage die zijn leven, zijn inzet en zijn onschatbare betekenis voor het erfgoed in Limburg situeert.

    COLOFONDe deputatie van de provincie LimburgHerman Reynders, gouverneur-voorzitter; Marc Vandeput, Ludwig Vandenhove, Igor Philtjens, Frank Smeets, Jean-Paul Peuskens en Inge Moors, gedeputeerden en Renata Camps, provinciegriffierRedactie: Limburgs Erfgoed. Provinciaal Centrum voor Cultureel ErfgoedProvincie Limburg, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt tel. 011 23 75 75, e-mail: [email protected]: Peter Bloemen, Tine Hermans, Veerle Jacobs, Jan Kohlbacher, Adriaan Linters, Anne Milkers en Betty SimonFotografie en tekeningen: Peter Bloemen, Eddy Daniels, Stefan Dewickere, Tonny Schouteden, Bert Van Doorslaer en fotografie stad GenkLay-out & Drukwerk: Designpartner/Drukkerij Paesen, OpglabbeekVerantwoordelijke uitgever: Sandro Claes, Universiteitslaan 1, 3500 HasseltWebsite: www.limburg.be

    Bert Van Doorslaer (1954-2015), pionier voor het industrieel erfgoed

    Op zondag 12 april 2015 over-leed Bert Van Doorslaer. We zullen ons Bert herinneren als een loyale collega die steeds bereid was om te helpen waar nodig. Hij was bijzonder inte-ger en gepassioneerd met zijn werk bezig. Hij mag terecht zowel in Limburg als ver buiten onze provincie een autoriteit genoemd worden voor zijn vakgebied, het industrile erf-goed in Limburg. Hij speelde een doorslaggevende rol bij het behoud van de belangrijk-

    ste Limburgse mijngebouwen. Als bestuurssecretaris bij het Pro-vinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed bekommerde hij zich ook om vele andere aspecten van het onroerend en industrieel erfgoed in Limburg. Zo werkte hij onder meer rond molens, spoorwegen, kanalen en landschappen in Limburg, dit laatste ook vanuit een diepe persoonlijke passie en omvangrijke kennis van de natuur.

    Aan de Gentse universiteit maakte Bert kennis met de industrile ar-cheologie. Tijdens de eerste tentoonstelling En toen kwam de ma-chine, kennismaking met industrile archeologie, die eind 1975 in de Brusselse Passage 44 plaats vond en die een onverwacht succes kende, was hij een erg actieve gids.In 1976 behaalde Bert zijn diploma aan de universiteit van Gent in de richting Nieuwste Geschiedenis met als eindverhandeling Het Kempisch steenkoolbekken 1901-1940. Een bijdrage tot haar geschiedenis en haar problematiek., n van de eerste historische onderzoeken over dit thema. Dit onderwerp, zowel op menselijk, technisch als sociaalecono-misch en politiek vlak zou hem nooit meer loslaten en hij verzorgde er nog talrijke publicaties over.Bert was n van de eerste leden van de Vlaamse Vereniging voor In-dustrile Archeologie en bleef al die jaren een trouw lid. In 1981 hielp hij bij het organiseren van de eerste Vlaams-Nederlandse Ontmoe-tingsdag voor Industrile Archeologie en nadien nog bij zovele andere activiteiten en bijeenkomsten, studiedagen, bezoeken, en praktische werken: van modder uitscheppen bij ondergelopen molens tot het mee ontmantelen van oude stoommachines Als vrijwilliger maakte

  • De barenzaal van de mijn van Winterslag (Genk)

    Limburgs Erfgoed | 3

    hij een periode deel uit van de redactie van het Vlaams-Nederlands Tijdschrift voor Industrile Archeologie. Het Limburgs Industrieel Erf-goed leerde hij kennen aan de cursisten van de module inleiding tot de Industrile archeologie die de VVIA regelmatig organiseert.Toen Adriaan Linters eind 1979 aangezocht werd om in Limburg het Project Industrieel Erfgoed op te starten, was het meteen duidelijk dat Bert de meest geschikte persoon was om daaraan mee te werken. Hij verhuisde naar Limburg en hielp mee aan het bekendmaken van het Limburgse industrieel erfgoed. Het verwerven van meer erkenning en waardering voor het industrieel pionierswerk van onze voorouders was hun doel. De geschiedenis van onze razendsnel evoluerende maat-schappij wilden ze bij een zo breed mogelijk publiek bekendmaken door middel van uitleenbare koffertentoonstellingen waarvoor hij tot s nachts thuis ook zorgde voor het ontwikkelen en afdrukken van door hem gemaakte fotos , diareeksen, videos en vlot leesbare brochures over diverse themas (bv. steenkoolontginning, spoorwegen, buurt-spoorwegen, kanalen, ). Bert werkte mee aan de druk bekeken tv-documentaire Limburgse koolputters spreken van Eric Pertz uit 1983 en aan de radioserie Het Zwarte Goud van Dree Peremans uit 1986. Toen in 1985 Adriaan Linters zijn werkzaamheden in Limburg stopte, werkte Bert onverdroten verder. Hij was een gedegen onderzoeker een vat vol kennis over het erfgoed van de steenkoolmijnen en het an-dere Limburgse industrieel en technisch erfgoed. Hij had een visie op hoe er met het (mijn)erfgoed kon en moest worden omgegaan.Vooral tijdens en na de hectische periode van de mijnsluitingen ging hij voortdurend op zoek naar inzicht en inspiratie om een maatschappelijk te verantwoorden invulling / toekomst voor die industrile erfenis op te bouwen samen met andere betrokkenen. Naast bijna clandestiene ac-ties voor het behoud van de rijke mijnarchieven in samenwerking met professoren geschiedenis van de verschillende Vlaamse universiteiten vertaalde zich dit ook in veelvuldige bezoeken aan buitenlandse (mijn)musea en technische installaties tijdens zijn vakanties. Vaak werden voor de dienst interessante publicaties meegebracht om verdere ex-

    pertise op te bouwen. Soms lachte zijn echtgenote: Ik kan aan weinig mensen vertellen dat wij een deel van onze vakanties gaan wandelen tussen oud roest en dat dat nog kennis bijbrengt ook

    Zijn inzichten deelde hij met alle betrokken partijen in de regio onder meer op studiereizen naar het Duitse Ruhrgebied of naar Nord-Pas-de-Calais. In 1996, tijdens het Nederlandse jaar van het industrieel erfgoed, vroeg Bert door middel van tentoonstellingen, publicaties en colloquia aandacht voor het hergebruik van industrile panden in de Euregio en in Limburg. De Interlimburgse Monumentendag werd ge-wijd aan het thema Ecomusea of netwerken van kleinschalige musea over en rond ambachten en nijverheid. Het succes van de Open Mo-numentendag 1997 rond Monumenten van Arbeid en de rechtstreekse uitzending van de slotmanifestatie vanuit de nog niet gerestaureerde mijnsite van Winterslag (nu C-mine) was een hoogtepunt in het be-kendmaken van het Limburgs mijnpatrimonium.Tot slot kwam in Winterslag het mijnpatrimonium van Noord-Frank-rijk, Walloni, de beide Limburgen en het Akense aan bod. Er vond een vergelijkende infoavond plaats over de mijncits bij ons en in Neder-lands-Limburg.In 1996 schreef Bert, toen men zich in Limburg letterlijk geen raad wist met het mijnerfgoed, een gedetailleerd plan uit om dit erfgoed op een zinvolle manier te bewaren en voor iedereen te ontsluiten. Geen zeven mijnmusea, maar op elke mijnsite een karakteristiek bezienswaardig stuk eigenheid van de voormalige mijnzetel, zodat men vertrekkend vanuit het Vlaams Mijnmuseum in Beringen een ronde van Limburg kon maken doorheen de mijngeschiedenis in al zijn verscheidenheid. In 2002 verscheen zijn boek Koolputterserfgoed. Een bovengrondse toekomst voor een ondergronds verleden. In de inleiding stond zijn credo: Erfgoed spreekt niet voor zichzelf. Het kan pas ten volle gewaardeerd en beleefd worden als we de sociaal-economische context, de geschiedenis en uiteindelijk ook de menselijke verhalen die erin verankerd zijn, kennen en met elkaar delen.

    Bert Van Doorslaer (vooraan rechts) bij de uitbraak van een stoommachine in Turnhout in beginjaren 1980.

    De kolenwasserij van Beringen Mijn in 1990, de enige in het Limburgse mijnbekken bewaard, toont aan hoe omvangrijk de kolenproductie in de Kempen geweest is.

  • Verbindingskanaal Lanaken- Neerharen (Lanaken), foto van Bert Van Doorslaer. Fotografie, n van zijn vele passies.

    Bemvoortse molen, ca. 1855 (Overpelt).

    4 | Limburgs Erfgoed

    Een Afrikaanse parkwachter zei ooi