2 v geo - h2

download 2 v   geo - h2

of 37

  • date post

    22-Jan-2018
  • Category

    Education

  • view

    147
  • download

    3

Embed Size (px)

Transcript of 2 v geo - h2

  1. 1. H2: Nederland verandert Aardrijkskunde 2 vwo
  2. 2. 2.1Amsterdam, de opbouw van een stad Amsterdam groeit!
  3. 3. Ontstaan steden Meestal op de kruising van oude handelswegen. Meestal aan het water (rivier/zee) voor het vervoer van goederen. De oude stad noemen we binnenstad. Later ontstaan steden bij de fabrieken, deze steden hebben geen stadsmuur maar liggen vaak wel aan een kanaal of bij het spoor.
  4. 4. Amsterdam, de opbouw van een stad Hoe groeit een stad? Nieuwe wijken worden als een cirkel om het bestaande deel gebouwd. Steden zijn dus opgebouwd uit ringen. (Concentrisch) Naar binnen toe is de stad steeds ouder.
  5. 5. Opbouw steden Binnenstad = oude stad (veel verschillende huizen) Stadscentrum = waar veel winkels, cafs en restaurants, etc. zijn. Binnenstad en stadscentrum zijn vaak op dezelfde plek. Woonwijken. Rondom het stadscentrum. Vaak zijn hier ook supermarkten. Bedrijventerreinen. Buiten de stad, zitten veel grote bedrijven. Agglomeratie = stad met andere steden die er aan vast gegroeid zijn.
  6. 6. Bevolkingsgroei Nederland
  7. 7. Oude binnenstad, voor 19e eeuw Kenmerken: Dicht op elkaar gebouwd Smalle kronkelige straten Groot plein Grote, oude kerk Veel historische gebouwen Tegenwoordig: Veel horeca en bedrijven
  8. 8. 19e eeuw (tot 1901) - Veel verschillende huizen - Goedkope, slechte woningen - Goedkope rijtjeshuizen voor fabrieksarbeiders - Smalle straten, kleine woningen
  9. 9. 19e eeuw (tot 1901) Industrie kwam op In de fabrieken waren arbeiders nodig Veel mensen verhuizen naar de steden Voor de arbeiders werden in korte tijd veel huizen gebouwd Kwaliteit van de huizen slecht; - meestal zonder waterleiding of riolering, - soms maar n kamer waar het gezin at, zat en sliep - vaak tochtig en gehorig
  10. 10. Woningwet 1901 Regels voor huizen: -hoe groot, -hoeveel kamers -Ramen (licht en lucht) -Toilet -waterleiding -Riolering -Vuilnis afvoer
  11. 11. Jaren 20 en jaren 30 - Huizen zien er allemaal hetzelfde uit (uniformiteit) - Straten warden breder
  12. 12. Jaren 20 en jaren 30 Veel lage huizen, Veel tuintjes, Wijken worden kleinschalig opgezet, Meer groen dan 19e eeuwse wijk, Meer lichtinval in de woningen
  13. 13. Na de Tweede Wereldoorlog (1950) woningnood -Flats en rijtjeshuizen met tuin. Huizen hebben nu een gaskachel of Centrale Verwarming. (CV) -Veel parken en plantsoenen rondom de flats.
  14. 14. Na de Tweede Wereldoorlog Woningnood veel nieuwe huizen nodig Woonwensen veranderden, meer groen n parkeerruimte Er is niet veel geld Gevolg: Er werden flats gebouwd: veel mensen in n gebouw Trend: hoogbouw in het groen, met parkeerplaatsen Woningen: veel licht Stratenpatroon: rechthoekig
  15. 15. Na 1970 Reactie op de wijken met hoge flatgebouwen: Veel laagbouw Rijtjeshuizen met eigen tuin Wijken met woonerven: veilig voor kinderen Carports Veel speelplekken Stratenpatroon: speels, nooit recht
  16. 16. Moderne nieuwbouw (na 1990) - Grotere huizen, bochtige straten, parken. - Veel mensen gaan nu buiten de stad wonen. Dit heet suburbanisatie. - Huizen met tuinen
  17. 17. Kortom: De Nederlandse stad is opgebouwd in verschillende perioden: De oude binnenstad Oude woonwijken 19e eeuw Woningwetbouw jaren 20/30 Naoorlogse wijken jaren 50/60 Laagbouw en ruimte jaren 70/80 Moderne nieuwbouw jaren 90/00
  18. 18. Recreatie Dierentuin Wandelen in het park Zwembad Sport
  19. 19. Kijken http://www.schooltv.nl/video/geoclips-de-stad-groeit/#q=stad%20 http://www.schooltv.nl/video/wat-is-een-vinex-wijk-nieuwbouw-met-een- missie/#q=vinex
  20. 20. Test jezelf: op papier Kies uit: - Voor de 19e eeuw - 19e eeuw - 1920/1930 - 1950/1960 - 1970/1980 - Na 1990
  21. 21. 2.2Verschillen tussen woonwijken Leefbaarheid = De geschiktheid om ergens te leven 1. Woningsoort en kwaliteit 2. De verzorging van de buurt 3. De hoeveelheid en soort voorzieningen 4. De verkeerssituatie 5. De veiligheid en sfeer - Wat vind jij van de leefbaarheid van jouw wijk? - Beantwoord bovenstaande vragen voor jouw wijk.
  22. 22. Achterstandswijken De oudere wijken met veel lager opgeleiden worden vaak achterstandswijken Waarom wonen veel lager opgeleiden in oude wijken? Waarom zijn er vaak meer problemen in zulke wijken?
  23. 23. Achterstandswijken Hoe kun je de leefbaarheid in de achterstand verbeteren? Armoede en arme wijken in Nederland: https://www.youtube.com/watch?v=rwH0uZVderc Armste wijk van Nederland: https://www.youtube.com/watch?v=s-l_6VcMi3A
  24. 24. Hangjongeren in Zaandam Pauw: http://www.dumpert.nl/mediabase/6878169/62476784/zonnebrilhomo_s_bij_pauw. html Bedreiging: (vanaf 4.16 min): http://nos.nl/uitzending/18510-nos-journaal.html
  25. 25. Maak zelf een plan! Maak een plan: hoe zou je deze problem wijk opknappen? De problemen zijn: slechte leefbaarheid, onverzorgde buurt, hangjongeren die voor overlast zorgen, slechte kwaliteit van de woningen. Er zijn weinig voorzieningen in de wijk, er is een buurtwinkel en een telecomwinkel.
  26. 26. Stadsvernieuwing Sloop of renovatie?
  27. 27. Hoe ontwikkelt de landbouw zich? Aantal landbouwbedrijven daalde in de afgelopen jaren. (Na de Tweede Wereldoorlog) Gemiddelde bedrijfsgrootte nam toe; opbrengst nam toe: intensivering. Schaalvergroting: grotere bedrijven en intensivering. Schaalvergroting omdat: Concurrentie uit buitenland door vrije wereldhandel. Veel vraag naar (goedkoop) voedsel. Biobrandstof.
  28. 28. Hoe ontwikkelt de landbouw zich? http://www.schooltv.nl/video/het-ontstaan-van-de-intensieve- landbouw-in-nederland-van-klein-en-armoedig-naar-groot-en- geautomat/
  29. 29. Hoe ontwikkelt de landbouw zich? Bio industrie; intensieve veehouderij op zeer grote schaal. Steeds meer protest tegen bio industrie. http://www.schooltv.nl/video/megastallen-duizenden-dieren- in-kleine-hokjes/ http://www.schooltv.nl/video/biologische-boerderij-een- beter-leven-voor-dieren/
  30. 30. 2.4Leefbaar platteland Waar wil je later wonen? Een stad of een dorp? Waarom?
  31. 31. Vertrekredenen Noem een paar vertrekredenen/pushfactoren.
  32. 32. Vestigingsredenen Noem redenen om je ergens te vestigen/pullfactoren.
  33. 33. Maak een schema: Stad Platteland Push factoren: Push factoren: Pull factoren: Pull factoren:
  34. 34. Leefbaarheid in landelijke gebieden Landelijke gebieden lopen leeg Vooral jonge mensen willen niet meer in een klein dorp wonen Waarom?
  35. 35. Leegloop Door de leegloop van het platteland kunnen veel voorzieningen hun drempelwaarde niet meer halen Drempelwaarde = het minimum aantal klanten dat nodig is om te kunnen bestaan Steeds meer voorzieningen sluiten Waarom betekent dit niet per se dat de leefbaarheid in dorpen slecht is?
  36. 36. Wie willen er wel wonen? Vooral mensen met kleine kinderen en gepensioneerden gaan op het platteland wonen Waarom juist gezinnen met kleine kinderen?
  37. 37. Verschillen Het inkomen gemiddeld lager Het opleidingsniveau gemiddeld lager Er werken meer mensen in de landbouw en industrie