1973 - Nummer 23 - maart 1973

download 1973 - Nummer 23 - maart 1973

of 12

  • date post

    14-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    216
  • download

    0

Embed Size (px)

description

redaktie adres 2 redaktie acquisitie ¥OORPLRliT: J.liNUR ZONIJEI'I. SNErVw. . . Frank van den Tempel Joris Vogelaar Paul Feldman A.M.M. van der Horst L.J. Zimmerman Jodenbreestraat 23 Amsterdam 1001 Kamer 2167 Tel. 525 - 4120 Frank van den Tempel Joris Vogelaar De Redaktie WRCIfTrlV1> QP HIT VOOIfJ,,.MIC .•.

Transcript of 1973 - Nummer 23 - maart 1973

  • rostra blad van de ekonomische . fakulteit

    redaktie Frank van den Tempel Joris Vogelaar Paul Feldman A.M.M. van der Horst L.J. Zimmerman

    72

    73

    layout + ideeen Joris Vogelaar

    acquisitie Frank van den Tempel

    redaktie adres Jodenbreestraat 23 Amsterdam 1001 Kamer 2167 Tel. 525 - 4120

    redaktioneel

    In de eerste plaats willen Wl] hartelijk dank zeggen voor de zeer goede reakties die wij over het februarinummer hebben bin-nengekregen. Vol goede moed~jn wij dan ook onmiddellUk aan de slag gegaan v~~r dit nummer en hebben wij geprobeerd dezelfde kwaliteit te handhaven.

    De taak die wij ~ns in het be-gin gesteld hebben om in Rostra diskussies op gang te brengen en te houden, lijkt ons wat be-treft de marxistische leerstoel zeer weI verwezenlijkt. Wij dan-ken hierbij dan ook F. Vernooy met zijn reaktie op het stuk van Prof. Zahn. Wij zullen het als onze taak blijven zien om ieder-een in de fakulteit te stimule-ren ook eens een stukje voar Rostra te schrijven.

    De Redaktie

    2

    De mentor is aangesteld om te voorzien in een behoefte aan algemene studiebegeleiding,vnl. voor eerstejaars economiestuden-ten.

    Om aan het beg rip "mentor" wat inhoud te geven, is het mis-schien niet .gek dat ik iets over algemene studiebegeleiding en eerstejaars studenten zeg.

    De begeleiding vindt plaats in het kader van de propedeuse-studie. Binnen dat kader kan iets gezegd worden over de moei-lijkheidsgraad van de gedoceerde stof, de verdeling van de stof over de af te leggen toetsen, de zwaarte van de toetsen, de beoordeling van de resultaten, het contact tussen docenten en studenten, en ga zo maar door.

    Geprobeerd wordt de studen-ten in bovengenoemd kader in te passen, zowel als groep, dan weI als individu. Aangezien geen enkele organisa-tie, ook niet de organisatie van de propedeuse, kan worden opgebouwd tot ieders tevreden-heid, moet je VQorzichtig zijn met het woord "inpassen". Dit zou er al gauw op kunnen uit-draaien, dat die inpassing van de studenten aIleen als een aan-passing wordt gezien, waardoor een stuk creativiteit verloren gaat. De studenten hebben in dat geval niets te vertellen over hun studie; niet als groep en niet als individu.

    Ik wil niet in herhalingen treden over wat er in de loop der jaren gedaan is om deze si-tuatie te doorbreken. WeI kan worden gezegd, dat ~~n en ander is gewijzigd, maar we moeten net zo lang sleutelen tot de beste oplossing gevonden is.

    De mentor staat bU dit pro-ces erg ens tussen de studenten en docenten. Misschien kan dit het beste toegelicht worden door een opsomming van de taken van de mentor:

    1) Ten aanzien van de studenten als qroep

    het organiseren van intro.-tiedagen voor aankomende nomiestudenten en het vormen van mentorgroepjes. Het doel van de mentorgroep-jes is:

    a) de mogelijkheid voor propedeu-sestudenten om hun oordeel te geven over de colleges, de moeilUkheidsgraad van de ge-doceerde stof, de te be stude-ren boeken, de diverse docen-ten, enz. De mentor bespreekt de diverse op- en aanmerkingen van de studenten met de betrokken docenten. De ervaring leert dat dit verhelderend werkt voor beide partijen.

    b)uit de mentorgroepjes worden drie studentenvertegenwoordi-gers gevraagd als vertegen-woordigers in de propedeuse-raad (overlegorgaan voor de eerstejaarsstudie).

    2) Ten aanzien van de student als individu

    adviseren en meehelpen zo.n naar een oplossing in al gevallen, waarbij de stude _ buiten het geplande kader van de propedeuse valt of dreigt te vallen. In verband hiermee verwijs ik naar de studiegids: "Ook kan er een beroep op de mentor worden gedaan indien de studie niet het gewenste verloop heeft omdat men bij-voorbeeld werkstudent is, langdurig ziek is, als buiten-lander taalproblemen heeft of door omstandigheden niet het begin van de cursus heeft kun-nen volgen. Tevens is de mentor beschik-baar voor het verstrekken van inlichtingen omtrent de stu-die tt

    Ik ben elke donderdag te berei-ken van 10 tot 1 uur in kamer 3321, Jodenbreestraat 23. Het telefoonnummer is 5254171.

    L.H.G. Hoornweg

    OORPLRliT: J.liNUR ZONIJEI'I. SNErVw. . . 1 NRRII 1r6V"~, WRCIfTrlV1> QP HIT VOOIfJ,,.MIC ..

  • :J;: /:: /::. :::::: .. . :::::: ;:::;: :::;:: :::::: :::::~ :::::: ::::: :::::: . ~ ::h i : r ::~::;:: :: ::b : : ::::.; :::.:: :~I::: :Ii::: :~:::; i:::i:i:::~:::i:i:i::i:::ii;iiii:!ii~i~~il~:lililll:llll:lllllll:ilit DR. PA IS GEINTERVIEWD 0:::. }:.

    ::::~ ::::: :J: :i:: :::::: \:: :t: Paul Feldman .~ ~: :i=: )::;" :::::: ::::::. dO~ r Ad van der Yen

    ::::::::::::::~:::::::::::::::::::::i:::::::::::::::::::::: :::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::~::::::::::::::::::::::::::::::h: % t L'~:: ,~f;tE~:t;;~;t;;it;:t : ::\ .:. \ -:= i::: :: : ::b ::/

    ROSTRA: Waarom bent U pas later gepromoveerd? PAIS: Ik heb oorspronkelijk een ander onderwerp gehadj daar ben ik een aantal jaren mee bezig geweest. Maar door een veelheid van redenen is dat boek niet af-gemaakt. Het was weI voor 90% gereed, maar op het ogenblik dat ~ de 'finishing touch' moest

    ~anbrengen, verloor ik een beet-je de interesse in het onderwerp en nam ik iets, dat mij meer in-teresseerde. Vergeet ook niet, dat ik alvorens bij de universi-teit te komen, een aantal jaren in het bedrijfsleven bij de over-heid heb gewerkt. De aandrang om te promoveren is dan iets minder vanzelfsprekend dan wanneer je bij de universi tei t werkt. ROSTRA: Vanwaar Uw grote belang-stelling voor het konsumptief krediet? PAIS: Voordat ik bij de universi-tei t kwam, heb ik gewerkt bij de Rijkspostspaarbank. Laatste lijk was ik daar het hoofd van ekonomische en statistische zaken en in het kader van de analyse van gezins-besparingen was het natuurlUk weI interessant om te weten, hoe-veel er vooraf gespaard werd en hoeveel achteraf. Bovendien had ik ook een aantal artikelen over dit onderwerp geschreven.

    Op vrUdag 5 januari jl. is de heer A. Pais, lektor aan de Ekonomische Fakulteit van de Universiteit van Amsterdam, ge~ promoveerd. De ti tel van zijn proefschrift luidt: ON THE INCIDENCE OF CONSUMER CREDIT IN THE NETHERLANDS IN THE NINETEENSIXTIES. In deze stu-die wordt de groei van het consumptief krediet in Neder-land gedurende de jaren zestig geanalyseerd. Daarbij wordt in het bUzonder aan een tweetal hoofdthema's aandacht geschon-ken. In de eerste plaats is onderzocht welk soort mensen van consumptief krediet ge-bruik maakt.Het tweede dee I van het onderzoek betreft de vraag of de overheidsrnaatrege-len met betrekking tot het consumptief krediet (met name ~jzigingen in verplichte aan-betalingspercentages en in toegestane maximum looptijd van kredietenl een merkbaar effect hebben gehad op het kredietgebruik (en daardoorop de de consumptieve vraagl. Het blUkt dat dergelUke conjunctuur politieke maatregelen een kwan-ti tatief effect hebben gehad in de orde van grootte van maxi-maal ongeveer anderhalf pro-cent van het bedrag, dat in een gegeven jaar aan duurzame con-sumptiegoederen is besteed.

    Scheltema & Holkema Boekhandel by. filiaal ekonomisch- juridisch Grimburgwal 4 te1.020_248272

    }: :'=::':}.: :.:::::: .

    ROSTRA: Enige tijd geleden stond in de krant een bericht, dat het de konsument nog gemakkelijker wordt gemaakt om krediet te ne-men; de afbetal ingsnormen zijn verzwakt. Werkt dit niet bevor-derend voor de inflatie? PAIS: Ik heb berekend dat het effekt op jaarbasis van die maat-regelen in de orde van grootte van zeg f.lOO miljoen maximaal is en op een nationaal inkomen van ver over de f.100 miljard moet U na tuurlijk weI beseffen, dat het effekt betrekkelijk ge-ring is. ROSTRA: U hebt gezegd politiek en wetenschap strikt gescheiden te willen houden. De keuze van het onderwerp voor Uw proef-schrift lijkt ons echter een per-soonlUke keuze, die toch zeker een verband he eft met een poli-tieke opstelling. PAIS; Wanneer ik zeg dat ik po-litiek en wetenschap strikt ge-scheiden wil houden dan moet U niet de indruk krijgen dat tegen-over U een gespleten iemand zit, die de zaken niet voor zichzelf weet te integreren. Wat ik be-doeld heb is dit: wanneer ik aan de universiteit werkzaam ben, dan werk ik daar als wetenschaps-man en al s zodanig wil ik mijn oordeel niet laten vertroebelen door een politiek of wereldbe-schouwelijk 'parti pris'. Ik vind dat je de wetenschap zo waarde-vrij mogelijk moet bedrijven.

  • ROSTRA: U heeft weI eens een scheut marxisme in het onderwUs gedaan. Vindt U, dat daar meer aandacht aan geschonken moet wor-den? PAIS: Het marxisme is een bijzon-der belangrijk hoofdstuk uit onze dogmengeschiedenis. Het heeftnog tot in onze dagen be langrijke re-percussies en ik vind dat het gewoon noodzakelUk is, dat men van Marx en het marxisme althans in grote lijnen iets weet! Oat "is punt een. In de tweede plaats een opmerking over de lezingencyclus die nu wordt voorgesteld. We heb-ben namelijk als kommissie v~~r de g astkolleges van deze fakulteit gepr obeerd een mooi geintegreerd pakket waarin ook aan het marx-isme ruim aandacht wordt geschon-ken op te stellen. Twee kantteke-ningen daarbij: de eerste i s , dat als je daarvoor sprekers uitno-digt het natuurlijk weI figuren moeten zijn van hoog wetenschappe-lijk ni veau want anders krijg j e een beetje kretologie. Een tweede opmerking: ik zie persoonlijk als wetenschap geen marxistische eko-nomie bestaan; ik zie geen kapi-talistische ekonomie bestaan. Ik zie een ekonomische wetenschap die in staat is om maatschappe-lUke stelsels van de meest uit-eenlopende soort te analyseren; dat kan een marxistisch ekono-misch stelsel zUn en noem maar op . Ik geloof dat keuze voor marxisme, kapitalisme, althans voor zover het ideologisch be-paald is, buitenekonomische za-ken zijn, maar die al s zodanig geen voorwerp zijn van ekonomi-sche analyse. Ik vind weI, dat de op het marxisme gebaseerde visie op het ekonomisch leven, als je het zuiver ekonomisch