076 economische richtlijnen (ala hazrat)

of 29 /29
http://www.tangali.net Publicatie 076 Alhaaj Mohamed Juzoef Tangali Qadri In 1912 voorgesteld door Ala Hazrat Imam-e-Ahle Sunnat Sheikh-ul-Islam radi Allaho anho

Embed Size (px)

description

 

Transcript of 076 economische richtlijnen (ala hazrat)

  • http://www.tangali.netPublicatie 076

    Alhaaj Mohamed Juzoef Tangali Qadri

    In 1912 voorgesteld doorAla Hazrat Imam-e-AhleSunnat Sheikh-ul-Islam

    radi Allaho anho

  • Copyright M.J. TangaliAmsterdam, 11 september 20081e drukUitgever: Stichting Noorani Islamic Research InstituteE-mail: [email protected]: www.tangali.net

    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaargemaakt door druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijzedan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uit-gever.No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permissionfrom the publisher.

  • Inhoud

    1. Voorwoord van de Nederlandse vertaler2. Introductie van Ala Hazrat door Allama Abdoel Hkim Shraf

    Qadri3. Economische richtlijnen en de analyse4. Eerste richtlijn5. Tweede richtlijn6. Derde richtlijn7. Vierde richtlijn

  • 1 Voorwoord van de Nederlandse vertaler

    Het boek dat u nu digitaal of uitgeprint leest is behoord totde meester-collectie van de genie van het Oosten Ala HazratImam-e-Ahle Sunnat Sheikh-ul-Islam Imam Shah AhmadRaza Khan radi Allaho anho. Het boek verscheen ook in hetEngels aan de hand van Prof. Mohammad Rafiullah Siddiqui.Menigeen student kan vandaag de dag nog lering trekken uitdit boek.

    De Britse econoom heeft met dit boek over economie van AlaHazrat roem gekregen. Het is jammer, dat intellectuelemoesliems in het Westen niets met de werken van Ala Hazratdoen. Ook de islamitische instituten in Nederland hebbenAlhamdoeliellah goede islamitische onderricht opgezet,maar combineren het helaas niet met seculaire wetenschap-pen.

    Tot slot, heb ik voetnoten opgenomen ter verduidelijking enverwijzing naar bronnen voor nader onderzoek.

    2 Introductie van Ala Hazrat door Allama MohammadAbdoel Hkim Shraf Qadri

    Economische richtlijnen van Imam Ahmad Raza Khan radiAllaho anho en zijn analyse in het kader van het licht van demoderne economie - theorie en praktijk.

    Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho is een uniekepersoonlijkheid van de huidige eeuw. Iemand die een erudie-

  • te is als hij kan alle begrip voor hem opbrengen. Toen Mo-hammad Rafiullah Siddiqui, hoogleraar economie, deeconomische richtlijnen van de Maulana las, roemde hij hem.Het eerste kwartaal van deze eeuw was een turbulente perio-de waarin grote 'Oelema' en leiders hun evenwicht niet kon-den handhaven. In een dergelijke stormachtige periodepresenteerde Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anhovier uitgangspunten voor het economisch welzijn van demoesliems, getiteld "TADBEERE Falah-O-nijat-WA-IS-LAH". Deze vier zijn zelfs vandaag even belangrijk. Ietswordt over deze richtlijnen in dit monogram gezegd.

    De economische standpunten van Imam Ahmad Raza Khanradi Allaho anho, zoals die van een echte moesliem lijken opNizam-e-Mustafa. De Quraan verzen vertellen ons dat hetdoel van de mens leven zoals dat van viervoeters zijn uitvaleten en drinken, maar het is aan de Geboden van Allah indeze wereld. De gehoorzaamheid van Allah is in elke sfeervan het leven een noodzaak of het gaat om Artikelen van hetGeloof of Wetten van economen en politici. En gehoorzaam-heid aan Allah is onmogelijk zonder gehoorzaamheid aan deHeilige Profeet sallallaaho alaihi wa sallam. De essentie van deleer van Imam Ahmad Raza Khan radi Allaho anho is datgehoorzaamheid aan Allah moet blijken uit gehoorzaamheidaan Mohammed sallallaaho alaihi wa sallam. Dan zult u zichvrij van angst uw brood verdienen. Allah Ta'ala openbaart inde Heilige Qur'aan: "We hebben verdeeld tussen hen in hunlevensonderhoud in het leven van de wereld ". En er is geenlevend wezen op aarde verliet het levensonderhoud van dathangt af van Allah (Hoofdstuk 11 / 1).

  • In het begin van deze eeuw was meningsverschil wijdver-breid en de vraag of India "Dar-us-Salm" of "Dar-ul-Harab"is. Een groep Oelema verklaarde India als "Dar-ul-Harabs ".Door deze Fatwa (1) werd het voor de moesliems noodzake-lijk dat zij migreren van India naar andere landen, (2) woe-kerrente handel was toegestaan met de hindoes in India.Hijrat verkeer kreeg een momentum. Duizendenmoesliems verkochten hun bezittingen tegen nominale tarie-ven en migreerden naar Afghanistan. Toen ze terugkerenwaren zij failliet. De rente is een vloek die ellende en armoedespreid. Rente tast de adel van de mens aan. Samengestelderente maakt het menselijk leven objectief ellendig. Demoesliems werden al belast met het belang van de hindoes.Deze 'Fatwa' maakte de situatie nog erger.

    Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho zei dat IndiaDar-us-Salaam was. Als deze fatwa was aanvaard zoudende Indiase moesliems niet hebben geleden ten gevolge van deontberingen van Hijrat, noch zou de islamitische natie heb-ben te lijden onder de vloek van rente. De Maulana scheef inzijn boek "KIFLAL FAQIHAL FAHIM FlE QARTAS-AL-DRAHIM" (de positie van valuta en haar aanverwante zakenvolgens tot Shariah) waarin hij heeft voorgesteld dergelijkeadviezen die ten goede komen aan de moesliems zonderrente. Bedelarij is een grote nationale vloek. Het is niet alleende hoogte van de geestelijke luiheid, maar is een groot pro-bleem voor de hele natie.

    Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho heeft zich krach-tig uitgesproken en bedelarij veroordeeld in zijn pamflet

  • "KHAIRAL Amal FlE HUKM AL-KASAB WA ASSOALSUWAL" en heeft het belang van hard werken benadrukt nlegitimeerde methoden om bestaansmiddelen te verdienendie de deuren van individuele en maatschappelijke eigen-dom opent.

    Het is noodzakelijk dat de intellectuelen van 'Ahle Soennat'de geliefde diensten van Maulana Ahmad Raza Khan radiAllaho anho en van de andere Oelema aan de natie bekendma-ken.

    "Idra-i-Tahqieqat-e-Imam Ahmed Raza radi Allaho anho dis-tribueert van het gereviewde boekje gratis. Eerder heeft deldara heeft duizenden pamfletten en brochures over MaulanaAhmad Raza Khan radi Allaho anho verspreid. Moge AllahZijn benedictijns verlenen aan de leden en van bevoogdenvan de beweging.

    3 Economische richtlijnen en de analyse

    Het onderzoek dat dr. Muhammad Masoed Ahmed heeftgedaan op Maulana Ahmad Raza Khan Barelvi radi Allahoanho is heel bekend. Gedurende zijn onderzoek heeft dr.Masoed Ahmed aandacht voor de Economische Richtlijnenvan Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho gehad diehij formuleerde in zijn pamflet Tadbier-e-Falah-o-nijat-wa-Islah". Deze was gepubliceerd in Calcutta in 1912 / 1 331 AH.De details van deze Richtlijnen zijn als volgt:

  • 1. Met uitzondering van die zaken waar de Staat inmen-ging heeft, dienen de moesliems hun conflicten op telossen door onderling overleg, zodat miljoenen roe-pies die zijn verspilt in onnodige geschillen kunnenworden bespaard.

    2. De rijke moesliems van Bombay, Calcutta, Rangoen,Madras en Hyderabad moeten banken oprichten voorhun islamitische broeders.

    3. De moesliems moeten niets bij niet-moesliems kopen.Zij moeten alleen zakelijke handelingen metmoesliems doen.

    4. Er moet nadruk op de verspreiding van ILM-ideen(islamitische leerstellingen) gelegd worden.

    Blijkbaar zijn deze vier punten of Richtlijnen kort, maar dr.Masoed Ahmed heeft de taak van toelichting op deze Richt-lijnen aan mij toevertrouwd als een bescheiden student vaneconomie. Deze taak is verbazingwekkend. Ondanks mijntwintig jaar onderwijservaring denk ik dat mijn kennis be-perkt is. Ondanks mijn beperkingen heb ik mij voorgenomendeze Richtlijnen naar mijn beste vermogen uit te leggen.Allama lqbal zei: In feite zijn dit de richtlijnen van een"MOMIEN 'die verzadigd was met de liefde van de HeiligeProfeet sallallaaho alaihi wa sallam.

    Vr de bespreking van deze Richtlijnen wil ik iets zeggen bijwijze van voorwoord.

    In 1912 toen deze gids werden gepubliceerd bestond destudie economie als een afzonderlijk onderwerp niet. In an-

  • dere ontwikkelde landen van de wereld, zoals Engeland,Amerika, Frankrijk en Duitsland waren een speciale groepvan intellectuelen bezig met het verwerven van kennis vaneconomie.

    Het lijdt geen twijfel dat regelmatig boeken over economiewerden gepubliceerd, maar de massa is niet genteresseerd indit onderwerp. De studenten zien dit vak als een droge studie.

    De enorme toename van het belang van economie na deEerste Wereld Oorlog, en vooral de Grote Depressie van1929-1930 is in de geschiedenis van de ontwikkeling van desociale wetenschappen uniek. Het aantal studenten van eco-nomie in de Amerikaanse universiteiten en Colleges was zeerklein. De meiden vooral vermeden te studie economie. Maarna 1940 wijzigde de voorwaarden radicaal en was een grotetoename van het aantal de studenten economie.

    Het spreekt voor zich dat de Grote Depressie (1929-1930) eengrote impuls van de studie economie aan de massa en deregeringen gaf. De klassieke theorien bestonden voor debestrijding van depressie, maar de Grote Depressie vervalstedeze theorien. De behoefte werd gevoeld voor een nieuwetheorie die kan helpen bij de bestrijding van depressie. In1936 publiceerde J.M. Keynes*, een Britse econoom, zijn boekThe General Theory of Employment, Interest and Moneydat geleid heeft tot een revolutie in het economisch denken inde wereld. Keynes theorie schakelde landen uit tegen inzin-king en depressie. Keynes werd een Heer door erkenning vanzijn nieuwe theorie.

  • * John Maynard Keynes (Cambridge, 5 juni 1883 Firle, EastSussex, 21 april 1946) was een Brits econoom. Hij is vooral bekendgeworden door het boek The General Theory of Employment, Inte-rest and Money (De algemene theorie over werkgelegenheid, renteen geld), waarin hij de Keynesiaanse theorie beschrijft, waarmee hijde grondlegger zou worden van het naar hem vernoemde Keynesia-nisme. Zijn boek wordt sinds de jaren '50 als de grondslag van dehedendaagse macro-economie, hoewel het sinds de jaren '90 van de20e eeuw aan populariteit heeft ingeboet.

    De lezers moeten weten dat de nieuwe economische theo-rien na 1930 werden ontwikkeld. Het is nogal verrassenddat Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho in 1912anticipeerde op de nieuwe economische ontwikkelingen. Alsrijke moesliems aandacht hadden gehad voor de Richtlijnenvan Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho zou sinds1912 de economische toestand van de Indiase moesliems zijnverbeterd.

    Laten we nu deze Richtlijnen in detail bespreken. In mijnadvies hebben de eerste drie Richtlijnen betrekking op degeest van de nieuwe economie en de vierde is betrokken bijde verspreiding van de islamitische studies.

    4 Eerste richtlijn

    "Met uitzondering van die zaken waarover de regering inter-venieert, moeten de moesliems hun geschillen oplossen inonderling overleg, zodat miljoenen roepies die uitgegeven

  • worden aan geschillen beslechting bespaard kunnen worden(economische ontwikkeling).

    De belangrijkste punt in deze handleiding is sparen. OnzeHeilige Profeet sallallaaho alaihi wa sallam veroordeelde meerdan 1400 jaar geleden verkwisting. De moderne economienveroordelen verloren uitgaven. Zij benadrukken, dat impro-ductieve uitgaven vruchteloos is. Als we de economischelevensduur van de Indiase moesliems in de 20ste eeuw bestu-deren, voorafgaand aan de oprichting van Pakistan, zal hetglashelder worden dat in die periode de Indiase moesliemsmiljoenen roepies in rechtszaken verspilden. De moesliemsvormde voor slechts 14% de bevolking van de U.P (UttarPradesh). Zij waren welgestelde moesliemgrondbezitters(Zamiendar), maar geschillen werd hun populair tijdverdrijf.En van mijn buurtverwanten die een Zamiendar was brachtgedurende twaalf jaar ons een bezoek in verband met eengeschil met zijn zwager. Na de opdeling van India in Bharaten Pakistan heeft Vallabh Bhai Patel de Zamiendari afge-schaft en de islamitische Zamiendars geattendeerd. Daarnazijn agrarische geschillen een natuurlijke dood gestorven.

    De eerste Richtlijn maakt duidelijk dat Maulana Ahmad RazaKhan radi Allaho anho uitgaven voor geschillen ontmoedigde.Geschillen zaaien zaden van verdeeldheid onder moesliems.Ten tweede, de miljoenen roepies die werden uitgegeven aangeschillen, indien bespaard, zouden de economische voor-waarden van de Indiase moesliems hebben verbeterd. Dezeuitgaven waren onnodig. Geschillen kunnen worden voorko-men als de geest van overleg en samenwerking mocht zege-

  • vieren tussen de dispuutanten. In dat geval zou het geld vande moesliems anderen niet hebben verrijkt.

    Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho heeft in 1912gewezen op de noodzaak van sparen, want hij was er zekervan dat sparen het beste middel is voor opheffing van dearmoede onder de moesliems. Hij was voor drastisch beper-ken van niet-noodzakelijke uitgaven en het aanwenden vanhet bespaard geld voor het economische herstel en het wel-zijn van de moesliemmassas. In 1936 formuleerde Keyneszijn theorie van de werkgelegenheid en geld en versterkte degrondslagen van de nieuwe macro-economie. De meest be-langrijke variabelen van zijn theorie zijn besparingen eninvesteringen. Hij beweert dat om het evenwicht in de eco-nomie, spaar- en beleggingsproducten gelijk moet zijn. Als eronevenwichtigheid is in de twee variabelen zal de economieten prooi vallen of daling van de inflatie tot gevolg hebben.Beide situaties zijn schadelijk voor politieke, economische ensociale activiteiten. De grote depressie van 1929 tot 1930ontplofte het beleid van non-interventie van de regering in deeconomische aangelegenheden van het land of het beleid vantolerantie was vervalst door de economische schommelin-gen. Keynes adviseerde de regering ten volle om in te grijpenin de economische zaken van hun respectieve landen omachteruitgang te controleren en snelle economische herstel ende welvaart brengen. Dus namen de regeringen volledig deelaan het economisch herstel en ontwikkeling en werd dus dehandelscyclus teruggedrongen.

  • Het heden is het tijdperk van de economische planning.Sovjet-Unie is de pionier op het gebied van economischeplanning in de wereld. De plannen zijn in het algemeenopgesteld voor perioden van 5 jaar.

    Ontwikkelings- en minder ontwikkelde landen houden zichnu bezig met economische planning door middel van eenvijfjarenplan. De middelen voor de voltooiing van de plan-nen zijn afkomstig van twee bronnen:

    1. Nationale besparingen2. Kredieten

    Indien de nationale besparingen ontoereikend zijn, zijn deontwikkelingslanden afhankelijk van buitenlandse leningenen subsidies. De derde methode van financiering van hetontwikkelingsprogramma bestaat in de afgifte van onver-handelbare valuta door de centrale bank van het land. Maardeze methode verhoogt de inflatie die, indien ongecontro-leerd, het resulteren in een economische crisis of depressie.

    Dus de gemakkelijkste en de beste manier is het stimulerenvan nationale besparingen. Het niveau van de besparingen islaag in de ontwikkelingslanden, omdat het inkomen van demensen is laag.

    Bovendien, als er toename is van de individuele inkomenswordt het besteed aan de aanschaf van duurzame consump-tie goederen. Volgens een schatting van de econoom is hettarief van de besparing in de meeste de onderontwikkeldelanden tussen 5 en 8 procent, terwijl in ontwikkelde landen

  • het varieert van 15% tot 18% van het nationaal inkomen. Deontwikkelingslanden moeten hun besparingen tot 15% ver-hogen om het tempo van de economische ontwikkeling bij tehouden.

    We hebben de Keynesiaanse vergelijking S = l (sparen =investeren) al gezien. Indien de besparingen toenemen, zul-len de investeringen ook toenemen. In 1950 suggereerdeCohn Clark, een Amerikaans econoom, dat Bharat, China enPakistan elk 12% moet sparen van hun nationaal inkomenvoor de economische ontwikkelings-doeleinden. De ontwik-kelingslanden, waaronder Pakistan, zijn vloeiende spaar-schema accumulerende fondsen voor economischeontwikkeling. Nationale besparingen zijn de sleutel tot eco-nomische ontwikkeling.

    Nu moet de kritische geest deze ontwikkeling in de gatenhouden. In 1912 had Maulana Ahmad Raza Khan radi Allahoanho de moesliems tot afzien van niet-noodzakelijke uitgavenen zo veel mogelijk sparen aangemoedigd. Op dit momentheeft de regering ook de mensen aangemoedigd tot het maxi-mum te sparen. Wel, kunt u de ver vooruitziende economi-sche blik van Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anhoniet herkennen? Zou je niet overtuigd zijn van het feit dat dekritische ogen van de Maulana de toekomst heel duidelijkvisualiseerde. Keynes kreeg de titel van de Britse regeringvoor het ontdekken van een ding die Maulana Ahmad RazaKhan radi Allaho anho al in 1912 had gepubliceerd. Het isjammer dat moesliems geen gehoor geven aan dit feit.

  • 5 Tweede richtlijn

    Laten wij ons nu aan het tweede Richtlijn wijden. De Maula-na zei dat de rijke moesliems van Bombay, Calcutta, Ran-goon, Madras en Hyderabad Deccan banken voor hunislamitische broeders moesten oprichten. Dit Richtlijn is zobelangrijk vanuit economisch oogpunt gezien, dat we nietkunnen tippen aan het economisch inzicht van MaulanaAhmad Raza Khan radi Allaho anho. In 1912 waren er een paarbanken in de grote steden van India. Zij waren in handen vande Engelsen of de hindoes. Tot 1940 was er geen moesliemBank in India. Het was geen gemakkelijke taak voor de be-oordeling van het belang van de banken in 1912, maar hetbelang van deze toekomstige financile instellingen kon nietontsnappen aan de aandacht van de Maulana. Dus deed hijeen beroep op de welvarende moesliems om banken voor demoesliems op te richten. Het spreekt vanzelf dat MaulanaAhmad Raza Khan radi Allaho anho gericht was op bankierenzonder rente.

    De banken spelen een belangrijke rol bij de instandhoudingvan de economie van een land. Krediet is voor de vitaliteitvan de handel en die de banken bieden. De banken verzame-len van de kleine spaartegoeden van de mensen en stellen hetbeschikbaar voor investeringen in productieve kanalen. Wekunnen niet nadenken over een levensvatbare economie zon-der banken. Dat is de reden waarom het huidige economischsysteem het samengestelde interestsysteem i.e. heet, een sy-steem op basis van samengestelde interest.

  • Financin vervult de spilfunctie bij de economische planning.Geen economisch plan, ongeacht de omvang ervan, kan wor-den afgesloten zonder middelen. Het is de plicht van debanken in een geplande economie fondsen tot een minimumte beperken uit de economie en het aanmoedigen van inves-teringen.

    De banken voeren twee functies uit:

    1. Ze verzamelen grote en kleine besparingen van demensen.

    2. Ze leent deze middelen aan die personen die ze inproductieve kanalen investeren, dat wil zeggen in deproductie van goederen en diensten als ondersteuningbij de productie van rijkdommen in de toekomst.

    Dus het belang van de banken in de moderne tijd is goedontwikkeld. Qaid-e-Azam was een visionair staatsman. Hijbesefte het belang van een moesliembank voor de economi-sche ontwikkeling van de moesliems, lang voor de oprichtingvan Pakistan. Hij betreurde de afwezigheid van islamitischebanken. Door de voortdurende aansporing van Qaid-e-Azamhebben Sir Adamjie Daud en Mirza Ahmad Isphani, diewerden geteld tussen de leidende kapitalisten van de onge-deelde India, de oprichting van de Moesliem CommercialBank in Calcutta op 9 juli 1947 voltrokken. Na de opdelingvan India werd het hoofdkantoor van deze bank verhuisdnaar Pakistan. Tegenwoordig heeft deze bank een belangrijkerol in de economie van Pakistan door de vele vestigingen.

  • De moderne financile deskundigen hebben twee vormenvan besparingen genoemd.

    1 Het opslaan2 Hamsteren.

    Als een individu twintig roepies uit zijn maandelijkse inkom-sten van Rs. 100, - bespaard zal zijn maandelijkse besparin-gen worden Rs. 20, - is. Ook de Staat spaart als het nationaalinkomen hoger is dan de nationale uitgaven, het resultaat isdus de nationale besparingen.

    Een individu kan zijn spaargeld deponeren bij de bank ofinvesteren in sommige nationale spaarregelingen. Dit wordteffectief sparen genoemd. Maar als de mensen hun spaargeldvoor zichzelf houden, dan wordt het hamsteren genoemd.

    Zolang personen hun spaargeld bij banken deponeren ofinvesteren in sommige nationale regelingen zal de economieevenwichtig blijven. Maar in het geval van hamsteren van debesparingen zal de economie onevenwichtig zijn. De vergelij-king van Keynes Sparen = Investeren zal worden verstoord,de economie zal ten prooi vallen van de inflatie of instorten.Werkloosheid zal toenemen en niet-economische bronnenzullen worden aangetast. Dit zal resulteren in verschillendemaatschappelijke problemen.

    Op dit moment is het belang van sparen en banken univer-seel geworden. In 1912, toen de economische geletterdheidzeer laag was, wie wist dat na 30 of 40 jaar sparen en bankenbelangrijk zouden worden. Maulana Ahmed Raza Khan radi

  • Allaho anho had naar de toekomst gekeken. Hij heeftmoesliems niet alleen geadviseerd zich te onthouden vanverkwisting, maar ook overgehaald hen te sparen. Hij heeftook een beroep op de rijke moesliems gedaan om banken opte richten waar moesliems hun kleine spaargeld konden de-poneren en waarvandaan het geaccumuleerde vermogenuitgeleend kon worden aan de bevoegde islamitische indu-strilen, zodat ze konden concurreren met de hindoe indu-strilen in de industrile en commercile gebieden.

    Pakistan is ontstaan op 14 augustus, 1947. De hindoes warensceptisch over de economische levensvatbaarheid ervan. Hetwas een feit. De Pakistaanse schatkist was leeg. Demoesliems hadden geen ervaring op het gebied van industrieen het bankwezen. Er was een economisch vacum, datingevuld moest worden, ondanks de kans om te verliezen.Geleidelijk aan met de Genade van Allah zijn de problemenopgelost en begon Pakistan aan de ontwikkeling.

    Ik denk dat wanneer in 1912 vooruitziende moesliems gehan-deld hadden conform het advies van Maulana Ahmed RazaKhan radi Allaho anho de economische geschiedenis van demoesliems in India zou verschillen en Pakistan niet zou wor-den geconfronteerd met dergelijke uitzichtloze economischeomstandigheden. Zulk diep denken en dergelijke Richtlijnendie vol was met verreikende gevolgen, was buiten het bereikvan een gewone geest. Het was de prestatie van MaulanaAhmed Raza Khan radi Allaho anho die de rijke moesliemsgeadviseerd had islamitische banken op te richten, zodat heteconomische lot van de moesliems verbeterd kon worden.

  • Qaid-e-Azam herhaalde in 1946 ook hetzelfde. Als in 1912een paar moesliemkapitalisten zoals Sir Adamji Daud enMirza Ahmed Isphani hadden gereageerd op de oproep vanMaulana Ahmed Raza Khan radi Allaho anho zou de economi-sche toekomst van de moesliems aanzienlijk verbeteren. Ende economische gevolgen van deze vooruitgang zou nietalleen nuttig zijn voor de moesliems van het Indiase subcon-tinent, maar ook de moesliems van de wijde wereld zoudenvoordelen hebben.

    6 Derde richtlijn

    Nu verwijzen we naar de derde Richtlijn van MaulanaAhmed Raza Khan radi Allaho anho wat aangeeft dat demoesliems uitsluitend van moesliems moeten kopen. Hoebelangrijk is deze Richtlijn? Neem ook een voorraad van dedag van vandaag van de wereldwijde economische orde. Hetis jammer dat de moesliems deze gouden regel niet begrepen,noch ernaar gehandeld hebben. Maar na de Tweede Wereld-oorlog hebben de door oorlog getroffen landen van West-Europa deze Richtlijnen geadopteerd en zijn op dit momentde meest welvarende landen in de wereld. Tijdens de Twee-de Wereldoorlog, als een jongen, zag ik de volgende zin opde winkels van moesliems van Lukhnow staan: "Als demoesliem een eervolle het leven in India wenst, moet hij altijdalle artikelen bij een moesliem kopen."

    Deze combinatie leek een echo te zijn van de derde Richtlijnvan Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho. Deze com-binatie maakte grote indruk op mij, maar ik zag toch dat de

  • welgestelde moesliems inkopen van verschillende artikelendeden bij de winkels van de hindoes in Lucknow. Op datmoment waren er economische deskundigen ondermoesliems, maar ze namen allemaal het idee van de westelij-ke economen over. Ze waren absoluut niet inachtneming vande feiten, dat een van hun geleerden vertelde over nuttigeeconomische feiten. Er is niet serieus nagedacht over dederde economische Richtlijn noch begrepen, noch gezochtnaar verduidelijking. Als een moesliem econoom de verrei-kende consequenties van deze Richtlijnen had verklaard zou-den moesliems, in India, niet economisch afhankelijk zijn vanandere naties.

    Of internationale handel vrij moet zijn of beschermd, is eenoude controverse. Vooraanstaande economen van Europa enAmerika hebben geavanceerde argumenten voor en bescher-ming tegen. Adam Smith, de vader van economie, was degrootste pleitbezorger van de vrije handel. Vrije handel bete-kend dat er geen beperkingen op de invoer en de uitvoer vangoederen en diensten tussen de verschillende landen zijn,aan de andere kant, de bescherming bestaat om ontluikendenationale industrien te beschermen tegen buitenlandse con-currentie door de regering. Adam Smith's boek An Enquiryinto the Wealth of Nations werd in 1776 gepubliceerd. In1791 was Alexander Hamilton, een Amerikaanse staatsman,een groot voorstander van het beleid van bescherming entegen de vrije handel. Frederick Fist van Duitsland gaf cohe-rente argument ten gunste van de bescherming. Het belang-rijkste argument voor bescherming is de bescherming vanontluikende industrie tegen buitenlandse concurrentie. Door

  • het ontbreken van bescherming kunnen de nieuwe industrie-en bezwijken aan de hoogovens van de buitenlandse concur-rentie. Een ander argument is dat de nationale welvaartcirculeert in het land en verrijken zakelijke transacties. Ik wilnog iets zeggen in het licht van de derde Richtlijn van Maula-na Ahmed Raza Khan radi Allaho anho. De oorlog voor deonafhankelijkheid van 1857 maakte een einde aan deMoesliem Rijk in India en de Britten vestigden zich in India.In 1912 was het Britse Rijk erg sterk geworden in India. Geenziel kon denken dat de Britse India zou stoppen na 35 jaar. Demoesliem had geen eigen regime meer, maar de moesliemnatie wist wat het had verloren. De islamitische leiders evo-lueerden geschikt beleid voor de sociale, religieuze en econo-misch herstel van de moesliemgemeenschap. De islamitischeleiders actief waren in het onderwijs, politiek en sociaal ge-bied, maar geen ziel had iets te maken met de economischeachterstand en de armoede van de moesliem. Op dit kritiekemoment presenteerde Maulana Ahmad Raza Khan radi Alla-ho anho zijn economische Richtlijnen, maar helaas hebben demoesliems geen aandacht eraan geschonken. De opgeleidemoesliems keken naar het Westen voor begeleiding. Ze wa-ren niet bewust van het feit dat Allah een man in hun middenhad gezonden die de moesliems zou hebben bevrijd, zelfs uitarmoede en een beste levensomstandigheden en eerbare eco-nomische leven geven.

    Naar mijn mening is de derde economische Richtlijn hetmeest belangrijk. Hij wilde economische bescherming aan demoesliems geven. De hindoes liepen vooruit op demoesliems op het gebied van handel en bedrijfsleven. De

  • hindoes wilden hun winst maximaliseren. De moesliemshadden geen business ervaring. Als de moesliems in de busi-ness gingen de deden de hindoes hun uiterste best om demoesliem te verdrijven uit het bedrijfsleven. Non-betuttelingvan moesliems versnelde hun rune. Maulana Ahmad RazaKhan radi Allaho anho wist al deze trends. De enige oplossingin de moesliems paternalistische bestond door moesliemhan-delaren, verkopers en alle zakelijke transacties moesten wor-den uitgevoerd onder de moesliem belang. De positie van demoesliemondernemers, winkeliers en de gelijke ontluikendeindustrie, die moest worden beschermd tegen de meedogen-loze buitenlandse concurrentie. De moesliems moeten demoesliemwinkeliers die wilden slagen op het business ge-bied helpen.

    Wat zou de te verwachten economische resultaten zijn ge-weest als de Indiase moesliem had gehandeld conform desuggesties van Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho?

    Het geld van de moesliems zou zijn gegaan naar demoesliemwinkeliers die meer konden inkopen van de islami-tische groothandels. De islamitische groothandelaren zoudenmeer goederen hebben gekocht van de moesliemfabrikantendie zouden produceren om het hoofd te bieden tegen detoegenomen vraag. Economische middelen, zoals grond, ar-beid en kapitaal zijn nodig voor de productie van meer voe-dingsmiddelen. Verhoging van de productie zou betekenenmeer werk voor de werkloze moesliems. Met een verhogingvan hun inkomen zou hun effectieve vraag zijn gestegen. Ditzou hebben geleid tot de spiraal van welvaart voor de

  • moesliemgemeenschap. De vraag rijst waar de moesliemin-dustrilen het benodigde kapitaal zou krijgen. Het antwoordop deze vraag is verborgen in de eerste twee Richtlijnen vanMaulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho, namelijk dat demoesliems moeten sparen en de rijke moesliems bankenmoeten oprichten die fondsen voor productieve projectenbeschikbaar stellen.

    Effectieve vraag speelt een vitale rol in de Keynesiaans theo-rie van werkgelegenheid, rente en geld. En het idee van defeitelijke vraag is duidelijk aanwezig in de derde Richtlijnvan Maulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho. Maar hetgehele krediet gaat naar Keynes. We loven Westerse econo-men, terwijl de suggesties voortkomen van onze eminentegeleerde. Het is meest te betreuren.

    Laten wij nu zien hoe ver de westerse wereld na de TweedeWereldoorlog heeft gehandeld met deze Richtlijn van degrote Maulana. De landen van West-Europa, zoals Duitsland,Frankrijk en Itali werden volledig geruneerd als gevolg vande oorlog. Duitsland en Itali werden volledig verwoest. Nade oorlog werd Duitsland verdeeld in West Duitsland en decommunistische (Oost-) Duitsland. Vergelijkbaar was de be-narde situatie van Itali en Frankrijk. Maar West Duitslandverbeterde haar toestand door prioriteit te geven aan econo-mische wederopbouw en ontwikkeling van het land.

    De Europese gemeenschappelijke markt werd gevormd tus-sen de Westerse landen van Europa als gevolg van het RomeVerdrag, omdat West-Duitsland niet alleen het herstel van de

  • economie kon beheersen. Het was de tijd waarin de Verenig-de Staten de wereld domineerde met politiek en de dollarongevenaarde was als wereldmunt.

    De onderliggende gedachte van de vorming van de EuropeseGemeenschappelijke Markt was dezelfde als aangegevendoor de Maulana in zijn derde Richtlijn, dat wil zeggen demoesliems moeten niet willekeurig inkopen doen, maar al-leen bij moesliems. Volgens het Verdrag van Rome zoudende deelnemende landen de productie van deze artikelencomparatief voordeling produceren ten opzichte van anderelanden. De lidlanden zouden een eenheid vormen. Het han-delsverkeer tussen de aangesloten landen moest vrij en onbe-perkt zijn. Er was geen beperking van de mobiliteit van deproductiefactoren. De invoer werd zwaar belast en uitvoertot het uiterste aangemoedigd. De grondstoffen die de lidsta-ten nodig hadden moesten niet uit het buitenland wordengemporteerd. Zakelijke transacties zouden meestal tussende aangesloten landen plaatsvinden.

    Aan het begin van de Europese Gemeenschappelijke Marktwaren zelfs de leden niet zeker van hun succes. Maar met hetverstrijken van de tijd gebloemde deze instelling in een zeerkrachtige economische instelling. De economie van de lidlan-den werd op een zeer solide basis vastgesteld. De financilepositie van de lidlanden werd zeer sterk. We zagen dat depositie van de Amerikaanse dollar in de mondiale marktminder belangrijk werd en de Duitse mark werd de hardstevaluta van de wereld. Het fenomenale succes van de Europe-se Gemeenschappelijke Markt gaf de geboorte aan een nieu-

  • we tak van de economie, die theorie van de economischeintegratie genoemd is. Er is al veel over geschreven.

    Wegens de indruk van het prachtige succes van de EuropeseGemeenschappelijke Markt vormden tien landen de Europe-se Vrijhandelsassociatie (E. F. T. A.), maar het was niet zosuccesvol. De overeenkomst tussen Iran, Turkije en Pakistanstond op de dezelfde richting maar het kon ook niet succes-vol zijn. Een conferentie van de drie landen werd gehoudenop 26 april 1976 in de stad Izmir van Turkije gehouden omvan de Regional Corporation for Development (RCD) eensucces te maken, maar tot nu toe zijn geen positieve resulta-ten in zicht gekomen. Als de drie landen proberen om dedeze instelling een nieuw leven in te blazen, kan het eensucces ten gunste van de aangesloten landen worden.

    Het resultaat van deze discussie is, dat als de moesliemsoprecht gehandeld hadden conform de suggesties vanMaulana Ahmad Raza Khan radi Allaho anho zij zeker dezelf-de succes zouden hebben bereikt als de Europese Gemeen-schappelijke Markt. En van onze grote geleerden had debrandende fakkel van de economische vooruitgang. We had-den de weg voor vooruitgang in dat licht kunnen vinden,maar helaas is hij volkomen genegeerd in plaats van zijnwijze adviezen te volgen. Wij kunnen pech of een gebrek aanvooruitziende blik aan onszelf toeschrijven. Of de nationaleleiders werden zo geboeid met sociale, educatieve en politie-ke hervormingen dat ze niet de vereiste aandacht voor deeconomische rehabilitatie van de moesliems hadden, dat isecht verbazingwekkend en jammer, hoewel in 1912 Maulana

  • Ahmad Raza Khan radi Allaho anho het schitterende licht voorde economische vooruitgang van de moesliemgemeenschaphad aangetoond.

    7 Vierde richtlijn

    De vierde Richtlijn van de Maulana Ahmad Raza Khan radiAllaho anho heeft te maken met economische hervormingen,maar het belang ervan is veelal daarin zelf. Hij zei: Wemoeten islamitische onderwijs bekendheid geven en de ver-spreiding ervan onder de moesliems.

    Dit was de periode waarin de educatieve hervormingen vanSir Sayed Ahmad Khan de moesliems benvloedde, omdat zijprobeerden Westerse theorien over te nemen. De verwer-ving van het Engels onderwijs was op zich een goede zaak.Onze Heilige Profeet Mohammed sallallaaho alaihi wa sallamheeft gewezen op het verwerven van kennis door demoesliems. Maar het fijne ervan wat schadelijke was (deMaulana had het zien aankomen), was dat de jonge generatiezich steeds meer aangetrokken voelde tot de Westerse cul-tuur, samen met het Engelse onderwijs, hetgeen zeer afschu-welijk en verwerpelijk was. De Maulana realiseerde zich datals de moesliems het volgen van religieus onderwijs op zou-den geven, zij hun islamitische identiteit en individualiteitzouden verliezen. De nieuwe beschaving zal hun eenheidwrakken.

  • Hun toestand zal lijken op het volgende: "Ze konden Godniet vinden, noch het gezelschap van hun geliefde. Ze warenachtergelaten, absoluut ontevreden."

    Akbar Allahabadi had deze trend beseft. Hij probeerde doorzijn pozie lering voor de moesliems uit trekken, dat zij hunwerkelijke situatie niet mogen vergeten. Uw meest kostbareschat is uw religie en cultuur. Maar de roes van de hervor-ming was zo diep, dat de moesliems geen gehoor hebbengegeven aan dit cruciale probleem. Akbar Allahabadi zei inzijn couplet: Toen Sayed de mensen met de gazet ontmoette,verzamelde hij tonnen roepies, de Sheikh wees de Quraan,maar hij kon geen enkele paisa krijgen". En dat: "De vijandenhebben een aangifte gedaan op het politiebureau dat Akbarin dit tijdperk de naam van God noemt".

    De westerse beschaving misleidde de jonge mensen zover,dat ze hun religie en samenleving begonnen te staren en deEngelsen in geslaagd waren met hun immoreel ontwerp.

    De vervreemding van godsdienst bracht gevaar in de bijzon-dere identiteit van de Indiase moesliems. Toen Qaid-e-Azamde moesliems op een platform in de naam van de islam wildeverenigen, hadden zij zich als motten om hem heen verza-meld. Islamitische denken en affiniteit is ingebakken in demoesliems wat het toppunt was in de opdeling van India.

    De moesliems kregen een nieuw land vanwege het feit, datde moesliems een aparte natie is. Hun religie, cultuur engewoonten zijn heel anders dan die van de hindoes. Het is

  • jammer dat een aparte Staat is verworven in de naam van deislam, maar die aan het roer van zaken staan zonder enkeleinspanning om islam in Pakistan in te voeren in de juiste zindes woord. Het is noodzakelijk om Pakistan te transforme-ren tot een echte islamitische staat. Islamitisch onderwijshad moeten worden geleerd aan de jonge generatie. Ze moes-ten weten waarom de moesliems van India gestreden haddenvoor Pakistan en waarom grote offers van het leven en eigen-dommen werden gebracht. Maar helaas is de aandacht vandeze kwestie afgeleid. De race om politieke macht was be-gonnen. De fundamenten van Pakistan waren nog niet sterkgeworden of het land viel ten prooi van de politieke onrust.De verwaarlozing van godsdienst is zeer schadelijk. Wij iden-tificeerden ons met provincies en vergaten dat wij toenmoesliems waren en nu ook.

    De fundamentele reden dat calamiteiten zich in ons landvoordeden was onze nalatigheid van godsdienst. Als hetislamitische onderwijs vanaf het begin nadruk kreeg zoudenwij geen getuige zijn geweest van deze onheilspellende da-gen. Vandaag is het meest essentile belang om de dwalendenieuwe generatie moesliems terug te brengen tot de islamdoor middel van het islamitisch onderwijs, de islamitischecultuur en geschiedenis. Als de inspanningen op de juistewijze plaatsvinden, zal het succesvol worden de nieuwegeneratie te herwinnen voor hun islamitische identiteit.

    Volgens Allama dr. Mohammad lqbal: "Deze grond is heelvruchtbaar, als het enigszins nat is."

  • Inhoud 1 Voorwoord van de Nederlandse vertaler2 Introductie van Ala Hazrat door Allama Mohammad Abdoel Hakim Shraf Qadri3 Economische richtlijnen en de analyse4 Eerste richtlijn5 Tweede richtlijn6 Derde richtlijn7 Vierde richtlijn